Archief

Archive for the ‘SOS 2012’ Category

Racisme pak je aan met plannen en middelen, niet alleen met voornemens.

Vandaag vijftien jaar geleden beloofde België in het Zuid-Afrikaanse Durban om een interfederaal actieplan tegen racisme en discriminatie uit te werken. Politici moeten op federaal, regionaal en lokaal niveau de handen eindelijk in elkaar slaan om deze openstaande schuld in te lossen, schrijven Wouter Van Bellingen  ( Directeur Minderhedenforum), Hakim Benichou (woordvoerder Praktijktesten Nu) en Thomas Peeters ( stafmedewerker Orbit). De verschillende racistische uitspattingen van de afgelopen maanden roepen, na een eerste aanzet door staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA), om een vervolg. Anno 2016 vinden mensen die Mohamed of Ursula heten twee tot drie keer moeilijker werk dan Jan of Els met dezelfde competenties. Maar liefst 42 procent van de makelaars op de woonmarkt is bereid te discrimineren. Wetenschappelijk onderzoek van Unia toont aan dat discriminatie en racisme structurele praktijken zijn in ons land, die zowel laag- als hoogopgeleide mensen treffen. Verwerpelijk toch?

Achter de harde cijfers zitten schrijnende verhalen, zoals dat van Samira die haar naam in Cécile moest veranderen om uitgenodigd te worden voor een job in het Brusselse onderwijs (DS 26 januari) . Samira is hoog opgeleid, heeft uitstekende referenties en is een voorbeeldfiguur voor heel wat jongeren met een migratieachtergrond.

Dat Samira een praktijktest moest doen om een vermoeden van discriminatie vast te stellen, is geen detail. Discriminatie bewijzen is zeer moeilijk. Net daarom zijn praktijktesten een nuttig instrument, dat deel moet uitmaken van een effectief interfederaal actieplan op het vlak van onderwijs, werken en wonen. De federale en Vlaamse resoluties van 2015 om racisme op de arbeidsmarkt aan te pakken, waren een stap in de goede richting, maar zijn onvoldoende. Om discriminatie effectief te bestrijden, moeten de politici een versnelling hoger schakelen.

Eigenbelang

Die versnelling is ook nodig in andere domeinen, zoals sport, vrije tijd, media en in het bijzonder de digitale media waar niet weinigen de meest discriminerende commentaren leveren. Het is nodig om de praktijk te testen, maar ook om ze te veranderen. Omdat racisme in alle domeinen van de samenleving voorkomt, is het dan ook een verantwoordelijkheid van alle overheden samen. De federale overheid, de regionale en lokale besturen overleggen daarom best over een gezamenlijke strategie en aanpak, zoals ze dat in 2013 gedaan hebben om geweld tegen holebi’s en transgenders te bestrijden. De uitwerking van het plan dient voorts te gebeuren in samenwerking met het middenveld en de zelforganisaties.

In Vlaanderen laat de wet toe om het gelijkekansenbeleid uit te breiden naar etnisch-culturele achtergrond en levensbeschouwing/geloof. De respectievelijke administraties van de bevoegde ministers, het interfederaal orgaan Unia, het middenveld en de zelforganisaties kunnen het actieplan uitvoeren. We kunnen daarbij leren uit eerdere actieplannen tegen racisme in andere Europese landen, en uit het actieplan tegen homofoob en transfoob geweld: de evaluatie van deze plannen toonde aan dat het belangrijk is de nodige budgetten te voorzien én een realistische uitvoeringstermijn te bepalen, zodat de uitvoering een succes wordt.

Niet alleen wordt zo eindelijk een belofte van de antiracismeconferentie in Durban ingelost, er zijn ook wettelijke redenen, morele redenen en redenen van welbegrepen eigenbelang om het te doen. Het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren.’ Wie racisme en xenofobie toelaat, raakt aan een kernwaarde van de rechtsstaat en democratie. En er is het welbegrepen eigenbelang: een samenleving die plaats biedt aan iedereen, presteert beter dan een samenleving die uitsluit.

 Mee ondertekend door Cavaria en Rosa. Praktijktesten Nu, een samenwerkingsverband van het Minderhedenforum, Kif Kif, Ella vzw, Vlaamse Jeugdraad, Uit De Marge, Samenlevingsopbouw Antwerpen, Hand in Hand en het Vlaams Huurdersplatform.

De Standaard, 08/09/2016 

Categorieën:SOS 2012

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

Leer jongeren vreedzaam vechten voor hun idealen.

Opiniestuk in De Morgen (30/12/2015) van Stijn Sieckelinck (België) is onderzoeker radicalisering aan de Universiteit Utrecht, David Kenning (Noord-Ierland) is adviseur radicaliseringsbeleid in Amsterdam, en Micha de Winter (Nederland) is hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Terwijl al volop wordt teruggeblikt op 2015 als het annus horribilis wat terreur betreft, zijn de diensten in vele Europese hoofdsteden wederom in alarmerende staat van paraatheid. Wanneer de dreiging van extremisme zo acuut is, voelt de waarheid dat deze strijd slechts op lange termijn kan worden beslecht, nog ongemakkelijker aan dan anders. Toch moeten we inzien dat dit extremistisch geweld samenhangt met een getroebleerde sociale-identiteitsontwikkeling van jonge burgers die geen vrede vonden in en met hun leven in deze wereld.
Een van de aanslagplegers in Parijs, Bilal Hadfi, was nauwelijks twintig en toonde volgens één van zijn leraressen in Brussel een buitengewone belangstelling voor politiek, wat hem tot een interessante leerling maakte. Toch, zo blijkt uit de reconstructie van Douglas De Coninck (DM, 24/12), maakte zijn interesse in politiek snel plaats voor intolerantie en groeiende sympathie voor gewelddadige actie. Ook uit ons onderzoek met jonge idealisten en voormalige radicalen blijkt dat deze burgers in hun adolescentie en jongvolwassenheid met hun gevoelens en opvattingen over de ‘lelijke waarheden’ van de wereld geen kant op kunnen.
Tegen de mindset van terroristen valt bitter weinig te beginnen, en machteloosheid ligt al snel op de loer. Maar laten we niet vergeten dat in ongeveer elke biografie van voormalige radicalen een moment kan worden aangeduid dat de volwassenen in de omgeving meer hadden kunnen doen. Het probleem is vaak dat betrokken ouders of voormalige docenten zichzelf nauwelijks capabel achten om een rol van betekenis te spelen als het om radicalisering gaat. Het probleem is ook dat jongeren veelal geen geloofwaardig voorbeeld hebben van hoe je kan vechten voor een standpunt en daar winst uit halen zonder dat je je tegenstander hoeft te vernietigen.
Wij zien mogelijke oplossingen. Wij willen met docenten een programma voor vredeseducatie ontwikkelen waarin het centrale doel is dat jongeren leren om ‘vreedzaam te vechten’ voor hun idealen. In deze paradoxale oplossing leren scholieren dat vechten voor een idee positief bijdraagt aan de ontwikkeling en de samenleving als daarbij de tegenstander maar in zijn waarde wordt gelaten. Ze leren dat niet enkel over mensenrechten en gelijkheid van kansen gepraat wordt, maar ook de mogelijkheid wordt geboden om te ervaren welke energie er vrijkomt wanneer men daadwerkelijk iets op deze fronten kan veranderen in zijn omgeving. Denk aan de lamentabele logistieke en organisatorische staat waarin – zo blijkt uit het portret van De Coninck – de Anneessens-Funckschool in Brussel verkeert. Een context die schreeuwt om verandering, zou je denken, en waarvan je niet zou moeten willen dat leerlingen en ouders er zich koest over houden.
Een vredeseducatie die radicalisering serieus neemt, doet meer dan enkel ongewenst gedrag corrigeren, maar dringt door tot een dieper niveau: hoe zien onze leerlingen hun plek in deze samenleving en hoe denken ze hun positie te kunnen beïnvloeden? In deze vorm van educatie aarzelen getalenteerde docenten niet om de perverse mechanismen van gewelddadige radicalisering te bespreken met de leerlingen en draait zij evenmin om de heikele thema’s heen die juist nu zo dringend om discussie vragen: welke complottheorieën doen de ronde op sociale media? Hoe ver zou je zelf gaan om je identiteit te verdedigen tegen mensen die vinden dat hier geen plaats voor je is?
Daarnaast verlangt het van de school om verbinding te maken met andere professionals, opvoeders en religieuze leiders zodat er met meer gezag kan worden gewerkt aan het bieden van tegenwicht en alternatieve interpretaties waar jongeren weinig toegang toe hebben. Wij hebben dit eerder pedagogische coalities genoemd en zijn verheugd om te zien dat die op verschillende plekken in Nederland al gestalte krijgen.
Maar niet elke coalitie zal een jongere bij zijn voorsortering op het radicale pad kunnen stoppen. Daarentegen geniet wel elke jongere enige vorm van onderwijs.
Daarom zeggen wij: de zoveelste aanslagen waarbij jongeren een belangrijke rol hebben gespeeld, laten scherper dan voorheen zien dat sociale transformatie van scholen prioriteit heeft. Ze moeten zich beter bekwamen in het socialiseren van jonge mensen op het gebied van hun identiteitsontwikkeling. Zij zijn in de positie om hun leerlingen de waarde te laten ervaren van een strijdbare, maar tegelijkertijd vreedzame verhouding tot de rest van de samenleving.
Als onze landen inderdaad in oorlog zijn, moeten we als de bliksem werk maken van vredesopvoeding. Niet door kinderen samen in een kring zoete liedjes te laten zingen, maar door de conflicten die dwars door leerlingen, groepen leerlingen en de samenleving heen lopen als uitgangspunt te nemen van educatie.
DM, Stijn Sieckelinck (België) onderzoeker radicalisering aan de Universiteit Utrecht, David Kenning (Noord-Ierland) adviseur radicaliseringsbeleid in Amsterdam, en Micha de Winter (Nederland) hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht.

Categorieën:SOS 2012

”Zwarte Piet hoeft niet volledig te verdwijnen”

BRUSSEL – Piet is altijd een beetje zwart omdat hij door de schoorsteen binnenkomt. En nu het verfpotje, waarmee hij zichzelf nog wat bijkleurt, verdwenen is, is hij iets lichter dan vroeger. Zo simpel beantwoordt scenarist Hugo Matthysen de Zwarte Pieten-discussie in de nieuwe Sinterklaasfilm ‘Ay Ramon!’. Is de kwestie nu opgelost? Het lijkt er in ieder geval op.
Hoe simpel die oplossing ook lijkt, regisseur Stijn Coninx zucht toch eens als we hem de kwestie voorleggen. “Twee jaar geleden is de discussie begonnen in Nederland, en sindsdien voelden we aan dat ook wij een antwoord zouden moeten hebben. Ik zal niet zeggen dat we ons moesten rechtvaardigen, maar er werd toch iets verwacht. Het heeft uiteindelijk véél energie, overleg en discussie gekost voor we via een gigantische omweg opnieuw uitkwamen bij ons vertrekpunt: Piet is zwart van het roet, meer niet. Maar ondertussen had Hugo alles uit de kast gehaald: nieuwe personages bedacht, verschillende scenario’s geschreven. Er was zelfs een versie waar Zwarte Piet nauwelijks nog aan te pas kwam. Na drie maanden, en de eerste lezing met de acteurs, zijn we dan toch teruggekeerd naar het uitgangspunt.”
”Uiteindelijk”, zo beseft de regisseur, “kun je ook niet met drie man een traditie veranderen; daar zou je bijna een volksraadpleging over moeten houden. En dat is het terrein van de politiek. Maar je kunt ook niet tegen mensen die zich terecht gekwetst voelen, zeggen dat zij dan maar idioten zijn. Er valt wel degelijk iets voor te zeggen dat er een probleem is met de klassieke weergave van Zwarte Piet. En dus moet je die pijnpunten, die verwijzingen naar beelden van slavernij, aanpakken. Het is alleen zaak om dat te doen zonder het cultureel erfgoed op de schop te nemen.”
Case closed, dus? Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum, is alvast een tevreden man. “Dit is zeker en vast een stap in de goede richting. Er is rekening gehouden met gevoelens van mensen. Dat vind ik maatschappelijk belangrijk, en dan niet alleen voor zwarten. Als mensen gekwetst worden, moet je daar volwassen mee omgaan. Het is belangrijk dat je als samenleving dat empathisch vermogen hebt, en zeker van kunstenaars mag je dat verwachten. Het verwondert mij dan ook niet dat ze tot deze goede oplossing konden komen. Het bewijs is geleverd: we kunnen wel degelijk evolueren naar een samenleving die diverser wordt en rekening houdt met ieders gevoeligheid.”
”Ik vind het dan ook jammer dat in mijn eigen stad, Sint-Niklaas, het Sinterklaasgenootschap het toch nodig vindt om bij een klassiek pietenbeeld te blijven zweren. En in Nederland is er zelfs een nieuwe Sinterklaasfilm die uitpakt met zogenaamde echte pieten. Dat is polariseren om te polariseren, en dat hebben we niet nodig. Sowieso is het beeld van Zwarte Piet al jaren in evolutie, en dat zal nog verder moeten gaan. Uiteindelijk zal ook het beeld van door de schoorsteen komen betekenisloos worden voor kinderen, zodat andere randfiguren wel op de voorgrond zullen treden. Piet hoeft voor mij niet volledig te verdwijnen, maar ik vind het toch belangrijk dat alle verwijzingen naar slavernij zoals krullen of oorbellen nu eindelijk weg zijn. Niet slecht, toch, dat Vlaanderen dit volwassen heeft weten op te lossen? Chapeau! En laat ons nu eindelijk werk maken van belangrijkere zaken dan dit: tewerkstelling en onderwijs. Want dat zijn de echte uitdagingen.”
Matthieu Van Steenkiste, De Zondag, 8 nov ’15

’Er is gewoon geen plaats voor het woord zigeuner’

 

 Waar een opleiding Politie en Mensenrechten in het Holocaustmuseum allemaal niet goed voor is. Zo ontdekte het Interfederaal Gelijkekansencentrum dat agenten daders of verdachten als ‘zigeuner’ kunnen labelen. Ongehoord, klinkt het.

Van onze redacteur Yves Delepeleire

In de oude Dossinkazerne in Mechelen, waar nu het Holocaustmuseum huist, kunnen politieagenten de opleiding Holocaust, Politie en Mensenrechten volgen. Het is een idee van commissaris-generaal Catherine De Bolle. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum is ook partner. De bedoeling: uit de gruwel van het verleden lessen trekken voor het heden en de toekomst.

In de tentoonstelling worden de agenten (in opleiding) onder meer geconfronteerd met het gezicht van joden en zigeuners die door de nazi’s werden uitgemoord. Dat net op zo’n moment aan het licht komt dat zij in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) verdachten en daders als ‘zigeuner’ kunnen labelen, leidde dan ook binnen de eigen rangen tot commotie.

Journalist Erik Raspoet was getuige van die commotie, toen hij een reportage over de opleiding in het Holocaustmuseum maakte ( DS 11 april). Het was een agente die zelf het vuur aan de lont stak door zich luidop af te vragen of het normaal was dat zij een vakje ‘zigeuner’ kon aanvinken. ‘We hebben niet het recht om mensen op basis van hun etnische achtergrond te labelen’, zei ze. Twee Leuvense speurders vonden van wel, omdat het relevante informatie was voor de opsporing van rondtrekkende dadergroepen.

Robert Watzeels, die aan de Nationale Politieacademie lesgeeft, kon zijn oren niet geloven. ‘Dit kan absoluut niet. We mogen minderheden niet reduceren tot een crimineel fenomeen.’

Navraag bij de federale politie leert dat agenten in de ANG inderdaad een vakje ‘zigeuner’ kunnen aanvinken. Het gaat niet om een ‘verplicht veld’.

’Zigeuner’ is een van de vele parameters om de toestand, het beroep, de gewoontes, het uiterlijk en dergelijke van een dader of verdachte zo goed mogelijk te beschrijven.

’Door die precisering te gebruiken, oordeelt de verbalisant dat deze informatie kan helpen om bepaalde opsporingen of onderzoeken te vergemakkelijken’, zegt Kaatje Natens, woordvoerster van de federale politie. ‘Wij zien de definitie van zigeuner ook ruim. Daarmee is het niet de bedoeling om iemand op basis van zijn etnische afkomst te labelen, maar om iedereen die geen vast adres heeft en rondtrekt aan te duiden. Dat kunnen evengoed Roemenen als Ieren zijn.’

Ethnic profiling

Dan lijken toch niet alle agenten (zie de Leuvense speurders) zich van die definitie bewust te zijn. ‘Het is een dunne lijn’, erkent Natens. ‘Wij stellen ook vast dat niet iedereen deze parameter op dezelfde manier interpreteert. We zullen bekijken hoe we dit kunnen verduidelijken. De term schrappen is een mogelijkheid, maar zou al te makkelijk zijn. Daardoor zouden operationele doeleinden in gevaar kunnen komen.’ Lees: dan zouden sommige misdrijven moeilijker op te lossen zijn.

Voor Jozef De Witte van het Interfederaal Gelijkekansencentrum en Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum volstaat dat antwoord niet. ‘Er is geen plaats voor het woord zigeuner. Het is niet neutraal’, zegt De Witte. ‘Het heeft harde WO II-connotaties en bezit geen enkele wetenschappelijke grond’, zegt Van Bellingen.

Hoewel de politie bepaalde ‘gevoelige’ gegevens mag registreren, vrezen beiden dat etnische registratie kan leiden totethnic profiling, waarbij mensen er op basis van hun uiterlijk of gedrag worden uitgepikt. ‘Internationaal onderzoek heeft al genoeg aangetoond dat dit slecht politiewerk oplevert’, zegt De Witte.

Woonwagenbewoners

Van Bellingen: ‘Het cruciale probleem is dat de politie totaal verloren loopt als het gaat over woonwagenbewoners, dat ze hun achtergrond en geplogenheden te weinig kent. Een eenvoudig voorbeeld: Roma rijden vaak met grote auto’s en caravans rond. Dat stoot velen tegen de borst. Men denkt dan meteen dat ze gestolen zijn. Terwijl de verkoop van tweedehandswagens al decennia de broodwinning is voor Roma. Een dergelijk gebrek aan kennis versterkt alleen maar de criminaliserende blik op de groep.’

De Standaard, Yves Delepeleire

Categorieën:SOS 2012

Wouter Van Bellingen, DIRECTEUR VAN HET MINDERHEDENFORUM NA ZIJN GEZONDHEIDSPROBLEMEN

Wouter Van Bellingen (42) is sinds juli van vorig jaar directeur van het Minderhedenforum. De voorbije acht maanden kon hij daarmee al het een en ander in beweging zetten, maar het werk eiste ook zijn tol. Zo kreeg hij enige tijd geleden een dreigbrief in de bus en wordt hij geplaagd door gezondheidsproblemen. “Ik doe deze job met volle goesting, maar zal toch wat gas moeten terugnemen.”

  

`Je wordt niet meteen vrolijk van de problemen waarmee ik dagelijks geconfronteerd word’

Wouter Van Bellingen werd in 2007 even wereldberoemd in Vlaanderen toen hij als kersvers schepen van Sint-Niklaas geconfronteerd werd met een aantal koppels die niet door hem getrouwd wilden worden. Als tegenreactie lieten meer dan zeshonderd koppels zich tegelijk trouwen door de schepen met Rwandese roots. Of Van Bellingen acht jaar later nog steeds geconfronteerd wordt met racisme? “Natuurlijk, en ik maak me geen illusies. Dat zal morgen ook nog het geval zijn”, vertelt hij. “Het gevecht tegen racisme en discriminatie zal misschien wel eeuwig duren, maar dat wil niet zeggen dat we het moeten opgeven, integendeel.”

Dat gevecht voer je inmiddels al acht maanden als directeur van het Minderhedenforum. Hoe kijk je terug op die periode?

”Het waren erg intense maanden. Ik had me voorgenomen om me rustig in te werken, maar het was meteen vollenbak, ook omdat ik meteen een interne reorganisatie voor de kiezen kreeg. Ik denk echter dat we toch al het een en ander bereikt hebben. Zo hebben we al enkele belangrijke dossiers op de politieke agenda kunnen zetten. Ik denk aan het met luide muziek verjagen van woonwagenbewoners in Landen en de discriminatie in de dienstenchequesector. Die problemen bestaan natuurlijk al veel langer dan vandaag, maar het is goed dat ze in de openbaarheid komen. Vroeger werd dat allemaal doodgezwegen, maar anno 2015 is er toch een vrij grote consensus dat zulke zaken onaanvaardbaar zijn en dat is op zich al een belangrijke stap. Er zijn, gelukkig maar, steeds meer mensen die zulke praktijken niet meer slikken.”

Die praktijken niet aanvaarden is een ding, ze de wereld uit helpen is een ander…

”Daar knelt inderdaad het schoentje. Veel politici nemen vandaag de dag wel duidelijke standpunten in tegen discriminatie, maar de volgende stap blijft vooralsnog vaak uit. Er wordt weinig of geen actie ondernomen, hoewel alle cijfers aantonen dat actie meer dan ooit aan de orde is. Meer dan vijftig procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens, de werkloosheid scheert ongezien hoge toppen en het aantal schoolverlaters zonder diploma blijft maar stijgen. Maar door mensen uit te sluiten, maak je de problemen alleen maar groter. Er moet werkgelegenheid komen voor iedereen, ook voor mensen met een migratie-achtergrond. Daar wordt de hele samenleving beter van: er moeten immers minder uitkeringen worden betaald, terwijl de inkomsten stijgen omdat er belastingen worden betaald. Discriminatie kost de samenleving immers veel geld. Kijk, ik ben oprecht blij wanneer ik minister-president Bourgeois hoor zeggen dat hij discriminatie op de arbeidsmarkt verwerpelijk vindt, maar nu is het tijd om er daadwerkelijk iets aan te doen. Daarom ben ik dan nog blijer dat minister Peeters eindelijk werk wil maken van mysterycalls. De tijd van de vrijblijvendheid is voorbij!”

STERFGEVALLEN EN DREIGBRIEF

Toen we afspraken voor dit interview, vertelde je me dat je worstelde met een dipje. Heb je de job onderschat?

”Dat niet, ik doe de job doodgraag, maar ik ga wel wat gas moeten terugnemen. Ik klop lange dagen en moet vaak op tien plaatsen tegelijk zijn. Je wordt ook niet meteen vrolijk van de problemen waarmee we hier dagelijks geconfronteerd worden, hé. Die harde cijfers blijven als het ware aan je ribben kleven als dat echte verhalen worden. Heel de sector kampt momenteel met een gebrek aan middelen. Bij de herstructurering die ik eerder aanhaalde, kon ik spijtig genoeg mensen hun contract niet meer verlengen.”

Zulke dingen vreten aan je…

”Ja, net als het feit dat er in november ook twee sterfgevallen waren, waaronder die van mijn goede vriend Wim Schamp (de bekende reclamemaker overleed aan pancreaskanker, red.), die ik me enorm heb aangetrokken. Als klap op de vuurpijl kreeg ik ook nog een dreigbrief in de bus. Die zaak ligt nu bij het parket van Brussel en ik kan daar niet veel over kwijt, maar dat het best beangstigend is, kan ik je wel vertellen. Dat heeft toch allemaal een impact gehad op mijn gezondheid.”

Kamp je met ernstige gezondheidsproblemen?

”Laten we zeggen dat ik een serieuze waarschuwing heb gekregen: op een dag ben ik onwel geworden op het perron van het station, toen ik op weg was naar mijn werk. Ik heb me meteen laten onderzoeken in het ziekenhuis. Voorlopig lijkt er niets ernstigs aan de hand te zijn, er zijn momenteel nog een aantal tests lopende, maar zowat iedereen vertelt me dat een en ander vooral met stress te maken heeft.”

Geen onlogische diagnose, lijkt me. Wat doe je daar nu mee?

”Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar ik probeer toch wat meer aan mijn gezondheid te denken: wat meer momenten van rust inbouwen, enkele weekends vrijhouden voor mezelf. Als je lichaam je zo’n signaal geeft, mag je dat niet negeren. Ik ben ondertussen ook 42 jaar, een leeftijd waarop je al wat meer risico loopt om iets ernstigs op te lopen. Het zal niet evident zijn, maar ik zal het wat kalmer aan moeten doen. Toen ik hier acht maanden geleden begon, had ik me voorgenomen om een tweede fiets te kopen, maar dat is bij een voornemen gebleven. Misschien moet ik daar eens echt werk van maken.”

Lijdt je gezinsleven ook onder dat hectische leven van je?

”Een beetje wel, natuurlijk, maar ik probeer er in de mate van het mogelijke zo veel mogelijk te zijn. Zo sta ik erop mijn kinderen elke dag zelf naar school te brengen. Dat is een prioriteit voor mij.”

OPTIMISTISCH

Heb je er de voorbije maanden aan gedacht om iets anders te gaan doen?

”Dat zeker niet. Ik doe mijn job graag en ik geloof ook dat we de goede kant opgaan. Er is een kentering in de geesten van de mensen en dat is van ontzettend groot belang. Ik ben en blijf ervan overtuigd dat de diversiteit een verrijking is voor de samenleving. En dat de verkleuring de vergrijzing kan oplossen. Alleen moeten we nu met z’n allen eens goed nadenken over de manier waarop we hiermee omgaan. Alles beschouwd, zie ik de toekomst positief in. Ik heb deze job aangenomen omdat ik ervan overtuigd ben dat ik een zekere impact kan hebben. Als ik die overtuiging niet had, had ik er niet aan moeten beginnen.”

Categorieën:SOS 2012

Kan het erger met discriminatie? Ja, maar het kan ook veel beter.

Alicja Gescinska is docent aan het Political Science Department van het Amerikaanse Amherst College. Ze emigreerde in 1988 naar België en werd in 2012 doctor in de wijsbegeerte aan de UGent.

Toen ik enkele jaren geleden naar Gent wilde verhuizen, kwam ik uit bij een appartement in een straat parallel met de Sleepstraat. “U hoeft zich geen zorgen te maken”, verzekerde de vastgoedmakelaar me. “Kijk maar eens naar de namen op de deurbellen. Allemaal Vlaamse namen. Geen Turken, Bulgaren, Russen of Polen in dit appartementsgebouw.” De man trok nogal bleek weg toen ik niet veel later mijn naam voor hem moest spellen. Eens goed in de verf zetten dat je geen ‘vreemdelingen’ als buren hebt. Dit beproefd verkooppraatje past naar alle waarschijnlijkheid in een ruimer kader van structurele discriminatie van vreemdelingen in hun zoektocht naar woonst en werk. Dat de stad Gent kordater wil optreden tegen allerhande vormen van discriminatie valt toe te juichen (DM 20/3). Daar gaat een belangrijke signaalfunctie van uit. Het is belangrijk om discriminatie in kaart te brengen, aangezien velen in een bubbel leven en menen dat het met die discriminatie toch niet zo erg is in ons vooruitstrevend, vrij en verlicht landje. Die bubbel mag wel eens worden doorprikt. 

Natuurlijk kan het erger, maar veel beter kan het ook. Soms zijn we zo verlicht door onze eigen goedheid dat we blind blijven voor onze gebreken. De Britse schrijver Adrian Hart is zo’n exponent van die verlichte blindheid. Volgens hem bestaan echt racisme en discriminatie amper in onze westerse samenlevingen. Nu ja, dan bezorgen praktijktesten en mystery shoppers ons toch even een reality check. We kunnen oeverloos palaveren of we iets racisme of discriminatie noemen. Was Reynders’ optreden als Noiraud racistisch? Is het racistisch als een opblaasbare banaan naar een zwarte voetballer wordt gegooid? Is het discriminatie van vrouwen als het Boekenweekgeschenk dertien jaar na elkaar door een man wordt geschreven of de State of the European Union al zeven jaar na elkaar door een man wordt verzorgd? Het antwoord op die vragen is niet zo eenduidig. Eerder dan ons blind te staren op terminologische discussies kunnen we pragmatisch wel erkennen dat voor bepaalde groepen in de samenleving het leven steeds tegen de wind in fietsen is, terwijl anderen steeds de wind in de rug hebben. Als je een beetje bezig bent met sociale rechtvaardigheid, dan laat je mensen niet weggeblazen worden omwille van de kleur van hun huid, hun geslacht of seksuele voorkeur of de opeenvolging van klanken waaruit hun achternaam is opgebouwd. 

Waar de signaalfunctie van het Gentse onderzoek en plan erg belangrijk is, denk ik dat de verwachtingen over de resultaten ervan moeten worden getemperd. Signaliseren is één ding, sanctioneren een ander. Ter discussie bij discriminatie staat steeds de vrijheid van de een tegenover de vrijheid van de ander. De vrijheid van de verkoper versus die van de koper. De vrijheid van de eigenaar tegenover die van de huurder. Er bestaat geen juridische vuistregel of ethisch meetinstrument om sluitend te bepalen wiens vrijheid belangrijker is. En dat maakt optreden tegen discriminatie en de afweging van botsende vrijheden steeds moeilijk. Tegelijk dreigt een loutere symbool- en signaalpolitiek niet meer te doen dan de vinger op de wonde leggen en ondertussen machteloos toekijken hoe die wonde niet gedicht raakt.

Ongetwijfeld hebben we in de strijd tegen discriminatie meer aan emanciperen dan aan sanctioneren. Een samenleving is zo open en goed als de harten en geesten van haar burgers. En die openheid en goedheid bewerkstellig je vooral met kennis en onderwijs. “De democratie moet iedere generatie worden herboren, en onderwijs is haar vroedvrouw”, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey ooit stelde.

DM, 21/03/2015

Categorieën:Mening, Pers, SOS 2012
%d bloggers liken dit: