Categorie: Pers

Gekleurde Belgen zijn het moe om weer te moeten uitleggen hoe diep het racisme zit: “Dat is bijna een marteling”

Gekleurde Belgen zijn het moe om weer te moeten uitleggen hoe diep het racisme zit: “Dat is bijna een marteling”

“Ge moogt dat weten van mij: ik ben een Club Brugge-fan. Altijd geweest. Maar nu zeg ik het met schroom. Zondagavond dacht ik: Wouter, tijd om een nieuwe club te gaan zoeken.” Aan het woord is Wouter Van Bellingen, oud-politicus en ondernemer uit Sint-Niklaas, en destijds de eerste zwarte schepen in Vlaanderen. “Ik was beschaamd, jong. Het deed pijn. Ik voelde de pijn van Vincent Kompany.”

Daar stond de trainer van Anderlecht, het Belgisch voetbalicoon, na de topper tegen Club Brugge. Met een microfoon onder zijn neus, een krop in zijn keel en bijna tranen in zijn ogen. Een wedstrijd lang was hij uitgemaakt voor bruine aap. Hij was gedegouteerd en teleurgesteld. Die racistische roepers in dat Brugse stadion hadden zijn emmer doen overlopen. Een emmer waarin het voortdurend druppelt, voor elke gekleurde mens in ons land, zegt Van Bellingen.

“En het blijft zeer doen. Elke keer. Eigenlijk is het een trauma. Elk racistisch voorval is een kwetsuur. Kwetsuren genezen. Maar het blijven littekens, die nu en dan weer worden opengereten. Dat is wat er met Kompany is gebeurd. Niet eventjes, maar een hele match lang. Dat is bijna een marteling, hé. Ik ontwijk het soms. Ik kijk naar sommige series of documentaires niet als ik weet dat er virulent racisme in voorkomt. Om er niet mee geconfronteerd te worden.”

Lelijke berichten en bedreigingen

Wordt hij er nog vaak mee geconfronteerd in zijn dagelijks leven? Hij schiet in een schaterlach. Het duurt even voor hij eruit raakt. “Maar wat een vraag, toch. Ja. Ik word morgen niet ineens wit, hoor.” Maar het heeft geen zin om dat soort anekdotes te blijven oprakelen, zegt hij. Hij voelt een zekere moeheid om er telkens opnieuw over te spreken. Het is een moeheid die doorschemert bij meer gesprekspartners.

Een gekleurde bekende kop zegt het zo: “Hoe belangrijk ik het ook vind om het over dit onderwerp te hebben, ik durf er niet goed op in te gaan. Elke keer als ik het wel doe, stroomt mijn mailbox vol met lelijke berichten en bedreigingen. Daar heb ik even geen zin in. Zeker niet met de kerstdagen in aantocht.”

Paul Beloy, die in de jaren 70 een van de eerste zwarte voetballers op Vlaamse velden was, en meer recent het boek Vuile zwarte schreef, over racisme in het voetbal, is het heel duidelijk moe. “Hierover praten heeft geen zin meer. Ik praat er al jaren over, en ik zie geen enkele verandering. Waarom bel je me trouwens nu, en niet wanneer Aboubakary Koita van Sint-Truiden wordt beschimpt? Denk je dat dat minder erg is voor die mens, voor zijn kinderen, voor zijn gemeenschap? Nee. Maar pas als het de grote Kompany overkomt, komt er reactie. Let op: ik bewonder Vincent Kompany, en het is dankzij hem dat er iets beweegt. Maar het punt is dit: ondertussen is het bestuur van de Pro League nog altijd even wit. Is dat een weerspiegeling van de maatschappij? Nee. Dus doe daar iets aan, in plaats van aan mij te vragen wat er moet gebeuren.”

Belga, Paul Beloy

Gefrustreerde ouders

Wouter Van Bellingen kent het gevoel. “Je kan blijven incasseren. Je kan het blijven verdragen. En dan denk je: wat moet ik nu nog meer doen? Vincent Kompany heeft zich afdoende bewezen. Hij heeft zoveel gedaan voor dit land. Hij is een voetbalgrootheid. En ik kan geloven dat hij zich zondagavond opnieuw voelde als een jongetje van twaalf dat beschimpt wordt.”

En Kompany hééft het meegemaakt als jongen, zegt Denis Odoi, die nu bij Fulham speelt, over het water. Net zoals hijzelf. “In mijn jeugd, toen ik bij Anderlecht speelde, gebeurde het vaker. Wij domineerden, wij haalden grote uitslagen. En dan waren het vooral ouders langs de zijlijn die gefrustreerd raakten. En wat ligt dan voor de hand? Kappen op de kleur van iemand anders. In het begin komt dat binnen. De eerste keren huil je. Maar na vijf keer heb je dat wel gehad. Racistische commentaar? Ik ben ermee opgegroeid, ik ken het al lang, en het doet mij niks meer.”

“Nu heb ik zelf kinderen”, zegt Odoi. “Als zij die commentaren zouden krijgen, mijn vrouw zou ontploffen. Zij is blank, zij heeft die ervaring niet. Ik zou zeggen: laat het vallen. Omdat ik weet dat de samenleving zo is. En ze zal niet veranderen.” Hij twijfelt even. Hij wil positief zijn. “Ik wil geloven dat de samenleving meer en meer divers wordt. Jonge Belgen groeien op met zwarten in de klas. Met Marokkanen, met Aziaten. Dat is hun straatbeeld. Op de duur wordt diversiteit een evidentie, voor opgroeiende jongeren. En dan wordt racisme misschien minder vanzelfsprekend.”

Roken op café

“Racisme zal blijven bestaan”, zegt ook Wouter Van Bellingen. “De vraag is: hoe ga je ermee om, als samenleving. Ik wil een analogie maken. Het rookverbod: was daar een draagvlak voor, op voorhand? Nee. Maar nu kan niemand zich nog voorstellen dat we roken op café. Sommige maatregelen moet je gewoon doorvoeren, omdat ze nodig zijn. Dus: neem maatregelen voor meer diversiteit. Zorg dat er meer kleur komt in de bestuurskamers van het voetbal. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid: van spelers, ouders, trainers, scheidsrechters én besturen. Ik was in 2007 de eerste zwarte schepen van Vlaanderen. Vandaag moet de tweede er nog altijd komen. Hoe is dat mogelijk? Er zijn genoeg instrumenten voorhanden. Gebruik ze. De tijd van actieplannen is voorbij, het is nú tijd voor actie.”

Hij lacht. “En als dit incident ervoor zorgt dat er nu effectief iets gedaan wordt, dan kan het nog goedkomen, tussen Club Brugge en mij.”

Jesse Van Regenmortel

Nieuwsblad

De duurzame dood

Van het voedsel op ons bord tot het dak boven ons hoofd: op heel wat vlakken proberen we ons leven te vergroenen. Ook ons levenseinde zou duurzamer kunnen, vinden steeds meer begrafenisondernemers. ‘Uitvaarten laten veel sporen na op onze planeet.’


Tegen 2060 zullen we jaarlijks honderd miljoen mensen begraven, berekende Julie Rugg, onderzoekster aan de universiteit van York. Een gigantisch aantal, terwijl we wereldwijd steeds minder ruimte hebben. Een uitdaging voor de uitvaartsector, die op zoek moet gaan naar begrafenisrituelen met een zo klein mogelijke impact op het milieu. ‘Uiteraard zijn we daar voorstander van’, zegt Thomas Heiremans van Uitvaartunie Vlaanderen, de Vlaamse federatie van uitvaartondernemers. ‘We staan als sector open voor nieuwe ontwikkelingen zoals resomatie of watercrematie, waarbij het lichaam opgelost in plaats van verbrand wordt. In Nederland onderzoeken ze die mogelijkheid al, in België lopen de gesprekken met de overheid moeizamer. Onbekend is onbemind, maar als blijkt dat deze manier van cremeren duurzamer is, moeten we dat durven te bekijken.’
De hele keten moet onder de loep genomen worden, zegt Heiremans. ‘Op veel plaatsen moet je nog steeds naar het stadhuis of gemeentehuis om de administratie bij een sterfgeval te regelen. Waarom niet meer digitaliseren en zo voor minder verplaatsingen zorgen?’
Elke verandering loopt in de uitvaartsector vaak trager, erkent Heiremans. ‘Een overlijden gaat gepaard met sterke emoties. Mensen grijpen in zo’n situatie snel terug naar wat vertrouwd is. Uitvaartondernemers zullen zelf alternatieven moeten aanreiken aan de families die ze begeleiden.’


Vanessa Boel biedt met Trøst uitvaarten aan met een kleinere ecologische voetafdruk
‘De uitvaartsector is big business. Economisch gezien een verhaal van groei en bloei, maar ecologisch gezien vooral een verhaal dat sporen nalaat op onze planeet. Een kist moet wettelijk voldoen aan de Vlaamse milieunormen, maar hoe streng wordt dat gecontroleerd? Een ‘ecokist’ uit onbehandeld, duurzaam gekapt hout heeft soms nog een bodem van spaanplaat, of een binnenbekleding van polyester. Ook de kledij van de overledene moet volgens de wet uit natuurlijke, afbreekbare materialen bestaan zoals katoen of linnen. Maar hoeveel uitvaartbegeleiders letten daarop?
‘Ik wil al die schakels in de ketting onder de aandacht brengen en mensen wijzen op de keuzes die ze kunnen maken. Want elke keuze heeft een impact. Ik werk zo veel mogelijk samen met lokale, duurzame ontwerpers en leveranciers, bijvoorbeeld voor drukwerk en catering. Ik beperk mijn verplaatsingen, werk niet met ingevlogen bloemen en bied alternatieven aan voor de klassieke lijkkist, zoals een lijkwade met baar uit natuurlijke materialen of een mand van wilgentakken. Ook in het laatste hoofdstuk van ons leven mogen we ons kritisch denken niet verliezen. Het kan anders.’

Rayah Wauters maakt met Nauwau urnen uit resthout
‘Als een dierbare sterft, krijg je als nabestaande vaak een catalogus onder je neus geduwd vol seriematige producten waarvan je niet weet in welke omstandigheden, door wie of uit welke materialen ze gemaakt zijn. Er is nog veel verbetering mogelijk in de uitvaartsector wanneer het gaat over producten die goed zijn voor de omgeving en voor iedereen die in die omgeving leeft. Met Nauwau wil ik mijn steentje daaraan bijdragen, hoe klein ook.
‘Toen ik als ontwerper een manier zocht om dingen te maken zonder kostbare grondstoffen uit te putten, kwam het idee om met resthout te werken. Mijn man Niels is boomverzorger, zijn bedrijf levert al mijn hout. Dat brengt beperkingen met zich mee, want Niels en zijn collega’s zullen altijd eerst kijken of er geen betere oplossing is dan een boom te kappen. Voor mij als houtbewerker geen goede zaak, maar ik sta volledig achter die keuze. Is er geen hout, dan kan ik even niets maken, zo simpel is het. Bepaalde houtsoorten vallen erg in de smaak bij de mensen die hier langskomen, maar ik zal nooit speciaal een boom laten vellen of hout aankopen. Ik wil trouw blijven aan mijn eigen waarden.’


Wouter Van Bellingen is voormalig schepen van Begraafplaatsen in Sint-Niklaas
‘De dood hoort bij het leven, en toch blijven we er het liefst zo ver mogelijk van weg. Toen ik tien jaar geleden als schepen voorstelde om een natuurbegraafplaats aan te leggen (waar enkel assen uitgestrooid of biologisch afbreekbare urnen begraven kunnen worden, nvdr), wekte dat in eerste instantie flink wat weerstand op. Mensen zijn gewend aan een klassiek kerkhof met strakke paadjes, kort gemaaid gras en stenen grafzerken. Daar verandering in brengen, lag heel gevoelig. Intussen merken we dat de geesten geëvolueerd zijn.
‘Een grote troef van een natuurbegraafplaats is het intensieve ruimtegebruik. Een kerkhof dat je om de zoveel jaar moet uitbreiden, dat kun je niet volhouden. Hier zijn de graven anoniem – er worden geen grafstenen geplaatst of concessies verleend – waardoor je veel meer mensen kunt begraven op een kleinere oppervlakte. Op een natuurbegraafplaats is het ook veel gemakkelijker om mensen te overtuigen van een ecologisch groenbeheer. Op een klassiek kerkhof krijg je al snel klachten wanneer de grasperken er niet netjes bij liggen. Hier voeren we een extensief groenbeleid, en mag de natuur vooral haar gang gaan. Steeds meer mensen zien de meerwaarde in van een natuurbegraafplaats als een meer duurzame, maar ook rustgevende plek. Wandelen tussen de bomen kan heel troostend zijn.’


Door Lien Lammar, Knack

Wouter Van Bellingen wordt partner bij C-lever.org en gedelegeerd bestuurder bij de private stichting 2ID Foundation.

Donderdag 29 juli 2021 — Brussel – Impactonderneming C-lever.org kent sinds de oprichting in 2017 een stevige groei en is klaar voor nieuwe stappen. Sociaal innovator en oud-politicus Wouter Van Bellingen komt aan boord als partner om samen met oprichter en managing partner Patrick Stoop en andere partners de verdere uitbouw mee vorm te geven.

C-lever.org is een Belgische, impactonderneming gedreven door een internationaal netwerk van toegewijde professionals, die werken aan inclusieve ontwikkeling op organisatorisch, institutioneel, sociaal-economisch, cultureel en ecologisch niveau.  Als gevestigde waarde met een diverse en zowel Belgische als internationale klantenportefeuille – met onder meer EU, UN, OECD, Enabel, GIZ, AFD, Vlaams Parlement, FIRM, Beyond Chocolate, GISCO, vele ngo’s, enz. – verwierf C-lever.org ondertussen een stevige positie in de markt.   Vanuit een faciliterend platform levert C-lever.org sociaal innovatieve oplossingen die zowel haar klanten als de gemeenschappen waarmee ze werkt ten goede komt en herinvesteert zij 60% van haar nettowinst ter ondersteuning van empowerende en duurzame initiatieven.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org: “We willen verder groeien, maar we wel binnen onze waarden en manier van werken en steeds gericht op het fungeren als hefboom voor inclusieve en duurzame ontwikkeling.  Om meer te kunnen bijdragen tot positieve impact willen we de basis van onze onderneming steviger maken. Steeds meer ondernemingen, organisaties en overheden zien de meerwaarde van inclusieve diversiteit en van het gericht werk maken van positieve impact voor mensen en voor het milieu; dit is nog versterkt sinds de coronacrisis. Met Wouter Van Bellingen halen we nu een strateeg aan boord die ons kan bijstaan om een breed en inclusief antwoord te bieden op deze stijgende vraag. Ik ken Wouter via zijn engagement bij ENAR (European Network Against Racism) en zie veel muziek in onze complementariteit. De ervaring van Wouter past ook in onze ambitie om onze dienstverlening qua interim management en begeleiding van verandering en transitie verder uit te bouwen.  We staan voor interessante tijden bij C-lever.org.”

Wouter Van Bellingen werd bekend als schepen in Sint-Niklaas, de eerste zwarte schepen van Vlaanderen. Na de politiek was hij eventjes sociaal ondernemer. Vervolgens werd hij directeur van Minderhedenforum vzw en directeur van Integratiepact vzw wat leidde tot de nieuwe netwerkorganisatie LEVL van de Vlaamse Overheid.  Sinds april ‘2021 heeft hij zijn eigen netwerkbedrijf 2plus.

Wouter Van Bellingen, partner C-lever.org en gedelegeerd bestuurder 2ID foundation: “Toen ik Patrick mijn toekomstplannen vertelde als netwerkbedrijf, nodigde hij mij uit om mijn plannen uit te bouwen binnen C-lever.org. Met C-lever.org heeft Patrick een onderneming gebouwd die dezelfde waarden deelt als ik. En ik kijk ernaar uit om samen met hem het international netwerk van professionals C-lever.org verder uit te bouwen. Naast het opzetten van een businessunit ID (Inclusieve Diversiteit) is een volgende stap het opstarten van de private stichting 2ID foundation die als ruggengraatorganisatie zal fungeren voor het beheren van onze sociale projecten. Er is bijzonder veel potentieel en gezonde ambitie. C-lever.org heeft hiervoor het juiste internationaal netwerk van sterke professionals met een bruisende mix van ervaring en jonge goesting.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org:

Met de twee private stichtingen die wij oprichten, “2ID Foundation” en “Social Value Belgium”, verbreden wij onze capaciteit om in synergie met andere initiatieven bij te dragen tot een succesvolle inclusieve diversiteit en duurzaamheid in economie en samenleving. Het non-profit karakter van de stichtingen laat ons toe om initiatieven te ontwikkelen in synergie met wat wij als impactonderneming met eigen middelen kunnen. Daarnaast kunnen we ook bijkomende financiering aantrekken.

Wouter Van Bellingen, partner C-lever.org en gedelegeerd bestuurder 2ID foundation:

Eén van de eerste initiatieven van 2ID foundation is het opstarten van een talentpool van hoogopgeleide jongeren van migratie-achtergrond en hoogopgeleide nieuwkomers.  Nu onze economie terug op het niveau is van voor de coronacrisis, is de “War for talent” terug van niet weggeweest. De paradox is dat net deze twee doelgroepen het uitzonderlijk zwaar hebben op onze arbeidsmarkt.  Zo duurt het voor hoogopgeleide jongeren met migratie-achtergrond dubbel zolang om een job te vinden die matcht met hun opleiding. Daarnaast vinden ondernemingen, organisaties en overheden niet altijd de juiste profielen.

Voor nieuwkomers is er dan weer een probleem van diploma-gelijkschakeling en een gebrek voor duurzame opwaartse loopbaan. De verhalen van de taxi-chauffeur met een ingenieurdiploma of de poetshulp met een doktersdiploma uit het land van herkomst zijn legio.  Voor mij persoonlijk is de aanleiding het tragisch verhaal van Sandia Dia, de student die overleed bij een doopceremonie van de studentenvereniging Reuzegom.  In zijn zoektocht naar een netwerk voor hoogopgeleide jongeren dacht hij dit te vinden bij Reuzengom.  Met onze talentpool willen we een netwerk creeëren waarbinnen we hoogopgeleide jongeren (met migratie-achtergrond) en nieuwkomers kunnen begeleiden en waar zij elkaar duurzaam versterken.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org:

Wij zijn inderdaad overtuigd dat succesvolle carrières van hoogopgeleide jongeren met een migratie-achtergrond cruciaal zijn om extra rolmodellen te creëren en zo hun zusjes en broertjes, neefjes en nichtjes te tonen en te overtuigen dat investeren in je eigen opleiding en competentieontwikkeling wel degelijk loont.

Aangezien we met 2ID foundation sterk geloven in samenwerkingen en partnerschappen willen dit niet alleen doen. Maar samen met partnerorganisaties actief op het vlak van jongeren, studenten en nieuwkomers, maar ook met de nieuwe netwerkorganisatie van de Vlaamse Overheid (LEVL), onderwijsinstellingen, werkgeverfederaties etc. We willen de draad opnemen, waar zij soms noodgedwongen moeten lossen.  Innovatieve, duurzame oplossingen moet je immers aanbieden in een netwerk en in partnerschap. Dat was vroeger zo, is vandaag zo en zal ook in de toekomst  nog steeds zo zijn. Dit is een traditie die we koesteren.

Blijf op de hoogte van de C-lever.org via onze website en onze social mediakanalen:  Linkedin 

Naamsverandering Leopold II-laan: zo breed mogelijk gedragen, pragmatisch en visionair,

Geachte Mevrouw, voorzitter van de gemeenteraad;
Geachte Dames en Heren, voorzitters van de fracties van de gemeenteraad;
Geachte Heer, Burgemeester;

Vandaag is binnen het stadsbestuur de consensus gegroeid om de Leopold II-laan te veranderen van naam. Toen ik dit idee voor het eerst opperde 10 jaar geleden, was dit in de zijlijn van de inhuldiging van het geboortehuis van Maurits Coppieters. Omdat Maurits Coppieters naast zijn bijdrage voor het jeugdwerk en de Europese gedachte ook de eerste voorzitter was van het huidige 11.11.11. vond ik dat hij meer een laan verdiende dan Koning Leopold II. De commotie in de pers ontstond toen omdat er toen heel wat herdenkingen aan de gang waren rond 50 jaar onafhankelijkheid. Nu 10 jaar later en in het 100-ste geboortejaar van Maurits Coppieters ben ik van mening dat hij nog steeds een laan of nog beter een plein naar hem genoemd wordt. Maar dit moet niet perse de Leopold II-laan zijn. Maar ik ben overtuigd dat volgens zijn overtuiging vandaag een gekleurde vrouw zeker zijn voorkeur zou wegdragen hebben.

Zoals ik reeds aangaf zijn we 10 jaar verder. Onze stad is veranderd, geëvolueerd en diverser geworden. Daarom mijn vraag om deze naamsverandering gemeenteraad breed te steunen. En tegelijkertijd wil ik u vragen om deze naamsverandering anders aan te pakken dan we momenteel met het stadsbestuur gewend zijn. Gebruik deze naamsverandering als mogelijkheid om een dialoog aan te gaan met de hele bevolking, weliswaar met bijzondere aandacht voor mensen met migratie-achtergrond en mensen van Afrikaanse afkomst in het bijzonder. Neem daarom aub uw tijd om van deze unieke gelegenheid van iets negatief iets positief te maken waar heel de bevolking beter van wordt. Daarnaast welke oplossing of oplossingen ook uit de bus komt, zorg ervoor dat ze breed gedragen worden: pragmatisch en visionair.

Een belangrijk hulp hierbij kan de oprichting zijn van een speciale werkgroep samengesteld met experts, ervaringsdeskundigen e.a. Deze speciale werkgroep kan dan een rapport opstellen met verschillende scenario’s waarin de gemeenteraad kan kiezen. Het huidige participatieproject dat vandaag al loopt binnen onze stad is een reeds bestaand instrument dat hiervoor de nodige ondersteuning kan bieden voor de begeleiding van die werkgroep. Ook kan het stadsbestuur gebruik maken van de toekomstige handleiding die Minister van Samenleven, Bart Somers zal opstellen door experts i.s.m. de VVSG.

Daarnaast wil ik ook meegeven dat ook voor mij de schilderijen van Koning Leopold II en Koningin Marie Henriëtte, die jaren over mijn schouder meekeken bij het voltrekken van de huwelijken,  na de renovatie van stadhuis niet terug moeten komen in de trouwzaal. Een betere plaats lijkt me een museum, bv Huis Janssens waar er duiding kan geven worden rond Leopold II. 
Tenslotte wil ik jullie allemaal bedanken voor het werk dat jullie voor onze stad leveren. Het is vaak onzichtbaar, maar daarom niet minder belangrijk. Ik ben overtuigd dat welke oplossing jullie ook kiezen dit zal met het algemeen belang van onze stad in het achterhoofd. Als ik een deel van de oplossing kan zijn, ben ik hiervoor zeker bereid.

Met de meeste hoogachting,

Wouter Van Bellingen

Ere-schepen Stad Sint-Niklaas

“Opvolger van de Leopold II-laan? Dat kan zeker een gekleurde vrouw worden”: Wouter Van Bellingen, in 2007 de eerste (en nog steeds enige) zwarte schepen in Vlaanderen.

“Tien jaar geleden kreeg ik heel Vlaanderen over mij heen, toen ik voorstelde om de naam van de Leopold II-laan te veranderen. Ik werd uitgelachen, genegeerd, zelfs uitgedaagd. Maar kijk, nu is het dan toch zo ver.” Voor Wouter Van Bellingen, in 2007 de eerste zwarte schepen in Vlaanderen, mag het tijd kosten om de nodige stappen te zetten, maar hij ziet nu wel uitgelezen kansen om het ook in Sint-Niklaas anders aan te pakken. 

In januari 2007 legde Wouter Van Bellingen de eed af als eerste zwarte schepen in Vlaanderen. Daarmee zorgde hij voor een primeur, al kreeg hij geen navolging. “We zijn nu 2020. Als ik dertien jaar geleden de eerste was, zou je verwachten dat er na mij nog velen zouden zijn gevolgd. Maar dat is niet gebeurd. Ik was de eerste zwarte schepen en ik ben nog altijd de enige zwarte schepen tot nu toe in Vlaanderen.” Daarmee wil hij niet zeggen dat er niks is veranderd. Al gebeurt het wel telkens met kleine stapjes, zoals hij ook merkt als directeur van de vzw Integratiepact.

Zo ook in zijn thuisstad Sint-Niklaas, waar burgemeester Lieven Dehandschutter (N-VA) nu aangeeft dat de tijd rijp is om de Leopold II-laan van naam te veranderen. Van Bellingen pleitte daar in 2010 als schepen al voor, maar ondervond toen nog heel wat weerstand. “Eigenlijk was toenmalig burgemeester Christel Geerts (sp.a) ook voorstander. Ons progressief kartel van sp.a, Groen en SOS-2012 wilde die naamsverandering, maar binnen de meerderheid was er helaas geen meerderheid (het kartel zat toen in een coalitie met CD&V-N-VA, red). Ik zou uit de biecht kunnen klappen, maar dat doe ik niet. Ik ben vooral blij dat de CD&V-jongeren nu met het hele verhaal mee zijn. In de trouwzaal heeft trouwens ook altijd een groot portret van Leopold II gehangen. Dat heeft ook al voor veel discussie gezorgd. Het hangt er nu niet omwille van onderhoudswerken, maar ik kan me niet voorstellen dat het nog terugkomt. Wél een straatnaam veranderen, maar het portret laten hangen? Nee, dat zie ik niet gebeuren.”

“Hoopvol door jongere generaties”

“Ik ben heel blij dat alle fracties in de gemeenteraad er nu wél achter staan. In 2010 werd ik met mijn voorstel om die straatnaam te wijzigen bijna afgemaakt door sommige opiniemakers. Ik kreeg heel Vlaanderen over mij heen. Eerst lachten ze met mij, dan negeerden ze mij, dan bekampten ze mij, maar na een tijdje win je dan toch. Dat doet me plezier. In tien jaar tijd kan er dus wel wat veranderen. En dat komt vooral door de jongere generaties. Zij stemmen mij hoopvol. Jongeren groeien vandaag op in een andere, veel meer diverse wereld. Zij stellen zich vragen én ze hebben makkelijker toegang tot bronnen over alle mogelijke onderwerpen. En er wordt ook meer geluisterd, vind ik.” 

Impact van corona  

“Uiteraard heeft de dood van George Floyd in de Verenigde Staten de problematiek heel nadrukkelijk en op een schokkende manier blootgelegd. Maar er is nog veel meer dat speelt. En vergeet ook de impact van corona niet. Veel mechanismen zijn duidelijker geworden. Deze periode is een bewustwording over solidariteit en verbondenheid. Ons gedrag heeft in deze tijden immers impact op het welzijn van anderen. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Dat heeft corona heel duidelijk gemaakt.”

Gekleurde vrouw

En een nieuwe naam dan, voor de Leopold II-laan? Van Bellingen was indertijd voorstander om er de Maurits Coppieterslaan van te maken, naar de Sint-Niklase politicus (1920-2005) die het boegbeeld werd van de progressieve vleugel binnen de toenmalige Volksunie. Nu denkt hij er anders over. “Maurits Coppieters zou in 2020 honderd jaar geworden zijn, dus dat lijkt een goeie aanleiding. Maar toch denk ik dat het in 2020 beter is om voor de naam van een gekleurde vrouw te kiezen. Dat zou Coppieters ongetwijfeld zelf ook een beter idee gevonden hebben. En even belangrijk is de manier waarop zo’n naam wordt gekozen. Het zou heel waardevol zijn om daarbij de Sint-Niklazenaren met Afrikaanse roots actief te betrekken, door met hen en nog andere gemeenschappen in dialoog te gaan. Geen participatie, maar een dialoog, omdat een dialoog uitgaat van gelijkwaardigheid. Het hoeft ook allemaal niet te snel te gebeuren. Láát het gebeuren, benut deze uitgelezen kans om te tonen dat ook in Sint-Niklaas ‘everybody’s lives matter’. Een symbolisch persoon een plaats geven in ons stedelijk erfgoed, dat betekent echt wel iets.”