Archief

Archive for the ‘Mening’ Category

Naamsverandering Leopold II-laan: zo breed mogelijk gedragen, pragmatisch en visionair,

Geachte Mevrouw, voorzitter van de gemeenteraad;
Geachte Dames en Heren, voorzitters van de fracties van de gemeenteraad;
Geachte Heer, Burgemeester;

Vandaag is binnen het stadsbestuur de consensus gegroeid om de Leopold II-laan te veranderen van naam. Toen ik dit idee voor het eerst opperde 10 jaar geleden, was dit in de zijlijn van de inhuldiging van het geboortehuis van Maurits Coppieters. Omdat Maurits Coppieters naast zijn bijdrage voor het jeugdwerk en de Europese gedachte ook de eerste voorzitter was van het huidige 11.11.11. vond ik dat hij meer een laan verdiende dan Koning Leopold II. De commotie in de pers ontstond toen omdat er toen heel wat herdenkingen aan de gang waren rond 50 jaar onafhankelijkheid. Nu 10 jaar later en in het 100-ste geboortejaar van Maurits Coppieters ben ik van mening dat hij nog steeds een laan of nog beter een plein naar hem genoemd wordt. Maar dit moet niet perse de Leopold II-laan zijn. Maar ik ben overtuigd dat volgens zijn overtuiging vandaag een gekleurde vrouw zeker zijn voorkeur zou wegdragen hebben.

Zoals ik reeds aangaf zijn we 10 jaar verder. Onze stad is veranderd, geëvolueerd en diverser geworden. Daarom mijn vraag om deze naamsverandering gemeenteraad breed te steunen. En tegelijkertijd wil ik u vragen om deze naamsverandering anders aan te pakken dan we momenteel met het stadsbestuur gewend zijn. Gebruik deze naamsverandering als mogelijkheid om een dialoog aan te gaan met de hele bevolking, weliswaar met bijzondere aandacht voor mensen met migratie-achtergrond en mensen van Afrikaanse afkomst in het bijzonder. Neem daarom aub uw tijd om van deze unieke gelegenheid van iets negatief iets positief te maken waar heel de bevolking beter van wordt. Daarnaast welke oplossing of oplossingen ook uit de bus komt, zorg ervoor dat ze breed gedragen worden: pragmatisch en visionair.

Een belangrijk hulp hierbij kan de oprichting zijn van een speciale werkgroep samengesteld met experts, ervaringsdeskundigen e.a. Deze speciale werkgroep kan dan een rapport opstellen met verschillende scenario’s waarin de gemeenteraad kan kiezen. Het huidige participatieproject dat vandaag al loopt binnen onze stad is een reeds bestaand instrument dat hiervoor de nodige ondersteuning kan bieden voor de begeleiding van die werkgroep. Ook kan het stadsbestuur gebruik maken van de toekomstige handleiding die Minister van Samenleven, Bart Somers zal opstellen door experts i.s.m. de VVSG.

Daarnaast wil ik ook meegeven dat ook voor mij de schilderijen van Koning Leopold II en Koningin Marie Henriëtte, die jaren over mijn schouder meekeken bij het voltrekken van de huwelijken,  na de renovatie van stadhuis niet terug moeten komen in de trouwzaal. Een betere plaats lijkt me een museum, bv Huis Janssens waar er duiding kan geven worden rond Leopold II. 
Tenslotte wil ik jullie allemaal bedanken voor het werk dat jullie voor onze stad leveren. Het is vaak onzichtbaar, maar daarom niet minder belangrijk. Ik ben overtuigd dat welke oplossing jullie ook kiezen dit zal met het algemeen belang van onze stad in het achterhoofd. Als ik een deel van de oplossing kan zijn, ben ik hiervoor zeker bereid.

Met de meeste hoogachting,

Wouter Van Bellingen

Ere-schepen Stad Sint-Niklaas

Tijd om eens een koffietje te gaan drinken.

Beste Nozizwe

Ik moet zeggen dat toen ik uw brief op twitter las. Ik eerst sprakeloos en dan diep ontroerd was. Je weet het niet, maar jouw kandidatuurkaartje voor de Vlaams jeugdraad staat nog steeds op mijn buro. Het was jouw moeder die bij mij langs kwam met de vraag om jou te steunen. Het deed me direct denken aan mijn eigen mama, die voor mijn eerste verkiezingscampagne in regen en wind voor mij flyerde. Ook al zei ik tegen haar dat ze dat niet moest doen. Maar je kent ze, onze moeders. We hebben het niet van vreemden.

Ook al hebben we elkaar nog nooit echt gesproken, sinds die dag voelde ik met jou verbonden. En volg ik jou op de voet. Jouw verkiezing binnen de Vlaamse Jeugdraad. En daarna als voorzitter. Ik was super fier, de eerste zwarte voorzitter van de jeugdraad. Mijn heldin.

Maar het mooiste moest nog komen. Dit jaar werd je als eerste Belgische, ‘Young European of the Year’. Een rolmodel voor jongeren in Europa. Meer dan verdiend! Ik ben overtuigd dat mensen later pas gaan beseffen wat een eer dit voor ons land was.

Weet je Nozizwe? Vandaag is het een feestdag. Bijna 70 jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens aan. Het zijn dagen als vandaag dat ik met respect terug kijk op de realisaties van het verleden. Maar het werk is nog niet af. Het werk zal nooit af zijn tot de dag dat iedereen het leven kan leven, zoals m/v/x het wil.

Ik wil je alvast meegeven dat ik je door dik en dun zal steunen. Want het publieke leven dat jij kiest, is niet makkelijk, maar is jouw weg. Een voorbeeld voor mezelf is Mathama Ghandi. Hij heeft zoveel bereikt met zijn geweldloos verzet en zijn kordate vriendelijkheid. Hij zag steeds het goede in de mens. En vooral, hij heeft nooit kwaad met kwaad vergeld.

Tenslotte wil ik je met jou een goeie raad delen, die mijn moeke me meegaf: ‘Maak nooit een compromis met jezelf. Het is een slappe houding. En het is jezelf een beetje beliegen. Sta steeds achter jouw ideeën ook al is dat soms moeilijk. Maar als je dat niet doet, verminder je jezelf en jouw zelfrespect in waarheid en liefde. Soms is dit gemakkelijk en soms heel moeilijk.’

Maar nog belangrijker is dat je weet dat je nooit alleen staat en diegene waar je het voor doet, het weten. Want op een dag krijg je dan een brief van iemand die jou heel erg bewondert.

Maar nu eerst volle gas gaan voor jouw diploma !

Met oprechte groeten,

Wouter Van Bellingen

PS

Het wordt nu echt wel eens tijd dat we eens een koffietje gaan drinken 😉

Categorieën:Integratiepact, Media, Mening, Pers

 ‘Allochtonen zullen nooit integreren op onze voorwaarden’, artikel Jelle Henneman.

De enorme kloof tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht in een voor iedereen hertimmerde samenleving, schrijft journalist Jelle Henneman.De Engelse th-klank in woorden als think en mother dreigt uit de taal te verdwijnen omdat de vele immigranten in Groot-Brittannië hem ook na generaties maar niet onder de knie krijgen. Linguïsten voorspelden recent dat tegen 2066 niemand de tongbreker, uitgesproken met een lichte tik van de tong tegen de bovenste tandenrij, nog zal gebruiken. Ook de autochtone Engelsen niet.

Mother en think worden dan gewoon muvver en fink . Het th-overblijfsel uit het Cockney-dialect en het zogenaamde received pronunciation zullen niets meer dan een anachronisme zijn. In dat artikel uit The Telegraph zit een boodschap, maar die heeft niets met het Engels te maken.
De les die de ten dode opgeschreven ‘th’ voor ons allemaal in petto heeft, is dat migranten samenlevingen veranderen. En niet alleen de taal, of andere onverdachte veranderingen als onze culinaire traditie of de sporthelden die we toejuichen. Samenlevingen die geconfronteerd worden met grote groepen migranten veranderen fundamenteel; in de waarden die ze voorstaan, en in het beeld dat ze van zichzelf hebben en uitdragen. Extreemrechts heeft gelijk. En dat is geen mening, laat staan een wens, wel een realiteit die onvermijdelijk opduikt uit de geschiedenis van landen en culturen die zo’n verandering al hebben doorgemaakt.
Het blijft een lacune in het Europese debat rond diversiteit dat de ervaringen van zulke landen niet worden meegenomen. We kijken naar diverse samenlevingen als de Verenigde Staten, Canada of zelfs het oude Romeinse Rijk alsof die altijd een etnische en religieuze mengelmoes waren. Terwijl zij allemaal op het punt hebben gestaan waar Europa zich nu zo druk over maakt. De grote migraties van de negentiende en begin twintigste eeuw veranderden de VS van een gemeenschap die zich definieerde als blank Angelsaksisch en protestants in een natie die verder ging onder de vlag van de Amerikaanse droom, waar iedereen alles kon bereiken.
Het diepconservatieve blanke Canada veranderde in de jaren zeventig in een land dat het multiculturalisme – in Europa stilaan synoniem met een naïeve ideologische dwaling – officieel inschreef als een deel van de nationale identiteit. Geloofde je er niet in, dan was je prompt geen echte Canadees meer. En het Romeinse keizerrijk dat na de eerste veroveringstochten vorm kreeg, stond voor een compleet ander wereldbeeld dan de etnisch gedefinieerde republiek.
Bechamelsaus
De bewijslast van de geschiedenis staat in schril contrast met wat wij vandaag van onze diversiteit verwachten. Nog steeds blijven politici en opiniemakers ervan uitgaan dat burgers met een migratieverleden of -achtergrond zich zullen integreren in het waardepakket dat de traditionele bevolking hun voorschotelt.
Afhankelijk van de politieke ideologie gaat die geëiste integratie verder of minder ver – van alles behalve ‘bloemkool met bechamelsaus’ (de woorden van de Antwerpse N-VA-diversiteitsschepen Fons Duchateau) tot de almaar herhaalde verlichtingswaarden rond religie, vrouwen en seksualiteit. Maar het is allemaal praat voor de vaak. Zo’n integratie op onze voorwaarden komt er niet. Eenvoudigweg omdat ze in al de keren dat ze in de geschiedenis al luidop geëist is door gastsamenlevingen (en dat is een constante), nooit is voorgekomen. Nooit.
Het is de hoogste tijd om dat schijngevecht te stoppen. De enorme kloof die in zowat heel Europa gaapt tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht als we allemaal mee het bad in worden getrokken van een voor iedereen hertimmerde samenleving. Waar er opnieuw zal moeten worden gesproken over de plaats van religie – en nee, het maakt niet uit dat we die strijd gestreden dachten te hebben. Waar seksualiteit weer bevochten zal worden, ook voor vrouwen en homo’s. En waar de definitie van wat het betekent om Belg of Europeaan te zijn niet langer alleen in de handen blijft van zij die al het langst tot die groepen behoren. Het is tijd dat onze leiders de moed opbrengen om die realiteit eerlijk te verkondigen, en ze als basis te nemen voor het diversiteitsbeleid.
Nieuwe ‘wij’

Dat ook het ‘wij’ zal veranderen, is een open deur intrappen. In de grote steden wordt het stilaan moeilijk om pratende jongeren blind in autochtoon en allochtoon op te delen. Maar het zal veel verder gaan. Dragen meisjes binnenkort allemaal een hoofddoek? Hoegenaamd niet. Maar is het ondenkbaar dat de jeugd het zelf niet meer gepast zal vinden om in een niemendalletje op een strand te verschijnen? Misschien wel.

Zullen komende generaties zich later schamen om onze koloniale geschiedenis, en de monumenten en Zwarte Pieten die daaraan herinneren eensgezind in de ban slaan? Perfect mogelijk. Wordt de aanklacht tegen onverdoofd slachten de aanzet voor een ethische benadering van de hele veeteelt? De eerste discussies gaan in die richting. Hoe het nieuwe ‘wij’ eruit zal zien, valt onmogelijk te voorspellen. Maar het zal niet zo comfortabel dicht liggen bij wat we gewend zijn als we nu denken.

aantal lezers: 45.460
Jelle Henneman, Knack online

Categorieën:Media, Mening, Pers

Superdiversiteit beroert onze samenleving.

Openingsspeech n.a.v. de OpenForumdag, 10 december 2016, deSingel, Antwerpen.

Voor u staat een fiere voorzitter. Om de 2 jaar mogen we elkaar ontmoeten op onze Open Forumdag. Ook dit jaar. En we zijn blij dit jaar te gast te zijn in DeSingel. Hier in Antwerpen.  
Zeventig jaar geleden kwamen de eerste Italiaanse gastarbeiders naar deze contreien om er hun jeugd en leven te geven in de mijnen. Twintig jaar later volgden de Marokkanen en de Turken. En nog eens twee generaties later bestaat onze samenleving uit mensen met de meest uiteenlopende achtergronden. Onze steden evolueren in een ijltempo naar ‘majority-minority cities’ zoals de academici ze benoemen. Wereldsteden zoals New York, Sao Paolo, Toronto of Sydney zijn al langer voorbeelden van “majority-minority cities” – steden waar de meerderheid van de bewoners uit een brede waaier van minderheden bestaat. Vandaag behoren Amsterdam, Rotterdam en Brussel, maar ook Genk tot die categorie. De stad Antwerpen, Gent en Leuven zijn morgen aan de beurt. Een evolutie die niet te stoppen is, en waar, tot spijt van wie het benijdt, niemand ook schuld aan heeft of de oorzaak van is. 

 
Op 1 augustus van dit jaar, pal in het midden van de vakantie – het volgende schooljaar leek nog een eeuwigheid weg – was een tiener uit Genk op vakantie in het land van zijn voorouders. Waar het noodlot toe sloeg. Na een tragisch ongeval raakte hij in een diepe coma, om enkele dagen later te overlijden. Toen enkele kranten dit nieuws oppikten, en berichtten over een Vlaamse jongen uit Genk die in Marokko was omgekomen, gingen de haatsluizen open. Tientallen, honderden mensen toonden geen enkele schroom, betuigden geen medeleven, maar zagen zijn de van een jongen wiens leven nog moest beginnen als een aanleiding om te feesten. Hoe is het in hemelsnaam zo ver kunnen komen? 

 
Laat me duidelijk zijn: de hatespeech en de haatmails die steeds meer de kop opsteken en symptomatisch zijn voor een breder maatschappelijk fenomeen worden, gaan niet over het uitdragen van een mening , gaan niet over het hebben van een opinie, maar zijn zeer specifiek en doelbewust gericht op het schaden van de waardigheid en op het ontmenselijken van personen en groepen. Stereotyperende en discriminerende commentaren, hoe subtiel ze ook mogen gebracht worden, vervuilen het openbare domein en verzieken het sociaal weefsel van onze samenleving. Het is een kanker die om zich heen grijpt, en het is pas wanneer de kanker is uitgezaaid dat we beseffen hoe ernstig we gevaar lopen. 

 
Het wordt tijd dat we diep beseffen dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten, dat we allemaal deel uitmaken van hetzelfde tijdsgewricht dat nu eenmaal door globalisering, migratie en superdiversiteit wordt gekenmerkt. Niks aan te doen, niemand zijn schuld, het is gewoon zo. De wereld draait door. Ook in Vlaanderen. 

 
De nieuwe demografische realiteit die zich opdringt aan Vlaanderen vraagt om transitie, om verandering, om vooruitgang. Willen we van onze samenleving, een leefbare samenleving maken, dan moeten we op zoek gaan naar een respectabele manier om met elkaar in dialoog te gaan. 

Is het niet de hoogste tijd om te erkennen dat onze samenleving nood heeft aan nuance, aan dialoog, aan wederkerigheid?

 
Integratie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is een pad dat we samen bewandelen, een proces dat stap-voor-stap verloopt, waarbij we inspanningen doen om echt naar elkaar te luisteren, zonder telkens het eigen gelijk uit te willen dragen. Samen betekent met elkaar. Het uitsluiting van groepen leidt naar segregatie. Segregatie leidt tot een samenleving waarin gedeelde waarden, een gedeelde ethiek en een gezamenlijke toekomst naar de achtergrond verdwijnen. Is het dat wat we willen? 

 
Een superdiverse samenleving is geen gemakkelijke samenleving. Maar het is wel onze samenleving. Het is de samenleving waarin we onze kinderen en kleinkinderen zullen zien opgroeien, sporten, studeren, werken en liefhebben. Welke erfenis geven we hen door, met welke denkbeelden voeden we hen op? De erfenis die wij nalaten zal de maatstaf zijn waarmee onze kinderen, onze kleinkinderen en achterkleinkinderen ons later zullen beoordelen. 

 
Daarom gaan we ook op vraag van de Vlaamse Regering samen met de werkgevers, de vakbonden, de onderwijskoepels en de steden en gemeenten het integratiepact uitvoeren. Een ambitieus project dat discriminatie moet bestrijden, maar ook vooral wederzijds respect moet bevorderen. Nieuwe oplossingen moet bieden om harmonisch samen te leven. En omdat het voor ons als Minderhedenforum menens is, zal onze huidige directeur Wouter Van Bellingen dit huzarenstukje leiden. Omdat hij het juiste profiel, de juiste ervaring en het juiste netwerk heeft. Kortom de juiste man, op de juiste plaats is. Samen met de nieuwe directeur en onze huidige adjunct-directeur wordt zo ons huidig management professioneel versterkt..  

Ik ben dan ook zeer verheugd dat jullie hier vandaag op deze internationale dag voor mensenrechten zo voltallig aanwezig zijn. Het stemt hoopvol dat zo veel gasten en sprekers zich hebben willen engageren om mee een statement te maken, om hun bezorgdheid over de toekomst te uiten en samen met jullie na te denken over hoe we die toekomst op een hoopvolle manier kunnen vormgeven. 

Hüseyin Aydinli, voorzitter Minderhedenforum 

Categorieën:Mening, Minderhedenforum

De stem van de nieuwe generatie, Anissa Boujdaini.

Openingsspeech n.a.v. de OpenForumdag, 10 december 2016, deSingel, Antwerpen.

Ik kan geen introducerende analyses geven over superdiversiteit. Ik ben geen beleidsmaker, noch heb ik enig onderzoek gedaan over onze samenleving, geen socioloog, geen politicus. Al betwijfel ik of die laatste wel meer zou kunnen zeggen over onze maatschappij, maar goed. Ik kan alleen spreken over wat ik denk te weten en wat ik weet te ervaren.
De onderwerpen die vandaag aan bod zullen komen, zijn heel breed. En ik gok dat ze voor inspiratie zullen zorgen, voor een boost, voor nieuwe inzichten, voor een connectie met gelijkgezinden en een uitdaging door andersdenkenden; en misschien wel voor een nodige dosis hoop. Dat hoopvol feestje wil ik zeker niet negatief beginnen. Maarrr …

Er wordt mij gezegd dat we in een superdiverse samenleving leven en ik ben ervan overtuigd dat ik dat vandaag nog vaak genoeg zal te horen krijgen. Maar of ik ook dat gevoel heb, is een andere zaak. Het idee is al snel dat er tegenwoordig zoveel culturen en overtuigingen aanwezig zijn in onze samenleving, dat ze niet te ontkennen vallen en dat er niet één cultuur is dat boven de ander uitsteekt. Het trieste is dat dat beeld onder die noemer van superdiversiteit, gewoonweg niet klopt. Er is wél sprake van dominantie van de ene cultuur boven de ander. Praten over superdiversiteit mag dus niet inhouden dat we denken dat alle culturen op een gelijk niveau gezet worden, dat is niet het geval. Denken dat onze samenleving dat wel doet, is meteen bouwen op een fundering die niet klopt. Deze superdiverse samenleving zoals die vandaag bestaat, is blind voor de aanwezigheid van Afrikaanse culturen, van Aziatische culturen, van verschillende geloofsovertuigingen. Deze culturen en overtuigingen kunnen dan wel zo hard aanwezig zijn dat ze niet te ontkennen vallen, in het bevestigen van hun aanwezigheid, worden diezelfde culturen genegeerd of aangevallen. In welke mate kan dan gezegd worden dat de superdiverse samenleving al bestaat?

We leven in een België waarin er geen rekening wordt gehouden met de bezorgdheden en gevoeligheden van mensen uit andere culturen. Zwarte Piet is zonder die consideratie, nog steeds racisme. We leven in een België waarin witte armoede en zwarte en bruine armoede wordt gelijkgesteld aan elkaar. Mensen blijven blind voor machtsstructuren die armoede bij etnisch-culturele individuen in de hand werkt. Maar misschien is arbeidsdiscriminatie, net zoals racisme in z’n geheel, ook relatief. We leven in een vrouwonvriendelijk, patriarchaal België waarin moslimvrouwen zo goed mogelijk worden geweerd uit de maatschappij zolang ze er niet wit en westers genoeg uitzien en waarin vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen. In een België dat wetten wil maken die duidelijk gericht zijn tot het beperken van de geloofsvrijheid van één geloofsgemeenschap. Wat een geluk dat wij moslims heel wat rituelen delen met de joodse gemeenschap. We leven in een België dat Westerse waarden en culturen nog steeds superieur acht. Waarin witte mensen nog steeds verbaasd doen tegen mensen met een etnisch-culturele achtergrond omdat ze zo goed geïntegreerd zijn, ook al zijn ze hier geboren. Waarin vijf keer per dag bidden een eerste indicatie voor religieus-extremisme is. In een België waarin een minister na zijn racistische brochures voor migranten, durft te zeggen dat we nieuwkomers veel duidelijker moeten uitleggen waar onze open en vrije samenleving voor staat. Als dit het België is waarin we leven, het Antwerpen waarin we leven, dan denk ik dat we anderen helemaal niks te leren hebben over wat een open en vrije samenleving is. Vandaag zou dan ook een les voor onszelf moeten zijn.

Als ik denk aan superdiversiteit, dan denk ik ook aan termen als “wij/zij denken” – en vooral het verlaten ervan – en “bruggenbouwers”. Wat het verlaten van het wij/zij denken betreft, ligt volgens mij het probleem helemaal niet in het bestaan van een “wij” en een bestaan van een “zij”. Het probleem ligt in de manier waarop “zij” en “wij” met elkaar omgaan en in het denken dat de verwevenheid van wij en zij een oplossing zal bieden. Wij moeten helemaal niet worden tot één geheel, daarin zit geen oplossing en alleen maar ontkenning. Ik ben met mijn cultuur en mijn geloof niet hetzelfde als “zij” en ik zal dat ook nooit zijn. Ik heb die wil niet. Dát is wat aanvaard moet worden om de negatieve effecten van het wij/zij denken tegen te gaan. Daarvoor moet ruimte ontstaan en bestaan.

Eenzelfde probleem doet zich voor in de wil om bruggenbouwers te zijn. Als we bruggen willen bouwen over rivieren van ontkenning van problemen, ontkenning van machtsstructuren, ontkenning van racisme en ontkenning van beperkingen van vrijheden, als we bruggen willen bouwen naar de andere kant waar diezelfde elementen aanwezig zijn, dan hoef ik helemaal geen bruggenbouwer te zijn.

Maar laat ik positiever eindigen. En ik eindig positiever door naar mijn eigen generatie en zelfgekozen leermeesters te kijken. Als ik kijk naar mijn eigen generatie en individuen met een gedeelde achtergrond, als ik kijk naar mijn dichte kring van artiesten, dan merk ik dat de wil om aanvaard te worden door deze samenleving steeds minder bestaat. Deze generatie die leert van en steunt op de eerdere generaties, begeeft zich in vele domeinen en staat op verschillende podia (de ene individu al wat compromislozer dan de andere). Mijn generatie beweegt, creëert en vraagt niet om goedkeuring. En dat vind ik een heel positief gegeven. Ik eindig dan ook graag met Stokely Carmichael in gedachten. Er is nog heel wat mis met deze superdiverse samenleving. Elk pijnpunt moet aangeraakt worden en wij zijn, naar de woorden van Carmichael, jammer genoeg van een jongere generatie die niet zo geduldig noch zo vergevingsgezind is als de eerste generaties. De onbereidheid om in het verleden rechtvaardig om te zijn gegaan met de eerste of eerdere generaties betekent dat deze maatschappij nu te maken krijgt met een jonge generatie die niet vraagt, maar neemt. Die zich op eigen voorwaarden begeeft in deze samenleving, superdivers of niet.
Anissa Boujdaini

Categorieën:Mening, Minderhedenforum
%d bloggers liken dit: