Tijd om eens een koffietje te gaan drinken.

Beste Nozizwe

Ik moet zeggen dat toen ik uw brief op twitter las. Ik eerst sprakeloos en dan diep ontroerd was. Je weet het niet, maar jouw kandidatuurkaartje voor de Vlaams jeugdraad staat nog steeds op mijn buro. Het was jouw moeder die bij mij langs kwam met de vraag om jou te steunen. Het deed me direct denken aan mijn eigen mama, die voor mijn eerste verkiezingscampagne in regen en wind voor mij flyerde. Ook al zei ik tegen haar dat ze dat niet moest doen. Maar je kent ze, onze moeders. We hebben het niet van vreemden.

Ook al hebben we elkaar nog nooit echt gesproken, sinds die dag voelde ik met jou verbonden. En volg ik jou op de voet. Jouw verkiezing binnen de Vlaamse Jeugdraad. En daarna als voorzitter. Ik was super fier, de eerste zwarte voorzitter van de jeugdraad. Mijn heldin.

Maar het mooiste moest nog komen. Dit jaar werd je als eerste Belgische, ‘Young European of the Year’. Een rolmodel voor jongeren in Europa. Meer dan verdiend! Ik ben overtuigd dat mensen later pas gaan beseffen wat een eer dit voor ons land was.

Weet je Nozizwe? Vandaag is het een feestdag. Bijna 70 jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens aan. Het zijn dagen als vandaag dat ik met respect terug kijk op de realisaties van het verleden. Maar het werk is nog niet af. Het werk zal nooit af zijn tot de dag dat iedereen het leven kan leven, zoals m/v/x het wil.

Ik wil je alvast meegeven dat ik je door dik en dun zal steunen. Want het publieke leven dat jij kiest, is niet makkelijk, maar is jouw weg. Een voorbeeld voor mezelf is Mathama Ghandi. Hij heeft zoveel bereikt met zijn geweldloos verzet en zijn kordate vriendelijkheid. Hij zag steeds het goede in de mens. En vooral, hij heeft nooit kwaad met kwaad vergeld.

Tenslotte wil ik je met jou een goeie raad delen, die mijn moeke me meegaf: ‘Maak nooit een compromis met jezelf. Het is een slappe houding. En het is jezelf een beetje beliegen. Sta steeds achter jouw ideeën ook al is dat soms moeilijk. Maar als je dat niet doet, verminder je jezelf en jouw zelfrespect in waarheid en liefde. Soms is dit gemakkelijk en soms heel moeilijk.’

Maar nog belangrijker is dat je weet dat je nooit alleen staat en diegene waar je het voor doet, het weten. Want op een dag krijg je dan een brief van iemand die jou heel erg bewondert.

Maar nu eerst volle gas gaan voor jouw diploma !

Met oprechte groeten,

Wouter Van Bellingen

PS

Het wordt nu echt wel eens tijd dat we eens een koffietje gaan drinken 😉

Advertenties
Categorieën:Integratiepact, Media, Mening, Pers

“Integratie is iets dat we met zijn allen en ons hele leven doen”

Elke zaterdag vraagt De Ochtend iemand om ons zijn of haar held van de week een brief te schrijven. Deze week schrijft Nozizwe Dube, studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad, een brief aan Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact.

Beste meneer Van Bellingen,

“Integratie is iets wat je heel jouw leven doet, Nozizwe”, zei mijn moeder tegen de veertienjarige ik. “En het werkt langs twee kanten. Aan de ene kant ben jij er, de nieuwkomer, die de nieuwe taal leert. Aan de andere kant de autochtonen, die ook met jou in dialoog willen gaan. Enkel zo werkt het”, voegde ze eraan toe.

Vandaag, acht jaar later, denk ik nog vaak aan integratie. Ik kan niet anders, de media en het publiek debat worden door deze en andere gerelateerde thema’s gedomineerd. A sign of the times.

Op 22 november 2017 publiceerde de Koninklijke Boudewijnstichting haar onderzoek over de institutionele discriminatie en het racisme waarmee medeburgers uit voormalige Belgische kolonies te maken krijgen. Het ging hier niet om mensen die racisme een relatief begrip maken dat gebruikt wordt voor hun persoonlijke mislukkingen. Het onderzoek toonde de structurele afwezigheid van kansen en de institutionele discriminatie van veel zwarte medeburgers in het onderwijs, de arbeids- en huisvestingsmarkt. Het onderzoek houdt ons als Belgische samenleving een spiegel voor.

Donderdag 7 december 2017 las ik met veel interesse uw interview over het integratiepact in De Standaard. U kondigde aan dat het integratiepact, waar u al een tijdje aan werkt, een systeemverandering wil waarmaken. U wilt vooral geen pact waar iedereen snel zijn handtekening onder zet en er vervolgens niet meer naar kijkt.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen. Nee, integratie is iets dat we met zijn allen en voor ons hele leven doen. Onze maatschappij is toch voortdurend in verandering?

Het vraagt het grootste doorzettingsvermogen en passie om je in te zetten voor een duurzaam project dat de institutionele struikelblokken, die in de weg staan van gediscrimineerde medeburgers, wegwerkt. Het vergt veel geduld om voorbij de polarisering te durven kijken en in stilte voort te timmeren aan een project waar de hele samenleving mee vooruit gaat.

Tussen het rumoer van de doemdenkers en de afwezigheid van verontwaardiging uit politieke hoek over structurele discriminatie, deed het deugd om te zien dat er wel nog mensen zijn die actief op zoek gaan naar oplossingen.

Mijn bewondering voor uw werk is groot, meneer Van Bellingen.

Met vriendelijke groeten,

Nozizwe Dube

Nozizwe Dube (22 jaar) is studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad. Ze schrijft dit brief in eigen naam.

https://radio1.be/integratie-iets-dat-we-met-zijn-allen-en-ons-hele-leven-doen

Categorieën:Integratiepact, Media, Pers

Beste Moeke,Hoe kan ik je ooit bedanken voor alles wat je voor mij deed en nog steeds elke dag doet voor iedereen die jou dierbaar is. Libelle, pagina 50

Ik kan je bedanken omdat je me steeds door dik en dun steunt. Maar ook dat je me leerde me geen ideeën te laten aanpraten waar ik niet achter sta. Je leerde me dat ik steeds mezelf moet blijven en moet uitvoeren waarover ik praat. Dat het eenvoudig is met iedereen te leren omgaan, zolang je maar in elke persoon de mens ziet. En dat als ik steeds onthoud dat iedereen dezelfde rechten en plichten heeft, niemand me die levenswaarden ooit kan afnemen. Ik kan je bedanken dat je me leerde dat ik veel kon leren door te lezen, te praten met en te luisteren naar elkaar. Dat ik niet mag vergeten dat mensen niets anders dan woorden en gebaren hebben om zich kenbaar te maken.

Je vertelde me dat velen voor mij reeds een moeilijke weg zijn gegaan. Maar dat het geweldloze verzet van Ghandi steeds uw grote voorbeeld in uw leven is. Dat hij zoveel heeft kunnen bereiken met geweldloos verzet, kordate vriendelijkheid en zonder kwaad met kwaad te vergelden. Je leerde me dat ik iedereen moet nemen zoals hij of zij is. Met al hun variaties en vooral door alleen het goede te zien. Dat ik nooit mag vergeten dat iedereen het recht heeft hier op deze aarde te leven en het beste voor zijn gezin te zoeken.

Moeke, ik wil je bedanken dat je me steeds herinnerde aan een tweede moeder die zorgde dat jij mijn moeke kon zijn. Ik probeer in de mensen, net zoals jij, ‘godschepsels’ te zien. En me te laten leiden door mijn lach en mijn verantwoordelijkheidszin. Je leerde me ook dat van mensen houden zoals ze zijn soms pijn doet, maar ook veel geluk geeft. En dat men alleen aan dat idee kan werken door onze eigen houding. Het idee dat jij mij, maar ook je kinderen en kleinkinderen, meegeeft in ons leven. 

Moeke, ik wil je bedanken dat je me waarschuwde dat het leven dat ik kies niet makkelijk is, maar dat er geen andere weg is. Maar ook dat ik nooit een compromis met mezelf mag maken, omdat dat een slappe houding is, een beetje jezelf beliegen. Dat ik steeds achter mijn ideeën moet staan ook al is dat soms moeilijk. Maar als ik dat niet doe ik mezelf en mijn zelfrespect in waarheid en liefde verminder. Soms gemakkelijk en soms heel moeilijk. 

Moeke, daarom wil ik graag ook één van jouw dromen nastreven. Ook al moet je daarvoor even de sociale kruidenier twee dagen in andere handen laten. Moeten jouw dierbaren twee dagen even voor zichzelf zorgen. En zal uw hondje, poes, kanarie… je even moeten missen. Weet je nog toen wanneer ik klein was we samen met paps op citytrip naar Parijs gingen. En toen je later zei dat het jouw droom was om naar Spanje te gaan. Ik vertelde toen dat het beter was om jouw droom niet uit te voeren omdat je dan geen droom meer had. Eigenlijk hadden we het toen financieel te moeilijk omdat paps zwaar ziek was. En daarom ben ik blij dat we nu toch uw droom kunnen waarmaken. Een citytrip naar Spanje. En laten we samen daar op paps zijn verjaardag een terrasje doen. En in de toekomst hiervan een jaarlijkse gewoonte van maken.

Moeke, bedankt voor alles.

Liefs,

Jouw dankbare zoon Wouter.

 

Libelle, p 50

Categorieën:Pers, Sint-Niklaas

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

 ‘Allochtonen zullen nooit integreren op onze voorwaarden’, artikel Jelle Henneman.

De enorme kloof tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht in een voor iedereen hertimmerde samenleving, schrijft journalist Jelle Henneman.De Engelse th-klank in woorden als think en mother dreigt uit de taal te verdwijnen omdat de vele immigranten in Groot-Brittannië hem ook na generaties maar niet onder de knie krijgen. Linguïsten voorspelden recent dat tegen 2066 niemand de tongbreker, uitgesproken met een lichte tik van de tong tegen de bovenste tandenrij, nog zal gebruiken. Ook de autochtone Engelsen niet.

Mother en think worden dan gewoon muvver en fink . Het th-overblijfsel uit het Cockney-dialect en het zogenaamde received pronunciation zullen niets meer dan een anachronisme zijn. In dat artikel uit The Telegraph zit een boodschap, maar die heeft niets met het Engels te maken.
De les die de ten dode opgeschreven ‘th’ voor ons allemaal in petto heeft, is dat migranten samenlevingen veranderen. En niet alleen de taal, of andere onverdachte veranderingen als onze culinaire traditie of de sporthelden die we toejuichen. Samenlevingen die geconfronteerd worden met grote groepen migranten veranderen fundamenteel; in de waarden die ze voorstaan, en in het beeld dat ze van zichzelf hebben en uitdragen. Extreemrechts heeft gelijk. En dat is geen mening, laat staan een wens, wel een realiteit die onvermijdelijk opduikt uit de geschiedenis van landen en culturen die zo’n verandering al hebben doorgemaakt.
Het blijft een lacune in het Europese debat rond diversiteit dat de ervaringen van zulke landen niet worden meegenomen. We kijken naar diverse samenlevingen als de Verenigde Staten, Canada of zelfs het oude Romeinse Rijk alsof die altijd een etnische en religieuze mengelmoes waren. Terwijl zij allemaal op het punt hebben gestaan waar Europa zich nu zo druk over maakt. De grote migraties van de negentiende en begin twintigste eeuw veranderden de VS van een gemeenschap die zich definieerde als blank Angelsaksisch en protestants in een natie die verder ging onder de vlag van de Amerikaanse droom, waar iedereen alles kon bereiken.
Het diepconservatieve blanke Canada veranderde in de jaren zeventig in een land dat het multiculturalisme – in Europa stilaan synoniem met een naïeve ideologische dwaling – officieel inschreef als een deel van de nationale identiteit. Geloofde je er niet in, dan was je prompt geen echte Canadees meer. En het Romeinse keizerrijk dat na de eerste veroveringstochten vorm kreeg, stond voor een compleet ander wereldbeeld dan de etnisch gedefinieerde republiek.
Bechamelsaus
De bewijslast van de geschiedenis staat in schril contrast met wat wij vandaag van onze diversiteit verwachten. Nog steeds blijven politici en opiniemakers ervan uitgaan dat burgers met een migratieverleden of -achtergrond zich zullen integreren in het waardepakket dat de traditionele bevolking hun voorschotelt.
Afhankelijk van de politieke ideologie gaat die geëiste integratie verder of minder ver – van alles behalve ‘bloemkool met bechamelsaus’ (de woorden van de Antwerpse N-VA-diversiteitsschepen Fons Duchateau) tot de almaar herhaalde verlichtingswaarden rond religie, vrouwen en seksualiteit. Maar het is allemaal praat voor de vaak. Zo’n integratie op onze voorwaarden komt er niet. Eenvoudigweg omdat ze in al de keren dat ze in de geschiedenis al luidop geëist is door gastsamenlevingen (en dat is een constante), nooit is voorgekomen. Nooit.
Het is de hoogste tijd om dat schijngevecht te stoppen. De enorme kloof die in zowat heel Europa gaapt tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht als we allemaal mee het bad in worden getrokken van een voor iedereen hertimmerde samenleving. Waar er opnieuw zal moeten worden gesproken over de plaats van religie – en nee, het maakt niet uit dat we die strijd gestreden dachten te hebben. Waar seksualiteit weer bevochten zal worden, ook voor vrouwen en homo’s. En waar de definitie van wat het betekent om Belg of Europeaan te zijn niet langer alleen in de handen blijft van zij die al het langst tot die groepen behoren. Het is tijd dat onze leiders de moed opbrengen om die realiteit eerlijk te verkondigen, en ze als basis te nemen voor het diversiteitsbeleid.
Nieuwe ‘wij’

Dat ook het ‘wij’ zal veranderen, is een open deur intrappen. In de grote steden wordt het stilaan moeilijk om pratende jongeren blind in autochtoon en allochtoon op te delen. Maar het zal veel verder gaan. Dragen meisjes binnenkort allemaal een hoofddoek? Hoegenaamd niet. Maar is het ondenkbaar dat de jeugd het zelf niet meer gepast zal vinden om in een niemendalletje op een strand te verschijnen? Misschien wel.

Zullen komende generaties zich later schamen om onze koloniale geschiedenis, en de monumenten en Zwarte Pieten die daaraan herinneren eensgezind in de ban slaan? Perfect mogelijk. Wordt de aanklacht tegen onverdoofd slachten de aanzet voor een ethische benadering van de hele veeteelt? De eerste discussies gaan in die richting. Hoe het nieuwe ‘wij’ eruit zal zien, valt onmogelijk te voorspellen. Maar het zal niet zo comfortabel dicht liggen bij wat we gewend zijn als we nu denken.

aantal lezers: 45.460
Jelle Henneman, Knack online

Categorieën:Media, Mening, Pers

Superdiversiteit beroert onze samenleving.

Openingsspeech n.a.v. de OpenForumdag, 10 december 2016, deSingel, Antwerpen.

Voor u staat een fiere voorzitter. Om de 2 jaar mogen we elkaar ontmoeten op onze Open Forumdag. Ook dit jaar. En we zijn blij dit jaar te gast te zijn in DeSingel. Hier in Antwerpen.  
Zeventig jaar geleden kwamen de eerste Italiaanse gastarbeiders naar deze contreien om er hun jeugd en leven te geven in de mijnen. Twintig jaar later volgden de Marokkanen en de Turken. En nog eens twee generaties later bestaat onze samenleving uit mensen met de meest uiteenlopende achtergronden. Onze steden evolueren in een ijltempo naar ‘majority-minority cities’ zoals de academici ze benoemen. Wereldsteden zoals New York, Sao Paolo, Toronto of Sydney zijn al langer voorbeelden van “majority-minority cities” – steden waar de meerderheid van de bewoners uit een brede waaier van minderheden bestaat. Vandaag behoren Amsterdam, Rotterdam en Brussel, maar ook Genk tot die categorie. De stad Antwerpen, Gent en Leuven zijn morgen aan de beurt. Een evolutie die niet te stoppen is, en waar, tot spijt van wie het benijdt, niemand ook schuld aan heeft of de oorzaak van is. 

 
Op 1 augustus van dit jaar, pal in het midden van de vakantie – het volgende schooljaar leek nog een eeuwigheid weg – was een tiener uit Genk op vakantie in het land van zijn voorouders. Waar het noodlot toe sloeg. Na een tragisch ongeval raakte hij in een diepe coma, om enkele dagen later te overlijden. Toen enkele kranten dit nieuws oppikten, en berichtten over een Vlaamse jongen uit Genk die in Marokko was omgekomen, gingen de haatsluizen open. Tientallen, honderden mensen toonden geen enkele schroom, betuigden geen medeleven, maar zagen zijn de van een jongen wiens leven nog moest beginnen als een aanleiding om te feesten. Hoe is het in hemelsnaam zo ver kunnen komen? 

 
Laat me duidelijk zijn: de hatespeech en de haatmails die steeds meer de kop opsteken en symptomatisch zijn voor een breder maatschappelijk fenomeen worden, gaan niet over het uitdragen van een mening , gaan niet over het hebben van een opinie, maar zijn zeer specifiek en doelbewust gericht op het schaden van de waardigheid en op het ontmenselijken van personen en groepen. Stereotyperende en discriminerende commentaren, hoe subtiel ze ook mogen gebracht worden, vervuilen het openbare domein en verzieken het sociaal weefsel van onze samenleving. Het is een kanker die om zich heen grijpt, en het is pas wanneer de kanker is uitgezaaid dat we beseffen hoe ernstig we gevaar lopen. 

 
Het wordt tijd dat we diep beseffen dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten, dat we allemaal deel uitmaken van hetzelfde tijdsgewricht dat nu eenmaal door globalisering, migratie en superdiversiteit wordt gekenmerkt. Niks aan te doen, niemand zijn schuld, het is gewoon zo. De wereld draait door. Ook in Vlaanderen. 

 
De nieuwe demografische realiteit die zich opdringt aan Vlaanderen vraagt om transitie, om verandering, om vooruitgang. Willen we van onze samenleving, een leefbare samenleving maken, dan moeten we op zoek gaan naar een respectabele manier om met elkaar in dialoog te gaan. 

Is het niet de hoogste tijd om te erkennen dat onze samenleving nood heeft aan nuance, aan dialoog, aan wederkerigheid?

 
Integratie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is een pad dat we samen bewandelen, een proces dat stap-voor-stap verloopt, waarbij we inspanningen doen om echt naar elkaar te luisteren, zonder telkens het eigen gelijk uit te willen dragen. Samen betekent met elkaar. Het uitsluiting van groepen leidt naar segregatie. Segregatie leidt tot een samenleving waarin gedeelde waarden, een gedeelde ethiek en een gezamenlijke toekomst naar de achtergrond verdwijnen. Is het dat wat we willen? 

 
Een superdiverse samenleving is geen gemakkelijke samenleving. Maar het is wel onze samenleving. Het is de samenleving waarin we onze kinderen en kleinkinderen zullen zien opgroeien, sporten, studeren, werken en liefhebben. Welke erfenis geven we hen door, met welke denkbeelden voeden we hen op? De erfenis die wij nalaten zal de maatstaf zijn waarmee onze kinderen, onze kleinkinderen en achterkleinkinderen ons later zullen beoordelen. 

 
Daarom gaan we ook op vraag van de Vlaamse Regering samen met de werkgevers, de vakbonden, de onderwijskoepels en de steden en gemeenten het integratiepact uitvoeren. Een ambitieus project dat discriminatie moet bestrijden, maar ook vooral wederzijds respect moet bevorderen. Nieuwe oplossingen moet bieden om harmonisch samen te leven. En omdat het voor ons als Minderhedenforum menens is, zal onze huidige directeur Wouter Van Bellingen dit huzarenstukje leiden. Omdat hij het juiste profiel, de juiste ervaring en het juiste netwerk heeft. Kortom de juiste man, op de juiste plaats is. Samen met de nieuwe directeur en onze huidige adjunct-directeur wordt zo ons huidig management professioneel versterkt..  

Ik ben dan ook zeer verheugd dat jullie hier vandaag op deze internationale dag voor mensenrechten zo voltallig aanwezig zijn. Het stemt hoopvol dat zo veel gasten en sprekers zich hebben willen engageren om mee een statement te maken, om hun bezorgdheid over de toekomst te uiten en samen met jullie na te denken over hoe we die toekomst op een hoopvolle manier kunnen vormgeven. 

Hüseyin Aydinli, voorzitter Minderhedenforum 

Categorieën:Mening, Minderhedenforum

De stem van de nieuwe generatie, Anissa Boujdaini.

Openingsspeech n.a.v. de OpenForumdag, 10 december 2016, deSingel, Antwerpen.

Ik kan geen introducerende analyses geven over superdiversiteit. Ik ben geen beleidsmaker, noch heb ik enig onderzoek gedaan over onze samenleving, geen socioloog, geen politicus. Al betwijfel ik of die laatste wel meer zou kunnen zeggen over onze maatschappij, maar goed. Ik kan alleen spreken over wat ik denk te weten en wat ik weet te ervaren.
De onderwerpen die vandaag aan bod zullen komen, zijn heel breed. En ik gok dat ze voor inspiratie zullen zorgen, voor een boost, voor nieuwe inzichten, voor een connectie met gelijkgezinden en een uitdaging door andersdenkenden; en misschien wel voor een nodige dosis hoop. Dat hoopvol feestje wil ik zeker niet negatief beginnen. Maarrr …

Er wordt mij gezegd dat we in een superdiverse samenleving leven en ik ben ervan overtuigd dat ik dat vandaag nog vaak genoeg zal te horen krijgen. Maar of ik ook dat gevoel heb, is een andere zaak. Het idee is al snel dat er tegenwoordig zoveel culturen en overtuigingen aanwezig zijn in onze samenleving, dat ze niet te ontkennen vallen en dat er niet één cultuur is dat boven de ander uitsteekt. Het trieste is dat dat beeld onder die noemer van superdiversiteit, gewoonweg niet klopt. Er is wél sprake van dominantie van de ene cultuur boven de ander. Praten over superdiversiteit mag dus niet inhouden dat we denken dat alle culturen op een gelijk niveau gezet worden, dat is niet het geval. Denken dat onze samenleving dat wel doet, is meteen bouwen op een fundering die niet klopt. Deze superdiverse samenleving zoals die vandaag bestaat, is blind voor de aanwezigheid van Afrikaanse culturen, van Aziatische culturen, van verschillende geloofsovertuigingen. Deze culturen en overtuigingen kunnen dan wel zo hard aanwezig zijn dat ze niet te ontkennen vallen, in het bevestigen van hun aanwezigheid, worden diezelfde culturen genegeerd of aangevallen. In welke mate kan dan gezegd worden dat de superdiverse samenleving al bestaat?

We leven in een België waarin er geen rekening wordt gehouden met de bezorgdheden en gevoeligheden van mensen uit andere culturen. Zwarte Piet is zonder die consideratie, nog steeds racisme. We leven in een België waarin witte armoede en zwarte en bruine armoede wordt gelijkgesteld aan elkaar. Mensen blijven blind voor machtsstructuren die armoede bij etnisch-culturele individuen in de hand werkt. Maar misschien is arbeidsdiscriminatie, net zoals racisme in z’n geheel, ook relatief. We leven in een vrouwonvriendelijk, patriarchaal België waarin moslimvrouwen zo goed mogelijk worden geweerd uit de maatschappij zolang ze er niet wit en westers genoeg uitzien en waarin vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen. In een België dat wetten wil maken die duidelijk gericht zijn tot het beperken van de geloofsvrijheid van één geloofsgemeenschap. Wat een geluk dat wij moslims heel wat rituelen delen met de joodse gemeenschap. We leven in een België dat Westerse waarden en culturen nog steeds superieur acht. Waarin witte mensen nog steeds verbaasd doen tegen mensen met een etnisch-culturele achtergrond omdat ze zo goed geïntegreerd zijn, ook al zijn ze hier geboren. Waarin vijf keer per dag bidden een eerste indicatie voor religieus-extremisme is. In een België waarin een minister na zijn racistische brochures voor migranten, durft te zeggen dat we nieuwkomers veel duidelijker moeten uitleggen waar onze open en vrije samenleving voor staat. Als dit het België is waarin we leven, het Antwerpen waarin we leven, dan denk ik dat we anderen helemaal niks te leren hebben over wat een open en vrije samenleving is. Vandaag zou dan ook een les voor onszelf moeten zijn.

Als ik denk aan superdiversiteit, dan denk ik ook aan termen als “wij/zij denken” – en vooral het verlaten ervan – en “bruggenbouwers”. Wat het verlaten van het wij/zij denken betreft, ligt volgens mij het probleem helemaal niet in het bestaan van een “wij” en een bestaan van een “zij”. Het probleem ligt in de manier waarop “zij” en “wij” met elkaar omgaan en in het denken dat de verwevenheid van wij en zij een oplossing zal bieden. Wij moeten helemaal niet worden tot één geheel, daarin zit geen oplossing en alleen maar ontkenning. Ik ben met mijn cultuur en mijn geloof niet hetzelfde als “zij” en ik zal dat ook nooit zijn. Ik heb die wil niet. Dát is wat aanvaard moet worden om de negatieve effecten van het wij/zij denken tegen te gaan. Daarvoor moet ruimte ontstaan en bestaan.

Eenzelfde probleem doet zich voor in de wil om bruggenbouwers te zijn. Als we bruggen willen bouwen over rivieren van ontkenning van problemen, ontkenning van machtsstructuren, ontkenning van racisme en ontkenning van beperkingen van vrijheden, als we bruggen willen bouwen naar de andere kant waar diezelfde elementen aanwezig zijn, dan hoef ik helemaal geen bruggenbouwer te zijn.

Maar laat ik positiever eindigen. En ik eindig positiever door naar mijn eigen generatie en zelfgekozen leermeesters te kijken. Als ik kijk naar mijn eigen generatie en individuen met een gedeelde achtergrond, als ik kijk naar mijn dichte kring van artiesten, dan merk ik dat de wil om aanvaard te worden door deze samenleving steeds minder bestaat. Deze generatie die leert van en steunt op de eerdere generaties, begeeft zich in vele domeinen en staat op verschillende podia (de ene individu al wat compromislozer dan de andere). Mijn generatie beweegt, creëert en vraagt niet om goedkeuring. En dat vind ik een heel positief gegeven. Ik eindig dan ook graag met Stokely Carmichael in gedachten. Er is nog heel wat mis met deze superdiverse samenleving. Elk pijnpunt moet aangeraakt worden en wij zijn, naar de woorden van Carmichael, jammer genoeg van een jongere generatie die niet zo geduldig noch zo vergevingsgezind is als de eerste generaties. De onbereidheid om in het verleden rechtvaardig om te zijn gegaan met de eerste of eerdere generaties betekent dat deze maatschappij nu te maken krijgt met een jonge generatie die niet vraagt, maar neemt. Die zich op eigen voorwaarden begeeft in deze samenleving, superdivers of niet.
Anissa Boujdaini

Categorieën:Mening, Minderhedenforum
%d bloggers liken dit: