Archief

Archive for the ‘Pers’ Category

10 geldvragen aan Wouter Van Bellingen

Wouter Van Bellingen (44) is directeur van het Minderhedenforum. ‘Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van een bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’

1 Hoe hebt u met geld leren omgaan?
’Mijn ouders waren gewone mensen die alles wat ze hadden, hebben geïnvesteerd in hun vier kinderen. Daardoor heb ik als kind al geleerd om rond te komen met een bescheiden inkomen. Als ik extra zakgeld wilde, moest ik daar soms voor werken in de vakantie. Of kluste ik bij in het weekend. Ook in het huishouden hielp ik: niet om geld te verdienen, maar om een bijdrage te leveren aan het gezin.’

2 Hoe springt u in uw relatie om met geldzaken?

’Ik ontferm me grotendeels over de gezinsfinanciën. Dat is historisch zo gegroeid. Ook beroepshalve ben ik het meest bezig met geld. Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het binnenhalen van subsidies voor allerhande projecten. Op privévlak besteed ik veel minder tijd aan mijn financiën. Dan heb ik echt geen zin om alles eindeloos uit te pluizen.’
3 Wat is uw beste financiële beslissing?
’Om snel een woning te kopen. Mijn vrouw en ik waren vijfentwintig toen we een bescheiden woning kochten. Het was eind jaren negentig: nog net op het juiste moment om later een mooie meerwaarde te realiseren op de verkoop. Zo was dat een hele mooie opstap naar onze volgende woning. De aankoop had wel voeten in de aarde. We hadden geen kapitaal, maar gelukkig wilden mijn ouders zich borg stellen.’
4 Maakt u zich zorgen om de lage spaarrente?
’Daarvoor heb ik niet genoeg geld op mijn spaarboekje. Er is een kleine reserve, maar ik verwacht niet dat dat veel opbrengt. Ze is er vooral om grotere gezinsprojecten te financieren. Zo hebben we intussen weer genoeg bijeen gespaard om momenteel de volgende fase van onze renovatie te financieren.’
5 Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?
’Het is wraakroepend dat arbeid meer belast wordt dan grote vermogens. Je kan veertig jaar in een fabriek werken, vervolgens moeten rondkomen met een klein pensioentje en daardoor nog in de problemen komen omdat je nooit veel kapitaal hebt gehad. Dat is niet rechtvaardig.’
6 Bent u op financieel vlak ooit het slachtoffer geweest van discriminatie?
’Neen. Ik heb een Vlaamse voor- en achternaam, wat in mijn voordeel speelt. Intussen geniet ik een beetje bekendheid. Ook dat helpt. Op financieel vlak ben ik dus nooit gediscrimineerd geweest door mijn huidskleur. Dat was wél het geval op het vlak van inkomen. Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’
7 Hoe leert u uw kinderen omgaan met geld?
’Mijn kinderen zijn intussen 12 en 15 jaar. Al heel jong heb ik hun geleerd wat het betekent om te sparen. Zo heeft mijn zoon zelf een jaar moeten sparen voor een nieuwe smartphone. Intussen kon hij wel mijn oude gsm gebruiken. En mijn dochter heeft twee jaar gespaard voor haar iPad. Ze moeten beseffen dat het geld niet zomaar direct op tafel ligt.’
8 Aan welke uitgaven hebt u een hekel?
’Aan verzekeringen. Die kosten heel veel geld en als je ze dan eens nodig hebt, blijkt altijd dat de franchise net te hoog is en dat je alles alsnog uit je eigen zak moet betalen. Nochtans nemen al die verzekeringen een serieuze hap uit het gezinsbudget. Daar kan ik me druk om maken.’
9 Koopt u vaak tweedehands?
’Ja hoor. Zo hebben we nog nooit een nieuwe televisie gekocht. Bij ons staat er nog geen flatscreen, maar wel een oude televisie met een beeldbuis. Ook veel meubels, zetels en tafels hebben we tweedehands gekocht. Ik zou niet weten wat daar mis mee is.’
10 Wat zou u doen als u de Lotto won?
’Om te beginnen zou ik ons huis en de tuin helemaal afwerken. En daarna zou ik met de kinderen een grote reis maken. In het verleden hebben we vooral gekampeerd en het zou fantastisch zijn om eens een wereldreis te maken. Daarnaast zou ik investeren in sociale projecten en zou ik een serviceflat kopen voor mijn mama.’
Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

SVEN VONCK, De Tijd.

Advertenties
Categorieën:Minderhedenforum, Pers

En toen bleef het oorverdovend stil.

Vorige week lanceerden we met het Minderhedenforum onze campagne “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?” En als bedoeling had het debat aan te zwengelen over de realiteit van superdiversiteit, gelaagde identiteit, gedeeld burgerschap in een inclusief Vlaanderen. De campagne was ook een antwoord op de racistische reacties n.a.v. de krantenkop ‘Jonge Vlaming met Marokkaanse roots sterft in Marokko’.  

De campagne leverde vervolgens diverse reacties op. Sommigen volharden in de boosheid en lieten weten dat mensen met voorvaderen buiten Vlaanderen nooit ‘Vlaming’ kunnen zijn of worden. Merkwaardig waren de stemmen die de campagne afdeden als racistisch en Vlaamse zieltjeswinnerij. Sommigen stelden vragen: Waarom iemand met een hoofddoek? Waarom een symbool van Vlaams nationalisme gebruiken? Waarom enkel Vlaming en niet Belg? Of Brusselaar, of Limburger? Is deze campagne enkel voor autochtonen? Een paar duizend mensen stelden geen vragen, maar antwoorden gewoonweg, ‘ja!’ Door de het logo op hun profiel te plaatsen, door het te delen op sociale media of door de campagne #ikbenvlaming te steunen. De voorbije week zwengelde het debat dan ook aan met verschillende opiniestukken in verschillende  kranten.

De mensen dien hun gezicht leenden voor de campagne maken duidelijk hoe gelaagd de identiteit is van de Vlamingen van vandaag. Zelf voel ik me Nieuwkerkenaar, Sint-Niklazenaar, Oost-Vlaming, Vlaming, Belg, Europeaan en wereldburger. Maar ik wil het over iets anders hebben. 

Wat me het meest opviel vorige week, was dat het oordovend stil bleef in de politiek wereld. Geen enkele partijvoorzitter, geen enkele fractieleider van het Vlaams parlement, geen Vlaams minister sprak zich uit voor een inclusief burgerschap. Een paar steunbetuigingen van een Brussels staatssecretaris, politieke woordvoerder, of voorzitter van een jongerenpartij niet te na gesproken. Bij de racistische reacties op de dood van Ramzi Kaddouri stroomden de een na de andere verontwaardiging binnen en toen we reageerden dat politici te weinig deden, en verontwaardiging niet voldoende was, schoot een federaal minister zelfs in een kramp om toch te bewijzen dat die echt wel zijn best deed.

Jarenlang is mensen met een migratieachtergrond verweten een slachtofferrol te spelen en dat we als middenveld steeds het negatieve benadrukken. En dan nu blijft het ineens stil. Terwijl het niet moeilijk was. Simpel zelfs. Op de vraag van “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?, was een simpel ‘ja’ voldoende. En door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan discriminatie en racisme. Blijft het debat enkel beperkt tot een zoveelste racismerel. Terwijl het zou moeten gaan over hoe we de participatie met een migratieachtergrond kunnen verhogen en die verdomde etnische kloof kunnen dichten. Een simpel ja had zoveel betekend niet enkel voor mensen met een migratieachtergrond die zich dagdagelijks inzetten voor onze samenleving, maar voor iedereen in Vlaanderen die gelooft in een inclusief en een superdivers Vlaanderen. Door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan diegenen die vinden dat een moslim, en dus ook een jood, een atheïst en christen geen Vlaming kunnen zijn. Die vinden dat Vlaming zijn, niet kan samen vallen met Brusselaar, Belg, Europeaan, Marokkaanse Vlaming en wereldburger zijn. Die vinden dat niet iedereen gelijke kansen verdient op de arbeidsmarkt,in het onderwijs of op de huurmarkt. Maar misschien heb ik het verkeerd voor en zullen politici spreken met beleid en daden. Ik kijk dan ook vol verwachting uit naar het begin van politieke jaar wanneer jullie na een deugddoende vakantie uit de startblokken zullen schieten met beleidsvoorstellen die een garantie zullen bieden op een inclusief en superdivers Vlaanderen.

Want zoals het enkele weken geleden in ‘The economist’ stond, is de keuze duidelijk. Ofwel kiezen we voor een samenleving die de superdiversiteit erkent en vandaaruit zoekt naar verbinding – Wir schaffen das, allemaal Vlaming-, vertrekkend vanuit de rechten en vrijheden van iedereen. Ofwel staren we ons blind op de verschillen, die onoverbrugbaar zijn, en is het wij tegen zij. Wij delen dan waarden die Zij dringend moeten verwerven. Wij als Minderhedenforum zeggen alvast duidelijk ja op verbinding. Aan jullie de keuze.

Categorieën:Mening, Minderhedenforum, Pers

Een genereus migratiebeleid werkt racisme tegen. Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens

Een positieve houding tegenover migranten creëert geen ‘white backlash’, maar het kan racisme wel flink terugdringen, zo blijkt uit onderzoek van Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens.
Een ‘desastreus’ migratiebeleid verklaart waarom racistische opvattingen welig tieren in Vlaanderen, zo stelt Theo Francken (DS 4 augsutus). Met ‘desastreus’ bedoelt Francken vooral een genereus beleid: een beleid dat te veel migranten België laat binnenkomen, en deze nieuwkomers te makkelijk toegang geeft tot stemrecht en de Belgische nationaliteit (hij heeft het dus niet enkel over het migratiebeleid, maar ook over het integratiebeleid). Op het eerste zicht strookt deze redenering met onze intuïtie. Wanneer beleid gul sociale en politieke rechten toekent aan nieuwkomers, lijkt het logisch dat de meerderheidsgroep zich bedreigd voelt en negatieve attitudes ontwikkelt. Meer mensen die met elkaar concurreren om schaarse goederen (zoals politieke macht en jobs), dat kan er alleen maar voor zorgen dat er negatieve opvattingen ontstaan over nieuwkomers, toch? Systematisch wetenschappelijk onderzoek toont nochtans exact het tegendeel aan.

In een studie die binnenkort gepubliceerd wordt in het vakblad International Journal of Comparative Sociology vergeleken we het integratiebeleid en antimigratie-attitudes in 27 Europese landen. Uit deze vergelijking blijkt dat burgers in landen met een genereus integratiebeleid er beduidend positievere houdingen tegenover immigranten op na houden. Staten die nieuwkomers vlot toegang verlenen tot sociale rechten, de arbeidsmarkt, nationaliteit en stemrecht (zoals bijvoorbeeld Zweden, Portugal en Finland) kennen een positief opinieklimaat ten aanzien van migranten. In landen die een restrictiever integratiebeleid voeren (zoals onder meer Hongarije, Oostenrijk en Malta) zijn intolerante attitudes beduidend wijder verspreid onder de bevolking.
Electorale afstraffing

Hoe valt deze samenhang tussen genereus integratiebeleid en positieve houdingen ten aanzien van migranten te verklaren? Het is te simplistisch te stellen dat een genereus integratiebeleid tolerante opvattingen bij de bevolking eenvoudigweg veroorzaakt. Samenhang is natuurlijk geen bewijs voor oorzakelijkheid. Het is daarentegen zinvoller te spreken over een cirkelvormige relatie, waarbij integratiebeleid en publieke opinie elkaar wederzijds beïnvloeden.

Enerzijds oefent de publieke opinie invloed uit op de manoeuvreerruimte waarover beleidsmakers beschikken. Een intolerant electoraat zet bevoegde beleidsmakers onder druk om een streng en restrictief beleid te voeren naar nieuwkomers toe, zo niet loert de electorale afstraffing om de hoek. Maar anderzijds geeft het gevoerde beleid ook vorm aan de publieke opinie. Een restrictief integratiebeleid geeft het signaal dat migranten slechts tweederangsburgers zijn. Wanneer (een deel van) het grote publiek deze signalen oppikt, kan dit tot intolerante houdingen en zelfs racistische opvattingen leiden. Een genereus beleid van gelijke rechten geeft daarentegen een normatieve boodschap mee dat migranten als volwaardige burgers beschouwd moeten worden. Dergelijke ‘policy feedback’-effecten worden maar al te vaak uit het oog verloren in het maatschappelijke debat.
De negatieve spiraal ombuigen
Vandaag dreigt het samenspel tussen beleid en publieke opinie overduidelijk in een vicieuze cirkel te verzanden. Opgejaagd door de publieke opinie luiden beleidsmakers de trom van strenge en restrictieve maatregelen. Hiermee geven ze – al dan niet bewust – aan de bevolking het signaal dat nieuwkomers niet welkom zijn, wat dan weer intolerante houdingen in de hand werkt. Meer dan ooit is het nodig om deze negatieve spiraal om te buigen naar een zogenaamde virtuoze cirkel. Een genereus en inclusief integratiebeleid, dat duidelijk te kennen geeft dat nieuwkomers integraal deel uitmaken van onze samenleving, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van antimigratie-attitudes en racistische opvattingen. En een meer tolerant opinieklimaat vergroot op zijn beurt dan weer het speelveld van beleidsmakers om een beleid van gelijke rechten te voeren.
Kortom, het integratiebeleid en de publieke opinie bewegen synchroon. Er is helemaal geen bewijs dat een open migratie- en integratiebeleid een zogenaamde ‘white backlash’ creëert en racisme in de hand werkt. Genereus beleid is geen desastreus beleid. Integendeel, een inclusief integratiebeleid kan een belangrijke hefboom zijn om te werken aan een samenleving waarin racistische opvattingen onaanvaardbaar zijn. Vandaar dat men in de strijd tegen racisme beter kan inzetten op een beleid en communicatie dat nieuwkomers gelijkwaardige burgers zijn zoals u en ik.
Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens, 8/08/2016

Categorieën:Media, Pers

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

Hier moet streng tegen opgetreden worden.

28 april 2015 Commentaar uitgeschakeld

Een voetballer die wegens zijn geloof de vrouwelijke scheids geen hand wil geven: is het racisme of seksisme, of geen van beide? ‘Geslacht, huidskleur of religie mogen nérgens een rol spelen’, zegt Wouter Van Bellingen van het Minderenhedenforum.

Volgens de fair-playregels in het voetbal schudden alle spelers de hand van de scheidsrechter voor de match begint. Dus stak Irmgard Van Meirvenne (20), een jonge vrouwelijke scheidsrechter uit het Waasland, voor de aftrap van de wedstrijd Hamme-Zogge tegen F.C. Daknam haar hand uit terwijl ze het schoeisel van de spelers controleerde. Een islamitische voetballer van F.C. Daknam draaide zich echter om en zei: ‘Vanwege mijn geloof kan en wil ik jou geen hand geven.’ ‘Ik schrok daar zodanig van dat ik op het moment zelf niet wist hoe ik moest reageren’, zegt Irmgard. ‘De scheidsrechter geen hand geven is in strijd met de regels van fair play. Mij negeren omdat ik een vrouw ben, is in strijd met de antidiscriminatiewet. Maar ik was te verbouwereerd om er iets van te zeggen.’

ONAANVAARDBAAR

’Wat daar gebeurd is, is onaanvaardbaar’, vindt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. ‘Geslacht, huidskleur of geaardheid mogen geen rol spelen. Niet in de maatschappij, niet in de sport en niet in het voetbal. Je kan zo’n daad gewoon niet goedpraten, ook niet met geloofsregels. Ik vind dat er streng opgetreden moet worden tegen die speler en dat het eerst en vooral aan zijn club is om te reageren.’

Bij F.C. Daknam denken ze daar anders over. ‘Ik trek me hier niks van aan’, zegt voorzitter Leo Van Kerckhove. ‘Ik kan niets veranderen aan het geloof van een speler.’

GEEN KLACHT

’Ik heb overwogen om een klacht in te dienen, maar dat zal ik toch niet doen’, besluit Irmgard. ‘De andere spelers hebben zich verontschuldigd. Ik heb die voetballer op het veld bezig gezien en ik denk niet dat hij een slechte kerel is. Ik respecteer zijn geloof. Ik blijf wel zitten met de vraag wat je in dergelijke omstandigheden wel of niet mag accepteren, maar die discussie moet nu binnen de voetbalbond gevoerd worden.’

Dag Allemaal, EH

Eindelijk is het niet langer alleen ‘hun eigen schuld’, opiniestuk De Morgen.

“Als wij een ander migratiebeleid hadden gevoerd en de problemen van racisme en discriminatie hadden aangepakt, dan was ik geen burgemeester geweest van een stad waaruit zeventig jongeren zijn vertrokken om een conflict te gaan uitvechten dat het hunne niet is. (…) Het departement Welzijn is totaal afwezig in de moslimgemeenschap. In de scholen gebeurt er helemaal niets.” 
Bij de voorstelling van het boek ‘#Radicalisme, #Extremisme, #Terrorisme’ van onderzoeker Bilal Benyaich klinkt het commentaar van Antwerps burgemeester Bart De Wever hard voor de politiek, maar zacht voor de moslimjongere. Hij haast zich niet langer om de oorzaken van radicalisering bij het geloof en de moslimgemeenschap alleen te leggen. Gisteren noemde hij eindelijk ook de sociale oorzaken van radicalisme: een falend integratie-, welzijn- en onderwijsbeleid en een gefaalde strijd tegen racisme en discriminatie. Niet langer treffen alleen het individu en zijn gemeenschap schuld, ook de maatschappij moet zich eindelijk verantwoorden. Op 21 maart 2015 brak er in Vlaanderen een nieuwe lente aan. Op de internationale dag tegen discriminatie en racisme en 8 jaar na het massahuwelijk in Sint-Niklaas.

Ik ben verheugd dat racisme en discriminatie niet gewoon meer ‘verwerpelijk’ is om het dan daarbij te laten, als in een goedkope condoleance op een begrafenis. Dat racisme niet langer relatief is, maar oorzakelijk. Oorzakelijk aan een ontwrichting van de samenleving, oorzakelijk aan het nefaste gevoel van een heleboel mensen dat zij niet aanvaard worden. Oorzakelijk aan het geweld dat een veel kleiner groepje uit die frustratie pleegt.  
De analyse van Bilal Benyaich is pijnlijk. Hij verft schaamrood op de wangen van de politiek. “Het zou makkelijk zijn geweest om die jongeren eruit te halen”, klinkt het hoopvol, maar vernietigend. Hij pleit voor een doortastend welzijn- en moskeebeleid en voor een onderwijs ‘dat niet alleen talenten, maar ook burgers aflevert’. 
Als directeur van het forum van ethnisch-culturele minderheden in Vlaanderen en Brussel sluit ik me daar volledig bij aan. Het beleid moet ál onze jongeren burgerwaarden meegeven. Het gaat daarin niet alleen over het vaak genoemde recht op vrijemeningsuiting. Het gaat ook over het wegvegen van blinde vlekken in kinderhoofden: dat een klasgenoot met een kleurtje ‘anders’ zou zijn bijvoorbeeld. We moeten gaan voor gekleurde personages in schoolboeken, gemengde klassen, gelijke onderwijskansen. 
Zoals Alicja Gescinska dit weekend  in DM, de Amerikaanse filosoof John Dewey citeerde ‘De democratie moet iedere generatie worden herboren en onderwijs is haar vroedvrouw”
“Elkaar niet kennen en niet verdragen heeft een maatschappelijke kost. We sturen dokters en psychiaters het veld in tegen verzuring, we betalen uitkeringen door uitsluiting op de arbeidsmarkt, we betalen ons blauw aan veiligheid. Ja, in Welzijn en Onderwijs moet het beter, maar ook in de departementen Gelijke Kansen, Armoede en Werk. Vlaanderen scoort het slechtst van Europa in de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond. Het wordt dus hoog tijd dat de werkzaamheidsgraad drastisch omhoog gaat zodat die extra inkomsten kunnen herverdeeld worden in welzijn en onderwijs voor alle jongeren. Om wortels uit te roeien, moeten we er samen aan trekken. 

Wouter Van Bellingen
Directeur Minderhedenforum

Kan het erger met discriminatie? Ja, maar het kan ook veel beter.

Alicja Gescinska is docent aan het Political Science Department van het Amerikaanse Amherst College. Ze emigreerde in 1988 naar België en werd in 2012 doctor in de wijsbegeerte aan de UGent.

Toen ik enkele jaren geleden naar Gent wilde verhuizen, kwam ik uit bij een appartement in een straat parallel met de Sleepstraat. “U hoeft zich geen zorgen te maken”, verzekerde de vastgoedmakelaar me. “Kijk maar eens naar de namen op de deurbellen. Allemaal Vlaamse namen. Geen Turken, Bulgaren, Russen of Polen in dit appartementsgebouw.” De man trok nogal bleek weg toen ik niet veel later mijn naam voor hem moest spellen. Eens goed in de verf zetten dat je geen ‘vreemdelingen’ als buren hebt. Dit beproefd verkooppraatje past naar alle waarschijnlijkheid in een ruimer kader van structurele discriminatie van vreemdelingen in hun zoektocht naar woonst en werk. Dat de stad Gent kordater wil optreden tegen allerhande vormen van discriminatie valt toe te juichen (DM 20/3). Daar gaat een belangrijke signaalfunctie van uit. Het is belangrijk om discriminatie in kaart te brengen, aangezien velen in een bubbel leven en menen dat het met die discriminatie toch niet zo erg is in ons vooruitstrevend, vrij en verlicht landje. Die bubbel mag wel eens worden doorprikt. 

Natuurlijk kan het erger, maar veel beter kan het ook. Soms zijn we zo verlicht door onze eigen goedheid dat we blind blijven voor onze gebreken. De Britse schrijver Adrian Hart is zo’n exponent van die verlichte blindheid. Volgens hem bestaan echt racisme en discriminatie amper in onze westerse samenlevingen. Nu ja, dan bezorgen praktijktesten en mystery shoppers ons toch even een reality check. We kunnen oeverloos palaveren of we iets racisme of discriminatie noemen. Was Reynders’ optreden als Noiraud racistisch? Is het racistisch als een opblaasbare banaan naar een zwarte voetballer wordt gegooid? Is het discriminatie van vrouwen als het Boekenweekgeschenk dertien jaar na elkaar door een man wordt geschreven of de State of the European Union al zeven jaar na elkaar door een man wordt verzorgd? Het antwoord op die vragen is niet zo eenduidig. Eerder dan ons blind te staren op terminologische discussies kunnen we pragmatisch wel erkennen dat voor bepaalde groepen in de samenleving het leven steeds tegen de wind in fietsen is, terwijl anderen steeds de wind in de rug hebben. Als je een beetje bezig bent met sociale rechtvaardigheid, dan laat je mensen niet weggeblazen worden omwille van de kleur van hun huid, hun geslacht of seksuele voorkeur of de opeenvolging van klanken waaruit hun achternaam is opgebouwd. 

Waar de signaalfunctie van het Gentse onderzoek en plan erg belangrijk is, denk ik dat de verwachtingen over de resultaten ervan moeten worden getemperd. Signaliseren is één ding, sanctioneren een ander. Ter discussie bij discriminatie staat steeds de vrijheid van de een tegenover de vrijheid van de ander. De vrijheid van de verkoper versus die van de koper. De vrijheid van de eigenaar tegenover die van de huurder. Er bestaat geen juridische vuistregel of ethisch meetinstrument om sluitend te bepalen wiens vrijheid belangrijker is. En dat maakt optreden tegen discriminatie en de afweging van botsende vrijheden steeds moeilijk. Tegelijk dreigt een loutere symbool- en signaalpolitiek niet meer te doen dan de vinger op de wonde leggen en ondertussen machteloos toekijken hoe die wonde niet gedicht raakt.

Ongetwijfeld hebben we in de strijd tegen discriminatie meer aan emanciperen dan aan sanctioneren. Een samenleving is zo open en goed als de harten en geesten van haar burgers. En die openheid en goedheid bewerkstellig je vooral met kennis en onderwijs. “De democratie moet iedere generatie worden herboren, en onderwijs is haar vroedvrouw”, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey ooit stelde.

DM, 21/03/2015

Categorieën:Mening, Pers, SOS 2012
%d bloggers liken dit: