Gekleurde Belgen zijn het moe om weer te moeten uitleggen hoe diep het racisme zit: “Dat is bijna een marteling”

Gekleurde Belgen zijn het moe om weer te moeten uitleggen hoe diep het racisme zit: “Dat is bijna een marteling”

“Ge moogt dat weten van mij: ik ben een Club Brugge-fan. Altijd geweest. Maar nu zeg ik het met schroom. Zondagavond dacht ik: Wouter, tijd om een nieuwe club te gaan zoeken.” Aan het woord is Wouter Van Bellingen, oud-politicus en ondernemer uit Sint-Niklaas, en destijds de eerste zwarte schepen in Vlaanderen. “Ik was beschaamd, jong. Het deed pijn. Ik voelde de pijn van Vincent Kompany.”

Daar stond de trainer van Anderlecht, het Belgisch voetbalicoon, na de topper tegen Club Brugge. Met een microfoon onder zijn neus, een krop in zijn keel en bijna tranen in zijn ogen. Een wedstrijd lang was hij uitgemaakt voor bruine aap. Hij was gedegouteerd en teleurgesteld. Die racistische roepers in dat Brugse stadion hadden zijn emmer doen overlopen. Een emmer waarin het voortdurend druppelt, voor elke gekleurde mens in ons land, zegt Van Bellingen.

“En het blijft zeer doen. Elke keer. Eigenlijk is het een trauma. Elk racistisch voorval is een kwetsuur. Kwetsuren genezen. Maar het blijven littekens, die nu en dan weer worden opengereten. Dat is wat er met Kompany is gebeurd. Niet eventjes, maar een hele match lang. Dat is bijna een marteling, hé. Ik ontwijk het soms. Ik kijk naar sommige series of documentaires niet als ik weet dat er virulent racisme in voorkomt. Om er niet mee geconfronteerd te worden.”

Lelijke berichten en bedreigingen

Wordt hij er nog vaak mee geconfronteerd in zijn dagelijks leven? Hij schiet in een schaterlach. Het duurt even voor hij eruit raakt. “Maar wat een vraag, toch. Ja. Ik word morgen niet ineens wit, hoor.” Maar het heeft geen zin om dat soort anekdotes te blijven oprakelen, zegt hij. Hij voelt een zekere moeheid om er telkens opnieuw over te spreken. Het is een moeheid die doorschemert bij meer gesprekspartners.

Een gekleurde bekende kop zegt het zo: “Hoe belangrijk ik het ook vind om het over dit onderwerp te hebben, ik durf er niet goed op in te gaan. Elke keer als ik het wel doe, stroomt mijn mailbox vol met lelijke berichten en bedreigingen. Daar heb ik even geen zin in. Zeker niet met de kerstdagen in aantocht.”

Paul Beloy, die in de jaren 70 een van de eerste zwarte voetballers op Vlaamse velden was, en meer recent het boek Vuile zwarte schreef, over racisme in het voetbal, is het heel duidelijk moe. “Hierover praten heeft geen zin meer. Ik praat er al jaren over, en ik zie geen enkele verandering. Waarom bel je me trouwens nu, en niet wanneer Aboubakary Koita van Sint-Truiden wordt beschimpt? Denk je dat dat minder erg is voor die mens, voor zijn kinderen, voor zijn gemeenschap? Nee. Maar pas als het de grote Kompany overkomt, komt er reactie. Let op: ik bewonder Vincent Kompany, en het is dankzij hem dat er iets beweegt. Maar het punt is dit: ondertussen is het bestuur van de Pro League nog altijd even wit. Is dat een weerspiegeling van de maatschappij? Nee. Dus doe daar iets aan, in plaats van aan mij te vragen wat er moet gebeuren.”

Belga, Paul Beloy

Gefrustreerde ouders

Wouter Van Bellingen kent het gevoel. “Je kan blijven incasseren. Je kan het blijven verdragen. En dan denk je: wat moet ik nu nog meer doen? Vincent Kompany heeft zich afdoende bewezen. Hij heeft zoveel gedaan voor dit land. Hij is een voetbalgrootheid. En ik kan geloven dat hij zich zondagavond opnieuw voelde als een jongetje van twaalf dat beschimpt wordt.”

En Kompany hééft het meegemaakt als jongen, zegt Denis Odoi, die nu bij Fulham speelt, over het water. Net zoals hijzelf. “In mijn jeugd, toen ik bij Anderlecht speelde, gebeurde het vaker. Wij domineerden, wij haalden grote uitslagen. En dan waren het vooral ouders langs de zijlijn die gefrustreerd raakten. En wat ligt dan voor de hand? Kappen op de kleur van iemand anders. In het begin komt dat binnen. De eerste keren huil je. Maar na vijf keer heb je dat wel gehad. Racistische commentaar? Ik ben ermee opgegroeid, ik ken het al lang, en het doet mij niks meer.”

“Nu heb ik zelf kinderen”, zegt Odoi. “Als zij die commentaren zouden krijgen, mijn vrouw zou ontploffen. Zij is blank, zij heeft die ervaring niet. Ik zou zeggen: laat het vallen. Omdat ik weet dat de samenleving zo is. En ze zal niet veranderen.” Hij twijfelt even. Hij wil positief zijn. “Ik wil geloven dat de samenleving meer en meer divers wordt. Jonge Belgen groeien op met zwarten in de klas. Met Marokkanen, met Aziaten. Dat is hun straatbeeld. Op de duur wordt diversiteit een evidentie, voor opgroeiende jongeren. En dan wordt racisme misschien minder vanzelfsprekend.”

Roken op café

“Racisme zal blijven bestaan”, zegt ook Wouter Van Bellingen. “De vraag is: hoe ga je ermee om, als samenleving. Ik wil een analogie maken. Het rookverbod: was daar een draagvlak voor, op voorhand? Nee. Maar nu kan niemand zich nog voorstellen dat we roken op café. Sommige maatregelen moet je gewoon doorvoeren, omdat ze nodig zijn. Dus: neem maatregelen voor meer diversiteit. Zorg dat er meer kleur komt in de bestuurskamers van het voetbal. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid: van spelers, ouders, trainers, scheidsrechters én besturen. Ik was in 2007 de eerste zwarte schepen van Vlaanderen. Vandaag moet de tweede er nog altijd komen. Hoe is dat mogelijk? Er zijn genoeg instrumenten voorhanden. Gebruik ze. De tijd van actieplannen is voorbij, het is nú tijd voor actie.”

Hij lacht. “En als dit incident ervoor zorgt dat er nu effectief iets gedaan wordt, dan kan het nog goedkomen, tussen Club Brugge en mij.”

Jesse Van Regenmortel

Nieuwsblad

De duurzame dood

Van het voedsel op ons bord tot het dak boven ons hoofd: op heel wat vlakken proberen we ons leven te vergroenen. Ook ons levenseinde zou duurzamer kunnen, vinden steeds meer begrafenisondernemers. ‘Uitvaarten laten veel sporen na op onze planeet.’


Tegen 2060 zullen we jaarlijks honderd miljoen mensen begraven, berekende Julie Rugg, onderzoekster aan de universiteit van York. Een gigantisch aantal, terwijl we wereldwijd steeds minder ruimte hebben. Een uitdaging voor de uitvaartsector, die op zoek moet gaan naar begrafenisrituelen met een zo klein mogelijke impact op het milieu. ‘Uiteraard zijn we daar voorstander van’, zegt Thomas Heiremans van Uitvaartunie Vlaanderen, de Vlaamse federatie van uitvaartondernemers. ‘We staan als sector open voor nieuwe ontwikkelingen zoals resomatie of watercrematie, waarbij het lichaam opgelost in plaats van verbrand wordt. In Nederland onderzoeken ze die mogelijkheid al, in België lopen de gesprekken met de overheid moeizamer. Onbekend is onbemind, maar als blijkt dat deze manier van cremeren duurzamer is, moeten we dat durven te bekijken.’
De hele keten moet onder de loep genomen worden, zegt Heiremans. ‘Op veel plaatsen moet je nog steeds naar het stadhuis of gemeentehuis om de administratie bij een sterfgeval te regelen. Waarom niet meer digitaliseren en zo voor minder verplaatsingen zorgen?’
Elke verandering loopt in de uitvaartsector vaak trager, erkent Heiremans. ‘Een overlijden gaat gepaard met sterke emoties. Mensen grijpen in zo’n situatie snel terug naar wat vertrouwd is. Uitvaartondernemers zullen zelf alternatieven moeten aanreiken aan de families die ze begeleiden.’


Vanessa Boel biedt met Trøst uitvaarten aan met een kleinere ecologische voetafdruk
‘De uitvaartsector is big business. Economisch gezien een verhaal van groei en bloei, maar ecologisch gezien vooral een verhaal dat sporen nalaat op onze planeet. Een kist moet wettelijk voldoen aan de Vlaamse milieunormen, maar hoe streng wordt dat gecontroleerd? Een ‘ecokist’ uit onbehandeld, duurzaam gekapt hout heeft soms nog een bodem van spaanplaat, of een binnenbekleding van polyester. Ook de kledij van de overledene moet volgens de wet uit natuurlijke, afbreekbare materialen bestaan zoals katoen of linnen. Maar hoeveel uitvaartbegeleiders letten daarop?
‘Ik wil al die schakels in de ketting onder de aandacht brengen en mensen wijzen op de keuzes die ze kunnen maken. Want elke keuze heeft een impact. Ik werk zo veel mogelijk samen met lokale, duurzame ontwerpers en leveranciers, bijvoorbeeld voor drukwerk en catering. Ik beperk mijn verplaatsingen, werk niet met ingevlogen bloemen en bied alternatieven aan voor de klassieke lijkkist, zoals een lijkwade met baar uit natuurlijke materialen of een mand van wilgentakken. Ook in het laatste hoofdstuk van ons leven mogen we ons kritisch denken niet verliezen. Het kan anders.’

Rayah Wauters maakt met Nauwau urnen uit resthout
‘Als een dierbare sterft, krijg je als nabestaande vaak een catalogus onder je neus geduwd vol seriematige producten waarvan je niet weet in welke omstandigheden, door wie of uit welke materialen ze gemaakt zijn. Er is nog veel verbetering mogelijk in de uitvaartsector wanneer het gaat over producten die goed zijn voor de omgeving en voor iedereen die in die omgeving leeft. Met Nauwau wil ik mijn steentje daaraan bijdragen, hoe klein ook.
‘Toen ik als ontwerper een manier zocht om dingen te maken zonder kostbare grondstoffen uit te putten, kwam het idee om met resthout te werken. Mijn man Niels is boomverzorger, zijn bedrijf levert al mijn hout. Dat brengt beperkingen met zich mee, want Niels en zijn collega’s zullen altijd eerst kijken of er geen betere oplossing is dan een boom te kappen. Voor mij als houtbewerker geen goede zaak, maar ik sta volledig achter die keuze. Is er geen hout, dan kan ik even niets maken, zo simpel is het. Bepaalde houtsoorten vallen erg in de smaak bij de mensen die hier langskomen, maar ik zal nooit speciaal een boom laten vellen of hout aankopen. Ik wil trouw blijven aan mijn eigen waarden.’


Wouter Van Bellingen is voormalig schepen van Begraafplaatsen in Sint-Niklaas
‘De dood hoort bij het leven, en toch blijven we er het liefst zo ver mogelijk van weg. Toen ik tien jaar geleden als schepen voorstelde om een natuurbegraafplaats aan te leggen (waar enkel assen uitgestrooid of biologisch afbreekbare urnen begraven kunnen worden, nvdr), wekte dat in eerste instantie flink wat weerstand op. Mensen zijn gewend aan een klassiek kerkhof met strakke paadjes, kort gemaaid gras en stenen grafzerken. Daar verandering in brengen, lag heel gevoelig. Intussen merken we dat de geesten geëvolueerd zijn.
‘Een grote troef van een natuurbegraafplaats is het intensieve ruimtegebruik. Een kerkhof dat je om de zoveel jaar moet uitbreiden, dat kun je niet volhouden. Hier zijn de graven anoniem – er worden geen grafstenen geplaatst of concessies verleend – waardoor je veel meer mensen kunt begraven op een kleinere oppervlakte. Op een natuurbegraafplaats is het ook veel gemakkelijker om mensen te overtuigen van een ecologisch groenbeheer. Op een klassiek kerkhof krijg je al snel klachten wanneer de grasperken er niet netjes bij liggen. Hier voeren we een extensief groenbeleid, en mag de natuur vooral haar gang gaan. Steeds meer mensen zien de meerwaarde in van een natuurbegraafplaats als een meer duurzame, maar ook rustgevende plek. Wandelen tussen de bomen kan heel troostend zijn.’


Door Lien Lammar, Knack

Wouter Van Bellingen wordt partner bij C-lever.org en gedelegeerd bestuurder bij de private stichting 2ID Foundation.

Donderdag 29 juli 2021 — Brussel – Impactonderneming C-lever.org kent sinds de oprichting in 2017 een stevige groei en is klaar voor nieuwe stappen. Sociaal innovator en oud-politicus Wouter Van Bellingen komt aan boord als partner om samen met oprichter en managing partner Patrick Stoop en andere partners de verdere uitbouw mee vorm te geven.

C-lever.org is een Belgische, impactonderneming gedreven door een internationaal netwerk van toegewijde professionals, die werken aan inclusieve ontwikkeling op organisatorisch, institutioneel, sociaal-economisch, cultureel en ecologisch niveau.  Als gevestigde waarde met een diverse en zowel Belgische als internationale klantenportefeuille – met onder meer EU, UN, OECD, Enabel, GIZ, AFD, Vlaams Parlement, FIRM, Beyond Chocolate, GISCO, vele ngo’s, enz. – verwierf C-lever.org ondertussen een stevige positie in de markt.   Vanuit een faciliterend platform levert C-lever.org sociaal innovatieve oplossingen die zowel haar klanten als de gemeenschappen waarmee ze werkt ten goede komt en herinvesteert zij 60% van haar nettowinst ter ondersteuning van empowerende en duurzame initiatieven.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org: “We willen verder groeien, maar we wel binnen onze waarden en manier van werken en steeds gericht op het fungeren als hefboom voor inclusieve en duurzame ontwikkeling.  Om meer te kunnen bijdragen tot positieve impact willen we de basis van onze onderneming steviger maken. Steeds meer ondernemingen, organisaties en overheden zien de meerwaarde van inclusieve diversiteit en van het gericht werk maken van positieve impact voor mensen en voor het milieu; dit is nog versterkt sinds de coronacrisis. Met Wouter Van Bellingen halen we nu een strateeg aan boord die ons kan bijstaan om een breed en inclusief antwoord te bieden op deze stijgende vraag. Ik ken Wouter via zijn engagement bij ENAR (European Network Against Racism) en zie veel muziek in onze complementariteit. De ervaring van Wouter past ook in onze ambitie om onze dienstverlening qua interim management en begeleiding van verandering en transitie verder uit te bouwen.  We staan voor interessante tijden bij C-lever.org.”

Wouter Van Bellingen werd bekend als schepen in Sint-Niklaas, de eerste zwarte schepen van Vlaanderen. Na de politiek was hij eventjes sociaal ondernemer. Vervolgens werd hij directeur van Minderhedenforum vzw en directeur van Integratiepact vzw wat leidde tot de nieuwe netwerkorganisatie LEVL van de Vlaamse Overheid.  Sinds april ‘2021 heeft hij zijn eigen netwerkbedrijf 2plus.

Wouter Van Bellingen, partner C-lever.org en gedelegeerd bestuurder 2ID foundation: “Toen ik Patrick mijn toekomstplannen vertelde als netwerkbedrijf, nodigde hij mij uit om mijn plannen uit te bouwen binnen C-lever.org. Met C-lever.org heeft Patrick een onderneming gebouwd die dezelfde waarden deelt als ik. En ik kijk ernaar uit om samen met hem het international netwerk van professionals C-lever.org verder uit te bouwen. Naast het opzetten van een businessunit ID (Inclusieve Diversiteit) is een volgende stap het opstarten van de private stichting 2ID foundation die als ruggengraatorganisatie zal fungeren voor het beheren van onze sociale projecten. Er is bijzonder veel potentieel en gezonde ambitie. C-lever.org heeft hiervoor het juiste internationaal netwerk van sterke professionals met een bruisende mix van ervaring en jonge goesting.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org:

Met de twee private stichtingen die wij oprichten, “2ID Foundation” en “Social Value Belgium”, verbreden wij onze capaciteit om in synergie met andere initiatieven bij te dragen tot een succesvolle inclusieve diversiteit en duurzaamheid in economie en samenleving. Het non-profit karakter van de stichtingen laat ons toe om initiatieven te ontwikkelen in synergie met wat wij als impactonderneming met eigen middelen kunnen. Daarnaast kunnen we ook bijkomende financiering aantrekken.

Wouter Van Bellingen, partner C-lever.org en gedelegeerd bestuurder 2ID foundation:

Eén van de eerste initiatieven van 2ID foundation is het opstarten van een talentpool van hoogopgeleide jongeren van migratie-achtergrond en hoogopgeleide nieuwkomers.  Nu onze economie terug op het niveau is van voor de coronacrisis, is de “War for talent” terug van niet weggeweest. De paradox is dat net deze twee doelgroepen het uitzonderlijk zwaar hebben op onze arbeidsmarkt.  Zo duurt het voor hoogopgeleide jongeren met migratie-achtergrond dubbel zolang om een job te vinden die matcht met hun opleiding. Daarnaast vinden ondernemingen, organisaties en overheden niet altijd de juiste profielen.

Voor nieuwkomers is er dan weer een probleem van diploma-gelijkschakeling en een gebrek voor duurzame opwaartse loopbaan. De verhalen van de taxi-chauffeur met een ingenieurdiploma of de poetshulp met een doktersdiploma uit het land van herkomst zijn legio.  Voor mij persoonlijk is de aanleiding het tragisch verhaal van Sandia Dia, de student die overleed bij een doopceremonie van de studentenvereniging Reuzegom.  In zijn zoektocht naar een netwerk voor hoogopgeleide jongeren dacht hij dit te vinden bij Reuzengom.  Met onze talentpool willen we een netwerk creeëren waarbinnen we hoogopgeleide jongeren (met migratie-achtergrond) en nieuwkomers kunnen begeleiden en waar zij elkaar duurzaam versterken.

Patrick Stoop, oprichter & managing partner C-Lever.org:

Wij zijn inderdaad overtuigd dat succesvolle carrières van hoogopgeleide jongeren met een migratie-achtergrond cruciaal zijn om extra rolmodellen te creëren en zo hun zusjes en broertjes, neefjes en nichtjes te tonen en te overtuigen dat investeren in je eigen opleiding en competentieontwikkeling wel degelijk loont.

Aangezien we met 2ID foundation sterk geloven in samenwerkingen en partnerschappen willen dit niet alleen doen. Maar samen met partnerorganisaties actief op het vlak van jongeren, studenten en nieuwkomers, maar ook met de nieuwe netwerkorganisatie van de Vlaamse Overheid (LEVL), onderwijsinstellingen, werkgeverfederaties etc. We willen de draad opnemen, waar zij soms noodgedwongen moeten lossen.  Innovatieve, duurzame oplossingen moet je immers aanbieden in een netwerk en in partnerschap. Dat was vroeger zo, is vandaag zo en zal ook in de toekomst  nog steeds zo zijn. Dit is een traditie die we koesteren.

Blijf op de hoogte van de C-lever.org via onze website en onze social mediakanalen:  Linkedin 

Tijd voor een nieuw verhaal

Vandaag, maandag 22 februari stop ik mijn ondersteuning als vrijwilliger bij JOIN.Vlaanderen. De engagementsverklaring was al ondertekend. En nu is ook het transitietraject opgestart. Zoals gesteld in erkenningsaanvraag van Join.Vlaanderen is het steeds de ambitie geweest voor een samenwerking met het Minderhedenforum, het Integratiepact en Join.Vlaanderen. Het Minderhedenforum omdat we wilden verder bouwen op de goeie praktijken van het verleden. Het Integratiepact omdat we ook wilden verder werk maken van de nieuwe praktijken en acties op het terrein zoals die positief geëvolueerd werden door het rapport van Ideaconsult. Integenstelling wat steeds werd verondersteld, is het nooit mijn bedoeling of ambitie geweest om directeur te worden van de nieuwe netwerkorganisatie. Integendeel van dag één ben ik overtuigd dat als er een nieuwe organisatie komt. Het een nieuwe directeur nodig heeft met geen verleden bij de beide organisaties: Minderhedenforum en Integratiepact. Daarom heb ik met verbazing gekeken naar de toenmalige hevige mediastorm waar maar weinig mensen mij rechtstreeks hebben gecontacteerd of zich enkel hebben gebaseerd op fakenews. Aangezien Join.Vlaanderen toen nog in de administratieve procedure zat voor de officiële erkenning kon ik toen niet ten volle de verdediging opnemen zonder rechten tijdens de procedure te schenden. Uiteraard verloopt changemanagement steeds wat turbulent, zeker met thema als diversiteit. Maar hier stonden toch heel wat stuurlui aan wal om commentaar te geven. Zoals ik reeds zei, liggen ook de positieve resultaten de geslaagde Integratiepact-projecten mee aan de basis van de transitie die van gestart is gegaan. Alles ligt nu klaar om er een positief verhaal van te maken. En dit met de engagementsverklaring als basis. Nadat ik in januari al stopte als directeur Integratiepact is het voor mij nu tijd op mijn droom die ik de afgelopen 7 jaar op hold heb geplaatst terug op de rails te zetten.

Wordt onze samenleving diverser?

Als ik naar de toekomst kijk met de vraag of onze samenleving en onze structuren diverser en vooral inclusief-diverser zullen worden, dan ben ik positief. Inclusieve diversiteit wordt de norm: in bedrijven, in het onderwijs, bij de overheden, overal. Simpelweg omdat we zullen moeten. Dat gaat verder dan huidskleur en afkomst; ook op gebied van gender, leeftijd, inkomen enzovoorts zal onze samenleving inclusiever worden.

We zijn al een tijdje in die richting aan het evolueren. Weliswaar aan een traag tempo, maar daar zou de crisis waar we ons nu in bevinden weleens verandering in kunnen brengen. Als je naar de geschiedenis kijkt zie je dat crisissen, alle rampspoed ten spijt, vaak nodig zijn om verandering in gang te brengen. Kijk naar WO II: het is na de oorlog dat mensenrechten zo hoog op de agenda zijn gekomen. In de tweede helft van de twintigste eeuw is er veel vooruitgang geboekt, ook wat de strijd tegen discriminatie betreft. Jammer genoeg hebben de aanslagen van 9/11 abrupt een einde gemaakt aan dat positieve proces. De wereld is collectief in een kramp geschoten. 

Dat geldt ook voor België en Vlaanderen. Op dit moment scoren wij op veel vlakken niet goed wat inclusieve diversiteit betreft: onderwijs, tewerkstelling, huisvesting … op al deze vlakken zie je een etnische kloof. Ook op vlak van armoede is er enorm veel werk aan de winkel. Eén ding is positief: het besef is er. En ook aan de wil om het beter te doen zal het niet liggen. Je ziet in Vlaanderen enorm veel mooie plaatselijke initiatieven en inzet, maar die positieve beweging vertaalt zich veel te weinig in het beleid. We willen open en tolerant zijn, alleen blijft die wil ergens steken op de Vlaamse klei. 

Die Vlaamse klei is eigenlijk een kloof, meer bepaald: de kloof tussen tussen enerzijds zaken vaststellen en erover nadenken – daar zijn we erg goed in – en anderzijds iets doen. Die discrepantie zit ingebakken in onze structuren, die vaak nog sporen dragen van de verzuiling – op ideologisch vlak bestaat de verzuiling nog amper, maar op economisch vlak werkt ze nog steeds door. We hebben nood aan meer synergiën tussen denken en doen, en tussen het veld en het beleid. Denk aan een intensere samenwerking tussen de VDAB en de economische beleidsmakers bijvoorbeeld, of tussen de onderwijskoepels en administratie.

We hebben het ons tot nu toe kunnen permitteren om wat vastgeroest in die structuren te blijven zitten, simpelweg omdat we welvarend zijn, maar we zullen hoe langer hoe meer gedwongen worden om te veranderen. De structuren van nu geven bieden immers niet langer de juiste oplossingen voor de problemen van vandaag, laat staan die van morgen. Het feit er in die structuren meer nood is aan inclusieve diversiteit, is een perfect voorbeeld.

Het is eigen aan de Vlaamse volksaard, die onder andere is gevormd door het katholisme, om te willen wachten tot verandering top-down wordt opgelegd. Maar vandaag is duidelijk dat echte verandering vooral vanuit de mensen zal komen – bottom-up dus. Zo kan en zal het bedrijfsleven een stuwende rol spelen op de weg naar inclusieve diversiteit. Waarom? Omdat het opbrengt. Bedrijfsleiders en zeker ook investeerders weten nu wat landbouwers al veel langer weten: een monocultuur is kwetsbaar.

Verschillende onderzoeken uit binnen- en buitenland tonen aan bedrijven met een inclusief en divers management, waar dus mensen van verschillende etniciteiten, geslachten, leeftijden enzovoorts mee het beleid bepalen, meer winst maken en beter bestand zijn tegen faillissementen. De enige IJslandse bank die niet failliet is gegaan na de bankencrisis, was er een die gerund werd door vrouwen. Uit het Mc Kinsey onderzoek “Diversity Wins” ( mei 2020) blijkt dat de bedrijven die tussen 2010 en nu gendergelijkheid vooropstelden, 25 procent meer winst maakten, voor bedrijven die diversiteit nastreven ligt dat cijfer zelfs op 36%. De grote Amerikaanse investeerders weigeren nog geld te geven aan banken die leningen geven aan bedrijven die niet mee zijn in dit diversiteitsverhaal. De nood aan inclusieve diversiteit is dus niet enkel moreel, maar ook economisch.

Maar ook van bovenuit zal de verandering worden opgelegd die naar meer diversiteit leidt. Een groot deel van de wetgeving in België en Vlaanderen is Europees; welnu, vanuit Europa komen er zéér hoopgevende signalen voor al wie diversiteit belangrijk vindt. In het voorjaar en de zomer van 2020 zijn over heel Europa ontelbaar veel mensen op straat gekomen om te laten horen dat ze achter de Black Lives Matter beweging staan – een beweging die symbool staat voor het verlangen naar een diverse, inclusieve samenleving. Die oproep is niet in dovemansoren gevallen, in de eerste plaats bij de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Men heeft een versnelling hoger geschakeld en nu is er een Europees actieplan tegen racisme, en een directieve zit in de pijplijn. 

Op dit moment is Duitsland voor zes maanden voorzitter van de Europese Unie, daarna volgt Portugal. Beide landen zijn progressief op het vlak van migratie en anti-discriminatie; ik ben zeer hoopvol dat in de komende maanden belangrijke stappen zullen worden gezet naar een inclusief-divers Europa. Dat zullen we ook in België voelen, en bovendien ben ik ook hoopvol wat onze huidige federale regering betreft. Eerste minister Alexander De Croo stelt zich empathisch op en heeft onder andere verklaard dat hij het onaanvaardbaar vindt dat zijn medewerker van kleur wel wordt gecontroleerd op de luchthaven, en hij niet, toen ze samen onderweg waren naar de VS. 

Het is belangrijk dat beleidsmakers, net als bedrijfsleiders, zich laten omringen door mensen met een andere huidskleur, een andere achtergrond, een ander geslacht, en ook door mensen met een beperking bijvoorbeeld. Niet alleen voor ‘de ander’, maar ook voor henzelf. Wie zich enkel met mensen zoals zichzelf omringt, mist een groot deel van wat in de samenleving leeft, en kan dus geen beleid op maat van iedereen voeren. Zo’n regeringen en zo’n bedrijven zullen daardoor minder succesvol zijn. 

Het staat vast dat elke grote onderneming in de toekomst gedwongen zal worden om een inclusief-divers beleid te voeren en dat in belangrijke machtsorganen diverse mensen – nogmaals, het gaat verder dan alleen kleur, ook gender, leeftijd enzovoorts – a seat a the table krijgt. En niet alleen een seat, maar vooral ook een stem: de tijd dat er af en toe iemand van een minderheid mocht komen aanschuiven als excuus, is voorbij. In die zin maakt het niet uit wie de leiders zijn in onze samenleving. Het maakt niet uit of wie aan het hoofd van de tafel nu wit is of zwart, man of vrouw, als hij of zij zich laat omringen door mensen van diverse achtergronden en ook écht naar hen luistert. 

Nog een reden waarom ik, zonder naïef te zijn, hoop en denk dat de toekomst er zo zal uitzien, zijn onze jongeren. De generatie van de toekomst is ondernemend en zelfsturend – iets waar Vlamingen over het algemeen minder goed op scoren – en zelfs een beetje radicaal. Dat is goed, want enkel zo zullen er dingen veranderen. Als mensen komen betogen voor Black Lives Matter terwijl ze besmet kunnen worden door het coronavirus, dan is dat moedig, dan betekent dit dat ze écht op tafel kloppen. Het is onze taak als oudere generatie om hen te ondersteunen en te begeleiden en om onze kennis, bijvoorbeeld van de geschiedenis, met hen te delen zodat ze dingen in een breder kader kunnen zien. Zo kun je tegen jongeren die vinden dat het allemaal zo traag vooruitgaat zeggen: dat is waar, maar kijk naar waar we vandaan komen.

De jongeren van vandaag groeien op in een moeilijke tijd, een periode van ongeziene crisis zelfs. Voor het eerst vallen verschillende uitdagingen samen: migratie, armoede, grenzen, polarisatie, digitalisering en dan natuurlijk COVID. Deze tijd is uniek in de geschiedenis van de mens, en dat biedt kansen. Dit is het moment waarop een generatie zal opstaan die veerkracht toont, die vanuit de wortels die onze grondrechten zijn, aan de slag kan om écht verandering te brengen, om structuren te veranderen, om niet enkel economisch succes te gaan belonen, maar ook wie ecologische en maatschappelijke meerwaarde creëert, kansen te bieden. De coronacrisis is een kans: de trein naar een betere, inclusief-diverse samenleving rijdt, is vertrokken, en we kunnen het ons niet langer veroorloven om deze te missen.

Wouter Van Bellingen

Ceulemans, H. “Waar gaan we naartoe? Uitgeverij Luster, 2020