Archief

Posts Tagged ‘Nelson Mandela’

’Vroeger had je cafés waar uithing: migranten niet welkom. We zijn níét intoleranter geworden’

De Standaard/dS Weekblad: Antwerpen – 29 Jun. 2019

Pagina 16

Het integratiebeleid is failliet. Het is al tig keer gezegd en geschreven. ‘Klopt niets van’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van Integratiepact vzw. Hij heeft goede hoop. ‘We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. De middengroep is groter.’

Filip Rogiers, foto’s Kristof Vadino

IMG_2705Hij las in Knack een interview met de hoogbejaarde Paula D’Hondt, van 1989 tot 1993 Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Ze zei dat iedereen haar vergeten was. Dat niemand haar vele honderden pagina’s tellende rapporten echt gelezen had. Een paar dagen later kreeg ze post én bloemen van Wouter Van Bellingen. ‘Wij zijn u níét vergeten, mevrouw D’Hondt’, stond er op het kaartje.

Met ‘wij’ doelde hij op het Integratiepact dat hij sinds 2016 op vraag van de Vlaamse regering leidt. Dat pact is geen tekst, maar een vzw. ‘Een beweging’, noemt hij het zelf. Dit is geen semantiek, het is de kern van de zaak. ‘In stenen gebeitelde pacten? Dat is iets van de vorige eeuw. Integratie of inclusieve diversiteit, zoals ik het liever noem, is een permanent werk. Nooit af, nooit statisch.’

We spreken Van Bellingen in de marge van een ‘leermoment’ in Leuven. Eerder dan de directeur noem je hem beter de facilitator van een community met een wisselende samenstelling. Vele tientallen mensen van diverse organisaties, scholen, ngo’s en overheidsinstellingen praten, denken, studeren en werken onder zijn auspiciën al drie jaar aan proefprojecten, goede praktijken en nieuwe inzichten.

Van klacht tot kracht, dat is waar het volgens Van Bellingen met die bijna dagelijks geproblematiseerde diversiteit naartoe moet. Het is taai en traag en verdraagt slogans noch overhaasting, euforie noch defaitisme.

U werkte in stilte en in de diepte. En dan loopt het op oudejaarsavond in Molenbeek uit de hand. Of komt er weer een Zwarte Zondag.

(lacht) ‘Laat me raden, uw eerste vraag: zakt de moed u niet in de schoenen?’

Ja.

’Nee. We hebben hier van meet af aan afgesproken dat we ons niet zouden laten afleiden door steekvlammen of de waan van de dag. In Vlaanderen zijn we erg slecht in de lange termijn. Nederland en Angelsaksische landen zijn daar beter in. Als je een acuut probleem hebt, moet je dat hier en nu oplossen. Wil je een taart? Zoek een recept en ga aan de slag. Om op de maan te komen, heb je iets meer handling en procedures nodig. Maar écht complexe problemen – klimaatcrisis, armoede, diversiteit – vergen een erg lang volgehouden inspanning, een voortdurend proces. Diversiteit is complex. Aan oplossingen werk je met vallen en opstaan en niet op de bühne, maar erachter. Het is zoals met de opvoeding van een kind: je hebt er veel tijd en een heel dorp voor nodig. En elk kind is anders.’

26 mei 2019 is natuurlijk iets meer dan een waan van de dag?

(haalt de schouders op) ‘Schrok u echt van de forse winst voor Vlaams Belang? Ik niet. Ik ben voor het eerst gaan stemmen op 24 november 1991, ik heb alleen maar Zwarte Zondagen gekend en de zwartste was die van 2004. Is het een probleem? Uiteraard. Maar laten we vooral niet weer de fout maken om de spots alleen op die ene partij te richten. Dat gestaar in de lichtbak ontslaat de anderen ten onrechte van verantwoordelijkheid. Iedereen is verantwoordelijk. En het begint bij onszelf. Dat is ook de geest waarin wij werken bij en met het Integratiepact. Verwacht van ons geen kreten à la “het is de schuld van het onderwijs!” of van zus of zo. Wat kan ík doen en wat kunnen we samen doen? Er is geen alternatief. We hebben iedereen nodig.’

Velen krijgen niet het gevoel dat ze nodig zijn. Ook als ze hier geboren zijn. De verkiezingsuitslag, Twittertrollen, de voxpop? Alles schreeuwt hen toe dat ze een last zijn, niet welkom. Unia zag het aantal klachten in vijf jaar tijd verdubbelen.

’Omdat er meer gemeten wordt? Maar ik begrijp uw vraag. Ik ben getrouwd in 1997 en na een zoveelste Zwarte Zondag vroegen we ons ook af of we in deze grimmige omgeving wel kinderen wilden. In 2001 werd mijn zoon geboren en in 2004 mijn dochter. Na elke verkiezing krijg ik de vraag van mensen: moeten we hier blijven? De Koning Boudewijnstichting is in een onderzoek tot de conclusie gekomen dat van de Belgen met Afrikaanse roots de hoogst opgeleiden vaak de grootste armoede kennen. Ik ken jonge, hoogopgeleide mensen die zeggen: sorry, ik ben hier geboren, maar als ik hier niet aanvaard word, ben ik weg. Die kunnen overal ter wereld aan de slag. Die braindrain kunnen we ons niet permitteren.’

Alle algjes

Paula D’Hondt schreef het ook al, zegt hij, dat we iedereen nodig hebben. Dat, zoals Herman de Coninck het na 24 november 1991 schreef, álle algjes in de zee aan het werk moeten. ‘Er zat in haar rapport met een waslijst aan voorstellen ook een economisch luik. Als we de participatie van mensen met een migratieachtergrond aan de arbeidsmarkt met 3 procent hadden kunnen opkrikken, zou ons dat tegen 2010 elk jaar 2 procent extra bruto binnenlands product hebben opgeleverd. Meer werk voor iedereen, meer inkomsten voor de sociale zekerheid en de pensioenen, de zorg en het onderwijs, iedereen beter af.’

’Als de overheid niets onderneemt, waarschuwde mevrouw D’Hondt, zullen we verder achterop geraken ten opzichte van andere Europese landen. Wel, dat is gebeurd. In de jaren 90 verkochten we goud, overheidsgebouwen en wat al niet om de Maastrichtnormen te halen. We hadden beter maximaal geïnvesteerd in de werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Dan had onze begroting vandaag structureel een overschot zoals Nederland.’

Er volgt een diepe zucht. En dan, met klemtoon op elke lettergreep: ‘Mevrouw D’Hondt was visionair, hé. Maar niemand weet dat nog. Het gros van wat ze schreef, ben ik de afgelopen jaren trouwens in bi-bliotheken moeten gaan zoeken. Het staat niet op internet.’

Het wordt dan ook wel eens ‘het rapport dat niemand las’ genoemd.

’Dat is ook niet helemaal waar. In de loop van de jaren hebben partijen er hier en daar kersen uit gepikt, zoals het hun uitkwam. Maar het was een totaalpakket, een syste-mische aanpak. Mevrouw D’Hondt hamerde bijvoorbeeld ook al op het belang van inclusief onderwijs. Ettelijke hervormingen later zijn we daar nog altijd niet in geslaagd. Het drama is dat de enen te weinig of niets hebben gedaan met haar inzichten en dat de anderen ze erg gewiekst misbruikt hebben. (schamper) Soms leek het wel alsof geen enkele partij Paula D’Hondt beter begrepen had dan het Vlaams Belang.’

U zegt?

’D’Hondt had het onder meer over de plaats van de islam. Ze waarschuwde voor culturele problemen als we volgend op de officiële erkenning in 1974 de islam niet ook daadwerkelijk maatschappelijk zouden erkennen. Ze zei dat er nood was aan de vorming van een Europese islam, een islam die de waarden van Europa onderschreef. Daar zien we nu eindelijk een beetje een aanzet toe, maar dat is een kwarteeuw genegeerd. Praten over de plaats van de islam bleef een taboe. Samenlevingsproblemen? Dat was een kwestie van veiligheid, het had niets met religie of cultuur te maken. We miskeken ons daarop, omdat de kerk in eigen land op de terugweg was en de maatschappij aan het seculariseren. De ironie is trouwens dat het geld voor de veiligheidscontracten van de jaren 90 uit een potje van Justitie kwam dat was aangelegd met de lonen die niet meer naar de kerk moesten gaan vanwege het dalende aantal priesters.’

Welke garantie hebt u dat uw werk vandaag wél gezien zal worden? De politieke sterren staan niet bepaald gunstig. Houdt u uw hart niet vast als u leest dat de N-VA en Vlaams Belang in de Vlaamse formatiegesprekken elkaar tot op zekere hoogte hebben gevonden als het over inburgering gaat?

’U overschat de rol van de politiek. Toen ik aan deze job begon, heb ik lang gesproken met professor Luc Huyse. In onze complexe wereld zijn netwerken de motor van oplossingen. Het Integratiepact is een zogenaamde ruggengraatorganisatie, de overheid is een van vele partners. Een weliswaar belangrijke factor naast andere.’

IMG_2706Ze bepaalt de subsidies voor het middenveld.

’We hebben de afgelopen jaren ook nagedacht over alternatieve financiering en verdienmodellen. Maar dit is niet de kern van de zaak. Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Wist u dat de grootste investeerders op wereldniveau tegenwoordig bedrijven waarschuwen dat de geldkraan dicht gaat als ze geen actieplan rond diversiteit hebben? En waarom? Omdat bewezen is dat bedrijven met meer diversiteit betere beslissingen nemen. De enige bank in IJsland die níét omverviel, werd overigens geleid door vrouwen. Die belegden slimmer, meer verantwoord.’

’Diversiteit heeft eigenlijk niets met kleurtjes te maken, maar alles met verandering. Dat heeft tijd nodig. Zo ging dat ook met gendergelijkheid. Eerst kreeg je speldenprikken van hen die voor emancipatie streden. Na de oorlog kwam er vrouwenstemrecht. Ik ben in Sint-Niklaas schepen van Burgerlijke Stand geweest. Wist je dat vrouwen pas sinds 1976 geen onderdanigheid meer aan hun man moeten zweren? Vervolgens kwamen er wettelijke instrumenten, vrouwen kwamen in het parlement. Herinner u wat Nelly Maes, mijn politieke moeder, te horen kreeg van Louis Major (’Wijven moeten geen complimenten maken’, red.). En vandaag is er MeToo. Eindelijk! We vinden het maar normaal dat vrouwen gelijk worden behandeld en dat je bepaalde woorden niet meer gebruikt.’

’Elke complexe verandering in de samenleving doorloopt diezelfde curve: een drietrapsraket van innovatie en voorlopers, gevolgd door wetgeving en dan, finaal, gedragsverandering. Met inclusieve diversiteit zal het net zo gaan. Er zijn vandaag al goede praktijken en wetgevende initiatieven, hoe onvolkomen ook. Maar wat ook de kleur van de partij of regering wordt, de komende jaren zal de politiek mee met de samenleving en, niet het minst, de markt opschuiven.’

Het probleem kan té acuut worden, de remediëring voorbij.

’Je forceert het niet, er is altijd tijd nodig. Jean-Luc Dehaene gaf graag het voorbeeld van Amerika: de zwarte bevolking kon daar pas echt vooruitgang boeken toen er een middenklasse kwam die de motor kon zijn van die emancipatiegolf. En op dat punt zijn we nu stilaan ook bij ons in Vlaanderen en België aanbeland, 30 jaar na Paula D’Hondt.’

Dat het integratiebeleid gefaald is, zoals iedereen tegenwoordig zegt, doet er dus niet toe?

’Het klopt niet. Er is veel gebeurd, maar het effect is niet altijd even zichtbaar. Er zijn heel goede praktijken geweest, maar de overstap van praktijk naar beleid liet vaak te wensen over. Maar het integratiebeleid is geen mislukking.’

Nochtans krijgen we daar bijna dagelijks illustraties van. De voorbije week nog met de vaststelling dat je in sommige straten van Molenbeek als homo nog altijd maar beter niet met je vriend hand in hand loopt. En dat we dat tijd moeten geven, nog meer tijd.

’Men gooit alles op één hoopje. Als je kijkt vanwaar we komen in dit land, is het glas inzake diversiteit halfvol. Je had het net over het aantal klachten bij Unia? In de jaren 80 kon je nergens gaan klagen en vond je nog cafés waar op een bordje open en bloot stond dat migranten niet welkom waren. In de integratiesector werk ik elke dag met mensen die zeggen dat ze twintig jaar geleden op hun eentje aan de kar begonnen te trekken, nu hebben ze ettelijke medewerkers en vrijwilligers. De Vlaming is de afgelopen twintig jaar níét intoleranter geworden.’

Veel studies wijzen toch op het tegendeel? Zelfs in die mate dat ‘Knack’ vorig jaar opperde dat het racisme misschien wel in het DNA van de Vlaming zit.

(schudt het hoofd) ‘Ik zie andere onderzoeken. Die van de studiedienst van de Vlaamse regering of die van Equinet (European Network of Equality Bodies, een ngo die sociale gelijkheid promoot en nationale organisaties, zoals Unia, daarin ondersteunt, red.), die in heel de Europese Unie onderzocht hoe mensen tegenover diversiteit staan. Wat blijkt? De Belgen staan positief tegenover het mensenrechtenverhaal. De gemiddelde Vlaming is niet racistisch, hij heeft wel een dieperliggend probleem en dat is zijn gebrek aan veerkracht. Onze zenuwen staan vaker gespannen. Ook dat blijkt uit veel indicatoren, tot ons hoge medicijngebruik toe.’

’Misschien is het door de verzuiling dat we zo weinig schokbestendig zijn voor confrontatie met het nieuwe, het andere. Binnen je zuil kon je van de wieg tot het graf perfect functioneren zonder dat je het ooit aan de stok hoefde te krijgen met iemand met een andere visie of geaardheid. Die pacificatie, zoals dat heette, had voordelen, maar het heeft er wel toe geleid dat we slecht zijn in conflictmanagement. We kruipen in onze schulp en ontploffen, misschien door een op zich triviale trigger. Als er dan op zoveel fronten tegelijk druk op je samenleving komt – klimaat, migratie, technologische evolutie -, kookt het potje snel over. Dat leidt van onwetendheid en onbegrip over wantrouwen en vooroordelen tot radicalisering. Dat manifesteert zich vandaag op alle beleidsdomeinen.’

In een spraakmakend interview aan de vooravond van 24 november 1991 zei Paula D’Hondt dat we met een aansteker boven een gasbel speelden. Is het vandaag zoveel beter? Ik lees in een van uw teksten dat ook u beseft dat u werkt ‘midden in tijden van conflict’.

’Ja natuurlijk, er is de polarisering, er zijn de extreme frames – voor de een is de islam hét probleem, voor de ander is iedereen racist. En je merkt het in alles en over zowat elk thema, zoals recentelijk over de Mobi-score. Die uitvergrote tegenstellingen worden danig dominant dat het lijkt – ik zeg: lijkt – alsof er geen middengroep is en alsof die groep niet véél groter is dan de uitersten. Bruggenbouwers zijn in het verleden misschien te snel in die val getrapt. Ik ook. Als er polarisering is, focust een bruggenbouwer zich op die twee tegengestelde posities. Hij tracht het onverzoenbare te verzoenen. Juist daardoor zet je nog meer schijnwerpers op die uitersten, vaak al dan niet onbewust versterkt door pers en sociale media. Het is verloren energie. Ik doe het niet meer, ik concentreer mij op de middengroep. Wat wil die? Wat wil de Vlaming, de Belg, de Europeaan en wellicht iedere mens? Elke survey zal je hetzelfde zeggen: hij of zij wil een opleiding, een inkomen en een fatsoenlijke woonst.’

Het valt op: u ziet integratie veel breder dan de aloude dichotomie Vlaming-migrant?

’Dat is het helemaal. De zichtbare polarisering vertroebelt het beeld misschien, maar de waarheid is dat ook die dichotomie stilaan niet meer relevant is. De Belgische samenleving was tot het einde van de vorige eeuw heel erg ingedeeld in wij en zij: werkgever en werknemer, katholiek en vrijzinnig, autochtone Belg en migrant. Die eenduidigheid is er niet meer. En weet je wat? Dat marcheert. Eerder dit jaar bleek uit de Stadsmonitor dat Antwerpen meer inwoners met een migratieachtergrond dan autochtonen telt en dat is geen issue meer. Dat wordt door het gros van de mensen niet meer, en al zeker niet problematisch, gepercipieerd als een wij/zij-kwestie. We zijn allemaal wijtjes geworden. Het is daar, in die middengroep, dat je aan veerkracht kunt werken. Het is daar dat je meerwaarde kunt creëren, en dan niet enkel in de puur economische zin, maar ook ecologisch en maatschappelijk. Wist je trouwens dat geen enkele regio in Europa zoveel vrijwilligers telt als Vlaanderen? Liefst één miljoen.’

IMG_2707Klinkt mooi, dat ‘iedereen is nodig’ en ‘allemaal samen’, maar hoe krijgen we het soort medeburger dat pakweg dweept met Sharia4Belgium of Schild en Vrienden mee?

’Moet dat? Moet je daar je energie in steken? We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. Met de middengroep kun je aan de slag, voorbij de polarisering. Weet je, na elke Zwarte Zondag of andere grote gebeurtenis ga ik in Sint-Niklaas altijd naar hetzelfde café. Vroeger was het publiek er dieprood, nu al vele jaren donkerbruin. Maar ik ben er welkom. Ik heb er al eens uitgelegd dat onze welvaart na de oorlog mee gebouwd is over de rug van de kolonies. Het was niet alleen het Marshallplan, het was ook omdat we de grondstoffen uit Afrika onder de prijs hebben kunnen verkopen op de wereldmarkt. Dat mensen vandaag van ginder naar hier komen, is dus niet zo gek, het is een kwestie van solidariteit. Dat begrijpen redelijke mensen wel hoor, zelfs als ze eerst een half uur hebben gesakkerd op de vluchtelingen. Dat is het hele werk dat diversiteit heet, nogmaals, niet op de bühne maar erachter. Laten we met elkaar praten, elkaar in de ogen kijken en niet met meel in de mond spreken. Geen shaming and blaming, maar contact met kennis, empathie en inzicht. En actie, vooral actie!’

Zouden we baat hebben bij een oefening zoals de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie?

’Helemaal. Als je ergens het racisme tot op het bot voelt, is het wel daar. Er is gemoord en toch is er nadien gepraat. Ubuntu. Ik besta omdat jij bestaat, de bewaker en de gevangene, de vorige, de huidige en de volgende generaties. De wonde open, de etter eruit en dan genezen. Dan kun je verder, moet je samen verder. Ik ontmoette er twintig jaar geleden een bewaker. Toen die hoorde dat ik uit België kwam, kon hij dat amper geloven. Een zwarte in Europa? Dat kon niet, voor zijn generatie was het ondenkbaar dat iemand zoals hij ooit in Europa zou kunnen belanden en daar floreren. “Mijn kinderen misschien wel”, zei hij. “Mijn kleinkinderen zeker.” Dat is evolutie.’

www.integratiepact.be

Filip Rogiers

Copyright © 2019 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden

Tijd rijp om wijs te handelen en goed te doen.‏ Tijd voor een Emiel Van Haverstraat in Sint-Niklaas

Nelson Mandela FreedomIk ben verheugd dat het progressief kartel ons idee uit december 2010 opnieuw lanceert om een plein naar Nelson Mandela te noemen. En we steunen dan dit ook volledig.  In de lijn van ons toenmalig voorstel kan dit lijstje gerust verder aangevuld worden met extra persoonlijkheden van diverse achtergronden, geslachten en geloofsovertuigingen: Henri Dunant (1828– 1910), Auguste Beernaert (1829 – 1912), Henri La Fontaine (1854– 1943), Mahatma Gandhi (1869 -1948), Eleanor Roosevelt (1884– 1962), Mohammed Abdelkrim El Khattabi (1880-1963), Martin Luther King (1929– 1968), Dominique Pire ( 1910-1969), Léopold Sédar Senghor (1906 – 2001), Maurits Coppieters (1920-2005). Zo kan dit voorstel breed gesteund worden door heel de gemeenteraad.  Omdat de komende jaren heel wat woonprojecten op stapel staan met verschillende straten en pleinen die een naam moeten krijgen, is er geen betere periode.   Daarnaast zou het goed zijn om in de straatnamencommissie, waar momenteel nog een plaats vacant is, een lid op te nemen van de Actie- en Adviesgroep Solidariteit (AAS). Dit zou symbolisch en een meerwaarde zijn.   En zo moeten deze voorstellen in de toekomst niet meer vanuit politieke hoek gelanceerd worden.

Tenslotte wil ik ook dat Nelson Mandela Gevangeniswe in de geest van Nelson Mandela handelen en ook een straat noemen naar Emiel Van Haver, de oorlogburgemeester van Sint-Niklaas. En die al in 1955 op 13 december eerherstel kreeg van de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Gent. Of het met Nelson Mandela’s woorden te zeggen:“ We moeten tijd wijs gebruiken en voor altijd realiseren dat de tijd altijd rijp is om goed te doen”.

 

Personalia.

Henri Dunant  Henri Dunant (1828– 1910).

 Zwitsers bankier en een sociale activist. Oprichter van het Rode Kruis. Hij ontving de Nobelprijs voor de Vrede in 1901. Binnenkort bestaat de Sint-Niklaas afdeling van het Rode Kruis 150 jaar en is daarmee de oudste van het land.

Auguste BeAuguste Beernaerternaert(1829 – 1912) 

Belgisch katholiek politicus en mensenrechtenactivist. In 1909 won hij, samen met Paul Henri Balluet d’Estournelles de Constant de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn ijver om arbitrage toe te passen om internationale geschillen op te lossen en voor zijn strijd tegen de slavernij en de plundering van Congo. De eerste Belg die de  Nobelprijswinnaar voor de Vrede won.  Het Instituut voor internationaal recht uit Gent ging hem in 1904 voor.

HeHenri La Fontainenri La Fontaine (1854– 1943). 

Belgisch vrijmetselaar en Nobelprijswinnaar. Hij stond erom bekend zich altijd met hart en ziel in te zetten voor elke zaak waarvoor hij opkwam. Als jurist van opleiding heeft hij gestreden voor de vrede, het beslechten van conflicten door bemiddeling, het internationalisme, het universeel stemrecht, het recht op onderwijs, vrouwenrechten en de arbeidsreglementering. 1OO jaar geleden in 1913 werd hem de Nobelprijs voor de Vrede toegekend.

Mahatma Gandhi (1869 -1948). Gandhi

Indiaas politicus, jurist en vegetariër. Was een van de grondleggers van de moderne staat India en voorstander van het actieve geweldloosheid als middel voor revolutie. Van hem kwam o.a. de volgende uitspraak:  Een oog voor een oog maakt de hele wereld blind.” Hij stierf 65 jaar geleden.

Eleanor RooEleanor Rooseveltsevelt (1884– 1962). 

First Lady van de Verenigde Staten toen haar man Franklin Delano Roosevelt president was. Als mensenrechtenactiviste speelde ze na de Tweede Wereldoorlog speelde ze een grote rol in het opstellen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dat dit jaar zijn 65ste verjaardag vierde.

Mohammed AbdelMohammed El Khattabikrim El Khattabi (1880-1963).

Marokkaanse rechter en vrijheidstrijder voor de Rif. Vocht tegen de kolonisatie van Spanje en Frankrijk. Bezieler van de Berberidentiteit en Pan-Arabische gedachte. Werd geboren in de omgeving van Al-Hoceima, onze partnerstad. En overleed 50 jaar geleden.

Emiel Van HaverEmiel Van Haver (1899 – 1966).

Sint-Niklase oud-burgemeester. Was tijdens WO II schepen en burgemeester. Werd daarvoor uit zijn functie gezet en veroordeeld. Kreeg in 1955 eerherstel. En werd in 1964 opnieuw gemeenteraadslid.  In de geest van Mandela is het eindelijk tijd om werk te maken van een echt eerherstel.

Martin Luther King (1929– 1968).Martin Luther King

  Amerikaanse baptistische dominee, politiek leider en een van de meest prominente leden van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. 25 jaar geleden in 1963 hield hij zijn legendarische toespraak “I have a dream“. Een jaar later kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede. Voor velen is Martin Luther King een symbool voor de burgerrechten-beweging in de Verenigde Staten gebleven.

Dominique Pire  Dominique Pire ( 1910-1969).

Waalse dominicaanse pater en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1958, 55 jaar geleden en het jaar van de EXPO.  Zijn leven stond volledig in het teken van streven naar begrip tussen alle volkeren in de wereld en het oplossen van de armoede. Maar vooral zijn inzet voor vluchtelingen tijdens en na WO II maakte hem beroemd. Waarbij hij fungeerde als aalmoezenier van het verzet. Hij ligt ook aan de basis van de NGO Vredeseilanden.

Léopold Sédar SenghorLéopold Sédar Senghor (1906 – 2001).

Was een Senegalees dichter, filosoof, schrijver en president. Is grondlegger van de Négritude. Was katholiek in een moslimland. Zat in het Franse verzet tijdens WO II. Was staatssecretaris in een Franse Regering.  Vader van de Senegalese democratie en lid van Academie Française. Hij overleed vandaag 12 jaar geleden op 20 december. Momenteel bestaat onze stedenband met onze Senegalese partnerstad Tambacounda 10 jaar.

Maurits CoppietersMaurits Coppieters (1920-2005).  

Sint-Niklazenaar en Vlaams politicus, die zijn politieke carrière ontplooide bij de Volksunie.  In 1996 richtte hij de beweging het Sienjaal op, met het oog op een bundeling van alle progressieve krachten in Vlaanderen.  Coppieters werkte actief rond politiek pluralisme, de rechten van de vrouw, milieuproblematiek en ontwikkelingssamenwerking. En werd zo het boegbeeld van de progressieve vleugel in de partij. Als nationaal voorzitter van 11.11.11 ijverde hij in de jaren ’80 vol inzet en overtuiging voor een rechtvaardig bestaan voor iedereen.

Nelson Mandela (1918-2013)Nelson Mandela  

President van Zuid-Afrika van 1994 tot 1999. Hij was advocaat van beroep. Mandela werd geboren bij Umtata (in het vroegere Transkei), als zoon van een plaatselijk stamhoofd. Mandela wordt alom gerespecteerd om zijn volhardende strijd tegen de apartheid, en was de eerste zwarte president van Zuid-Afrika. . In 2010 riep de VN 18 juli uit als jaarlijkse Mandela-dag. En won in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede, samen met Frederik Willem de Klerk. 20 jaar later op 5 december stierf hij.

De moraal van het verhaal. Reactie op het opiniestuk Onfrisse heren van de straat van Marc Reynebeau.

Geachte heer Reynebeau,
Beste Marc,
In het verleden had ik steeds veel respect voor uw journalistiek werk. Maar ditmaal heb je me toch ontgoocheld en dit nav het opiniestuk “Onfrisse heren in de straat”.
Link naar “Onfrisse heren in de straat”

Ik meen me te herinneren dat een journalist en zeker een historicus steeds zijn bronnen moet checken. En zeker zijn primaire bronnen in casu mezelf. Bovendien heb ik gemerkt dat u zich enkel baseert op secundaire bronnen, nl. kranten- en belgaberichten. Bronnen die ik dus zelf niet gelanceerd heb. Tenslotte is heel deze heisa uit zijn verband gerukt, omdat mijn speech (in mijn hoedanigheid) als schepen van jeugd en ontwikkelingssamenwerking gewijd was aan Maurits Coppieters, en dit ter gelegenheid van een onthulling van een naamplaatje aan zijn geboortehuis. Tijdens deze onthulling was er, bij mijn weten, geen journalist aanwezig, (als) ook niet het raadslid waar je naar verwijst. (dat achteraf commentaar had. ) Leopold II werd dan ook maar in de zijlijn vermeld.

Nu over de grond van de zaak

“Kan, naast de straatnaam, niet ook het schilderij van Leopold II maar beter uit Sint-Niklaas verdwijnen?”

Ja, ook dat kan – in theorie. Maar ik ga hier niet het gras van voor de voeten van mijn collega gemeenteraadslid, die met dat idee kwam, wegmaaien. Hij mag zijn aanvullend voorstel gerust ook op de agenda proberen krijgen, en dan liefst ook ineens met een voorstel voor een ander èn beter schilderij in de plaats. Ik had en heb alvast een mooi alternatief voor de straatnaam. Dat was trouwens ook de aanleiding, met name het nog eens in de herinnering halen van de wens (een straat genoemd naar Maurits Coppieters) die ere-burgemeester Willockx reeds eerder formuleerde. Ik deed dit op het moment dat er in de stad een eenvoudig bordje werd geplaatst aan zijn geboortehuis (in de Westerstraat te Sint-Niklaas). Iets wat me als eerbetoon wel erg magertjes leek. Ik hoop/hoopte dat het hier niet bij blijft, en dat het bordje geen excuusbordje zou blijven. Een straat is echt wel het minste wat we kunnen doen qua eerbetoon. Het geven van een straatnaam is een subjectief gegeven met als doel een appreciatie. Terwijl het koningschap van Leopold II een historisch feit is. Mag ik er trouwens aan herinneren dat in onze stad reeds eerder zelfs een compleet plein van naam veranderde, en dit van een tijdgenoot en medestander trouwens van Leopold II, met name Kardinaal Mercier. In 1998 verloor alvast deze tijdsgenoot van priester Daens zijn plein in sint-niklaas. Het in 1926 tot Kardinaal Mercierplein gedoopt plein werd voortaan (terug) gewoon Houtbriel genoemd.
Link naar Film Daens

—-
Royaltywatcher Jan Van Den Berghe presenteert jongste boek: ‘God in Laken’
Link naar God in Laken
Zijn zoon Leopold II, die zijn reputatie tegenover de tien geboden was anders ook van bedenkelijk niveau?

‘Leopold II was katholieker dan zijn vader, maar ook meer nog een pragmaticus. Hij had nog meer de paus nodig om de priesters in te tomen, denk maar aan Daens. Paus Leo XIII was immers de man van Rerum Novarum, en niet direct gekant tegenover de katholieke arbeiders en het ACW. Leopold II had bovendien ook de paus nodig voor zijn Kongo-politiek. Hij vergoelijkte zijn daden door de paus erop te drukken dat hij missionarissen uitzond naar Kongo om ginds ook te bekeren, onder het mom van:’Ik doe aan beschavingswerk’. Maar je wil niet zo ver gaan dat je alle misdaden in Kongo aan Leopold II toeschrijft. ‘Nee, dat zou te ver gaan. Leopold II is er ook nooit geweest. Ten eerste omdat hij fysiek niet in orde was, hij hinkte. En dat kon toch niet dat een koning van het superieure ras toonde dat hij lichamelijk iets mankeerde? En ten tweede had Leopold II een onvoorstelbare smetvrees. Zijn kranten moesten gestreken worden, hij liet naar eigen ontwerp celofaanzakjes vervaardigen om zijn baard te beschermen tegen de regen enzovoort.
Ondanks zijn tweede huwelijk, kerkelijk zelfs en dan nog met een dame van lichte zeden: Caroline Delacroix, sterft hij als groot christen. ‘Ja, vlak voor zijn dood heeft hij nog gebiecht. Niet bij de kardinaal, maar bij een gewoon priester wiens oren wellicht rood hebben gestaan. Nadien heeft de kardinaal hemzelf, kardinaal Mercier, Leopold II vanop de kansel zelfs bijna heilig verklaard. Het toont aan de de band tussen de troon en het altaar altijd zeer hecht is geweest.’

—–
‘Een massamoordenaar en een koloniaal,’ zo denkt schepen Wouter Van Bellingen
Alvast toch van een iets andere misdaad-orde dan de genoemde Kardinaal Mercier die zijn plein hier en elders kwijt raakte omdat hij zich hevig verzette tegen de van het Franstalige onderwijs in Vlaanderen en jarenlang een verfransingsbeleid voerde in de Vlaamse Kerk.

Maar was Leopold wel een ‘koloniaal’?
Tja, gaat dat aub eens vragen aan mensen als Walter Zinzen, Daniel Vangroenweghe (“Rood rubber”), Ludo De Witte of andere congo-specialisten hé. Leopold II geen koloniaal noemen, dat is pas “muggen ziften”. Ik ben overtuigd mocht Leopold II vandaag leven, hij zich zeker zou moeten verantwoorden voor misdaden tegen de menselijkheid voor het Internationaal Strafhof. Voor mij was hij alvast geen “ambitieuze held” zoals een voormalig minister hem onlangs nog durfde noemen.
Link naar David Van Reybrouck

Ik ben blij alvast dat je toegeeft dat “Leopold verantwoordelijk was voor een exploitatiesysteem dat door zijn geldbejag heeft geleid tot de dood van misschien wel miljoenen Congolezen”. Ja, je leest het goed: “misschien verantwoordelijk voor wel miljoenen Congolezen”. 2 miljoen, 3 miljoen… ? ‘k Zou het wel eens willen weten. Of is dat ook muggenziften? Miljoenen Congolezen, dat zijn dus miljoenen mensen hé. Hallo!?
En inderdaad, reeds “In zijn eigen tijd stond Leopold al ter discussie op grond van net hetzelfde argument” als ik en vele anderen nu impliciet inroepen, met name de mensenrechten. Op school heb ik daar heel weinig, ik denk niets zelfs, over gehoord. Als schepen van jeugd en internationale contacten beschouw ik het alvast als mijn topprioriteit om mensenrechten centraal te helpen stellen.

Blij ook dat je bevestigt dat “wijlen Maurits Coppieters iemand is die zonder enige twijfel de eer van een eigen straat verdient” Eigenlijk zijn we het over veel eens, denk ik. Ik kan je ook geruststellen. Het ligt absoluut niet in mijn bedoeling “de geschiedenis te corrigeren”, integendeel. Als ik nog eens een suggestie mag doen. Beste Vlaamse TV (eender wie), zend aub eens de BBC-reeks WHITE KING BLACK DEATH eens uit. En rara wie wordt daar opgevoerd als historicus en journalist? Juist Marc Reynebeau.
Link naar WHITE KING BLACK DEATH

En misschien ineens ook nog eens de film ‘Lumumba’ van de Haïtiaanse cineast Raoul Peck. Kwestie van ons historisch beeld wat bij te schaven en de vroegere correcties wat te corrigeren.
Link naar Afrika filmfestival zonder Vlaamse subsidies

Dat je me revisionisme en goedkoop en opportunistisch moralisme verwijt, pik ik eigenlijk niet. En wat anderen met andere straatnamen doen, interesseert me momenteel ook minder. Eén ding te gelijk, ‘k wil de vis niet verdrinken. Dus ook dat schilderij van Leopold II op stadhuis hangt niet echt in mijn weg. Ik sta er trouwens bijna altijd met mijn rug naar toe. De beoordeling van “slechte schilders” of evt. “krukkige schrijvers”, die inderdaad ook soms met een straatnaam geëerd worden, laat ik graag over aan anderen. Dat Leopold II ne slechte mens was, daar ben ik alvast van overtuigd. Iets ergers dus dan “allerminst een fijn heerschap” ! En, dus geen straatnaam waardig voor wie ondertussen zijn geschiedenis goed kent.
Daarnaast zoals ook al vandaag te lezen viel in uw zustercoreliokrant, beseft ik dat er inderdaad belangrijker zaken zijn, maar wat even belangrijk is dat er in het onderwijs te weinig wordt stil gestaan bij de rol van Leopold II en België in Centraal-Afrika. Nu wordt er nog te veel gefocust op het missiewerk, Expo 58-nostalgie en dergelijke. En net daarom plannen we in het najaar rond ons fairtradeweekend heel wat vorming en duiding over 50 jaar onafhankelijkheid Congo. Ik hoop dat dit ook evenveel weerklank krijgt in de nationale media.

Maar vooral hoop ik nog altijd dat Maurits Coppieters een straat krijgt in Sint-Niklaas en in navolging ook Nelson Mandela, M. Ghandi, Martin Luther King.

Toch nog één opmerking zou dit allemaal nieuws geworden zijn, mocht ik niet de eerste zwarte schepen van Vlaanderen zijn. Maar gewoon Wouter Van Bellingen, schepen van Jeugd en ontwikkelingssamenwerking in Sint-Niklaas.

De Standaard

%d bloggers liken dit: