Archief

Archive for the ‘SOS 2012’ Category

Wouter Van Bellingen wordt directeur integratiepact.

Deze zomer kondigde Minister Homans en het Minderhedenforum aan dat het Minderhedenforum in opdracht van de Vlaamse Regering het integratiepact ging leiden. Het integratiepact, uit het Vlaamse regeerakkoord, heeft als doel discriminatie te bestrijden en het wederzijds respect te bevorderen. En dit door een inclusieve benadering met een focus op talent, emancipatie en gedeeld burgerschap. Hiervoor wordt een nieuw partnerschap opgericht met het Minderhedenforum en zijn lidorganisaties, de Vlaamse overheid, VVSG, werkgevers, vakbonden, onderwijskoepels, media en in latere fase vertegenwoordigers uit de sectoren wonen, cultuur en welzijn. Het integratiepact gaat vanaf 1 januari 2017 van start en zal lopen tot 31 december 2019. De verantwoordelijke van dit ambitieus project wordt Wouter Van Bellingen, de huidige directeur van het Minderhedenforum. Los van de ethische noodwendigheid is integratie en openheid voor superdiversiteit ook economisch een logische houding. De OESO-rapporten en de aanbevelingen van de Europese Commissie tonen aan dat discriminatie en rigiditeit van de arbeidsmarkt miljoenen euro duurder is dan integratie, omdat je dan een hele bevolkingsgroep op non-actief zet. Terwijl een hogere deelname aan de arbeidsmarkt er zal voor zorgen dat ons welvaartstaat op peil blijft. En diversiteit de hefboom kan zijn voor onze samenleving.

Hüseyin Aydinli, voorzitter Minderhedenforum: “Doordat we onze directeur naar voor schuiven om dit belangrijk maatschappelijk project te trekken, geven we een sterk signaal aan de andere partners dat het ons menens is. Wouter Van Bellingen heeft het juiste profiel, de ervaring en het netwerk om dit huzarenstukje tot een goed einde te brengen. Daarnaast blijft hij uiteraard nog actief in onze organisatie en krijgen we samen met hem, onze huidige adjunct-directeur en de nieuwe directeur een nog sterker management om onze werking verder te professionaliseren.” 

Het integratiepact krijgt nu al de steun van belangrijke maatschappelijke spelers zoals VVSG, de Vlaamse koepel van steden en gemeenten; Voka en Unizo voor de werkgevers; ABVV, ACLVB, ACV voor de vakbonden; GO!, het Katholiek Onderwijs, Provinciaal Onderwijs en het OVSG voor de onderwijskoepels. De bedoeling is dat dit de komende maanden verder wordt uitgebreid.

Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder Voka, Vlaams Netwerk voor ondernemingen: “We vinden het belangrijk dat we leven in een samenleving waar iedereen alle kansen kan benutten en kan bijdragen in de samenleving, op de arbeidsmarkt, in de economie en in het dagdagelijkse leven. We leven in gepolariseerde tijden en willen dan ook graag mee onze schouders zetten onder dit integratiepact.”

Wouter Van Bellingen, directeur Minderhedenforum: “Ik weet dat ik een risico neem. Maar de combinatie van beide functies is onmogelijk. Maar vooral is het voor mij een unieke kans om me in te zetten voor de promotie van diversiteit en gelijke kansen op de werkvloer, in de scholen, in heel de samenleving. De uitvoering van het pact ligt dan ook in het verlengde van mijn huidige job en mijn carrière. De komende maanden zal het alle hens aan dek zijn want na de lente moet het pact rond zijn, het partnerschap operationeel en de oproep voor de projecten klaar zijn. Uit de gesprekken met de partners is er alvast veel goesting, maar ook voldoende realiteitszin. Eerst organiseren we met het Minderhedenforum en zijn lidorganisaties nu zaterdag 10 december in DeSingel in Antwerpen de Openforumdag, een event met panelgesprekken, workshops. Daarna wordt er een team samengesteld om uit de startblokken te kunnen schieten.

Advertenties
Categorieën:SOS 2012

Geen pietendebat meer in aanloop van 6 december.

Vandaag roept De Morgen-journalist Bart Eeckhout op voor een tweede Pietenpact. Het Minderhedenforum is bereid dit tweede Pietenpact te onderschrijven om in aanloop van 6 december geen pietendebat te houden.
Eerste Pietenpact was nog niet rijp.

Voor alle duidelijkheid zijn we tevreden over het eerste pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke, volgende stap is in een proces van verandering, van maatschappelijke transitie. Maar voor sommige mensen blijft de huidige figuur nog kwetsend omdat o.a. door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. En het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. En voor ons moet het pact dus dynamisch zijn en niet statisch. Daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen. De commotie van het voorbije weekend bewijst dat het eerste Pietenpact nog niet rijp was. Daarom zijn we bereid om de dialoog aan te gaan met DeBuren initiatiefnemer van het eerste pietenpact en zijn mede-ondertekenaars.
Dialoog blijft noodzakelijk.

Daarom is het belangrijk de dialoog verder aan te gaan. Te blijven praten tot we een compromis vinden waar iedereen zich kan achter stellen. Waar iedereen zich kan in erkennen. Daarom geloof ik echt in die kracht van verandering. Waar eerst sinterklaas een figuur was zonder knecht, dan met een knecht, dan terug zonder knecht en nu met verschillende knechten Ook hier zien we een transitie naar meer gelijkwaardig tussen de positie van Sinterklaas en zijn knechten. Momenteel voorgesteld door een roetpiet en verschillende pieten. 
Slechte timing verziekt het debat.

We betreuren vooral ook de timing van de lancering van het eerste pact omdat deze discussie vandaag ook impact heeft op kinderen. Wat niet zou mogen. Want zo dreigen we één van de mooiste momenten van het jaar het Sinterklaasfeest te bezoedelen met een discussie tussen volwassenen. Sommigen beweren dat zulke maatschappelijke discussies enkel het populisme versterkt. Ik ben hiervan niet overtuigd. Het probleem ligt dat mensen zich te weinig erkend voelen. Net door op respectvolle manier in dialoog te treden voelen mensen zich erkend en gewaardeerd.
Lang leve het Sinterklaasfeest.

Iedereen die me kende als schepen weet dat ik persoonlijk niks heb tegen Sinterklaas. Integendeel als jeugdschepen bevoegd voor Sinterklaas heb ik er voor gezorgd dat Sinterklaas een hoogdag is voor alle kinderen in Sint-Niklaas en het Waasland met een huis van de Sint ,dag van de Sint die gisteren werd georganiseerd . Het klopt dat ik in als ‘sint’schepen een satirisch filmpje opnam over Zwarte Piet. Meer nog als 18-jarige speelde ik zelfs zwarte piet bij de scouts en als kind ontving ik zoals alle kinderen speelgoed. Maar vandaag is ook mijn inzicht geëvolueerd. Zoals journalisten, tv-makers, politici evolueren. Daarom wil ik de Stad Antwerpen en de organisatoren feliciteren met de intrede van de Sint. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten steden in Vlaanderen én Nederland.

Echte problemen aanpakken.
Uiteraard is de zwarte piet discussie vooral een probleem van beeldvorming en ondergeschikt aan andere grotere, structurele problemen in de samenleving zoals de hoge werkloosheidscijfers bij personen met een migratie-achtergrond, de hoge schooluitval bij jongeren met een migratie-achtergrond, discriminatie op de huur – arbeidsmarkt, gebrek aan een divers lerarenkorps en de gekleurde armoede. Daarom organiseren we met het Minderhedenforum volgende maand op 10 december in de deSingel dan ook onze Open Forumdag waar we in dialoog gaan bespreken hoe we deze uitdagingen samen kunnen aanpakken. En daarom gaan we ook in opdracht van de Vlaamse Regering werken maken van het integratiepact. Zodat alle kinderen kunnen leven in een Vlaanderen waar iedereen gelijkwaardig is en kansen krijgt, maar deze ook kan grijpen.

Daarom zijn wij dan ook bereid om met onmiddellijke ingang het Tweede pietenpact af te sluiten. En engageren we ons om in de aanloop van 6 december geen pietendebat meer te voeren. Zo is en blijft Sinterklaas, een echt kinderfeest. Hierin kan Vlaanderen de weg tonen aan Nederland.

‘Racisme wordt steeds erger’

In 1978 gooide een supporter een banaan naar Beerschot-speler Paul Beloy (59). Bijna 40 jaar later is het racisme op en rond onze voetbalvelden nog steeds pijnlijk aanwezig. Beloy schreef er met Vuile zwarte een boek over. ‘Noem het een wake-upcall.’ 
”Ik kan het onderwerp niet loslaten en ga dat ook nooit meer doen”, zegt hij. ‘Hij’, dat is Paul Beloy, de man van zovele levens. In Kinshasa geboren, maar in België getogen ex-voetballer van onder meer KV Mechelen, Beerschot en Lierse, huidig “vervolgcoach anderstalige nieuwkomers” in een secundaire school in Hoboken en vader van tv-gezicht Tatyana Beloy, Yannick ‘Dj Makasi’ Beloy en Sarah Beloy, trainingmanager bij Lancôme. ”Tijd of geen tijd”, zegt Paul, “ik word al strijdend ouder. Straks krijg ik grijs haar, maar dat mag me niet beletten. Ik wil vechten voor mijn kleinkinderen, opdat zij in een faire maatschappij opgroeien.”

De strijd tegen racisme en discriminatie is de rode draad in het leven van Beloy. Altijd geweest. Altijd gebleven. In 1978 was hij een van de weinige zwarte spelers in het Belgische voetbal. En Paul was goed, Paul was verdomd goed. Tot frustratie van de tegenstrever. Op bezoek bij Antwerp kreeg hij als speler van Beerschot een banaan naar zijn hoofd gegooid. Hij raapte die op, gooide ze buiten de krijtlijnen en speelde gewoon verder.

Nu, bijna veertig jaar later, heeft Beloy een boek geschreven, samen met journalist Frank Van Laeken, begin deze eeuw hoofdredacteur van de VRT-sportredactie. Vuile zwarte heet het, en het kadert de brede problematiek van racisme in de voetbalsport.

”Zo’n boek was noodzakelijk”, vervolgt Beloy. “Want in weerwil van wat mensen denken, wordt het probleem alsmaar erger. Samen met Frank heb ik een jaar lang alles bijgehouden wat over het onderwerp verscheen in de kranten. Eén simpel jaar. Wetende dat er zo veel gebeurt dat de kranten niet haalt, kon ik niet meer aan de zijlijn blijven staan.”
Twee mensen die opdoken in het jaaroverzicht van Beloy, schuiven mee aan tafel. Dat zijn Anthony Mbachu (26), een voetballer met Nigeriaanse roots die ooit bij de beloften van Standard Luik speelde. Nu heeft Anthony een job, is voetbal niet meer zo urgent als vroeger en speelt hij in derde provinciale, bij Kalmthout SK. En ook Cindy Van Sanden. De jonge mama is ex-afgevaardigde van een ploegje 12-jarigen op Linkeroever. Paul, Anthony en Cindy: drie stemmen, die staan voor drie generaties.
Een boek als aanklacht tegen de huidige situatie. Is er de voorbije decennia dan echt niks veranderd?
Paul Beloy: “Toch wel, maar helaas niet in positieve zin. Het voordeel van mijn leeftijd is de opgedane ervaring. Ik heb racisme zien evolueren in dit land; het heeft een metamorfose ondergaan. Toen ik in de jaren 60 in België arriveerde, was ik nog een schattig negerke. Mensen voelden aan mijn haar, wreven over mijn armen en dachten dat onze ouders in de bomen leefden. Ik was een curiosum, de enige zwarte op straat. De term ‘racisme’ was nog niet bekend. Mensen deden uitspraken die nu als 100 procent racistisch worden beschouwd, maar indertijd voor de blanken zo niet aanvoelden. ”Na een tijd was mijn haar niet meer interessant, kwamen er meer zwarte spelers in het Belgische voetbal en werd ik een vuile zwette. Nu, nog eens zoveel jaar later, woekert het probleem onderhuids verder. In plaats van ‘vuile zwarte’ krijg je nu op het werk te horen ‘dat het hier stopt’. Racisme wordt op een haast intellectuele manier bedreven. Daarom is het probleem zeer moeilijk te traceren en moeilijk aan te pakken. ”Dat is in het voetbal niet anders. Wat doe je als een zwarte speler niet toegelaten wordt tot een club? Wat is de reden die de club opgeeft voor die weigering? Of ouders die verhinderen dat hun zoon in een ploeg met zwarten speelt? Begin er maar aan. Als zwarte voel je zulke dingen de hele tijd, maar anderen zien het niet meer.”

Anthony Mbachu: “Dat klopt. En toch is het niet louter onderhuids. Ik krijg op een voetbalveld nog altijd heel wat te verduren, maar na al die jaren heb ik een schild ontwikkeld tegen scheldwoorden. Ik heb het noodgedwongen aanvaard. En dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Het mag niet dat die uitspraken van me afglijden. ”Vorig jaar brak mijn schild alsnog. Toen riep de afgevaardigde van de tegenpartij ‘bananenkop’ naar me. Vroeger kon ik me moeilijk bedwingen bij zulke incidenten en ging ik recht op de man af. De laatste jaren kon ik me gelukkig intomen. Maar toen niet. Ik kon ‘bananenkop’ niet zomaar laten passeren. ”Ach, er is uiteindelijk nog niet veel veranderd. Racisme is minder zichtbaar, maar daarom niet minder nadrukkelijk aanwezig.”

Cindy Van Sanden: “Vorig jaar, toen ik afgevaardigde was van de U13 van City Pirates Linkeroever, liep een vader het veld op en riep tegen een jongetje van onze ploeg: ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’, waarop trainers en supporters het veld op liepen en de wedstrijd werd afgefloten. Onze eigen spelers gingen onder luid boegeroep naar de kleedkamer. Probeer dat maar eens te kaderen als 12-jarige. Ik heb een brief geschreven na het voorval en die tekst op de Facebookpagina van onze coach geplaatst. Ik moest iéts doen, want 12-jarigen hebben geen stem in dit debat. Er is inderdaad veel onderhuids racisme, maar evengoed zijn er nog altijd zware incidenten, met openlijke scheldpartijen.”
De voetbalfan ziet het probleem niet. In een enquête van FAN, het voetbalmagazine van Het Nieuwsblad, bleek eind vorig jaar dat een op de vier fans oerwoudgeluiden op de tribune niet als racistisch beschouwt.
Beloy: “Dat cijfer is ongelofelijk. We mogen ons enerzijds nog ‘gelukkig’ prijzen dat racisme in het voetbal nog zo onversneden tot uiting komt. Daar is adrenaline in het spel, voelt men minder remmingen, flapt iemand er zomaar ‘bananenkop’ uit en zie je de ware aard van de mens. Helaas. Dergelijke voorvallen geven aan dat we nog een lange weg af te leggen hebben.”

Mbachu: “Het probleem is groter dan veel mensen denken. Als we met Kalmthout spelen tegen een ploeg die alleen maar uit blanken bestaat, dan moet ik focussen om niet op de provocaties in te gaan. Dan weet ik op voorhand dat het geen makkelijke match voor me wordt. In derde provinciale krijg ik echt wekelijks uitspraken à la ‘stomme neger’ te horen, of ‘ga terug naar uw land’. Dus ik schrik niet van dat cijfer.”

Beloy: “Wellicht heeft de huidige vluchtelingencrisis ook een effect op het oplaaiende racisme. Kijk naar de reacties op Facebook na de dood van die 15-jarige jongen uit Genk. Het is niet anders op een voetbalveld.”
Niet alleen een deel van de fans, ook de voetbaltop ziet het probleem niet. Net op het moment dat dit boek verschijnt, zegt de FIFA, de wereldvoetbalorganisatie, dat er geen racisme meer is, dat het probleem is opgelost. De FIFA heeft de werkgroep tegen discriminatie opgedoekt.
Beloy: “Dat is toch niet te geloven? Het toont de wereldvreemdheid van de FIFA en tegelijk ook de schrik voor een wereldmacht als Rusland, waar het volgende wereldkampioenschap plaatsvindt. Dus namen wij pen en papier en schreven dit boek. Noem het een wake-upcall.”
Van Sanden: “Er heerst een soort consensus dat racisme tegenwoordig is teruggedrongen, dat het probleem minder voorkomt, dat het relatief is. Het tegendeel is waar.”
Beloy: “En net dat is het grote probleem: de gelatenheid. Mensen die geen acht meer slaan op uitspraken als ‘vuile neger’, die dat als zonderling beschouwen. Ik link die gelatenheid aan het onderhuidse karakter. We zien het niet meer, dus het bestaat niet meer. Daarom moeten we het probleem echt blijven benoemen.”
’Racisme kun je alleen maar aanpakken door het te begrijpen’, zei Herman de Coninck. Begrijpen jullie waarom mensen zich racistisch uitlaten?
Van Sanden: “Het gaat om angst en onzekerheid. Angst voor het onbekende, onzekerheid over de toekomst.”
Beloy: “Zodra een blanke ploeg op achterstand staat tegen een zwarte ploeg, zoekt men vaak een reden om dat verlies, of dat falen, te verklaren. Dan is het makkelijk om de tegenstander aan te wijzen. Het is de schuld van de zwarten. Op maatschappelijk vlak gedijt racisme in de niet-aflatende strijd voor het behoud van de zogenaamde eigen waarden, eigen zekerheden. Het is in wezen niet anders dan de strijd op een voetbalveld. Dus zonder het goed te keuren, denk ik wel te begrijpen waarom mensen zo scherp reageren.”
Dan is het toch vreemd dat het voetbal de meeste problemen kent, en pakweg basketbal veel minder met racisme wordt geconfronteerd.
Mbachu: “Dat heeft te maken met het fysieke aspect van voetbal, denk ik. Met tackles, charges, spierkracht. Bij basketbal is er ook fysiek contact, maar toch minder dan bij voetbal.”
Beloy: “En die spierkracht is vaak ook de aanleiding. Afrikaanse jongeren zijn van jongs af gespierder dan hun Europese leeftijdsgenoten. Denk maar aan Romelu Lukaku, die stak als jongeling al het hele veld over. Als de pure fysieke duelkracht het verschil maakt in een jeugdwedstrijd, is de kans groter dat er reactie komt van de zijkant. Het begint met het in twijfel trekken van de geboortedatum en het eindigt bij ‘vuile neger’.
”Allicht speelt ook de macht van het getal mee in deze discussie. Er zijn veel meer jongeren die voetballen dan basketballen, dus is het ook logisch dat er meer gevallen voorkomen.”
Van Sanden: “Tot acht jaar geleden woonde ik in Brasschaat, waar ik mij niet echt thuis voelde, en trok met mijn drie kinderen naar Antwerpen. Dat was een verademing. Mijn kinderen worden er veel minder geconfronteerd met racisme. Op de voetbal- en basketbalpleintjes van Linkeroever is de sociale mix anders dan in Brasschaat en doet kleur er niet meer toe. ”Het ultieme voorbeeld is dat van mijn jongste zoon. Die vertelde thuis over zijn beste vriendje uit de kleuterklas. Ik kon op basis van de naam opmaken dat die jongen waarschijnlijk niet blank was. Wat uiteraard geen bal uitmaakte. Ik vroeg aan mijn zoon: ‘Wat is de huidskleur van jouw vriendje?’ Die kon er geen antwoord op geven. Mijn zoon wist helemaal niet wat ik bedoelde. Het woord huidskleur bestond gewoon niet. Dat is de ultieme droom: dat dat woord niet meer van tel is, dat het niet meer bestaat. ”Maar dan ging ik als afgevaardigde van de ploeg van mijn zoon, waarin voornamelijk jongens van Afrikaanse origine spelen, mee op verplaatsing. Ik wist niet wat ik hoorde. Speelt een ploegje uit de stad tegen een blanke ploeg op het platteland, dat merk je het verschil in mentaliteit. ”Maar goed, we moeten het probleem niet extreem uitvergroten. Het incident van vorig jaar – ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’ – was exceptioneel. Zodra er bij de tegenpartij ook een gekleurde jongen speelt, gaat het er veel rustiger aan toe. Het merendeel van de mensen is niet racistisch. Maar de minderheid weegt wel door.”

Paul, je verwees daarnet al naar de voetbalbond. Zit de bond in een ivoren toren, zonder te weten wat er onder de kerktoren gebeurt?
Beloy: “De Belgische voetbalbond verstopt zich achter het succes van de Rode Duivels. De Belgische nationale ploeg lijkt de perfecte ‘integratieploeg’. De Duivels kennen kleur, het is een mengeling van blank en zwart, met spelers als Lukaku, Witsel en Kompany. Dan is het aannemelijk dat mensen racisme als ‘opgelost’ beschouwen. ”Maar je hoorde Anthony net vertellen over de bananenkop. Je ziet de kloof tussen de top van het voetbal en de werkelijkheid van derde provinciale, en je begrijpt waarom dit boek is geschreven. Het is de gewone man versus een groot, schijnbaar onoplosbaar probleem.”

Mbachu: “Dat bekende antiracismefilmpje van de UEFA, met onder anderen Messi, Ronaldo en Ibrahimovic, hoelang is dat al niet te zien? Veel is er niet veranderd. ”Maar we mogen ook niet alles afschuiven op de voetbalbonden. Je hebt ook een menselijke reactie nodig die niet gestuurd wordt van bovenaf. Na het bananenkopincident met Kalmthout kreeg ik veel steun van mijn coach en medespelers. Na het incident is ons team in de kleedkamer gebleven en de week nadien liepen zowel wij als de toenmalige tegenstrever het veld op in een T-shirt met daarop: ‘Nee tegen racisme’. Je hebt ook gewoon een maatschappelijk antwoord nodig.”

Is er niet meer directe actie nodig van de verschillende overheden? Je kunt eeuwig wachten op een maatschappelijk antwoord.
Beloy: “Het probleem ligt hier al verscholen in de vraag, met die ‘verschillende overheden’. Sport is in België een totaal versnipperde bevoegdheid. ”En los daarvan: als de scheidsrechter een incident niet rapporteert of meldt aan de voetbalbond, gebeurt er helemaal niks. Idem bij oerwoudgeluiden in de tribune. De voetbalbond kan geen supporters straffen, dat moeten de clubs doen. In theorie moet de steward die de geluiden opmerkt een formulier invullen en dat via de club bij de voetbalbond rapporteren. Maar dat gebeurt veel te weinig. Clubs vrezen dat ze op den duur niks anders doen dan formulieren invullen. Hetzelfde bij de jeugd. Daar staan trouwens geen stewards.”

Dus schuilt een deel van de oplossing in het responsabiliseren van de clubbesturen, trainers, afgevaardigden en scheidsrechters.
Beloy: “Dat klopt, maar responsabiliseren en sensibiliseren is een traag proces. Ik pleit vooral voor een meldpunt. Om de administratieve weg in te korten en de versnippering van de bevoegdheid tegen te gaan, kan een speciale commissie een oplossing bieden. Naar analogie met de huidige reviewcommissie van de voetbalbond, die zware overtredingen die tijdens de wedstrijd niet worden gefloten, alsnog kan bestraffen, kan een speciale commissie voor racisme via een meldpunt klachten snel en doeltreffend behandelen. Daaruit kan een financiële boete volgen, een maatschappelijke taak, of wat dan ook. Een meldpunt maakt het voor iedereen makkelijker en toegankelijker.”
Van Sanden: “En niet te vergeten: de ouders. Vaak zijn het de ouders die tijdens jeugdwedstrijden roepen en schelden. Het klinkt pedagogisch wat overtrokken, maar eigenlijk is er nood aan een vormingspakket voor ouders.”
Beloy: “En laat zo’n pakket nu net voorhanden zijn. Hans Van Crombrugge, hoofdlector pedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, heeft een pakket samengesteld dat veel verder reikt dan racisme alleen. Maar de voetbalbond neemt dat pakket voorlopig niet over.”
Hoe leer je de jongeren zelf omgaan met racisme?
Van Sanden: “Door aan het resultaat van een jeugdwedstrijd geen belang te hechten. Daar begint het al mee. Er ontstaat frustratie bij de verliezende partij, die een zondebok zoekt en die gemakkelijk vindt.”

Beloy: “Het is niet logisch dat soms nog het eindresultaat van een jeugdwedstrijd voor 9-jarigen in de krant staat. Daar gaat het niet om, wel om spelplezier. Het lijkt me beter om beide jeugdploegen eerst kennis te laten maken met elkaar. Gewoon een kort gesprekje vooraf. Wie de andere spelers zijn en hoe ze heten. Daarna kun je de twee ploegen met elkaar mixen. Het maakt dat een volledig blanke ploeg plots met zwarten samenspelen. Zoiets verhindert racisme, en laat jongeren ook toe om met elkaar samen te werken. Je kunt die ploegen zelfs vier keer na elkaar mixen. Dan krijg je telkens andere teams die tegen elkaar uitkomen. Vier keer vier tegen vier, of zoiets. Dat moet toch mogelijk zijn?”
Mbachu: “Het eindresultaat mag niet primeren. Waarom ook? Het draait bij jongeren niet per se om beter te zijn dan je tegenstrever. Sommige ouders gaan nu over de rooie als hun zoon dreigt te verliezen. Een resultaatloze match verdringt die frustratie. En bij een goede mix zul je altijd wel een keer bij de betere spelers worden ingedeeld.”
Hoe blijf je er de moed inhouden?
Mbachu: “Ach, wat kun je anders doen? Ik heb ermee leren leven, zonder het goed te keuren. Als je er dagelijks mee geconfronteerd wordt, hetzij op het werk, hetzij op een voetbalveld, zoek je manieren om ermee om te gaan. Manieren om je leven niet te laten vergallen door anderen. Tegelijk moeten we werken aan de toekomst. We mogen ons nooit neerleggen bij de heersende gelatenheid.”
Beloy: “En wat is het alternatief? Misschien is racisme iets wat we als maatschappij moeten uitzweten, erop rekenen dat het ooit wel zal verdwijnen. Maar dat weet ik nog zo niet. En daar kunnen wij, gekleurde Belgen, geen genoegen mee nemen. Het gebeurt iedere dag. ”Zoals gezegd: straks heb ik grijs haar, maar ik laat het probleem niet los. Ik denk aan de kinderen van nu en aan de kinderen van morgen.”

Paul Beloy en Frank Van Laeken, Vuile zwarte – Racisme in het Belgische voetbal, Houtekiet, 19,99 euro. Te koop vanaf 12 oktober.
MATTHIAS DECLERCQ, De Morgen

Categorieën:SOS 2012

Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens.

Vandaag vijftien jaar geleden beloofde België in het Zuid-Afrikaanse Durban om een interfederaal actieplan tegen racisme en discriminatie uit te werken. Politici moeten op federaal, regionaal en lokaal niveau de handen eindelijk in elkaar slaan om deze openstaande schuld in te lossen, schrijven Wouter Van Bellingen  ( Directeur Minderhedenforum), Hakim Benichou (woordvoerder Praktijktesten Nu) en Thomas Peeters ( stafmedewerker Orbit). De verschillende racistische uitspattingen van de afgelopen maanden roepen, na een eerste aanzet door staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA), om een vervolg. Anno 2016 vinden mensen die Mohamed of Ursula heten twee tot drie keer moeilijker werk dan Jan of Els met dezelfde competenties. Maar liefst 42 procent van de makelaars op de woonmarkt is bereid te discrimineren. Wetenschappelijk onderzoek van Unia toont aan dat discriminatie en racisme structurele praktijken zijn in ons land, die zowel laag- als hoogopgeleide mensen treffen. Verwerpelijk toch?

Achter de harde cijfers zitten schrijnende verhalen, zoals dat van Samira die haar naam in Cécile moest veranderen om uitgenodigd te worden voor een job in het Brusselse onderwijs (DS 26 januari) . Samira is hoog opgeleid, heeft uitstekende referenties en is een voorbeeldfiguur voor heel wat jongeren met een migratieachtergrond.

Dat Samira een praktijktest moest doen om een vermoeden van discriminatie vast te stellen, is geen detail. Discriminatie bewijzen is zeer moeilijk. Net daarom zijn praktijktesten een nuttig instrument, dat deel moet uitmaken van een effectief interfederaal actieplan op het vlak van onderwijs, werken en wonen. De federale en Vlaamse resoluties van 2015 om racisme op de arbeidsmarkt aan te pakken, waren een stap in de goede richting, maar zijn onvoldoende. Om discriminatie effectief te bestrijden, moeten de politici een versnelling hoger schakelen.

Eigenbelang

Die versnelling is ook nodig in andere domeinen, zoals sport, vrije tijd, media en in het bijzonder de digitale media waar niet weinigen de meest discriminerende commentaren leveren. Het is nodig om de praktijk te testen, maar ook om ze te veranderen. Omdat racisme in alle domeinen van de samenleving voorkomt, is het dan ook een verantwoordelijkheid van alle overheden samen. De federale overheid, de regionale en lokale besturen overleggen daarom best over een gezamenlijke strategie en aanpak, zoals ze dat in 2013 gedaan hebben om geweld tegen holebi’s en transgenders te bestrijden. De uitwerking van het plan dient voorts te gebeuren in samenwerking met het middenveld en de zelforganisaties.

In Vlaanderen laat de wet toe om het gelijkekansenbeleid uit te breiden naar etnisch-culturele achtergrond en levensbeschouwing/geloof. De respectievelijke administraties van de bevoegde ministers, het interfederaal orgaan Unia, het middenveld en de zelforganisaties kunnen het actieplan uitvoeren. We kunnen daarbij leren uit eerdere actieplannen tegen racisme in andere Europese landen, en uit het actieplan tegen homofoob en transfoob geweld: de evaluatie van deze plannen toonde aan dat het belangrijk is de nodige budgetten te voorzien én een realistische uitvoeringstermijn te bepalen, zodat de uitvoering een succes wordt.

Niet alleen wordt zo eindelijk een belofte van de antiracismeconferentie in Durban ingelost, er zijn ook wettelijke redenen, morele redenen en redenen van welbegrepen eigenbelang om het te doen. Het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ Wie racisme en xenofobie toelaat, raakt aan een kernwaarde van de rechtsstaat en democratie. En er is het welbegrepen eigenbelang: een samenleving die plaats biedt aan iedereen, presteert beter dan een samenleving die uitsluit.

 Mee ondertekend door Cavaria en Rosa. Praktijktesten Nu, een samenwerkingsverband van het Minderhedenforum, Kif Kif, Ella vzw, Vlaamse Jeugdraad, Uit De Marge, Samenlevingsopbouw Antwerpen, Hand in Hand en het Vlaams Huurdersplatform.

De Standaard, 08/09/2016 

Categorieën:SOS 2012

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

Leer jongeren vreedzaam vechten voor hun idealen.

Opiniestuk in De Morgen (30/12/2015) van Stijn Sieckelinck (België) is onderzoeker radicalisering aan de Universiteit Utrecht, David Kenning (Noord-Ierland) is adviseur radicaliseringsbeleid in Amsterdam, en Micha de Winter (Nederland) is hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Terwijl al volop wordt teruggeblikt op 2015 als het annus horribilis wat terreur betreft, zijn de diensten in vele Europese hoofdsteden wederom in alarmerende staat van paraatheid. Wanneer de dreiging van extremisme zo acuut is, voelt de waarheid dat deze strijd slechts op lange termijn kan worden beslecht, nog ongemakkelijker aan dan anders. Toch moeten we inzien dat dit extremistisch geweld samenhangt met een getroebleerde sociale-identiteitsontwikkeling van jonge burgers die geen vrede vonden in en met hun leven in deze wereld.
Een van de aanslagplegers in Parijs, Bilal Hadfi, was nauwelijks twintig en toonde volgens één van zijn leraressen in Brussel een buitengewone belangstelling voor politiek, wat hem tot een interessante leerling maakte. Toch, zo blijkt uit de reconstructie van Douglas De Coninck (DM, 24/12), maakte zijn interesse in politiek snel plaats voor intolerantie en groeiende sympathie voor gewelddadige actie. Ook uit ons onderzoek met jonge idealisten en voormalige radicalen blijkt dat deze burgers in hun adolescentie en jongvolwassenheid met hun gevoelens en opvattingen over de ‘lelijke waarheden’ van de wereld geen kant op kunnen.
Tegen de mindset van terroristen valt bitter weinig te beginnen, en machteloosheid ligt al snel op de loer. Maar laten we niet vergeten dat in ongeveer elke biografie van voormalige radicalen een moment kan worden aangeduid dat de volwassenen in de omgeving meer hadden kunnen doen. Het probleem is vaak dat betrokken ouders of voormalige docenten zichzelf nauwelijks capabel achten om een rol van betekenis te spelen als het om radicalisering gaat. Het probleem is ook dat jongeren veelal geen geloofwaardig voorbeeld hebben van hoe je kan vechten voor een standpunt en daar winst uit halen zonder dat je je tegenstander hoeft te vernietigen.
Wij zien mogelijke oplossingen. Wij willen met docenten een programma voor vredeseducatie ontwikkelen waarin het centrale doel is dat jongeren leren om ‘vreedzaam te vechten’ voor hun idealen. In deze paradoxale oplossing leren scholieren dat vechten voor een idee positief bijdraagt aan de ontwikkeling en de samenleving als daarbij de tegenstander maar in zijn waarde wordt gelaten. Ze leren dat niet enkel over mensenrechten en gelijkheid van kansen gepraat wordt, maar ook de mogelijkheid wordt geboden om te ervaren welke energie er vrijkomt wanneer men daadwerkelijk iets op deze fronten kan veranderen in zijn omgeving. Denk aan de lamentabele logistieke en organisatorische staat waarin – zo blijkt uit het portret van De Coninck – de Anneessens-Funckschool in Brussel verkeert. Een context die schreeuwt om verandering, zou je denken, en waarvan je niet zou moeten willen dat leerlingen en ouders er zich koest over houden.
Een vredeseducatie die radicalisering serieus neemt, doet meer dan enkel ongewenst gedrag corrigeren, maar dringt door tot een dieper niveau: hoe zien onze leerlingen hun plek in deze samenleving en hoe denken ze hun positie te kunnen beïnvloeden? In deze vorm van educatie aarzelen getalenteerde docenten niet om de perverse mechanismen van gewelddadige radicalisering te bespreken met de leerlingen en draait zij evenmin om de heikele thema’s heen die juist nu zo dringend om discussie vragen: welke complottheorieën doen de ronde op sociale media? Hoe ver zou je zelf gaan om je identiteit te verdedigen tegen mensen die vinden dat hier geen plaats voor je is?
Daarnaast verlangt het van de school om verbinding te maken met andere professionals, opvoeders en religieuze leiders zodat er met meer gezag kan worden gewerkt aan het bieden van tegenwicht en alternatieve interpretaties waar jongeren weinig toegang toe hebben. Wij hebben dit eerder pedagogische coalities genoemd en zijn verheugd om te zien dat die op verschillende plekken in Nederland al gestalte krijgen.
Maar niet elke coalitie zal een jongere bij zijn voorsortering op het radicale pad kunnen stoppen. Daarentegen geniet wel elke jongere enige vorm van onderwijs.
Daarom zeggen wij: de zoveelste aanslagen waarbij jongeren een belangrijke rol hebben gespeeld, laten scherper dan voorheen zien dat sociale transformatie van scholen prioriteit heeft. Ze moeten zich beter bekwamen in het socialiseren van jonge mensen op het gebied van hun identiteitsontwikkeling. Zij zijn in de positie om hun leerlingen de waarde te laten ervaren van een strijdbare, maar tegelijkertijd vreedzame verhouding tot de rest van de samenleving.
Als onze landen inderdaad in oorlog zijn, moeten we als de bliksem werk maken van vredesopvoeding. Niet door kinderen samen in een kring zoete liedjes te laten zingen, maar door de conflicten die dwars door leerlingen, groepen leerlingen en de samenleving heen lopen als uitgangspunt te nemen van educatie.
DM, Stijn Sieckelinck (België) onderzoeker radicalisering aan de Universiteit Utrecht, David Kenning (Noord-Ierland) adviseur radicaliseringsbeleid in Amsterdam, en Micha de Winter (Nederland) hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Categorieën:SOS 2012

”Zwarte Piet hoeft niet volledig te verdwijnen”

BRUSSEL – Piet is altijd een beetje zwart omdat hij door de schoorsteen binnenkomt. En nu het verfpotje, waarmee hij zichzelf nog wat bijkleurt, verdwenen is, is hij iets lichter dan vroeger. Zo simpel beantwoordt scenarist Hugo Matthysen de Zwarte Pieten-discussie in de nieuwe Sinterklaasfilm ‘Ay Ramon!’. Is de kwestie nu opgelost? Het lijkt er in ieder geval op.
Hoe simpel die oplossing ook lijkt, regisseur Stijn Coninx zucht toch eens als we hem de kwestie voorleggen. “Twee jaar geleden is de discussie begonnen in Nederland, en sindsdien voelden we aan dat ook wij een antwoord zouden moeten hebben. Ik zal niet zeggen dat we ons moesten rechtvaardigen, maar er werd toch iets verwacht. Het heeft uiteindelijk véél energie, overleg en discussie gekost voor we via een gigantische omweg opnieuw uitkwamen bij ons vertrekpunt: Piet is zwart van het roet, meer niet. Maar ondertussen had Hugo alles uit de kast gehaald: nieuwe personages bedacht, verschillende scenario’s geschreven. Er was zelfs een versie waar Zwarte Piet nauwelijks nog aan te pas kwam. Na drie maanden, en de eerste lezing met de acteurs, zijn we dan toch teruggekeerd naar het uitgangspunt.”
”Uiteindelijk”, zo beseft de regisseur, “kun je ook niet met drie man een traditie veranderen; daar zou je bijna een volksraadpleging over moeten houden. En dat is het terrein van de politiek. Maar je kunt ook niet tegen mensen die zich terecht gekwetst voelen, zeggen dat zij dan maar idioten zijn. Er valt wel degelijk iets voor te zeggen dat er een probleem is met de klassieke weergave van Zwarte Piet. En dus moet je die pijnpunten, die verwijzingen naar beelden van slavernij, aanpakken. Het is alleen zaak om dat te doen zonder het cultureel erfgoed op de schop te nemen.”
Case closed, dus? Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum, is alvast een tevreden man. “Dit is zeker en vast een stap in de goede richting. Er is rekening gehouden met gevoelens van mensen. Dat vind ik maatschappelijk belangrijk, en dan niet alleen voor zwarten. Als mensen gekwetst worden, moet je daar volwassen mee omgaan. Het is belangrijk dat je als samenleving dat empathisch vermogen hebt, en zeker van kunstenaars mag je dat verwachten. Het verwondert mij dan ook niet dat ze tot deze goede oplossing konden komen. Het bewijs is geleverd: we kunnen wel degelijk evolueren naar een samenleving die diverser wordt en rekening houdt met ieders gevoeligheid.”
”Ik vind het dan ook jammer dat in mijn eigen stad, Sint-Niklaas, het Sinterklaasgenootschap het toch nodig vindt om bij een klassiek pietenbeeld te blijven zweren. En in Nederland is er zelfs een nieuwe Sinterklaasfilm die uitpakt met zogenaamde echte pieten. Dat is polariseren om te polariseren, en dat hebben we niet nodig. Sowieso is het beeld van Zwarte Piet al jaren in evolutie, en dat zal nog verder moeten gaan. Uiteindelijk zal ook het beeld van door de schoorsteen komen betekenisloos worden voor kinderen, zodat andere randfiguren wel op de voorgrond zullen treden. Piet hoeft voor mij niet volledig te verdwijnen, maar ik vind het toch belangrijk dat alle verwijzingen naar slavernij zoals krullen of oorbellen nu eindelijk weg zijn. Niet slecht, toch, dat Vlaanderen dit volwassen heeft weten op te lossen? Chapeau! En laat ons nu eindelijk werk maken van belangrijkere zaken dan dit: tewerkstelling en onderwijs. Want dat zijn de echte uitdagingen.”
Matthieu Van Steenkiste, De Zondag, 8 nov ’15

%d bloggers liken dit: