Stoor ik? Jo Van Damme belt met Wouter Van Bellingen (Opgelet is satire en geen echt interview)

We worden niet elke dag gebeld door Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum. Hij vindt dat Zwarte Piet geen kindervriend is, maar een negerslaaf. De roetpiet (zoals voorzien in het fameuze Pietenpact) is volgens hem geen bevredigend alternatief.
‘De roetpiet is een goede stap, maar geen eindpunt, meneer Van Damme. De hele figuur moet herbekeken worden, niet alleen de huidskleur, het kroeshaar en de rode lippen.’
‘U hebt problemen met de uitdossing van de roetpiet?’
‘Bijvoorbeeld. Die veelkleurige pagekledij, die pofbroek, het verwijst allemaal duidelijk naar de zwarte kinderslaven van vroeger.’
‘Eigenlijk moet de roetpiet gewoon een jeans en een wollen trui dragen, zoals iedereen?’
‘Of een deftig pak, eventueel iets casual chic. Waarom moet Piet er als een halve schooier uitzien?’
‘Tja, met die roetvegen.’
‘Voilà, nu wordt de indruk gewekt dat Piet het niet zo nauw neemt met de hygiëne. Een koloniale fabel. Waarom krijgt hij trouwens een beroep zonder veel toekomst? Over tien jaar zijn er misschien geen vuile schoorstenen meer. Niet uitgesloten met de nieuwe generatie condensatieketels.’
‘En wat met “Zijn knecht staat te lachen”?’
‘Uit betrouwbare bron: hij lacht níét. Of hoogstens zuur. Omdat hij geen knecht wil zijn. In zijn hart is hij zaakvoerder.’
‘U vindt het eveneens niet kunnen dat het altijd Sinterklaas is die op het paard zit? Piet wil ook af en toe eens in het zadel?’
‘En zijn mooie pak vuilmaken zeker? Nee, Piet komt gewoon met de auto. Of met de bakfiets, want Piet is best milieubewust.’
‘Wil Piet eigenlijk nog gezien worden in het gezelschap van een ouwe malle man in een jurk, op een schimmel?’
‘Eigenlijk niet. Maar we moeten ook aan de werkgelegenheid denken. Waar vindt Piet nog een deftige job zonder Sinterklaas?’
‘Bij Het Vlaams Minderhedenforum?’
‘Het zou wel plezierig zijn als we de discussie op een volwassen manier konden voeren, meneer Van Damme.’
‘Verwittig als het zover is, meneer Van Bellingen.’

Advertenties
Categorieën:Media, Minderhedenforum, Pers

Geen pietendebat meer in aanloop van 6 december.

Vandaag roept De Morgen-journalist Bart Eeckhout op voor een tweede Pietenpact. Het Minderhedenforum is bereid dit tweede Pietenpact te onderschrijven om in aanloop van 6 december geen pietendebat te houden.
Eerste Pietenpact was nog niet rijp.

Voor alle duidelijkheid zijn we tevreden over het eerste pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke, volgende stap is in een proces van verandering, van maatschappelijke transitie. Maar voor sommige mensen blijft de huidige figuur nog kwetsend omdat o.a. door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. En het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. En voor ons moet het pact dus dynamisch zijn en niet statisch. Daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen. De commotie van het voorbije weekend bewijst dat het eerste Pietenpact nog niet rijp was. Daarom zijn we bereid om de dialoog aan te gaan met DeBuren initiatiefnemer van het eerste pietenpact en zijn mede-ondertekenaars.
Dialoog blijft noodzakelijk.

Daarom is het belangrijk de dialoog verder aan te gaan. Te blijven praten tot we een compromis vinden waar iedereen zich kan achter stellen. Waar iedereen zich kan in erkennen. Daarom geloof ik echt in die kracht van verandering. Waar eerst sinterklaas een figuur was zonder knecht, dan met een knecht, dan terug zonder knecht en nu met verschillende knechten Ook hier zien we een transitie naar meer gelijkwaardig tussen de positie van Sinterklaas en zijn knechten. Momenteel voorgesteld door een roetpiet en verschillende pieten. 
Slechte timing verziekt het debat.

We betreuren vooral ook de timing van de lancering van het eerste pact omdat deze discussie vandaag ook impact heeft op kinderen. Wat niet zou mogen. Want zo dreigen we één van de mooiste momenten van het jaar het Sinterklaasfeest te bezoedelen met een discussie tussen volwassenen. Sommigen beweren dat zulke maatschappelijke discussies enkel het populisme versterkt. Ik ben hiervan niet overtuigd. Het probleem ligt dat mensen zich te weinig erkend voelen. Net door op respectvolle manier in dialoog te treden voelen mensen zich erkend en gewaardeerd.
Lang leve het Sinterklaasfeest.

Iedereen die me kende als schepen weet dat ik persoonlijk niks heb tegen Sinterklaas. Integendeel als jeugdschepen bevoegd voor Sinterklaas heb ik er voor gezorgd dat Sinterklaas een hoogdag is voor alle kinderen in Sint-Niklaas en het Waasland met een huis van de Sint ,dag van de Sint die gisteren werd georganiseerd . Het klopt dat ik in als ‘sint’schepen een satirisch filmpje opnam over Zwarte Piet. Meer nog als 18-jarige speelde ik zelfs zwarte piet bij de scouts en als kind ontving ik zoals alle kinderen speelgoed. Maar vandaag is ook mijn inzicht geëvolueerd. Zoals journalisten, tv-makers, politici evolueren. Daarom wil ik de Stad Antwerpen en de organisatoren feliciteren met de intrede van de Sint. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten steden in Vlaanderen én Nederland.

Echte problemen aanpakken.
Uiteraard is de zwarte piet discussie vooral een probleem van beeldvorming en ondergeschikt aan andere grotere, structurele problemen in de samenleving zoals de hoge werkloosheidscijfers bij personen met een migratie-achtergrond, de hoge schooluitval bij jongeren met een migratie-achtergrond, discriminatie op de huur – arbeidsmarkt, gebrek aan een divers lerarenkorps en de gekleurde armoede. Daarom organiseren we met het Minderhedenforum volgende maand op 10 december in de deSingel dan ook onze Open Forumdag waar we in dialoog gaan bespreken hoe we deze uitdagingen samen kunnen aanpakken. En daarom gaan we ook in opdracht van de Vlaamse Regering werken maken van het integratiepact. Zodat alle kinderen kunnen leven in een Vlaanderen waar iedereen gelijkwaardig is en kansen krijgt, maar deze ook kan grijpen.

Daarom zijn wij dan ook bereid om met onmiddellijke ingang het Tweede pietenpact af te sluiten. En engageren we ons om in de aanloop van 6 december geen pietendebat meer te voeren. Zo is en blijft Sinterklaas, een echt kinderfeest. Hierin kan Vlaanderen de weg tonen aan Nederland.

Arm? Dan had u maar Oostends moeten leren.

Vrouwen met een migratieachtergrond hebben vier keer meer kans om in armoede te belanden. In een nog te verschijnen rapport van het Minderhedenforum, dat deze krant kon inkijken, zoeken de vrouwen zelf naar antwoorden. ‘Gewoon Nederlands spreken bleek niet genoeg voor een job, ik moest ook Oostends kunnen.’Uit de jongste armoedebarometer blijkt dat 11 procent van de Vlamingen in armoede leeft, maar bij Vlamingen met een migratieachtergrond gaat het om 41 procent. Blijken ze ook nog eens vrouw te zijn, dan zijn de cijfers nog schrijnender.

”Er is sprake van een cumulatief effect”, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. “Vrouwen, met of zonder migratieachtergrond, zijn kwetsbaarder voor armoede. Bijvoorbeeld omdat 80 procent van de eenoudergezinnen uit alleenstaande moeders bestaat. Ze zijn ook vaker dan mannen afhankelijk van het inkomen van hun partner. Daarnaast zijn mensen met een migratieachtergrond kwetsbaarder dan autochtonen. De migratieachtergrond heeft een versterkend effect.”
Leren fietsen
In rondetafelgesprekken bij etnisch-culturele verengingen zoals FMDO en Turkse Unie ging onderzoekster Meryem Kanmaz voor het Minderhedenforum op zoek naar de redenen die de vrouwen zelf aangeven. Karima Omar (40) is een van de 59 vrouwen die eraan meewerkte. De Koerdische woont zeven jaar in België en kan zich vlot in het Nederlands uitdrukken. Ze benadrukt dat armoede meer is dan financiële problemen.
”Het gaat om uitsluiting, minder kansen, gebrek aan sociaal contact, gebrek aan werk. Al heb ik niet te klagen. Ik heb net leren fietsen dankzij iemand van hier. En ik heb een goede job, maar dat is ooit wel anders geweest.”
Toen Omar bijna acht maanden in België was, kreeg ze werk in een winkel. Haar baas was tevreden over haar Nederlands en ze boekte snel vooruitgang. Maar een half jaar en een nieuwe baas later was het sprookje uit.
”Ik vroeg waarom ze me ontsloegen, want ik wou leren uit mijn fouten. Blijkbaar hadden twee collega’s geklaagd dat ik het dialect van Oostende niet machtig was. Volgens mij was dat enkel een excuus om me buiten te krijgen.”
”Ook in andere provincies kwam dit naar boven, zeer frustrerend voor mensen die net de taal onder de knie hebben”, zegt Wouter Van Bellingen. “Maar ook het algemeen Nederlands was een weerkerend thema in de rondetafelgesprekken. Het is een hefboom om aan werk te geraken, maar veel vrouwen geven aan dat het ook een barrière vormt. Voor sociale huisvesting, voor VDAB-opleidingen en voor tewerkstelling.”
De Turks-Belgische Aliya Yildirim (36), geboren en getogen in Beringen, kan erover meespreken, met een sappig, Limburgs accent.
”Ik ken zoveel mensen die al jarenlang een taalcursus volgen, maar amper vooruitgang boeken, omdat het zo moeilijk is. Terwijl je erg goed Nederlands moet kunnen om over je financiën te praten bij de bank, of over je kinderen op een oudercontact. Een vriendin in armoede wou beginnen als poetshulp, maar ze wilden haar niet. Ze vonden haar Nederlands onvoldoende.”
”Het taalniveau dat gevraagd wordt, is soms onrealistisch hoog, ook voor uitvoerende jobs waar een beperkte kennis van het Nederlands zou moeten volstaan”, zegt Van Bellingen. “Steeds meer is taal een voorwaarde om bepaalde rechten te krijgen, wat ervoor zorgt dat ze ook geen praktijkervaring opdoen. Dat geldt bij uitstek voor vrouwen met een migratieachtergrond, omdat ze zich vaker terugtrekken uit het openbare leven nadat ze kinderen krijgen. De zorg voor de kroost komt meestal op hun schouders terecht.”
Kinderopvang
Sprekend in het rapport zijn de getuigenissen over een gebrek aan ‘bandbreedte’. Het hoofd van deze vrouwen zit al vol met zaken die ze hoogdringend moeten regelen in de dagelijkse strijd om rond te komen. Het leren van Nederlands komt dan op de tweede plaats, ook al zouden ze het zelf graag anders zien.
”Daarom is kinderopvang zo belangrijk”, zegt Van Bellingen. “Er is het verlaagd tarief van 1,56 euro voor mensen met een laag inkomen, maar er is nog geen automatische toekenning van deze rechten. Dat zou nochtans moeten, want typisch voor deze doelgroep is dat ze de kanalen onvoldoende kent. Bovendien hebben werkende mensen voorrang voor kinderopvang, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat.”
Het volledige rapport wordt voorgesteld op de Open Forumdag op zaterdag 10 december in DeSingel, Antwerpen.

BRUNO STRUYS, DM

Categorieën:Minderhedenforum

10 geldvragen aan Wouter Van Bellingen

Wouter Van Bellingen (44) is directeur van het Minderhedenforum. ‘Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van een bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’

1 Hoe hebt u met geld leren omgaan?
’Mijn ouders waren gewone mensen die alles wat ze hadden, hebben geïnvesteerd in hun vier kinderen. Daardoor heb ik als kind al geleerd om rond te komen met een bescheiden inkomen. Als ik extra zakgeld wilde, moest ik daar soms voor werken in de vakantie. Of kluste ik bij in het weekend. Ook in het huishouden hielp ik: niet om geld te verdienen, maar om een bijdrage te leveren aan het gezin.’

2 Hoe springt u in uw relatie om met geldzaken?

’Ik ontferm me grotendeels over de gezinsfinanciën. Dat is historisch zo gegroeid. Ook beroepshalve ben ik het meest bezig met geld. Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het binnenhalen van subsidies voor allerhande projecten. Op privévlak besteed ik veel minder tijd aan mijn financiën. Dan heb ik echt geen zin om alles eindeloos uit te pluizen.’
3 Wat is uw beste financiële beslissing?
’Om snel een woning te kopen. Mijn vrouw en ik waren vijfentwintig toen we een bescheiden woning kochten. Het was eind jaren negentig: nog net op het juiste moment om later een mooie meerwaarde te realiseren op de verkoop. Zo was dat een hele mooie opstap naar onze volgende woning. De aankoop had wel voeten in de aarde. We hadden geen kapitaal, maar gelukkig wilden mijn ouders zich borg stellen.’
4 Maakt u zich zorgen om de lage spaarrente?
’Daarvoor heb ik niet genoeg geld op mijn spaarboekje. Er is een kleine reserve, maar ik verwacht niet dat dat veel opbrengt. Ze is er vooral om grotere gezinsprojecten te financieren. Zo hebben we intussen weer genoeg bijeen gespaard om momenteel de volgende fase van onze renovatie te financieren.’
5 Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?
’Het is wraakroepend dat arbeid meer belast wordt dan grote vermogens. Je kan veertig jaar in een fabriek werken, vervolgens moeten rondkomen met een klein pensioentje en daardoor nog in de problemen komen omdat je nooit veel kapitaal hebt gehad. Dat is niet rechtvaardig.’
6 Bent u op financieel vlak ooit het slachtoffer geweest van discriminatie?
’Neen. Ik heb een Vlaamse voor- en achternaam, wat in mijn voordeel speelt. Intussen geniet ik een beetje bekendheid. Ook dat helpt. Op financieel vlak ben ik dus nooit gediscrimineerd geweest door mijn huidskleur. Dat was wél het geval op het vlak van inkomen. Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’
7 Hoe leert u uw kinderen omgaan met geld?
’Mijn kinderen zijn intussen 12 en 15 jaar. Al heel jong heb ik hun geleerd wat het betekent om te sparen. Zo heeft mijn zoon zelf een jaar moeten sparen voor een nieuwe smartphone. Intussen kon hij wel mijn oude gsm gebruiken. En mijn dochter heeft twee jaar gespaard voor haar iPad. Ze moeten beseffen dat het geld niet zomaar direct op tafel ligt.’
8 Aan welke uitgaven hebt u een hekel?
’Aan verzekeringen. Die kosten heel veel geld en als je ze dan eens nodig hebt, blijkt altijd dat de franchise net te hoog is en dat je alles alsnog uit je eigen zak moet betalen. Nochtans nemen al die verzekeringen een serieuze hap uit het gezinsbudget. Daar kan ik me druk om maken.’
9 Koopt u vaak tweedehands?
’Ja hoor. Zo hebben we nog nooit een nieuwe televisie gekocht. Bij ons staat er nog geen flatscreen, maar wel een oude televisie met een beeldbuis. Ook veel meubels, zetels en tafels hebben we tweedehands gekocht. Ik zou niet weten wat daar mis mee is.’
10 Wat zou u doen als u de Lotto won?
’Om te beginnen zou ik ons huis en de tuin helemaal afwerken. En daarna zou ik met de kinderen een grote reis maken. In het verleden hebben we vooral gekampeerd en het zou fantastisch zijn om eens een wereldreis te maken. Daarnaast zou ik investeren in sociale projecten en zou ik een serviceflat kopen voor mijn mama.’
Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

SVEN VONCK, De Tijd.

Categorieën:Minderhedenforum, Pers

‘Racisme wordt steeds erger’

In 1978 gooide een supporter een banaan naar Beerschot-speler Paul Beloy (59). Bijna 40 jaar later is het racisme op en rond onze voetbalvelden nog steeds pijnlijk aanwezig. Beloy schreef er met Vuile zwarte een boek over. ‘Noem het een wake-upcall.’ 
”Ik kan het onderwerp niet loslaten en ga dat ook nooit meer doen”, zegt hij. ‘Hij’, dat is Paul Beloy, de man van zovele levens. In Kinshasa geboren, maar in België getogen ex-voetballer van onder meer KV Mechelen, Beerschot en Lierse, huidig “vervolgcoach anderstalige nieuwkomers” in een secundaire school in Hoboken en vader van tv-gezicht Tatyana Beloy, Yannick ‘Dj Makasi’ Beloy en Sarah Beloy, trainingmanager bij Lancôme. ”Tijd of geen tijd”, zegt Paul, “ik word al strijdend ouder. Straks krijg ik grijs haar, maar dat mag me niet beletten. Ik wil vechten voor mijn kleinkinderen, opdat zij in een faire maatschappij opgroeien.”

De strijd tegen racisme en discriminatie is de rode draad in het leven van Beloy. Altijd geweest. Altijd gebleven. In 1978 was hij een van de weinige zwarte spelers in het Belgische voetbal. En Paul was goed, Paul was verdomd goed. Tot frustratie van de tegenstrever. Op bezoek bij Antwerp kreeg hij als speler van Beerschot een banaan naar zijn hoofd gegooid. Hij raapte die op, gooide ze buiten de krijtlijnen en speelde gewoon verder.

Nu, bijna veertig jaar later, heeft Beloy een boek geschreven, samen met journalist Frank Van Laeken, begin deze eeuw hoofdredacteur van de VRT-sportredactie. Vuile zwarte heet het, en het kadert de brede problematiek van racisme in de voetbalsport.

”Zo’n boek was noodzakelijk”, vervolgt Beloy. “Want in weerwil van wat mensen denken, wordt het probleem alsmaar erger. Samen met Frank heb ik een jaar lang alles bijgehouden wat over het onderwerp verscheen in de kranten. Eén simpel jaar. Wetende dat er zo veel gebeurt dat de kranten niet haalt, kon ik niet meer aan de zijlijn blijven staan.”
Twee mensen die opdoken in het jaaroverzicht van Beloy, schuiven mee aan tafel. Dat zijn Anthony Mbachu (26), een voetballer met Nigeriaanse roots die ooit bij de beloften van Standard Luik speelde. Nu heeft Anthony een job, is voetbal niet meer zo urgent als vroeger en speelt hij in derde provinciale, bij Kalmthout SK. En ook Cindy Van Sanden. De jonge mama is ex-afgevaardigde van een ploegje 12-jarigen op Linkeroever. Paul, Anthony en Cindy: drie stemmen, die staan voor drie generaties.
Een boek als aanklacht tegen de huidige situatie. Is er de voorbije decennia dan echt niks veranderd?
Paul Beloy: “Toch wel, maar helaas niet in positieve zin. Het voordeel van mijn leeftijd is de opgedane ervaring. Ik heb racisme zien evolueren in dit land; het heeft een metamorfose ondergaan. Toen ik in de jaren 60 in België arriveerde, was ik nog een schattig negerke. Mensen voelden aan mijn haar, wreven over mijn armen en dachten dat onze ouders in de bomen leefden. Ik was een curiosum, de enige zwarte op straat. De term ‘racisme’ was nog niet bekend. Mensen deden uitspraken die nu als 100 procent racistisch worden beschouwd, maar indertijd voor de blanken zo niet aanvoelden. ”Na een tijd was mijn haar niet meer interessant, kwamen er meer zwarte spelers in het Belgische voetbal en werd ik een vuile zwette. Nu, nog eens zoveel jaar later, woekert het probleem onderhuids verder. In plaats van ‘vuile zwarte’ krijg je nu op het werk te horen ‘dat het hier stopt’. Racisme wordt op een haast intellectuele manier bedreven. Daarom is het probleem zeer moeilijk te traceren en moeilijk aan te pakken. ”Dat is in het voetbal niet anders. Wat doe je als een zwarte speler niet toegelaten wordt tot een club? Wat is de reden die de club opgeeft voor die weigering? Of ouders die verhinderen dat hun zoon in een ploeg met zwarten speelt? Begin er maar aan. Als zwarte voel je zulke dingen de hele tijd, maar anderen zien het niet meer.”

Anthony Mbachu: “Dat klopt. En toch is het niet louter onderhuids. Ik krijg op een voetbalveld nog altijd heel wat te verduren, maar na al die jaren heb ik een schild ontwikkeld tegen scheldwoorden. Ik heb het noodgedwongen aanvaard. En dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Het mag niet dat die uitspraken van me afglijden. ”Vorig jaar brak mijn schild alsnog. Toen riep de afgevaardigde van de tegenpartij ‘bananenkop’ naar me. Vroeger kon ik me moeilijk bedwingen bij zulke incidenten en ging ik recht op de man af. De laatste jaren kon ik me gelukkig intomen. Maar toen niet. Ik kon ‘bananenkop’ niet zomaar laten passeren. ”Ach, er is uiteindelijk nog niet veel veranderd. Racisme is minder zichtbaar, maar daarom niet minder nadrukkelijk aanwezig.”

Cindy Van Sanden: “Vorig jaar, toen ik afgevaardigde was van de U13 van City Pirates Linkeroever, liep een vader het veld op en riep tegen een jongetje van onze ploeg: ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’, waarop trainers en supporters het veld op liepen en de wedstrijd werd afgefloten. Onze eigen spelers gingen onder luid boegeroep naar de kleedkamer. Probeer dat maar eens te kaderen als 12-jarige. Ik heb een brief geschreven na het voorval en die tekst op de Facebookpagina van onze coach geplaatst. Ik moest iéts doen, want 12-jarigen hebben geen stem in dit debat. Er is inderdaad veel onderhuids racisme, maar evengoed zijn er nog altijd zware incidenten, met openlijke scheldpartijen.”
De voetbalfan ziet het probleem niet. In een enquête van FAN, het voetbalmagazine van Het Nieuwsblad, bleek eind vorig jaar dat een op de vier fans oerwoudgeluiden op de tribune niet als racistisch beschouwt.
Beloy: “Dat cijfer is ongelofelijk. We mogen ons enerzijds nog ‘gelukkig’ prijzen dat racisme in het voetbal nog zo onversneden tot uiting komt. Daar is adrenaline in het spel, voelt men minder remmingen, flapt iemand er zomaar ‘bananenkop’ uit en zie je de ware aard van de mens. Helaas. Dergelijke voorvallen geven aan dat we nog een lange weg af te leggen hebben.”

Mbachu: “Het probleem is groter dan veel mensen denken. Als we met Kalmthout spelen tegen een ploeg die alleen maar uit blanken bestaat, dan moet ik focussen om niet op de provocaties in te gaan. Dan weet ik op voorhand dat het geen makkelijke match voor me wordt. In derde provinciale krijg ik echt wekelijks uitspraken à la ‘stomme neger’ te horen, of ‘ga terug naar uw land’. Dus ik schrik niet van dat cijfer.”

Beloy: “Wellicht heeft de huidige vluchtelingencrisis ook een effect op het oplaaiende racisme. Kijk naar de reacties op Facebook na de dood van die 15-jarige jongen uit Genk. Het is niet anders op een voetbalveld.”
Niet alleen een deel van de fans, ook de voetbaltop ziet het probleem niet. Net op het moment dat dit boek verschijnt, zegt de FIFA, de wereldvoetbalorganisatie, dat er geen racisme meer is, dat het probleem is opgelost. De FIFA heeft de werkgroep tegen discriminatie opgedoekt.
Beloy: “Dat is toch niet te geloven? Het toont de wereldvreemdheid van de FIFA en tegelijk ook de schrik voor een wereldmacht als Rusland, waar het volgende wereldkampioenschap plaatsvindt. Dus namen wij pen en papier en schreven dit boek. Noem het een wake-upcall.”
Van Sanden: “Er heerst een soort consensus dat racisme tegenwoordig is teruggedrongen, dat het probleem minder voorkomt, dat het relatief is. Het tegendeel is waar.”
Beloy: “En net dat is het grote probleem: de gelatenheid. Mensen die geen acht meer slaan op uitspraken als ‘vuile neger’, die dat als zonderling beschouwen. Ik link die gelatenheid aan het onderhuidse karakter. We zien het niet meer, dus het bestaat niet meer. Daarom moeten we het probleem echt blijven benoemen.”
’Racisme kun je alleen maar aanpakken door het te begrijpen’, zei Herman de Coninck. Begrijpen jullie waarom mensen zich racistisch uitlaten?
Van Sanden: “Het gaat om angst en onzekerheid. Angst voor het onbekende, onzekerheid over de toekomst.”
Beloy: “Zodra een blanke ploeg op achterstand staat tegen een zwarte ploeg, zoekt men vaak een reden om dat verlies, of dat falen, te verklaren. Dan is het makkelijk om de tegenstander aan te wijzen. Het is de schuld van de zwarten. Op maatschappelijk vlak gedijt racisme in de niet-aflatende strijd voor het behoud van de zogenaamde eigen waarden, eigen zekerheden. Het is in wezen niet anders dan de strijd op een voetbalveld. Dus zonder het goed te keuren, denk ik wel te begrijpen waarom mensen zo scherp reageren.”
Dan is het toch vreemd dat het voetbal de meeste problemen kent, en pakweg basketbal veel minder met racisme wordt geconfronteerd.
Mbachu: “Dat heeft te maken met het fysieke aspect van voetbal, denk ik. Met tackles, charges, spierkracht. Bij basketbal is er ook fysiek contact, maar toch minder dan bij voetbal.”
Beloy: “En die spierkracht is vaak ook de aanleiding. Afrikaanse jongeren zijn van jongs af gespierder dan hun Europese leeftijdsgenoten. Denk maar aan Romelu Lukaku, die stak als jongeling al het hele veld over. Als de pure fysieke duelkracht het verschil maakt in een jeugdwedstrijd, is de kans groter dat er reactie komt van de zijkant. Het begint met het in twijfel trekken van de geboortedatum en het eindigt bij ‘vuile neger’.
”Allicht speelt ook de macht van het getal mee in deze discussie. Er zijn veel meer jongeren die voetballen dan basketballen, dus is het ook logisch dat er meer gevallen voorkomen.”
Van Sanden: “Tot acht jaar geleden woonde ik in Brasschaat, waar ik mij niet echt thuis voelde, en trok met mijn drie kinderen naar Antwerpen. Dat was een verademing. Mijn kinderen worden er veel minder geconfronteerd met racisme. Op de voetbal- en basketbalpleintjes van Linkeroever is de sociale mix anders dan in Brasschaat en doet kleur er niet meer toe. ”Het ultieme voorbeeld is dat van mijn jongste zoon. Die vertelde thuis over zijn beste vriendje uit de kleuterklas. Ik kon op basis van de naam opmaken dat die jongen waarschijnlijk niet blank was. Wat uiteraard geen bal uitmaakte. Ik vroeg aan mijn zoon: ‘Wat is de huidskleur van jouw vriendje?’ Die kon er geen antwoord op geven. Mijn zoon wist helemaal niet wat ik bedoelde. Het woord huidskleur bestond gewoon niet. Dat is de ultieme droom: dat dat woord niet meer van tel is, dat het niet meer bestaat. ”Maar dan ging ik als afgevaardigde van de ploeg van mijn zoon, waarin voornamelijk jongens van Afrikaanse origine spelen, mee op verplaatsing. Ik wist niet wat ik hoorde. Speelt een ploegje uit de stad tegen een blanke ploeg op het platteland, dat merk je het verschil in mentaliteit. ”Maar goed, we moeten het probleem niet extreem uitvergroten. Het incident van vorig jaar – ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’ – was exceptioneel. Zodra er bij de tegenpartij ook een gekleurde jongen speelt, gaat het er veel rustiger aan toe. Het merendeel van de mensen is niet racistisch. Maar de minderheid weegt wel door.”

Paul, je verwees daarnet al naar de voetbalbond. Zit de bond in een ivoren toren, zonder te weten wat er onder de kerktoren gebeurt?
Beloy: “De Belgische voetbalbond verstopt zich achter het succes van de Rode Duivels. De Belgische nationale ploeg lijkt de perfecte ‘integratieploeg’. De Duivels kennen kleur, het is een mengeling van blank en zwart, met spelers als Lukaku, Witsel en Kompany. Dan is het aannemelijk dat mensen racisme als ‘opgelost’ beschouwen. ”Maar je hoorde Anthony net vertellen over de bananenkop. Je ziet de kloof tussen de top van het voetbal en de werkelijkheid van derde provinciale, en je begrijpt waarom dit boek is geschreven. Het is de gewone man versus een groot, schijnbaar onoplosbaar probleem.”

Mbachu: “Dat bekende antiracismefilmpje van de UEFA, met onder anderen Messi, Ronaldo en Ibrahimovic, hoelang is dat al niet te zien? Veel is er niet veranderd. ”Maar we mogen ook niet alles afschuiven op de voetbalbonden. Je hebt ook een menselijke reactie nodig die niet gestuurd wordt van bovenaf. Na het bananenkopincident met Kalmthout kreeg ik veel steun van mijn coach en medespelers. Na het incident is ons team in de kleedkamer gebleven en de week nadien liepen zowel wij als de toenmalige tegenstrever het veld op in een T-shirt met daarop: ‘Nee tegen racisme’. Je hebt ook gewoon een maatschappelijk antwoord nodig.”

Is er niet meer directe actie nodig van de verschillende overheden? Je kunt eeuwig wachten op een maatschappelijk antwoord.
Beloy: “Het probleem ligt hier al verscholen in de vraag, met die ‘verschillende overheden’. Sport is in België een totaal versnipperde bevoegdheid. ”En los daarvan: als de scheidsrechter een incident niet rapporteert of meldt aan de voetbalbond, gebeurt er helemaal niks. Idem bij oerwoudgeluiden in de tribune. De voetbalbond kan geen supporters straffen, dat moeten de clubs doen. In theorie moet de steward die de geluiden opmerkt een formulier invullen en dat via de club bij de voetbalbond rapporteren. Maar dat gebeurt veel te weinig. Clubs vrezen dat ze op den duur niks anders doen dan formulieren invullen. Hetzelfde bij de jeugd. Daar staan trouwens geen stewards.”

Dus schuilt een deel van de oplossing in het responsabiliseren van de clubbesturen, trainers, afgevaardigden en scheidsrechters.
Beloy: “Dat klopt, maar responsabiliseren en sensibiliseren is een traag proces. Ik pleit vooral voor een meldpunt. Om de administratieve weg in te korten en de versnippering van de bevoegdheid tegen te gaan, kan een speciale commissie een oplossing bieden. Naar analogie met de huidige reviewcommissie van de voetbalbond, die zware overtredingen die tijdens de wedstrijd niet worden gefloten, alsnog kan bestraffen, kan een speciale commissie voor racisme via een meldpunt klachten snel en doeltreffend behandelen. Daaruit kan een financiële boete volgen, een maatschappelijke taak, of wat dan ook. Een meldpunt maakt het voor iedereen makkelijker en toegankelijker.”
Van Sanden: “En niet te vergeten: de ouders. Vaak zijn het de ouders die tijdens jeugdwedstrijden roepen en schelden. Het klinkt pedagogisch wat overtrokken, maar eigenlijk is er nood aan een vormingspakket voor ouders.”
Beloy: “En laat zo’n pakket nu net voorhanden zijn. Hans Van Crombrugge, hoofdlector pedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, heeft een pakket samengesteld dat veel verder reikt dan racisme alleen. Maar de voetbalbond neemt dat pakket voorlopig niet over.”
Hoe leer je de jongeren zelf omgaan met racisme?
Van Sanden: “Door aan het resultaat van een jeugdwedstrijd geen belang te hechten. Daar begint het al mee. Er ontstaat frustratie bij de verliezende partij, die een zondebok zoekt en die gemakkelijk vindt.”

Beloy: “Het is niet logisch dat soms nog het eindresultaat van een jeugdwedstrijd voor 9-jarigen in de krant staat. Daar gaat het niet om, wel om spelplezier. Het lijkt me beter om beide jeugdploegen eerst kennis te laten maken met elkaar. Gewoon een kort gesprekje vooraf. Wie de andere spelers zijn en hoe ze heten. Daarna kun je de twee ploegen met elkaar mixen. Het maakt dat een volledig blanke ploeg plots met zwarten samenspelen. Zoiets verhindert racisme, en laat jongeren ook toe om met elkaar samen te werken. Je kunt die ploegen zelfs vier keer na elkaar mixen. Dan krijg je telkens andere teams die tegen elkaar uitkomen. Vier keer vier tegen vier, of zoiets. Dat moet toch mogelijk zijn?”
Mbachu: “Het eindresultaat mag niet primeren. Waarom ook? Het draait bij jongeren niet per se om beter te zijn dan je tegenstrever. Sommige ouders gaan nu over de rooie als hun zoon dreigt te verliezen. Een resultaatloze match verdringt die frustratie. En bij een goede mix zul je altijd wel een keer bij de betere spelers worden ingedeeld.”
Hoe blijf je er de moed inhouden?
Mbachu: “Ach, wat kun je anders doen? Ik heb ermee leren leven, zonder het goed te keuren. Als je er dagelijks mee geconfronteerd wordt, hetzij op het werk, hetzij op een voetbalveld, zoek je manieren om ermee om te gaan. Manieren om je leven niet te laten vergallen door anderen. Tegelijk moeten we werken aan de toekomst. We mogen ons nooit neerleggen bij de heersende gelatenheid.”
Beloy: “En wat is het alternatief? Misschien is racisme iets wat we als maatschappij moeten uitzweten, erop rekenen dat het ooit wel zal verdwijnen. Maar dat weet ik nog zo niet. En daar kunnen wij, gekleurde Belgen, geen genoegen mee nemen. Het gebeurt iedere dag. ”Zoals gezegd: straks heb ik grijs haar, maar ik laat het probleem niet los. Ik denk aan de kinderen van nu en aan de kinderen van morgen.”

Paul Beloy en Frank Van Laeken, Vuile zwarte – Racisme in het Belgische voetbal, Houtekiet, 19,99 euro. Te koop vanaf 12 oktober.
MATTHIAS DECLERCQ, De Morgen

Categorieën:SOS 2012

Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens.

Vandaag vijftien jaar geleden beloofde België in het Zuid-Afrikaanse Durban om een interfederaal actieplan tegen racisme en discriminatie uit te werken. Politici moeten op federaal, regionaal en lokaal niveau de handen eindelijk in elkaar slaan om deze openstaande schuld in te lossen, schrijven Wouter Van Bellingen  ( Directeur Minderhedenforum), Hakim Benichou (woordvoerder Praktijktesten Nu) en Thomas Peeters ( stafmedewerker Orbit). De verschillende racistische uitspattingen van de afgelopen maanden roepen, na een eerste aanzet door staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA), om een vervolg. Anno 2016 vinden mensen die Mohamed of Ursula heten twee tot drie keer moeilijker werk dan Jan of Els met dezelfde competenties. Maar liefst 42 procent van de makelaars op de woonmarkt is bereid te discrimineren. Wetenschappelijk onderzoek van Unia toont aan dat discriminatie en racisme structurele praktijken zijn in ons land, die zowel laag- als hoogopgeleide mensen treffen. Verwerpelijk toch?

Achter de harde cijfers zitten schrijnende verhalen, zoals dat van Samira die haar naam in Cécile moest veranderen om uitgenodigd te worden voor een job in het Brusselse onderwijs (DS 26 januari) . Samira is hoog opgeleid, heeft uitstekende referenties en is een voorbeeldfiguur voor heel wat jongeren met een migratieachtergrond.

Dat Samira een praktijktest moest doen om een vermoeden van discriminatie vast te stellen, is geen detail. Discriminatie bewijzen is zeer moeilijk. Net daarom zijn praktijktesten een nuttig instrument, dat deel moet uitmaken van een effectief interfederaal actieplan op het vlak van onderwijs, werken en wonen. De federale en Vlaamse resoluties van 2015 om racisme op de arbeidsmarkt aan te pakken, waren een stap in de goede richting, maar zijn onvoldoende. Om discriminatie effectief te bestrijden, moeten de politici een versnelling hoger schakelen.

Eigenbelang

Die versnelling is ook nodig in andere domeinen, zoals sport, vrije tijd, media en in het bijzonder de digitale media waar niet weinigen de meest discriminerende commentaren leveren. Het is nodig om de praktijk te testen, maar ook om ze te veranderen. Omdat racisme in alle domeinen van de samenleving voorkomt, is het dan ook een verantwoordelijkheid van alle overheden samen. De federale overheid, de regionale en lokale besturen overleggen daarom best over een gezamenlijke strategie en aanpak, zoals ze dat in 2013 gedaan hebben om geweld tegen holebi’s en transgenders te bestrijden. De uitwerking van het plan dient voorts te gebeuren in samenwerking met het middenveld en de zelforganisaties.

In Vlaanderen laat de wet toe om het gelijkekansenbeleid uit te breiden naar etnisch-culturele achtergrond en levensbeschouwing/geloof. De respectievelijke administraties van de bevoegde ministers, het interfederaal orgaan Unia, het middenveld en de zelforganisaties kunnen het actieplan uitvoeren. We kunnen daarbij leren uit eerdere actieplannen tegen racisme in andere Europese landen, en uit het actieplan tegen homofoob en transfoob geweld: de evaluatie van deze plannen toonde aan dat het belangrijk is de nodige budgetten te voorzien én een realistische uitvoeringstermijn te bepalen, zodat de uitvoering een succes wordt.

Niet alleen wordt zo eindelijk een belofte van de antiracismeconferentie in Durban ingelost, er zijn ook wettelijke redenen, morele redenen en redenen van welbegrepen eigenbelang om het te doen. Het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ Wie racisme en xenofobie toelaat, raakt aan een kernwaarde van de rechtsstaat en democratie. En er is het welbegrepen eigenbelang: een samenleving die plaats biedt aan iedereen, presteert beter dan een samenleving die uitsluit.

 Mee ondertekend door Cavaria en Rosa. Praktijktesten Nu, een samenwerkingsverband van het Minderhedenforum, Kif Kif, Ella vzw, Vlaamse Jeugdraad, Uit De Marge, Samenlevingsopbouw Antwerpen, Hand in Hand en het Vlaams Huurdersplatform.

De Standaard, 08/09/2016 

Categorieën:SOS 2012

En toen bleef het oorverdovend stil.

Vorige week lanceerden we met het Minderhedenforum onze campagne “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?” En als bedoeling had het debat aan te zwengelen over de realiteit van superdiversiteit, gelaagde identiteit, gedeeld burgerschap in een inclusief Vlaanderen. De campagne was ook een antwoord op de racistische reacties n.a.v. de krantenkop ‘Jonge Vlaming met Marokkaanse roots sterft in Marokko’.  

De campagne leverde vervolgens diverse reacties op. Sommigen volharden in de boosheid en lieten weten dat mensen met voorvaderen buiten Vlaanderen nooit ‘Vlaming’ kunnen zijn of worden. Merkwaardig waren de stemmen die de campagne afdeden als racistisch en Vlaamse zieltjeswinnerij. Sommigen stelden vragen: Waarom iemand met een hoofddoek? Waarom een symbool van Vlaams nationalisme gebruiken? Waarom enkel Vlaming en niet Belg? Of Brusselaar, of Limburger? Is deze campagne enkel voor autochtonen? Een paar duizend mensen stelden geen vragen, maar antwoorden gewoonweg, ‘ja!’ Door de het logo op hun profiel te plaatsen, door het te delen op sociale media of door de campagne #ikbenvlaming te steunen. De voorbije week zwengelde het debat dan ook aan met verschillende opiniestukken in verschillende  kranten.

De mensen dien hun gezicht leenden voor de campagne maken duidelijk hoe gelaagd de identiteit is van de Vlamingen van vandaag. Zelf voel ik me Nieuwkerkenaar, Sint-Niklazenaar, Oost-Vlaming, Vlaming, Belg, Europeaan en wereldburger. Maar ik wil het over iets anders hebben. 

Wat me het meest opviel vorige week, was dat het oordovend stil bleef in de politiek wereld. Geen enkele partijvoorzitter, geen enkele fractieleider van het Vlaams parlement, geen Vlaams minister sprak zich uit voor een inclusief burgerschap. Een paar steunbetuigingen van een Brussels staatssecretaris, politieke woordvoerder, of voorzitter van een jongerenpartij niet te na gesproken. Bij de racistische reacties op de dood van Ramzi Kaddouri stroomden de een na de andere verontwaardiging binnen en toen we reageerden dat politici te weinig deden, en verontwaardiging niet voldoende was, schoot een federaal minister zelfs in een kramp om toch te bewijzen dat die echt wel zijn best deed.

Jarenlang is mensen met een migratieachtergrond verweten een slachtofferrol te spelen en dat we als middenveld steeds het negatieve benadrukken. En dan nu blijft het ineens stil. Terwijl het niet moeilijk was. Simpel zelfs. Op de vraag van “Ik ben Vlaming, mag ik ook fier zijn?, was een simpel ‘ja’ voldoende. En door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan discriminatie en racisme. Blijft het debat enkel beperkt tot een zoveelste racismerel. Terwijl het zou moeten gaan over hoe we de participatie met een migratieachtergrond kunnen verhogen en die verdomde etnische kloof kunnen dichten. Een simpel ja had zoveel betekend niet enkel voor mensen met een migratieachtergrond die zich dagdagelijks inzetten voor onze samenleving, maar voor iedereen in Vlaanderen die gelooft in een inclusief en een superdivers Vlaanderen. Door te zwijgen geven jullie een vrijkaart aan diegenen die vinden dat een moslim, en dus ook een jood, een atheïst en christen geen Vlaming kunnen zijn. Die vinden dat Vlaming zijn, niet kan samen vallen met Brusselaar, Belg, Europeaan, Marokkaanse Vlaming en wereldburger zijn. Die vinden dat niet iedereen gelijke kansen verdient op de arbeidsmarkt,in het onderwijs of op de huurmarkt. Maar misschien heb ik het verkeerd voor en zullen politici spreken met beleid en daden. Ik kijk dan ook vol verwachting uit naar het begin van politieke jaar wanneer jullie na een deugddoende vakantie uit de startblokken zullen schieten met beleidsvoorstellen die een garantie zullen bieden op een inclusief en superdivers Vlaanderen.

Want zoals het enkele weken geleden in ‘The economist’ stond, is de keuze duidelijk. Ofwel kiezen we voor een samenleving die de superdiversiteit erkent en vandaaruit zoekt naar verbinding – Wir schaffen das, allemaal Vlaming-, vertrekkend vanuit de rechten en vrijheden van iedereen. Ofwel staren we ons blind op de verschillen, die onoverbrugbaar zijn, en is het wij tegen zij. Wij delen dan waarden die Zij dringend moeten verwerven. Wij als Minderhedenforum zeggen alvast duidelijk ja op verbinding. Aan jullie de keuze.

Categorieën:Mening, Minderhedenforum, Pers
%d bloggers liken dit: