Archief

Archive for the ‘Pers’ Category

Beste Moeke,Hoe kan ik je ooit bedanken voor alles wat je voor mij deed en nog steeds elke dag doet voor iedereen die jou dierbaar is. Libelle, pagina 50

Ik kan je bedanken omdat je me steeds door dik en dun steunt. Maar ook dat je me leerde me geen ideeën te laten aanpraten waar ik niet achter sta. Je leerde me dat ik steeds mezelf moet blijven en moet uitvoeren waarover ik praat. Dat het eenvoudig is met iedereen te leren omgaan, zolang je maar in elke persoon de mens ziet. En dat als ik steeds onthoud dat iedereen dezelfde rechten en plichten heeft, niemand me die levenswaarden ooit kan afnemen. Ik kan je bedanken dat je me leerde dat ik veel kon leren door te lezen, te praten met en te luisteren naar elkaar. Dat ik niet mag vergeten dat mensen niets anders dan woorden en gebaren hebben om zich kenbaar te maken.

Je vertelde me dat velen voor mij reeds een moeilijke weg zijn gegaan. Maar dat het geweldloze verzet van Ghandi steeds uw grote voorbeeld in uw leven is. Dat hij zoveel heeft kunnen bereiken met geweldloos verzet, kordate vriendelijkheid en zonder kwaad met kwaad te vergelden. Je leerde me dat ik iedereen moet nemen zoals hij of zij is. Met al hun variaties en vooral door alleen het goede te zien. Dat ik nooit mag vergeten dat iedereen het recht heeft hier op deze aarde te leven en het beste voor zijn gezin te zoeken.

Moeke, ik wil je bedanken dat je me steeds herinnerde aan een tweede moeder die zorgde dat jij mijn moeke kon zijn. Ik probeer in de mensen, net zoals jij, ‘godschepsels’ te zien. En me te laten leiden door mijn lach en mijn verantwoordelijkheidszin. Je leerde me ook dat van mensen houden zoals ze zijn soms pijn doet, maar ook veel geluk geeft. En dat men alleen aan dat idee kan werken door onze eigen houding. Het idee dat jij mij, maar ook je kinderen en kleinkinderen, meegeeft in ons leven. 

Moeke, ik wil je bedanken dat je me waarschuwde dat het leven dat ik kies niet makkelijk is, maar dat er geen andere weg is. Maar ook dat ik nooit een compromis met mezelf mag maken, omdat dat een slappe houding is, een beetje jezelf beliegen. Dat ik steeds achter mijn ideeën moet staan ook al is dat soms moeilijk. Maar als ik dat niet doe ik mezelf en mijn zelfrespect in waarheid en liefde verminder. Soms gemakkelijk en soms heel moeilijk. 

Moeke, daarom wil ik graag ook één van jouw dromen nastreven. Ook al moet je daarvoor even de sociale kruidenier twee dagen in andere handen laten. Moeten jouw dierbaren twee dagen even voor zichzelf zorgen. En zal uw hondje, poes, kanarie… je even moeten missen. Weet je nog toen wanneer ik klein was we samen met paps op citytrip naar Parijs gingen. En toen je later zei dat het jouw droom was om naar Spanje te gaan. Ik vertelde toen dat het beter was om jouw droom niet uit te voeren omdat je dan geen droom meer had. Eigenlijk hadden we het toen financieel te moeilijk omdat paps zwaar ziek was. En daarom ben ik blij dat we nu toch uw droom kunnen waarmaken. Een citytrip naar Spanje. En laten we samen daar op paps zijn verjaardag een terrasje doen. En in de toekomst hiervan een jaarlijkse gewoonte van maken.

Moeke, bedankt voor alles.

Liefs,

Jouw dankbare zoon Wouter.

 

Libelle, p 50

Advertenties
Categorieën:Pers, Sint-Niklaas

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

 ‘Allochtonen zullen nooit integreren op onze voorwaarden’, artikel Jelle Henneman.

De enorme kloof tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht in een voor iedereen hertimmerde samenleving, schrijft journalist Jelle Henneman.De Engelse th-klank in woorden als think en mother dreigt uit de taal te verdwijnen omdat de vele immigranten in Groot-Brittannië hem ook na generaties maar niet onder de knie krijgen. Linguïsten voorspelden recent dat tegen 2066 niemand de tongbreker, uitgesproken met een lichte tik van de tong tegen de bovenste tandenrij, nog zal gebruiken. Ook de autochtone Engelsen niet.

Mother en think worden dan gewoon muvver en fink . Het th-overblijfsel uit het Cockney-dialect en het zogenaamde received pronunciation zullen niets meer dan een anachronisme zijn. In dat artikel uit The Telegraph zit een boodschap, maar die heeft niets met het Engels te maken.
De les die de ten dode opgeschreven ‘th’ voor ons allemaal in petto heeft, is dat migranten samenlevingen veranderen. En niet alleen de taal, of andere onverdachte veranderingen als onze culinaire traditie of de sporthelden die we toejuichen. Samenlevingen die geconfronteerd worden met grote groepen migranten veranderen fundamenteel; in de waarden die ze voorstaan, en in het beeld dat ze van zichzelf hebben en uitdragen. Extreemrechts heeft gelijk. En dat is geen mening, laat staan een wens, wel een realiteit die onvermijdelijk opduikt uit de geschiedenis van landen en culturen die zo’n verandering al hebben doorgemaakt.
Het blijft een lacune in het Europese debat rond diversiteit dat de ervaringen van zulke landen niet worden meegenomen. We kijken naar diverse samenlevingen als de Verenigde Staten, Canada of zelfs het oude Romeinse Rijk alsof die altijd een etnische en religieuze mengelmoes waren. Terwijl zij allemaal op het punt hebben gestaan waar Europa zich nu zo druk over maakt. De grote migraties van de negentiende en begin twintigste eeuw veranderden de VS van een gemeenschap die zich definieerde als blank Angelsaksisch en protestants in een natie die verder ging onder de vlag van de Amerikaanse droom, waar iedereen alles kon bereiken.
Het diepconservatieve blanke Canada veranderde in de jaren zeventig in een land dat het multiculturalisme – in Europa stilaan synoniem met een naïeve ideologische dwaling – officieel inschreef als een deel van de nationale identiteit. Geloofde je er niet in, dan was je prompt geen echte Canadees meer. En het Romeinse keizerrijk dat na de eerste veroveringstochten vorm kreeg, stond voor een compleet ander wereldbeeld dan de etnisch gedefinieerde republiek.
Bechamelsaus
De bewijslast van de geschiedenis staat in schril contrast met wat wij vandaag van onze diversiteit verwachten. Nog steeds blijven politici en opiniemakers ervan uitgaan dat burgers met een migratieverleden of -achtergrond zich zullen integreren in het waardepakket dat de traditionele bevolking hun voorschotelt.
Afhankelijk van de politieke ideologie gaat die geëiste integratie verder of minder ver – van alles behalve ‘bloemkool met bechamelsaus’ (de woorden van de Antwerpse N-VA-diversiteitsschepen Fons Duchateau) tot de almaar herhaalde verlichtingswaarden rond religie, vrouwen en seksualiteit. Maar het is allemaal praat voor de vaak. Zo’n integratie op onze voorwaarden komt er niet. Eenvoudigweg omdat ze in al de keren dat ze in de geschiedenis al luidop geëist is door gastsamenlevingen (en dat is een constante), nooit is voorgekomen. Nooit.
Het is de hoogste tijd om dat schijngevecht te stoppen. De enorme kloof die in zowat heel Europa gaapt tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht als we allemaal mee het bad in worden getrokken van een voor iedereen hertimmerde samenleving. Waar er opnieuw zal moeten worden gesproken over de plaats van religie – en nee, het maakt niet uit dat we die strijd gestreden dachten te hebben. Waar seksualiteit weer bevochten zal worden, ook voor vrouwen en homo’s. En waar de definitie van wat het betekent om Belg of Europeaan te zijn niet langer alleen in de handen blijft van zij die al het langst tot die groepen behoren. Het is tijd dat onze leiders de moed opbrengen om die realiteit eerlijk te verkondigen, en ze als basis te nemen voor het diversiteitsbeleid.
Nieuwe ‘wij’

Dat ook het ‘wij’ zal veranderen, is een open deur intrappen. In de grote steden wordt het stilaan moeilijk om pratende jongeren blind in autochtoon en allochtoon op te delen. Maar het zal veel verder gaan. Dragen meisjes binnenkort allemaal een hoofddoek? Hoegenaamd niet. Maar is het ondenkbaar dat de jeugd het zelf niet meer gepast zal vinden om in een niemendalletje op een strand te verschijnen? Misschien wel.

Zullen komende generaties zich later schamen om onze koloniale geschiedenis, en de monumenten en Zwarte Pieten die daaraan herinneren eensgezind in de ban slaan? Perfect mogelijk. Wordt de aanklacht tegen onverdoofd slachten de aanzet voor een ethische benadering van de hele veeteelt? De eerste discussies gaan in die richting. Hoe het nieuwe ‘wij’ eruit zal zien, valt onmogelijk te voorspellen. Maar het zal niet zo comfortabel dicht liggen bij wat we gewend zijn als we nu denken.

aantal lezers: 45.460
Jelle Henneman, Knack online

Categorieën:Media, Mening, Pers

Stoor ik? Jo Van Damme belt met Wouter Van Bellingen (Opgelet is satire en geen echt interview)

We worden niet elke dag gebeld door Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum. Hij vindt dat Zwarte Piet geen kindervriend is, maar een negerslaaf. De roetpiet (zoals voorzien in het fameuze Pietenpact) is volgens hem geen bevredigend alternatief.
‘De roetpiet is een goede stap, maar geen eindpunt, meneer Van Damme. De hele figuur moet herbekeken worden, niet alleen de huidskleur, het kroeshaar en de rode lippen.’
‘U hebt problemen met de uitdossing van de roetpiet?’
‘Bijvoorbeeld. Die veelkleurige pagekledij, die pofbroek, het verwijst allemaal duidelijk naar de zwarte kinderslaven van vroeger.’
‘Eigenlijk moet de roetpiet gewoon een jeans en een wollen trui dragen, zoals iedereen?’
‘Of een deftig pak, eventueel iets casual chic. Waarom moet Piet er als een halve schooier uitzien?’
‘Tja, met die roetvegen.’
‘Voilà, nu wordt de indruk gewekt dat Piet het niet zo nauw neemt met de hygiëne. Een koloniale fabel. Waarom krijgt hij trouwens een beroep zonder veel toekomst? Over tien jaar zijn er misschien geen vuile schoorstenen meer. Niet uitgesloten met de nieuwe generatie condensatieketels.’
‘En wat met “Zijn knecht staat te lachen”?’
‘Uit betrouwbare bron: hij lacht níét. Of hoogstens zuur. Omdat hij geen knecht wil zijn. In zijn hart is hij zaakvoerder.’
‘U vindt het eveneens niet kunnen dat het altijd Sinterklaas is die op het paard zit? Piet wil ook af en toe eens in het zadel?’
‘En zijn mooie pak vuilmaken zeker? Nee, Piet komt gewoon met de auto. Of met de bakfiets, want Piet is best milieubewust.’
‘Wil Piet eigenlijk nog gezien worden in het gezelschap van een ouwe malle man in een jurk, op een schimmel?’
‘Eigenlijk niet. Maar we moeten ook aan de werkgelegenheid denken. Waar vindt Piet nog een deftige job zonder Sinterklaas?’
‘Bij Het Vlaams Minderhedenforum?’
‘Het zou wel plezierig zijn als we de discussie op een volwassen manier konden voeren, meneer Van Damme.’
‘Verwittig als het zover is, meneer Van Bellingen.’

Categorieën:Media, Minderhedenforum, Pers

10 geldvragen aan Wouter Van Bellingen

Wouter Van Bellingen (44) is directeur van het Minderhedenforum. ‘Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van een bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’

1 Hoe hebt u met geld leren omgaan?
’Mijn ouders waren gewone mensen die alles wat ze hadden, hebben geïnvesteerd in hun vier kinderen. Daardoor heb ik als kind al geleerd om rond te komen met een bescheiden inkomen. Als ik extra zakgeld wilde, moest ik daar soms voor werken in de vakantie. Of kluste ik bij in het weekend. Ook in het huishouden hielp ik: niet om geld te verdienen, maar om een bijdrage te leveren aan het gezin.’

2 Hoe springt u in uw relatie om met geldzaken?

’Ik ontferm me grotendeels over de gezinsfinanciën. Dat is historisch zo gegroeid. Ook beroepshalve ben ik het meest bezig met geld. Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het binnenhalen van subsidies voor allerhande projecten. Op privévlak besteed ik veel minder tijd aan mijn financiën. Dan heb ik echt geen zin om alles eindeloos uit te pluizen.’
3 Wat is uw beste financiële beslissing?
’Om snel een woning te kopen. Mijn vrouw en ik waren vijfentwintig toen we een bescheiden woning kochten. Het was eind jaren negentig: nog net op het juiste moment om later een mooie meerwaarde te realiseren op de verkoop. Zo was dat een hele mooie opstap naar onze volgende woning. De aankoop had wel voeten in de aarde. We hadden geen kapitaal, maar gelukkig wilden mijn ouders zich borg stellen.’
4 Maakt u zich zorgen om de lage spaarrente?
’Daarvoor heb ik niet genoeg geld op mijn spaarboekje. Er is een kleine reserve, maar ik verwacht niet dat dat veel opbrengt. Ze is er vooral om grotere gezinsprojecten te financieren. Zo hebben we intussen weer genoeg bijeen gespaard om momenteel de volgende fase van onze renovatie te financieren.’
5 Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?
’Het is wraakroepend dat arbeid meer belast wordt dan grote vermogens. Je kan veertig jaar in een fabriek werken, vervolgens moeten rondkomen met een klein pensioentje en daardoor nog in de problemen komen omdat je nooit veel kapitaal hebt gehad. Dat is niet rechtvaardig.’
6 Bent u op financieel vlak ooit het slachtoffer geweest van discriminatie?
’Neen. Ik heb een Vlaamse voor- en achternaam, wat in mijn voordeel speelt. Intussen geniet ik een beetje bekendheid. Ook dat helpt. Op financieel vlak ben ik dus nooit gediscrimineerd geweest door mijn huidskleur. Dat was wél het geval op het vlak van inkomen. Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’
7 Hoe leert u uw kinderen omgaan met geld?
’Mijn kinderen zijn intussen 12 en 15 jaar. Al heel jong heb ik hun geleerd wat het betekent om te sparen. Zo heeft mijn zoon zelf een jaar moeten sparen voor een nieuwe smartphone. Intussen kon hij wel mijn oude gsm gebruiken. En mijn dochter heeft twee jaar gespaard voor haar iPad. Ze moeten beseffen dat het geld niet zomaar direct op tafel ligt.’
8 Aan welke uitgaven hebt u een hekel?
’Aan verzekeringen. Die kosten heel veel geld en als je ze dan eens nodig hebt, blijkt altijd dat de franchise net te hoog is en dat je alles alsnog uit je eigen zak moet betalen. Nochtans nemen al die verzekeringen een serieuze hap uit het gezinsbudget. Daar kan ik me druk om maken.’
9 Koopt u vaak tweedehands?
’Ja hoor. Zo hebben we nog nooit een nieuwe televisie gekocht. Bij ons staat er nog geen flatscreen, maar wel een oude televisie met een beeldbuis. Ook veel meubels, zetels en tafels hebben we tweedehands gekocht. Ik zou niet weten wat daar mis mee is.’
10 Wat zou u doen als u de Lotto won?
’Om te beginnen zou ik ons huis en de tuin helemaal afwerken. En daarna zou ik met de kinderen een grote reis maken. In het verleden hebben we vooral gekampeerd en het zou fantastisch zijn om eens een wereldreis te maken. Daarnaast zou ik investeren in sociale projecten en zou ik een serviceflat kopen voor mijn mama.’
Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

SVEN VONCK, De Tijd.

Categorieën:Minderhedenforum, Pers

En toen bleef het oorverdovend stil.

Vorige week lanceerden we met het Minderhedenforum onze campagne “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?” En als bedoeling had het debat aan te zwengelen over de realiteit van superdiversiteit, gelaagde identiteit, gedeeld burgerschap in een inclusief Vlaanderen. De campagne was ook een antwoord op de racistische reacties n.a.v. de krantenkop ‘Jonge Vlaming met Marokkaanse roots sterft in Marokko’.  

De campagne leverde vervolgens diverse reacties op. Sommigen volharden in de boosheid en lieten weten dat mensen met voorvaderen buiten Vlaanderen nooit ‘Vlaming’ kunnen zijn of worden. Merkwaardig waren de stemmen die de campagne afdeden als racistisch en Vlaamse zieltjeswinnerij. Sommigen stelden vragen: Waarom iemand met een hoofddoek? Waarom een symbool van Vlaams nationalisme gebruiken? Waarom enkel Vlaming en niet Belg? Of Brusselaar, of Limburger? Is deze campagne enkel voor autochtonen? Een paar duizend mensen stelden geen vragen, maar antwoorden gewoonweg, ‘ja!’ Door de het logo op hun profiel te plaatsen, door het te delen op sociale media of door de campagne #ikbenvlaming te steunen. De voorbije week zwengelde het debat dan ook aan met verschillende opiniestukken in verschillende  kranten.

De mensen dien hun gezicht leenden voor de campagne maken duidelijk hoe gelaagd de identiteit is van de Vlamingen van vandaag. Zelf voel ik me Nieuwkerkenaar, Sint-Niklazenaar, Oost-Vlaming, Vlaming, Belg, Europeaan en wereldburger. Maar ik wil het over iets anders hebben. 

Wat me het meest opviel vorige week, was dat het oordovend stil bleef in de politiek wereld. Geen enkele partijvoorzitter, geen enkele fractieleider van het Vlaams parlement, geen Vlaams minister sprak zich uit voor een inclusief burgerschap. Een paar steunbetuigingen van een Brussels staatssecretaris, politieke woordvoerder, of voorzitter van een jongerenpartij niet te na gesproken. Bij de racistische reacties op de dood van Ramzi Kaddouri stroomden de een na de andere verontwaardiging binnen en toen we reageerden dat politici te weinig deden, en verontwaardiging niet voldoende was, schoot een federaal minister zelfs in een kramp om toch te bewijzen dat die echt wel zijn best deed.

Jarenlang is mensen met een migratieachtergrond verweten een slachtofferrol te spelen en dat we als middenveld steeds het negatieve benadrukken. En dan nu blijft het ineens stil. Terwijl het niet moeilijk was. Simpel zelfs. Op de vraag van “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?, was een simpel ‘ja’ voldoende. En door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan discriminatie en racisme. Blijft het debat enkel beperkt tot een zoveelste racismerel. Terwijl het zou moeten gaan over hoe we de participatie met een migratieachtergrond kunnen verhogen en die verdomde etnische kloof kunnen dichten. Een simpel ja had zoveel betekend niet enkel voor mensen met een migratieachtergrond die zich dagdagelijks inzetten voor onze samenleving, maar voor iedereen in Vlaanderen die gelooft in een inclusief en een superdivers Vlaanderen. Door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan diegenen die vinden dat een moslim, en dus ook een jood, een atheïst en christen geen Vlaming kunnen zijn. Die vinden dat Vlaming zijn, niet kan samen vallen met Brusselaar, Belg, Europeaan, Marokkaanse Vlaming en wereldburger zijn. Die vinden dat niet iedereen gelijke kansen verdient op de arbeidsmarkt,in het onderwijs of op de huurmarkt. Maar misschien heb ik het verkeerd voor en zullen politici spreken met beleid en daden. Ik kijk dan ook vol verwachting uit naar het begin van politieke jaar wanneer jullie na een deugddoende vakantie uit de startblokken zullen schieten met beleidsvoorstellen die een garantie zullen bieden op een inclusief en superdivers Vlaanderen.

Want zoals het enkele weken geleden in ‘The economist’ stond, is de keuze duidelijk. Ofwel kiezen we voor een samenleving die de superdiversiteit erkent en vandaaruit zoekt naar verbinding – Wir schaffen das, allemaal Vlaming-, vertrekkend vanuit de rechten en vrijheden van iedereen. Ofwel staren we ons blind op de verschillen, die onoverbrugbaar zijn, en is het wij tegen zij. Wij delen dan waarden die Zij dringend moeten verwerven. Wij als Minderhedenforum zeggen alvast duidelijk ja op verbinding. Aan jullie de keuze.

Categorieën:Mening, Minderhedenforum, Pers

Een genereus migratiebeleid werkt racisme tegen. Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens

Een positieve houding tegenover migranten creëert geen ‘white backlash’, maar het kan racisme wel flink terugdringen, zo blijkt uit onderzoek van Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens.
Een ‘desastreus’ migratiebeleid verklaart waarom racistische opvattingen welig tieren in Vlaanderen, zo stelt Theo Francken (DS 4 augsutus). Met ‘desastreus’ bedoelt Francken vooral een genereus beleid: een beleid dat te veel migranten België laat binnenkomen, en deze nieuwkomers te makkelijk toegang geeft tot stemrecht en de Belgische nationaliteit (hij heeft het dus niet enkel over het migratiebeleid, maar ook over het integratiebeleid). Op het eerste zicht strookt deze redenering met onze intuïtie. Wanneer beleid gul sociale en politieke rechten toekent aan nieuwkomers, lijkt het logisch dat de meerderheidsgroep zich bedreigd voelt en negatieve attitudes ontwikkelt. Meer mensen die met elkaar concurreren om schaarse goederen (zoals politieke macht en jobs), dat kan er alleen maar voor zorgen dat er negatieve opvattingen ontstaan over nieuwkomers, toch? Systematisch wetenschappelijk onderzoek toont nochtans exact het tegendeel aan.

In een studie die binnenkort gepubliceerd wordt in het vakblad International Journal of Comparative Sociology vergeleken we het integratiebeleid en antimigratie-attitudes in 27 Europese landen. Uit deze vergelijking blijkt dat burgers in landen met een genereus integratiebeleid er beduidend positievere houdingen tegenover immigranten op na houden. Staten die nieuwkomers vlot toegang verlenen tot sociale rechten, de arbeidsmarkt, nationaliteit en stemrecht (zoals bijvoorbeeld Zweden, Portugal en Finland) kennen een positief opinieklimaat ten aanzien van migranten. In landen die een restrictiever integratiebeleid voeren (zoals onder meer Hongarije, Oostenrijk en Malta) zijn intolerante attitudes beduidend wijder verspreid onder de bevolking.
Electorale afstraffing

Hoe valt deze samenhang tussen genereus integratiebeleid en positieve houdingen ten aanzien van migranten te verklaren? Het is te simplistisch te stellen dat een genereus integratiebeleid tolerante opvattingen bij de bevolking eenvoudigweg veroorzaakt. Samenhang is natuurlijk geen bewijs voor oorzakelijkheid. Het is daarentegen zinvoller te spreken over een cirkelvormige relatie, waarbij integratiebeleid en publieke opinie elkaar wederzijds beïnvloeden.

Enerzijds oefent de publieke opinie invloed uit op de manoeuvreerruimte waarover beleidsmakers beschikken. Een intolerant electoraat zet bevoegde beleidsmakers onder druk om een streng en restrictief beleid te voeren naar nieuwkomers toe, zo niet loert de electorale afstraffing om de hoek. Maar anderzijds geeft het gevoerde beleid ook vorm aan de publieke opinie. Een restrictief integratiebeleid geeft het signaal dat migranten slechts tweederangsburgers zijn. Wanneer (een deel van) het grote publiek deze signalen oppikt, kan dit tot intolerante houdingen en zelfs racistische opvattingen leiden. Een genereus beleid van gelijke rechten geeft daarentegen een normatieve boodschap mee dat migranten als volwaardige burgers beschouwd moeten worden. Dergelijke ‘policy feedback’-effecten worden maar al te vaak uit het oog verloren in het maatschappelijke debat.
De negatieve spiraal ombuigen
Vandaag dreigt het samenspel tussen beleid en publieke opinie overduidelijk in een vicieuze cirkel te verzanden. Opgejaagd door de publieke opinie luiden beleidsmakers de trom van strenge en restrictieve maatregelen. Hiermee geven ze – al dan niet bewust – aan de bevolking het signaal dat nieuwkomers niet welkom zijn, wat dan weer intolerante houdingen in de hand werkt. Meer dan ooit is het nodig om deze negatieve spiraal om te buigen naar een zogenaamde virtuoze cirkel. Een genereus en inclusief integratiebeleid, dat duidelijk te kennen geeft dat nieuwkomers integraal deel uitmaken van onze samenleving, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van antimigratie-attitudes en racistische opvattingen. En een meer tolerant opinieklimaat vergroot op zijn beurt dan weer het speelveld van beleidsmakers om een beleid van gelijke rechten te voeren.
Kortom, het integratiebeleid en de publieke opinie bewegen synchroon. Er is helemaal geen bewijs dat een open migratie- en integratiebeleid een zogenaamde ‘white backlash’ creëert en racisme in de hand werkt. Genereus beleid is geen desastreus beleid. Integendeel, een inclusief integratiebeleid kan een belangrijke hefboom zijn om te werken aan een samenleving waarin racistische opvattingen onaanvaardbaar zijn. Vandaar dat men in de strijd tegen racisme beter kan inzetten op een beleid en communicatie dat nieuwkomers gelijkwaardige burgers zijn zoals u en ik.
Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens, 8/08/2016

Categorieën:Media, Pers
%d bloggers liken dit: