Archief

Archive for the ‘Sint-Niklaas’ Category

“Diversiteit is de uitdaging van de toekomst” interview in deMens.nu .

Als nieuwe directeur van het Minderhedenforum werkt hij in de Vooruitgangstraat. Dat treft, want Wouter Van Bellingen kijkt de toekomst positief tegemoet. Hij verliet de Sint-Niklase politiek om in het middenveld verder te bouwen aan een wereld waarin iedereen meetelt en mensenrechten geen loos begrip zijn. “De samenleving tolereert discriminatie niet meer.”

Atheïst tot in de kist

Je bent protestants opgevoed. Je gelooft dus in een god? Ik geloof wel in iets, maar net zoals zoveel mensen ben ik er niet uit wat dat ‘iets’ precies is. Ik laat het open. Ik zie het protestantisme dus als basis, maar niet als eindpunt. Het gaat bij mij meer over waarden, zoals respect voor elkaar en mensenrechten. Die waarden vind ik trouwens ook terug in de vrijzinnigheid, in het boeddhisme en in andere godsdiensten. Ik wil niet halsstarrig aan iets vasthouden, ik ga altijd op zoek naar het gemeenschappelijke.

 

Wat vind je van het hele debat rond religieuze symbolen in openbare functies?

Ik mis een gebrek aan empathie. Want uiteindelijk heeft het ook te maken met het zoeken naar identiteit. De eerste generatie vrouwen met migratieachtergrond ging niet werken en was dus minder zichtbaar. De tweede en de derde generatie vrouwen willen wel participeren in de samenleving, maar doordat ze die participatie moeten vragen of eisen, krijgen we een conflictmodel. Nochtans is integratie geen conflictverhaal, het gaat om mensen die aansluiting zoeken bij onze samenleving. Dus moeten we in dialoog treden met elkaar. Er is heel veel dat ons bindt. Maar wij focussen ons te veel op wat ons scheidt. Het hoofddoekendebat is trouwens een rare discussie, want er wordt uitgegaan van neutraliteit. Maar neutraliteit bestaat niet, enkel objectiviteit. De gedachte dat een ambtenaar met een hoofddoek, tulband, kruisje of keppeltje niet onpartijdig kan zijn is niet meer dan een vooroordeel. Het getuigt ook van een enorm wantrouwen in hun professionaliteit. Dit maatschappijgevoelig thema wordt in Vlaanderen gemonopoliseerd door een aantal vooraanstaande moraalfilosofen. Hun eenzijdige benadering heeft geleid tot een wantrouwen tegenover religie en levensbeschouwing in het openbaar ambt. Misschien moeten we in Vlaanderen de beleving van religie en filosofische overtuigingen ook eens bekijken vanuit het oogpunt van de rechten van minderheden? Zo legt dit debat volgens de Nederlandse rechtsfilosoof en jurist Wibren van der Burg een tragische spanning in ons democratiebegrip bloot. Namelijk de spanning tussen de wil van de meerderheid en de rechten van de minderheid.

 Dirk Verhofstadt noemt atheïsme de basis van de moraal, en godsdienst een agressief makende drug. Het is de economie die het slechtste in de mens naar boven haalt, maar dat wordt overgoten met een sausje godsdienst of het wordt in godsdienst verpakt. Op zich is religie iets heel respectvols, maar het is de mens die bepaalt wat ermee gedaan wordt.  

 Durven denken

Je bent een dwarsligger. Waarom ga je graag tegen de stroom in?

Een spoor wordt gelegd op dwarsliggers. Iemand zei me ooit: “Een vogel kan enkel vliegen door tegenwind. Hoe meer tegenwind, hoe hoger hij vliegt”. Toen ik groepsleider bij scouting werd, was de groep op sterven na dood. Nu twintig jaar later, is het de grootste jeugdbeweging van Sint-Niklaas. We hebben onze groep aangepast aan de samenleving: we hebben bepaalde takken gemengd gemaakt en externen aangetrokken die onze manier van werken in vraag stelden. Door die interne reflectie is de groep blijven groeien. Kritisch denken loont. 

 
Wat roept je verontwaardiging op?

Een rechtsstaat die niet functioneert. Neem nu het verhaal van Landen. De burgemeester wil woonwagenbewoners wegjagen met luide muziek van een dj. Voor mij was dat fundamenteel onrechtvaardig: een burgemeester die aangesteld wordt om de openbare orde te handhaven, lapt wetsregels aan zijn laars. En de overheid zwijgt en keurt dus goed. De dj in kwestie wordt een cultfiguur en mag vervolgens op een festival gaan draaien. Ik kan niet uitleggen aan mijn zoon van dertien jaar dat je vandaag een gratis ticket voor Tomorrowland krijgt als je kinderen wegpest. We leven in een rechtsstaat, waarbij procedures werden ontwikkeld om mensenrechten te beschermen. Worden deze niet nageleefd, dan komen we in barbarij terecht. Ik betaal heel graag belastingen, maar de staat moet wel functioneren. Anders klop ik op tafel. 

 
Je bent een doorbijter. 

Af en toe moet je doorbijten om resultaten te boeken. Als je A zegt, moet je ook B doen. Het rendeert als je consequent je principes aanhoudt. Mijn uitspraken zijn doordacht en onderbouwd. Ik werk rationeel, met cijfers, en zo vorm ik mijn visies. Daarom heb ik ook veel problemen met de waan van de dag. Er is de oorzaak, de aanleiding en het gevolg. Door dat langetermijndenken lijken mijn uitspraken op het moment zelf niet altijd even evident, maar – dat klinkt misschien pretentieus – achteraf zeggen mensen vaak: “ge had gelijk”. Gelijk hebben is één, gelijk krijgen is twee. Gelijk hebben is makkelijk. Gelijk krijgen is de realiteit die je inhaalt.  

 
Vrijheid als hoogste goed

Hoe ver gaat voor jou de vrijheid van meningsuiting? 

Ik neem niet snel een blad voor de mond, maar ik vind dat je steeds respectvol moet blijven en niet mag kwetsen. Op de bal spelen dus, en niet op de man. Ik kan perfect met iemand op de politieke en zelfs publieke bühne discussiëren en op menselijk vlak voor hem in de bres springen. Zoals sportlui: op het veld harde competitie en nadien in de kantine samen een pint drinken. Soms keert die harde aanval op het veld zich toch tegen mij, en krijg ik persoonlijke aanvallen. 

 
Hoe ziet jouw ideale wereld eruit?

Een wereld waarin mensen beoordeeld worden op hun capaciteiten en niet op hoe ze eruitzien. Een wereld waarin talenten en gelijke kansen op de eerste plaats komen en mensen niet in een keurslijf gestoken worden. Ieder heeft een talent waarmee hij of zij kan bijdragen aan een betere samenleving. Maar dan moeten we discriminatie uitbannen. En ik heb het dan niet alleen over mensen met een andere huidskleur, maar ook over alleenstaande vrouwen, die niet kunnen gaan werken omdat de kinderopvang te duur is. Of over mensen met een beperking. 

 
Eén voor allen, allen voor één. Zal discriminatie ooit verdwijnen?

Discriminatie is des mensen net zoals diefstal, maar als samenleving moeten we het signaal blijven geven dat dit onaanvaardbaar is en nooit gedoogd kan worden. Dat is mogelijk. In de vorige eeuw emancipeerden eerst de arbeiders, mannelijke arbeiders weliswaar, en dit onder druk van het communisme. Nadien kwam ook de erkenning van gelijke rechten voor vrouwen, die strijd is nog niet gestreden. En nu wordt het tijd om ook de andere kansengroepen, dat zijn mensen met een migratie-achtergrond, maar evengoed mensen met een beperking of holebi’s, ten volle te laten participeren in de samenleving. Het feit dat er een Minderhedenforum bestaat, betekent dat de samenleving discriminatie niet meer tolereert. Vlaams minister-president Geert Bourgeois zei in zijn speech voor werkgeversorganisatie VOKA dat discriminatie verwerpelijk is en dat werkgevers meer ‘vreemdelingen’ moeten aantrekken. Dat woordje ‘vreemdeling’ behoort tot zijn taalgebruik, dus het is niet geschreven door een speechschrijver: het komt uit het diepst van zijn ziel. Dan krijg ik kippenvel en dan reik ik hem de hand. De economische realiteit dwingt ons bovendien tot een andere houding. We hebben iedereen nodig op de arbeidsmarkt, dus ook diegenen die tot nu toe minder actief waren.

 

Je werkt niet voor niets in de Vooruitgangstraat?

Inderdaad! Ik geloof echt dat we leven in een tijdperk van verandering, net zoals in de late middeleeuwen. Dat was een fascinerende periode. Mensen kwamen toen ook uit een periode van chaos, ze vroegen om orde, om zingeving. In de late middeleeuwen zijn dan een aantal waarden gecreëerd, die uiteindelijk naar het humanisme hebben geleid. Zonder de middeleeuwen hadden we nooit een verlichting gekend! Vandaag staan we, mede door de crisis, opnieuw op zo’n punt en moeten we ons afvragen waar we als maatschappij naartoe willen. We evolueren reeds naar een ander model, waar de digitale revolutie en de globalisering ervoor zorgen dat afstanden niet meer bestaan. De economie komt terug naar de eigen stad, met minder CO2-uitstoot en meer tewerkstellingsmogelijkheden. Deeleconomie, 3D-printers en de Ubers van deze wereld zwaaien al de plak. Een aantal jobs zal een radicale koerswijziging ondergaan, denk maar aan advocaten, die via computers aan kansberekening kunnen doen en zo de resultaten van hun rechtspraken kunnen bepalen. De vraag is nu: hoe gaan we deze ingrijpende veranderingen als samenleving inkapselen? Kiezen we een model dat op waarden gestoeld is of dat door winst gedreven wordt?

 

Voor welke waarden strijd jij?

Voor mensenrechten. Voor vrijheid en verantwoordelijkheid. Op die waarden is de Belgische en de Vlaamse samenleving geschraagd. Het evenwicht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid moeten we ook aanhouden voor de toekomst, waarbij diversiteit dé uitdaging wordt.

 

Bemin je naaste als jezelf

Ben je een leider of een teamplayer? 

Dat kan ik zelf niet stellen. Leiderschap, dat krijg je. Maar zonder team kom je nergens. Ik neem mijn verantwoordelijkheid. Als dat leiderschap is, ben ik een leider. Ik heb dat van thuis uit meegekregen, mijn vader was heel consequent en mijn moeder heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik denk dat die twee zaken mij gevormd hebben. Ik ben ook een product van mijn tijd, van de grote manifestaties voor Nelson Mandela, Amnesty International, Greenpeace… Ik ben nog altijd een ancien Greenpeace. De beweging heeft ook een hoog fuck you-gehalte, dat spreekt me heel erg aan: mensen die met speedbootjes tankers aanvallen. Je moet niet groot zijn, als je maar flexibel bent. Ik ben liever een speedboot dan een tanker. 

 
Werk je graag samen?

Samenwerken is keuzes maken, en mensen kiezen niet graag. Maar pas als je een keuze maakt, kan je de volgende stap nemen. Ik ben een echte bruggenbouwer. Ik heb een Vlaamse achtergrond, maar Afrikaanse ouders, een Vlaamse achternaam, maar een Afrikaanse huid. Ik ben protestants opgevoed maar sta open voor de vrijzinnigen. Nu werk ik voor het Minderhedenforum, maar ik ga aan tafel zitten met VOKA en UNIZO, de politici, academici en de media, het kerkelijk en katholiek onderwijs… We moeten ook samenwerken: momenteel leeft bijna vijftig  procent van onze achterban van etnisch-culturele minderheden onder de armoedegrens. De werkloosheid is verdubbeld op tien jaar tijd, 30 procent van de jongens en 25 procent van de meisjes met een migratieachtergrond zitten zonder diploma. Dat zijn ongelofelijke uitdagingen voor de samenleving. Dan kan je niet enkel roepen, dan moet je met iedereen in dialoog gaan. 

 
Ben je zelf ooit van mening veranderd? 

Wie nooit van mening verandert, is een dommerik. Als niemand zijn mening verandert, praten we tegen stenen. We moeten elkaar beïnvloeden en elkaar ontmoeten, maar er is wel een ondergrens: trouw blijven aan je waarden. Dat is je DNA. Pas op: bijsturen mag, maar het gaat dan eerder om het veranderen van tactiek. Als je niet over de berg kunt, ga je er langs. Punt is aan de andere kant te willen geraken. Mijn tactiek veranderde ook: ik ben van het middenveld naar de administratie en dan naar de politiek overgestapt. Nu stap ik weer over naar het middenveld. Omdat ik vind dat het middenveld nu meer dan ooit een rol kan spelen. Maar die stappen zijn maar instrumenten, ik blijf dezelfde waarden verdedigen. Mensenrechten zijn mijn DNA. 

 Julie Van Garsse, deMens.nu-magazine

Advertenties

’Vlamingen hebben meer sympathie voor dieren dan voor migranten’ Artikel uit het Nieuwsblad

30 oktober 2014 1 reactie

’Vlamingen hebben meer sympathie voor dieren dan voor migranten.’ Die opmerkelijke uitspraak van Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum, wordt volmondig beaamd door Jozef De Witte, directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. ‘Is het niet vreemd dat oude volksgewoonten zoals het drinken van visjes, zonder al te veel tegenkanting worden afgevoerd, maar dat de discussie rond Zwarte Piet zoveel gehuil oproept?’

Racisme in Vlaanderen, het bestaat. Dat zegt Wouter Van Bellingen, de nieuwe directeur van het Minderhedenforum. ‘Vlamingen hebben kennelijk meer empathie voor dieren dan voor migranten’, zegt de voormalige schepen van Sint-Niklaas in het weekblad Knack. ‘In de loop der jaren heb ik gemerkt dat de aandacht voor beestjes alleen maar groter is geworden. Met dank aan Greenpeace, die de zeehonden- en walvissenvangst aan banden kon leggen. Ook de inspanningen van Gaia, dat volop de strijd voert tegen onverdoofd slachten, hebben heel wat opgeleverd. Die organisaties zijn erin geslaagd om dierenrechten op de agenda te zetten. Het zou fijn zijn die evolutie ook op menselijk vlak te zien.’

Volgens Ico Maly, afgevaardigd bestuurder van de interculturele beweging Kif Kif, schuilt er in de uitspraken van Van Bellingen ‘helaas heel wat waarheid’.’ ‘Historisch gezien zeker. In de jaren tachtig werden nieuwe migratiestromen beantwoord met een extreemrechts politiek discours. In diezelfde periode zien we ook de eerste dierenrechtenorganisaties bovendrijven. Terwijl enerzijds hulp ingeroepen werd voor panda’s en andere schattige beestjes, werden we aan de andere kant om de oren geslagen met debatten over migranten die massaal ons werk kwamen afpakken. Dieren werden gezien als bedreigd, migranten als bedreigend voor ons.’

Visjes drinken vs. Zwarte Piet

Maar alle schuld op ‘de Vlaming’ steken is ‘té kort door de bocht’, vindt Maly. ‘In deze discussie gaat het niet over hoe de Vlaming is, maar wel wat hij aangeleerd kreeg. Als de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie migranten beoordeelt op hun economische productiviteit en niet vanuit de fundamentele mensenrechten ( Theo Francken stelde zich openlijk vragen over de financiële meerwaarde van immigranten uit Marokko, Congo en Algerije, nvdr.), dan ligt schijnbaar niemand daar wakker van. Die mensenrechten zijn blijkbaar bijkomstig geworden. En dat is gruwelijk.’

’Vlamingen zijn opgevoed in een monoculturele, verzuilde samenleving, waarvan je niet kan verwachten dat die van de ene dag op de andere zal veranderen. Want dan stuit je op weerstand’, zegt directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum Jozef De Witte. ‘Is het niet vreemd dat oude volksgewoonten, zoals het drinken van visjes of het kattenwerpen in Ieper, zonder al te veel tegenkanting worden afgevoerd, terwijl de discussie rond het al dan niet verdwijnen van Zwarte Piet – eveneens een oude volksgewoonte – zoveel gehuil oproept? Ook dat heeft met empathie en erkenning te maken. Zonder in een wij-zij-debat te verzanden, moeten we de context die we meekregen in vraag durven te stellen. Neutraal zijn we al lang niet meer. Maar laten we dan alstublieft rekening houden met de gevoeligheden van iedereen. In het geval van de goedheilige man en zijn knecht moeten we evolueren naar een ander leuk gebruik waar iedereen zich in kan vinden. Ook de minderheden. Er valt echt geen tijd te verliezen.’

Dwingende maatregelen

Toch is Van Bellingen niet pessimistisch en ziet hij stilaan beterschap. ‘Discriminatie en racisme zullen natuurlijk niet zomaar verdwijnen. Maar in contacten met bijvoorbeeld Voka, Unizo en beleidsmakers merk ik toch dat we op een keerpunt staan. Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) heeft zelfs gezegd dat discriminatie op de arbeidsmarkt bestaat, en dat hij dat verwerpelijk vindt. Tien jaar geleden was zo’n uitspraak ondenkbaar. Ook minister van Gelijke Kansen Liesbeth Homans (N-VA), die tien procent ambtenaren wil met een migratieachtergrond, is op de goede weg.’

Van Bellingen pleit wel voor ‘daden’. ‘De tijd van vrijblijvendheid is echt voorbij.’ Daarbij denkt hij aan dwingende maatregelen en quota voor alle kansengroepen op de arbeidsmarkt. ‘Niet alleen voor allochtonen, maar ook voor mensen met een handicap of alleenstaande moeders.’

 

Nieuwsblad, Christine De Herdt

‘Vlamingen hebben meer empathie voor dieren dan voor migranten’ (interview uit Knack)

’Zeggen dat de N-VA een racistische partij is, zoals sommige Franstaligen doen, is zwaar overtrokken’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. ‘Maar de uitspraken van Theo Francken zijn door en door verwerpelijk.’ Een gesprek over Sinterklaas, blanke taxichauffeurs, en de economische meerwaarde van migranten. 

 ’Ik ben er zeker van dat racisme bij taxibedrijven al jarenlang bestaat’, zegt Wouter Van Bellingen. ‘Gelukkig wordt het vandaag als een probleem ervaren. Dus eigenlijk is het positief dat zulke verhalen nu naar buiten komen: dat Vlaamse en Brusselse taxibedrijven op verzoek een blanke chauffeur sturen, stond vrijdag zelfs op de voorpagina van de krant. Steeds meer mensen vinden het anno 2014 not done om nog langer op die manier met elkaar om te gaan.’

Sinds juli van dit jaar is Van Bellingen directeur van het zogenaamde Minderhedenforum, de koepelorganisatie en belangenbehartiger van zeventien federaties van etnisch-culturele minderheden in Vlaanderen. Wat racisme betreft, is hij een ervaringsdeskundige. ‘Ik ben er mijn hele leven mee geconfronteerd.’

Ironisch genoeg zette een racistisch incident hem in 2007 voor het eerst op de kaart, toen nog als politicus bij het links-liberale Spirit. Van Bellingen was in zijn thuisstad Sint-Niklaas nog maar een paar maanden schepen toen bekend raakte dat een aantal koppels niet door hem getrouwd wilde worden. Van Bellingen: ‘Ik wilde die zaak eigenlijk stil houden. Ik zei tegen mijn ambtenaren: “Er zijn drie opties. Of ze aanvaarden mij toch. Of ze verhuizen naar een andere gemeente. Of ze wachten zes jaar met trouwen.” Maar ineens was die weigering dus Groot Nieuws. Het leidde tot een golf van volkse sympathie voor Van Bellingen. Er werd zelfs een massatrouwpartij op de Grote Markt van Sint-Niklaas georganiseerd, met meer dan zeshonderd koppels die zich tegelijk lieten trouwen. Door Wouter Van Bellingen. 

 Klopt het dat bij die ‘weigeraars’ ook Turkse koppels zaten?

WOUTER VAN BELLINGEN: Nee. Dat is een taaie roddel die het Vlaams Belang in Antwerpen heeft verspreid. Met name Janice Laureyssen, een goede vriendin van Wim Verreycken die toen net van Antwerpen naar Sint-Niklaas was verhuisd, lag aan de basis van de verspreiding van die roddel. 

  U komt zelf ook uit een Vlaams nest. 
 VAN BELLINGEN: Mijn grootoom Amedee Verbruggen was een frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en een van de stamvaders van de Vlaamse Beweging. Ik heb altijd een bijzondere band met hem gehad. De bekende pijp waarmee hij steevast op foto’s staat afgebeeld, is in mijn bezit. Tegelijk hebben mijn ouders zich in Sint-Niklaas altijd voor migranten, vluchtelingen en asielzoekers ingezet. Tot op heden trouwens. Nog dagelijks gaat mijn moeder, zelfs als ze ziek is, vluchtelingen helpen. Ook dat heeft mij sterk beïnvloed: die verdraagzame, solidaire onderstroom van Vlaanderen die jammer genoeg te weinig in beeld komt. Ook ik was van kindsbeen af actief in het verenigingsleven. In het jeugdhuis, in de speelpleinwerking en bij de scouts, waar mijn totem ‘spitssnuitdolfijn’ was. (lacht) Dat is een sociaal dier, met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, dat zwakkere dieren beschermt. Dat is mij op het lijf geschreven. 
 Ging u als kind met uw ouders naar de IJzerbedevaart? 
 VAN BELLINGEN: Jazeker, maar op een gegeven moment is dat abrupt gestopt. De laatste keer was ik een jaar of negen. Die dag hadden andere deelnemers ineens kritiek op mijn vader omdat hij een zwart kind had meegenomen: ‘Dat kunt u niet maken.’ Als kleine jongen begreep ik natuurlijk niet wat er aan de hand was. Dat werd me pas veel later duidelijker, toen ik op de tachtigste editie van de IJzerbedevaart in mijn functie van schepen bloemen ging neerleggen aan de IJzertoren: de boodschap van ‘nooit meer oorlog’ heeft altijd veel betekenis voor mij gehad. Op de affiche van die tachtigste editie stond een grootvader met zijn kleindochter, een zwart kind. Die man, Pol Sturtewagen, kwam toen naar me toe en zei: ‘Wouter, ik was erbij toen jouw vader werd aangesproken op je huidskleur. Je hebt er geen idee van hoe blij en trots ik ben dat ik vandaag samen met mijn gekleurde kleindochter op deze affiche sta.’ 
 U hebt in uw latere leven ook heel wat ervaring opgedaan in het omgaan met radicale nationalisten. Toen u schepen was, kwam Gertrude Van Bellingen, ofwel tante Trudy, namens Vlaams Belang in de gemeenteraad.

VAN BELLINGEN: (lacht) Ze was de opvolger van de bekende VB’er Wim Verreycken, die uit de politiek was gestapt. Weet u, in mijn familie was het hele politieke spectrum vertegenwoordigd, van extreemlinks tot extreemrechts. Zoals veel Vlaamse families op dat moment hadden we op familiefeesten de gewoonte aangenomen om het vooral niet over politiek te hebben. Maar het was toch wel een vreemde situatie in de gemeenteraad. Ook voor mijn tante, trouwens. Ze is gelukkig snel met politiek gestopt. 

U hebt het in de gemeenteraad niet vaak aan de stok gehad met ‘tante Trudy’? 
 VAN BELLINGEN: Ze was gelukkig niet bepaald verbaal. (lacht) Kijk, iedereen heeft natuurlijk recht op een eigen mening. Maar de uitdaging van de toekomst is niet het benadrukken van de verschillen, maar juist het zoeken naar wat ons bindt. Neem het hoofddoekenverbod. Dat is niet meer van deze wereld. De hele discussie daaromtrent is een zinledig tijdverdrijf voor moraalfilosofen geworden. Wat is in hemelsnaam het probleem met levensbeschouwelijke tekens als keppeltjes, tulbanden of hoofddoekjes? Mensen willen aan het gemeenteloket gewoon correct geholpen worden. Ik vind het trouwens een groot probleem dat het hele verhaal van interculturaliteit verengd wordt tot een discussie over de islam.
Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten zegt dat de hoofddoek een manier kan zijn om moslimmeisjes te onderdrukken. Vandaar dat zij bijvoorbeeld begrip heeft voor het hoofddoekenverbod in het Gemeenschapsonderwijs. 
VAN BELLINGEN: Rutten lijkt me soms erg wereldvreemd. Een liberaal die voor een verbod pleit. Heeft ze eigenlijk wel moslima’s als vriendinnen? We leven in Vlaanderen nog te veel naast elkaar. 
Verandert er niets? 
 VAN BELLINGEN: Discriminatie en racisme zullen natuurlijk niet zomaar verdwijnen. Maar in contacten met bijvoorbeeld Voka, Unizo en beleidsmakers merk ik toch dat we op een keerpunt staan. Vlaams minister-president Geert Bourgeois heeft zelfs gezegd dat discriminatie op de arbeidsmarkt bestaat, en dat hij dat verwerpelijk vindt. Tien jaar geleden was zo’n uitspraak ondenkbaar. De economische crisis zorgt ervoor dat we het ons als samenleving niet meer kunnen veroorloven om grote groepen mensen aan de kant te laten staan. We hebben alle handen nodig om de verzorgingsstaat overeind te houden. 
Geert Bourgeois kan dat wel zeggen, maar zitten er in het beleid ook maatregelen om discriminatie op de arbeidsmarkt daadwerkelijk te bestrijden? 
 VAN BELLINGEN: We willen nu ook daden zien. De tijd van de vrijblijvendheid is echt voorbij. Als de overheid miljarden uitgeeft aan lastenverlagingen voor bedrijven, verwachten wij ook dat ze voorwaarden oplegt in verband met de werkgelegenheid voor kansengroepen. En als bedrijven daar niet aan willen, moeten ze die subsidies maar weigeren. Maar als we erin zouden slagen om de helft van die ‘nieuwe Belgen’ die om allerlei redenen niet kunnen werken toch aan het werk te zetten, zou dat de Belgische schatkist jaarlijks miljarden opleveren. 
Pleit u voor quota op de werkvloer? 
 VAN BELLINGEN: Quota of bindende streefcijfers – what’s in a name? We willen dwingende maatregelen voor alle kansengroepen, ook voor mensen met een handicap en voor alleenstaande moeders. En dus ook voor allochtonen. Als samenleving moet je op een gegeven moment zulke dwingende maatregelen durven op te leggen. Omdat het werkt. Denk aan de quota voor vrouwen in de politiek. De helft van onze achterban zit onder de armoedegrens, in Brussel ligt dat cijfer zelfs nog hoger. 
Is het dan zo gek dat iemand als Theo Francken bedenkingen heeft bij de economische meerwaarde van bepaalde groepen migranten? 
 VAN BELLINGEN: Kijk, om nu op grond hiervan te zeggen dat de N-VA een racistische partij is, zoals sommige Franstalige partijen doen, is zwaar overtrokken. Maar de uitspraken van Theo Francken zijn door en door verwerpelijk. Wie zegt dat onze mensen niet willen werken? Bedrijven en instellingen staan gewoon niet open voor allochtone werknemers. Dertig jaar lang heeft Vlaams Belang erop gehamerd dat sommige groepen te lui zijn om te werken. Die boodschap is in Vlaanderen als een stinkende walm blijven hangen. Terwijl we wel verpleegsters en ingenieurs in het buitenland gaan halen. 
Is het dat niet waar Theo Francken het over had? Bij onze migranten zitten blijkbaar weinig ingenieurs. 
VAN BELLINGEN: Ho maar. Er is op dit moment een echte braindrain aan de gang van hoogopgeleide nieuwe Vlamingen die hier geboren en getogen zijn, richting Marokko, Turkije, Groot-Brittannië. Het zijn net de beste krachten die emigreren, uit frustratie over de wijdverbreide discriminatie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Ze hebben immers wel het juiste diploma, maar de foute voor- en achternaam. 
Is het probleem toch niet vooral dat veel allochtone jongeren hun school niet afmaken en niet over de juiste competenties beschikken om te slagen op de arbeidsmarkt? 
 VAN BELLINGEN: 30 procent van de jongens en 25 van de meisjes met een migratieachtergrond verlaten inderdaad de middelbare school zonder diploma. Dat betekent dat ons onderwijs dringend bij zichzelf te rade moet gaan. Werkgevers klagen steen en been over slecht opgeleide jongeren en over studierichtingen die nauwelijks aansluiten bij de arbeidsmarkt. Maar het onderwijs houdt zich Oost-Indisch doof voor die kritiek. Tegelijk worden buitensporig veel jongeren met een migratieachtergrond zonder gegronde reden naar het bso en het tso gestuurd. Er worden ook meer B- en C-attesten gegeven aan kinderen met een migratieachtergrond dan aan autochtone kinderen, zelfs als ze dezelfde punten hebben. Er gaat echt veel mis in ons onderwijs. Laten we het kind bij zijn naam noemen: als er in de hele maatschappij racisme en discriminatie voorkomt, dan ook in het onderwijs. Alleen verhinderen de structuren daar vaak dat die verhalen naar boven komen. Wat wordt er gezegd in de beslotenheid van de klassenraden? Denkt u echt dat er bij de CLB’s geen werk meer aan de winkel is? Er moet meer transparantie komen. En echte inspraak voor leerlingen en ouders. Evaluaties en deliberaties moeten ook stoelen op objectievere criteria. 
Moet het Interfederaal Gelijkekansencentrum op al die gebieden niet wat vaker zijn tanden laten zien?

VAN BELLINGEN: Het is toch vooral een taak van de bestaande inspecties en controles bij de verschillende overheidsdiensten van dit land. Weet u dat er vorig jaar in Vlaanderen één pv is opgemaakt in verband met discriminatie door de Inspectie Werk? Eén! 

Welke toekomst heeft het Gelijkekansencentrum nog? Met Matthias Storme heeft de N-VA zonet een bestuurder benoemd voor wie het Centrum eigenlijk op de schop mag. 
VAN BELLINGEN: Het Gelijkekansencentrum blijft nodig, meer dan ooit. 
Zelfs Dyab Abou Jahjah noemt het een schaamlapje, een handig excuus zodat we de problemen niet echt hoeven aan te pakken. 
VAN BELLINGEN: (schudt het hoofd) Ik ben het daar niet mee eens. We hebben een onafhankelijke, gezagvolle stem nodig die zich kan uitspreken over gevallen van discriminatie. Maar het zou wel een goede zaak zijn indien het Interfederaal Gelijkekansencentrum zich zou ontwikkelen tot een echt mensenrechteninstituut, zoals de Europese Unie en de Verenigde Naties dat van België verwachten. Het Centrum zou ook moeten kiezen voor een meer offensieve houding. Het werd ooit opgericht vanuit een defensieve reflex. Onze hele sector is in dat bedje ziek. Onze mensen worden altijd aangesproken op hun zwakheden: ‘u kent de taal niet’, ‘u hebt het juist diploma niet’. Op den duur werden ze zo sterk in een slachtofferrol geduwd dat men er zelf in is gaan geloven. We moeten dringend vertrekken vanuit onze sterktes. Wij zijn meertalig en hebben heel wat competenties in huis die onze samenleving broodnodig heeft. 
En u zou ook willen dat Jozef De Witte, directeur van het Gelijkekansencentrum, wat offensiever te werk ging?

VAN BELLINGEN: Precies. Maar onze verstandhouding is wel goed. Samen met het Kinderrechtencommissariaat en het Interfederaal Gelijkekansencentrum werken we nu aan een oplossing op lange termijn voor het probleem van de kinderen van de woonwagenbewoners. Het Gelijkekansencentrum heeft daarin het voortouw genomen.   

Het Gelijkekansencentrum oordeelde recent ook dat er bij Zwarte Piet geen sprake is van racisme. U, daarentegen, huldigt de stelling dat Zwarte Piet op termijn gedoemd is te verdwijnen.

VAN BELLINGEN: Het gaat om een traditie, maar ook tradities evolueren. Als je vandaag moet vaststellen dat een minderheid wordt gekwetst door de oude gewoonten van de meerderheid, waarom kunnen we die gewoonte dan niet veranderen?

Mensen mogen zich natuurlijk gekwetst voelen, maar zou het in een superdiverse samenleving toch niet beter zijn als iedereen niet zulke lange tenen had? 
VAN BELLINGEN: Dat is een typische opmerking van blanke middenklassers. Als het gaat over relaties tussen de gevoelens van de meerderheid en de gevoelens van de minderheid, lijkt tweerichtingsverkeer me toch de beste optie. In het debat over Zwarte Piet zou ik ervoor pleiten om elke vorm van populisme achterwege te laten en aan historici en onderzoekers aan onze universiteiten te vragen om een en ander in de juiste context te plaatsen. Zelf vind ik dat er veel belangrijker thema’s zijn om onder de aandacht te brengen.
Goed, maar de discussie leeft, in Nederland heel heftig zelfs. Hoe komt dat toch? 
VAN BELLINGEN: Het gaat natuurlijk niet alleen over Zwarte Piet, maar over de wil van de meerderheid aan de ene kant en de rechten van de minderheid aan de andere kant in een sterk veranderende maatschappij. Vroeger werd het publieke debat in de media uitsluitend gevoerd door hoogopgeleide blanke mannen. Nu komen ook andere meningen aan bod. Wat doen we daarmee? Negeren, of er juist rekening mee houden? 
Wat moeten we doen met een strip als Kuifje in Congo ? 
VAN BELLINGEN: Ik heb dat album ook gelezen als kind. Maar vandaag zeggen mijn kinderen: ‘Wat een ouderwets gedoe is dat?’ Die lezen Kuifje niet meer, die kijken naar YouTube. De échte vraag is: in welke mate heeft Vlaanderen het kolonialisme ooit verwerkt? 
Wat heeft lectuur van oude stripverhalen met neokolonialisme te maken? Neem Suske en Wiske en de tamtamkloppers, een klassieker van Willy Vandersteen. In dat album kan een Afrikaanse stam niet op tegen de apen, maar gelukkig is er hulp van de blanke helden. Moeten we dergelijke albums ook verbieden? 
 VAN BELLINGEN: Nogmaals, die oude stripverhalen behoren niet meer tot de leefwereld van de kinderen van vandaag. Ik zie de zin van verbieden dus niet in. Maar tegelijk stel ik me vragen bij de onwil om het debat daarover aan te gaan. Onlangs liet Radio 1 Didier Volckaert aan het woord, de maker van een documentaire over mensenzoos tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Hij zei: ‘Ik vind het raar dat veel Vlamingen durven af te zien van oude gebruiken als het over dieren gaat, zoals het drinken van levende visjes in Geraardsbergen, of paardenrennen her en der. Als het gaat over dierenrechten, kan de Vlaming dus wel empathie opbrengen. Maar empathie voor gevoeligheden van mensen met een migratieachtergrond lukt niet.’ Vlamingen hebben kennelijk meer empathie voor dieren dan voor migranten. Laten we dat debat eens aangaan. Welke mechanismen zijn hier aan het werk? Ik denk soms dat Vlaanderen een psycholoog nodig heeft, om eindelijk eens in het reine te komen met zijn trauma’s: van de weigering om de wreedheden van het kolonialisme onder ogen te zien, via collaboratie en repressie, tot de moeizame omgang met migranten en nieuwkomers. 
 Zit het zo diep? 
 VAN BELLINGEN: Eigenlijk leiden zaken als Zwarte Piet me af van wat ik echt belangrijk vind: onderwijs en de arbeidsmarkt. Maar het is wel een symbooldossier. Het gaat over de vraag of we in dit land bereid zijn om tot een nieuwe consensus te komen. Kijk naar de Rode Duivels. Ik volg de Rode Duivels al sinds 1982. Ik was de buurjongen van Marc Baecke, en hij mocht met de Duivels mee naar het WK van 1982 in Spanje. 
 ’Baecke de back.’ De linksachter van SK Beveren. 
 VAN BELLINGEN: Inderdaad. Jean-Marie Pfaff stond in het doel en zijn Beverse ploegmaat Marc Baecke mocht mee. Dat was toen nog een bijna volledig klassiek-Belgische ploeg. Dat is langzaam geëvalueerd. In de jaren negentig was Josip Weber nog een eenzame migrant die snel werd genaturaliseerd om de hele ploeg beter te maken. Vandaag is het Belgische elftal de afspiegeling van de superdiverse samenleving die het land is geworden. Bondscoach Marc Wilmots handelt als een ceo die diversiteit als een meerwaarde beschouwt. We mogen daar best nog wat trotser op zijn. We zouden beter stoppen met zeuren over wat ons scheidt. Daarom erger ik me vaak aan al die discussies in kranten en tijdschriften. Men zoomt alleen in op de verschillen. 
In een column in De Morgen had Hans Vandeweghe kritiek op Afrikaanse voetballers. Daarop ontstond ophef…

VAN BELLINGEN: (onderbreekt) Terecht! 

Waarom, terecht? 
VAN BELLINGEN: Omdat hij altijd maar hetzelfde liedje zingt. Zijn aanval op Afrikanen was geen eenmalige uitschuiver. Sorry, maar ik begrijp dat niet van De Morgen. Vrije meningsuiting is oké, maar er zijn grenzen. 
De feiten op het WK hebben Vandeweghe wel gelijk gegeven over het Afrikaanse voetbal. 
 VAN BELLINGEN: Ik lees wat ik lees. Er was op z’n minst de suggestie dat Afrikanen geen professionele houding hebben in topsport, juist omdat het Afrikanen zijn. Hij legde een verband tussen de slechte voetbalresultaten en de ‘mindere’ Afrikaanse cultuur. Dat kan echt niet. De Duitse en vroeger de Franse nationale ploeg hebben bewezen dat voetballers van Afrikaanse afkomst op topniveau kunnen spelen en toernooien winnen. 
Ging het niet precies over Afrikanen in Afrikaanse nationale ploegen, en de gebrekkige en deels corrupte omkadering daarvan? 
 VAN BELLINGEN: Een groot deel van de lezers van de krant heeft dat dan toch anders begrepen, namelijk als een schoolvoorbeeld van hoe de media vooroordelen versterken in plaats van ze te bestrijden. Hoe komt het anders dat de KVS en zo veel andere culturele organisaties zich zo sterk tegen die krant hebben afgezet? Ook de ‘kut-Marokkaantjes’ uit die mail van Theo Francken zijn ooit in Vlaanderen geïntroduceerd in een stuk van Yves Desmet in De Morgen . Het doel heiligt toch niet altijd de middelen? Als je middelen in conflict komen met de waarden die je zegt te verdedigen, heb je een probleem. 
Wordt het debat niet vooral gevoerd door blanke middenklassers? Een racistisch incident komt blijkbaar vooral in de media als er blanken bij betrokken zijn. Toen VRT-journalist Peter Verlinden het woord ‘neger’ op zijn gevel aantrof, bijvoorbeeld… 
 VAN BELLINGEN: … of toen schrijfster Saskia De Coster een klacht indiende wegens racisme bij de NMBS. Zo is het: als de klasse van de BV’s iets aanbrengt, wordt het een item. 
Dat werkt natuurlijk in twee richtingen. Als Sien Eggers één vuile racistische opmerking maakt, nagelt de pers haar aan het kruis.

VAN BELLINGEN: Maar er werd ook snel gesust: ‘Zo is Sien eigenlijk niet.’ Ik wil niet blijven steken in individuele anekdotiek. Vandaar mijn pleidooi voor academisch onderzoek. We moeten af van debatten vanuit het buikgevoel. Vandaar mijn eis voor meer inspecties en meer controles: dan krijgen we meer concrete cijfers en kunnen we de échte omvang van de discriminatie op de woonmarkt eindelijk in kaart brengen. Of op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. 

Tot Yves Desmet het woord ‘kut-Marokkaantjes’ gebruikte, kreeg progressief Vlaanderen het verwijt dat het de negatieve gevolgen van migratie met de mantel der liefde probeerde toe te dekken. En dat dit koren op de molen was van Vlaams Belang.
VAN BELLINGEN: Mij gaat het om oplossingen. Wat heeft het gebruik van ‘kut-Marokkaan’ voor positiefs bijgebracht?
Denkt u niet dat er vandaag veel volwassener over multiculturaliteit wordt gesproken dan vijftien jaar geleden?

VAN BELLINGEN: Dat hebben we toch niet te danken aan beledigende stukken in kranten? Wel aan het feit dat er met name in mijn achterban mensen zijn opgestaan, academici, journalisten en opiniemakers, die het debat op een volwassen manier voeren. Ondanks de media. Want degenen die mee verantwoordelijk zijn voor de polarisatie in het migratiedebat, hebben zo juist verhinderd dat wij onze stem konden laten horen. 

Daar bent u wel mee bezig. Klopt het wat in de Wetstraat over de politicus Wouter Van Bellingen werd gezegd? Te populair, maar ook te ambitieus en te hoog in de bol? 
VAN BELLINGEN: Elk verhaal heeft een kern van waarheid. Maar vrouwen in de politiek worden soms ook hysterisch genoemd als ze gewoon boos zijn, en jongeren arrogant als ze een bedreiging vormen voor de gevestigde orde. Ik was populair als politicus en wie geen ambitie heeft, die begint nergens aan. Maar mijn ambitie hangt niet samen met een of ander politiek mandaat. Mijn ambitie is de samenleving. Ook hier vraag ik mij af: hoe kan ik impact hebben? Hoe kan het Minderhedenforum het verschil maken? Want als we er niet voor zorgen dat al die mensen met een migratieachtergrond een volwaardig onderdeel worden van deze samenleving, zoals de arbeiders in de negentiende eeuw en de vrouwen na de Tweede Wereldoorlog, hebben we een levensgroot probleem. Niet alleen mijn achterban, maar de samenleving als geheel.

 Knack, WALTER PAULI EN HAN RENARD

Sint-Niklaas erkend als kindvriendelijke stad.

Logo Kindvriendelijke stedenSamen met zes andere Vlaamse steden en gemeenten mag Sint-Niklaas zich de volgende zes jaar ‘kindvriendelijke stad’ noemen. Het label met internationale traditie bekroont steden en gemeenten die de rechten van het kind (0 tot 18 jaar) meenemen in het beleid.  Voor het eerst in Vlaanderen werd gisteren het label ‘Kindvriendelijke Steden en Gemeenten’ uitgereikt. Sint-Niklaas is met Gent, Hasselt, Mechelen, Meeuwen-Gruitrode,Turnhout en Wetteren de eerste stad die de titel mag dragen. ‘Die titel is er niet zomaar gekomen’, benadrukt schepen van Jeugd Wout De Meester (Groen). ‘Een jury bestaande uit UNICEF België, het Kinderrechtencommissariaat, de Vereniging Voor Steden en Gemeenten, Demos, de Vereniging voor Vlaamse Jeugddiensten, Hogeschool Gent, het Europees Netwerk Kindvriendelijke Steden en een expert Lokaal Jeugdbeleid beoordeelde van elke stad en gemeente een portfolio. Ook moest ons engagement naar de toekomst qua kindvriendelijkheid uiteengezet worden.’

Voor Sint-Niklaas begon dit traject al in 2011 onder toenmalig schepen van Jeugd Wouter Van Bellingen (SOS2012). De stad werd toen UNICEF Solidariteitsstad, en dat was de start van het traject kindvriendelijke steden van de Vereniging voor Vlaamse Jeugddiensten. ‘We werden toen doorgelicht’, zegt hoofddeskundige Jeugd Tim De Brabander. ‘Die doorlichting besloeg negen verschillende thema’s die invloed hebben op de leefwereld van kinderen en jongeren: wonen, mobiliteit, onderwijs, vrije tijd, ruimte en stadsplanning, veiligheid, gezondheid en welzijn, participatie en kennis van de leefwereld.’

Strategie voor toekomst

‘We zijn toen ter voorbereiding kinderen en jongeren gaan bevragen in een basisschool, in middelbare scholen, tijdens de Walburgconcerten, via een ouderbevraging aan schoolpoorten en via de stedelijke jeugdraad.

En dat gaf ons een uitstekend beeld van de noden.’

Het huidige stadsbestuur besloot om prioritair in te zetten op de thema’s mobiliteit, ruimte en participatie, en daarrond werd een toekomststrategie rond kindvriendelijkheid uitgewerkt.

‘Op het terrein zijn daar reeds enkele voorbeelden van terug te vinden’, zegt burgemeester Dehandschutter (N-VA).

‘Denk maar aan de twee bespeelbare kunstwerken in de stad, en de parkjes en pleintjes waar kinderen en jongeren hun recht om te spelen en te verblijven opeisten en ook kregen.’

De burgemeester en schepen legden een eed af in handen van Sam De Meester (10) van het vierde leerjaar van de Broederschool in Sint-Niklaas. Zij engageerden zich daarmee plechtig dat Sint-Niklaas steeds kindvriendelijk zal handelen, denken en plannen.

Nieuwsblad, PVL

Diversiteit is hefboom voor welvarend Vlaanderen

Van Bellingen, als zoon van Rwandese ouders door een Vlaams gezin geadopteerd, raakte bekend als de eerste zwarte schepen in Sint-Niklaas en was na een carrière bij Spirit en VlaamsProgressieven gemeenteraadslid voor SOS 2012. Hij volgt nu Naima Charkaoui op, die toe was aan een nieuwe uitdaging.

‘Heel wat mensen vroegen me om deze functie op te nemen’, zegt Van Bellingen, ‘en ik kwam ook uit de selectie als een geschikte kandidaat. Dan kan ik niet neen zeggen. Ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.’

Is er nog werk voor de boeg?

‘Het is in het Vlaanderen van vandaag echt nodig om diversiteit te promoten. Ik wil aantonen dat we nood hebben aan een meer diverse samenleving. Vlaanderen kan welvarender en sterker worden als we diversiteit meer kansen geven. Elke vorm van racisme helemaal uitroeien zal moeilijk zijn. Het komt erop aan daar als samenleving adequaat op te reageren. Dat is een verantwoordelijkheid voor iedereen.’

U stopt met politiek.

‘Ja, kiezen is verliezen. Ik verlaat de gemeenteraad van Sint-Niklaas, maar ik denk dat ik ook in mijn nieuwe functie nog iets kan betekenen voor mijn stad.’

Moeten we u vooral kennen als de schepen die in 2007 in het nieuws kwam omdat drie koppels weigerden zich door hem te laten trouwen?

‘Toch liever als de man die als reactie daarop een massahuwelijk organiseerde op de grote markt vanSint-Niklaas. We hebben toen van iets negatiefs iets positiefs gemaakt. Dat is nu zeven jaar geleden, maar ik word er nog altijd op aangesproken. Dat moet toen toch iets betekend hebben. Dat massahuwelijk is in het collectieve bewustzijn vanVlaanderen opgenomen.’

Wim Winckelmans, De Standaard

Wouter Van Bellingen verlaat raadzaal.

Gemeenteraadslid Wouter Van Bellingen volgt Naima Charkaoui vanaf 1 september op als directeur van het Minderhedenforum. Van Bellingen, oprichter van huidige oppositiepartij SOS-2012, neemt ontslag uit de Sint-Niklase gemeenteraad.

Vanaf 1 september vertolkt Wouter Van Bellingen vanop de eerste lijn de stem van de etnisch-culturele minderheden iGVA140613 Een verlies voor de oppositien België. Hij
volgt Naima Charkaoui op, die sinds 2001 voor het Minderhedenforum werkt.

“Toen de vacature verscheen, kreeg ik meteen suggesties vanuit verschillende hoeken. Zowel mensen uit de media als de sociale- en welzijnssector vroegen me waarom ik mijn kandidatuur niet indiende”, schetst Van Bellingen. “Uiteindelijk heb ik de stap gezet, tot mijn grote tevredenheid. Ik krijg nu de kans om een groeiend intercultureel middenveld te versterken, in de hoop het algemene draagvlak voor diversiteit – als hefboom voor een cultureel rijke en welvarende samenleving – te versterken.”

De nieuwe doorstart betekent evenwel ook het einde vanzijn carrière in de lokale politiek. Zijn mandaat als gemeenteraadslid wordt nu vroegtijdig stopgezet. “Ik ben de lokale politiek niet beu. Ik behoor dan wel tot de oppositie, toch ben ik niet teleurgesteld, noch zit ik erbij als een geslagen hond. Het is gewoon een kwestie van de juiste afweging te maken: waar kan ik de grootste impact hebben. Voor alle duidelijkheid, ik zal niet verdwijnen van het Sint-Niklase toneel. Ik blijf een inwoner van Sint-Niklaas, en een met een kritische stem.”

De komende twee maanden zijn een inloopperiode waarin hij huidig directeur Charkaoui volgt en zich inwerkt in de structuur van het Minderhedenforum. “Een luxepositie, zo’n inloopperiode. De politiek zal ik missen, maar ik ben ervan overtuigd dat ook mijn nieuwe job draait rond mensen samenbrengen.”

Massatrouw

 

Van Bellingen zette zich in 2007 op de nationale en internationale radar als eerste zwarte Vlaamse schepen. Nadat drie koppels weigerden door hem getrouwd te worden omwille van zijn huidskleur, organiseerde hij een massatrouw op de Grote Markt. In 2012 besloten kartelpartners sp.a en groen om niet langer een kartel te vormen. Beide partijen beschuldigden Van Bellingen ervan kandidaten te lanceren zonder overleg en te flirten met extreemlinks. SOS-2012 trok alleen naar de gemeenteraadsverkiezingen en belandde in de oppositie.

SOPY, GVA

Van Bellingen aan hoofd Minderhedenforum.

Wouter Van Bellingen, Vlaanderens eerste zwarte schepen, volgt Naima Charkaoui op als directeur van het Minderhedenforum. Hiervoor stapt hij uit de gemeenteraad van Sint-Niklaas.

“Heel wat mensen vroegen me om deze functie op te nemen”, zegt Van Bellingen. “Hoe dan ook wilde ik geëngageerd blijven. Aan de kant staan is niets voor mij. Ik wilde mijn verantwoordelijkheid nemen, want Vlaanderen moet diversiteit erkennen als hefboom voor een sterkere samenleving.” Van Bellingen wil minderheden zo veel mogelijk op het voorplan krijgen. “Ik wil meehelpen om een draagvlak te creëren voor onze thema’s.” Charkaoui, die haar functie op 31 augustus officieel neerlegt, wijst op het belangvan het Minderhedenforum om de stem van hun achterban bij het beleid te brengen, maar ook op de rol die de organisatie vervult in het versterken van de mensen die ze vertegenwoordigen. Ze heeft ook een boodschap voor de nieuwe regering die zal gevormd worden: die moet actie ondernemen en durven maatregelen nemen tegen racisme en discriminatie. “Er moet komaf gemaakt worden met de vrijblijvendheid van de afgelopen jaren. Er is een inhaalbeweging nodig op vlak van onderwijs en werk. Dat is ook nodig om de welvaart te verbeteren.” Hüseyin Aydinli, voorzitter van de raad van bestuur van het Minderhedenforum, omschrijft Van Bellingen als ‘de geknipte man om de organisatie verder te laten groeien’. Hij verwijst naar de armoedecijfers en de stijgende werkloosheid onder mensen met een migratieachtergrond en wijst op de rol van het Minderhedenforum als belangenverdediger.

Massahuwelijk

Van Bellingen zetelde eerst als schepen en sinds 2013 als gemeenteraadslid in Sint-Niklaas. Als ambtenaar van de burgerlijke stand kwam Van Bellingen begin 2007 in het nieuws toen bleek dat een drietal echtparen door zijn huidskleur niet door hem in de echt verbonden wilden worden. Als reactie hierop kwam een massahuwelijk op de Grote Markt van Sint Niklaas. “Of het nu iemand is op de markt van Leuven, of een professor aan de hogeschool: nog elke dag spreken mensen mij daarover aan.”

ADB, De Morgen

%d bloggers liken dit: