Archief

Archive for the ‘Sint-Niklaas’ Category

’Vroeger had je cafés waar uithing: migranten niet welkom. We zijn níét intoleranter geworden’

De Standaard/dS Weekblad: Antwerpen – 29 Jun. 2019

Pagina 16

Het integratiebeleid is failliet. Het is al tig keer gezegd en geschreven. ‘Klopt niets van’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van Integratiepact vzw. Hij heeft goede hoop. ‘We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. De middengroep is groter.’

Filip Rogiers, foto’s Kristof Vadino

IMG_2705Hij las in Knack een interview met de hoogbejaarde Paula D’Hondt, van 1989 tot 1993 Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Ze zei dat iedereen haar vergeten was. Dat niemand haar vele honderden pagina’s tellende rapporten echt gelezen had. Een paar dagen later kreeg ze post én bloemen van Wouter Van Bellingen. ‘Wij zijn u níét vergeten, mevrouw D’Hondt’, stond er op het kaartje.

Met ‘wij’ doelde hij op het Integratiepact dat hij sinds 2016 op vraag van de Vlaamse regering leidt. Dat pact is geen tekst, maar een vzw. ‘Een beweging’, noemt hij het zelf. Dit is geen semantiek, het is de kern van de zaak. ‘In stenen gebeitelde pacten? Dat is iets van de vorige eeuw. Integratie of inclusieve diversiteit, zoals ik het liever noem, is een permanent werk. Nooit af, nooit statisch.’

We spreken Van Bellingen in de marge van een ‘leermoment’ in Leuven. Eerder dan de directeur noem je hem beter de facilitator van een community met een wisselende samenstelling. Vele tientallen mensen van diverse organisaties, scholen, ngo’s en overheidsinstellingen praten, denken, studeren en werken onder zijn auspiciën al drie jaar aan proefprojecten, goede praktijken en nieuwe inzichten.

Van klacht tot kracht, dat is waar het volgens Van Bellingen met die bijna dagelijks geproblematiseerde diversiteit naartoe moet. Het is taai en traag en verdraagt slogans noch overhaasting, euforie noch defaitisme.

U werkte in stilte en in de diepte. En dan loopt het op oudejaarsavond in Molenbeek uit de hand. Of komt er weer een Zwarte Zondag.

(lacht) ‘Laat me raden, uw eerste vraag: zakt de moed u niet in de schoenen?’

Ja.

’Nee. We hebben hier van meet af aan afgesproken dat we ons niet zouden laten afleiden door steekvlammen of de waan van de dag. In Vlaanderen zijn we erg slecht in de lange termijn. Nederland en Angelsaksische landen zijn daar beter in. Als je een acuut probleem hebt, moet je dat hier en nu oplossen. Wil je een taart? Zoek een recept en ga aan de slag. Om op de maan te komen, heb je iets meer handling en procedures nodig. Maar écht complexe problemen – klimaatcrisis, armoede, diversiteit – vergen een erg lang volgehouden inspanning, een voortdurend proces. Diversiteit is complex. Aan oplossingen werk je met vallen en opstaan en niet op de bühne, maar erachter. Het is zoals met de opvoeding van een kind: je hebt er veel tijd en een heel dorp voor nodig. En elk kind is anders.’

26 mei 2019 is natuurlijk iets meer dan een waan van de dag?

(haalt de schouders op) ‘Schrok u echt van de forse winst voor Vlaams Belang? Ik niet. Ik ben voor het eerst gaan stemmen op 24 november 1991, ik heb alleen maar Zwarte Zondagen gekend en de zwartste was die van 2004. Is het een probleem? Uiteraard. Maar laten we vooral niet weer de fout maken om de spots alleen op die ene partij te richten. Dat gestaar in de lichtbak ontslaat de anderen ten onrechte van verantwoordelijkheid. Iedereen is verantwoordelijk. En het begint bij onszelf. Dat is ook de geest waarin wij werken bij en met het Integratiepact. Verwacht van ons geen kreten à la “het is de schuld van het onderwijs!” of van zus of zo. Wat kan ík doen en wat kunnen we samen doen? Er is geen alternatief. We hebben iedereen nodig.’

Velen krijgen niet het gevoel dat ze nodig zijn. Ook als ze hier geboren zijn. De verkiezingsuitslag, Twittertrollen, de voxpop? Alles schreeuwt hen toe dat ze een last zijn, niet welkom. Unia zag het aantal klachten in vijf jaar tijd verdubbelen.

’Omdat er meer gemeten wordt? Maar ik begrijp uw vraag. Ik ben getrouwd in 1997 en na een zoveelste Zwarte Zondag vroegen we ons ook af of we in deze grimmige omgeving wel kinderen wilden. In 2001 werd mijn zoon geboren en in 2004 mijn dochter. Na elke verkiezing krijg ik de vraag van mensen: moeten we hier blijven? De Koning Boudewijnstichting is in een onderzoek tot de conclusie gekomen dat van de Belgen met Afrikaanse roots de hoogst opgeleiden vaak de grootste armoede kennen. Ik ken jonge, hoogopgeleide mensen die zeggen: sorry, ik ben hier geboren, maar als ik hier niet aanvaard word, ben ik weg. Die kunnen overal ter wereld aan de slag. Die braindrain kunnen we ons niet permitteren.’

Alle algjes

Paula D’Hondt schreef het ook al, zegt hij, dat we iedereen nodig hebben. Dat, zoals Herman de Coninck het na 24 november 1991 schreef, álle algjes in de zee aan het werk moeten. ‘Er zat in haar rapport met een waslijst aan voorstellen ook een economisch luik. Als we de participatie van mensen met een migratieachtergrond aan de arbeidsmarkt met 3 procent hadden kunnen opkrikken, zou ons dat tegen 2010 elk jaar 2 procent extra bruto binnenlands product hebben opgeleverd. Meer werk voor iedereen, meer inkomsten voor de sociale zekerheid en de pensioenen, de zorg en het onderwijs, iedereen beter af.’

’Als de overheid niets onderneemt, waarschuwde mevrouw D’Hondt, zullen we verder achterop geraken ten opzichte van andere Europese landen. Wel, dat is gebeurd. In de jaren 90 verkochten we goud, overheidsgebouwen en wat al niet om de Maastrichtnormen te halen. We hadden beter maximaal geïnvesteerd in de werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Dan had onze begroting vandaag structureel een overschot zoals Nederland.’

Er volgt een diepe zucht. En dan, met klemtoon op elke lettergreep: ‘Mevrouw D’Hondt was visionair, hé. Maar niemand weet dat nog. Het gros van wat ze schreef, ben ik de afgelopen jaren trouwens in bi-bliotheken moeten gaan zoeken. Het staat niet op internet.’

Het wordt dan ook wel eens ‘het rapport dat niemand las’ genoemd.

’Dat is ook niet helemaal waar. In de loop van de jaren hebben partijen er hier en daar kersen uit gepikt, zoals het hun uitkwam. Maar het was een totaalpakket, een syste-mische aanpak. Mevrouw D’Hondt hamerde bijvoorbeeld ook al op het belang van inclusief onderwijs. Ettelijke hervormingen later zijn we daar nog altijd niet in geslaagd. Het drama is dat de enen te weinig of niets hebben gedaan met haar inzichten en dat de anderen ze erg gewiekst misbruikt hebben. (schamper) Soms leek het wel alsof geen enkele partij Paula D’Hondt beter begrepen had dan het Vlaams Belang.’

U zegt?

’D’Hondt had het onder meer over de plaats van de islam. Ze waarschuwde voor culturele problemen als we volgend op de officiële erkenning in 1974 de islam niet ook daadwerkelijk maatschappelijk zouden erkennen. Ze zei dat er nood was aan de vorming van een Europese islam, een islam die de waarden van Europa onderschreef. Daar zien we nu eindelijk een beetje een aanzet toe, maar dat is een kwarteeuw genegeerd. Praten over de plaats van de islam bleef een taboe. Samenlevingsproblemen? Dat was een kwestie van veiligheid, het had niets met religie of cultuur te maken. We miskeken ons daarop, omdat de kerk in eigen land op de terugweg was en de maatschappij aan het seculariseren. De ironie is trouwens dat het geld voor de veiligheidscontracten van de jaren 90 uit een potje van Justitie kwam dat was aangelegd met de lonen die niet meer naar de kerk moesten gaan vanwege het dalende aantal priesters.’

Welke garantie hebt u dat uw werk vandaag wél gezien zal worden? De politieke sterren staan niet bepaald gunstig. Houdt u uw hart niet vast als u leest dat de N-VA en Vlaams Belang in de Vlaamse formatiegesprekken elkaar tot op zekere hoogte hebben gevonden als het over inburgering gaat?

’U overschat de rol van de politiek. Toen ik aan deze job begon, heb ik lang gesproken met professor Luc Huyse. In onze complexe wereld zijn netwerken de motor van oplossingen. Het Integratiepact is een zogenaamde ruggengraatorganisatie, de overheid is een van vele partners. Een weliswaar belangrijke factor naast andere.’

IMG_2706Ze bepaalt de subsidies voor het middenveld.

’We hebben de afgelopen jaren ook nagedacht over alternatieve financiering en verdienmodellen. Maar dit is niet de kern van de zaak. Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Wist u dat de grootste investeerders op wereldniveau tegenwoordig bedrijven waarschuwen dat de geldkraan dicht gaat als ze geen actieplan rond diversiteit hebben? En waarom? Omdat bewezen is dat bedrijven met meer diversiteit betere beslissingen nemen. De enige bank in IJsland die níét omverviel, werd overigens geleid door vrouwen. Die belegden slimmer, meer verantwoord.’

’Diversiteit heeft eigenlijk niets met kleurtjes te maken, maar alles met verandering. Dat heeft tijd nodig. Zo ging dat ook met gendergelijkheid. Eerst kreeg je speldenprikken van hen die voor emancipatie streden. Na de oorlog kwam er vrouwenstemrecht. Ik ben in Sint-Niklaas schepen van Burgerlijke Stand geweest. Wist je dat vrouwen pas sinds 1976 geen onderdanigheid meer aan hun man moeten zweren? Vervolgens kwamen er wettelijke instrumenten, vrouwen kwamen in het parlement. Herinner u wat Nelly Maes, mijn politieke moeder, te horen kreeg van Louis Major (’Wijven moeten geen complimenten maken’, red.). En vandaag is er MeToo. Eindelijk! We vinden het maar normaal dat vrouwen gelijk worden behandeld en dat je bepaalde woorden niet meer gebruikt.’

’Elke complexe verandering in de samenleving doorloopt diezelfde curve: een drietrapsraket van innovatie en voorlopers, gevolgd door wetgeving en dan, finaal, gedragsverandering. Met inclusieve diversiteit zal het net zo gaan. Er zijn vandaag al goede praktijken en wetgevende initiatieven, hoe onvolkomen ook. Maar wat ook de kleur van de partij of regering wordt, de komende jaren zal de politiek mee met de samenleving en, niet het minst, de markt opschuiven.’

Het probleem kan té acuut worden, de remediëring voorbij.

’Je forceert het niet, er is altijd tijd nodig. Jean-Luc Dehaene gaf graag het voorbeeld van Amerika: de zwarte bevolking kon daar pas echt vooruitgang boeken toen er een middenklasse kwam die de motor kon zijn van die emancipatiegolf. En op dat punt zijn we nu stilaan ook bij ons in Vlaanderen en België aanbeland, 30 jaar na Paula D’Hondt.’

Dat het integratiebeleid gefaald is, zoals iedereen tegenwoordig zegt, doet er dus niet toe?

’Het klopt niet. Er is veel gebeurd, maar het effect is niet altijd even zichtbaar. Er zijn heel goede praktijken geweest, maar de overstap van praktijk naar beleid liet vaak te wensen over. Maar het integratiebeleid is geen mislukking.’

Nochtans krijgen we daar bijna dagelijks illustraties van. De voorbije week nog met de vaststelling dat je in sommige straten van Molenbeek als homo nog altijd maar beter niet met je vriend hand in hand loopt. En dat we dat tijd moeten geven, nog meer tijd.

’Men gooit alles op één hoopje. Als je kijkt vanwaar we komen in dit land, is het glas inzake diversiteit halfvol. Je had het net over het aantal klachten bij Unia? In de jaren 80 kon je nergens gaan klagen en vond je nog cafés waar op een bordje open en bloot stond dat migranten niet welkom waren. In de integratiesector werk ik elke dag met mensen die zeggen dat ze twintig jaar geleden op hun eentje aan de kar begonnen te trekken, nu hebben ze ettelijke medewerkers en vrijwilligers. De Vlaming is de afgelopen twintig jaar níét intoleranter geworden.’

Veel studies wijzen toch op het tegendeel? Zelfs in die mate dat ‘Knack’ vorig jaar opperde dat het racisme misschien wel in het DNA van de Vlaming zit.

(schudt het hoofd) ‘Ik zie andere onderzoeken. Die van de studiedienst van de Vlaamse regering of die van Equinet (European Network of Equality Bodies, een ngo die sociale gelijkheid promoot en nationale organisaties, zoals Unia, daarin ondersteunt, red.), die in heel de Europese Unie onderzocht hoe mensen tegenover diversiteit staan. Wat blijkt? De Belgen staan positief tegenover het mensenrechtenverhaal. De gemiddelde Vlaming is niet racistisch, hij heeft wel een dieperliggend probleem en dat is zijn gebrek aan veerkracht. Onze zenuwen staan vaker gespannen. Ook dat blijkt uit veel indicatoren, tot ons hoge medicijngebruik toe.’

’Misschien is het door de verzuiling dat we zo weinig schokbestendig zijn voor confrontatie met het nieuwe, het andere. Binnen je zuil kon je van de wieg tot het graf perfect functioneren zonder dat je het ooit aan de stok hoefde te krijgen met iemand met een andere visie of geaardheid. Die pacificatie, zoals dat heette, had voordelen, maar het heeft er wel toe geleid dat we slecht zijn in conflictmanagement. We kruipen in onze schulp en ontploffen, misschien door een op zich triviale trigger. Als er dan op zoveel fronten tegelijk druk op je samenleving komt – klimaat, migratie, technologische evolutie -, kookt het potje snel over. Dat leidt van onwetendheid en onbegrip over wantrouwen en vooroordelen tot radicalisering. Dat manifesteert zich vandaag op alle beleidsdomeinen.’

In een spraakmakend interview aan de vooravond van 24 november 1991 zei Paula D’Hondt dat we met een aansteker boven een gasbel speelden. Is het vandaag zoveel beter? Ik lees in een van uw teksten dat ook u beseft dat u werkt ‘midden in tijden van conflict’.

’Ja natuurlijk, er is de polarisering, er zijn de extreme frames – voor de een is de islam hét probleem, voor de ander is iedereen racist. En je merkt het in alles en over zowat elk thema, zoals recentelijk over de Mobi-score. Die uitvergrote tegenstellingen worden danig dominant dat het lijkt – ik zeg: lijkt – alsof er geen middengroep is en alsof die groep niet véél groter is dan de uitersten. Bruggenbouwers zijn in het verleden misschien te snel in die val getrapt. Ik ook. Als er polarisering is, focust een bruggenbouwer zich op die twee tegengestelde posities. Hij tracht het onverzoenbare te verzoenen. Juist daardoor zet je nog meer schijnwerpers op die uitersten, vaak al dan niet onbewust versterkt door pers en sociale media. Het is verloren energie. Ik doe het niet meer, ik concentreer mij op de middengroep. Wat wil die? Wat wil de Vlaming, de Belg, de Europeaan en wellicht iedere mens? Elke survey zal je hetzelfde zeggen: hij of zij wil een opleiding, een inkomen en een fatsoenlijke woonst.’

Het valt op: u ziet integratie veel breder dan de aloude dichotomie Vlaming-migrant?

’Dat is het helemaal. De zichtbare polarisering vertroebelt het beeld misschien, maar de waarheid is dat ook die dichotomie stilaan niet meer relevant is. De Belgische samenleving was tot het einde van de vorige eeuw heel erg ingedeeld in wij en zij: werkgever en werknemer, katholiek en vrijzinnig, autochtone Belg en migrant. Die eenduidigheid is er niet meer. En weet je wat? Dat marcheert. Eerder dit jaar bleek uit de Stadsmonitor dat Antwerpen meer inwoners met een migratieachtergrond dan autochtonen telt en dat is geen issue meer. Dat wordt door het gros van de mensen niet meer, en al zeker niet problematisch, gepercipieerd als een wij/zij-kwestie. We zijn allemaal wijtjes geworden. Het is daar, in die middengroep, dat je aan veerkracht kunt werken. Het is daar dat je meerwaarde kunt creëren, en dan niet enkel in de puur economische zin, maar ook ecologisch en maatschappelijk. Wist je trouwens dat geen enkele regio in Europa zoveel vrijwilligers telt als Vlaanderen? Liefst één miljoen.’

IMG_2707Klinkt mooi, dat ‘iedereen is nodig’ en ‘allemaal samen’, maar hoe krijgen we het soort medeburger dat pakweg dweept met Sharia4Belgium of Schild en Vrienden mee?

’Moet dat? Moet je daar je energie in steken? We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. Met de middengroep kun je aan de slag, voorbij de polarisering. Weet je, na elke Zwarte Zondag of andere grote gebeurtenis ga ik in Sint-Niklaas altijd naar hetzelfde café. Vroeger was het publiek er dieprood, nu al vele jaren donkerbruin. Maar ik ben er welkom. Ik heb er al eens uitgelegd dat onze welvaart na de oorlog mee gebouwd is over de rug van de kolonies. Het was niet alleen het Marshallplan, het was ook omdat we de grondstoffen uit Afrika onder de prijs hebben kunnen verkopen op de wereldmarkt. Dat mensen vandaag van ginder naar hier komen, is dus niet zo gek, het is een kwestie van solidariteit. Dat begrijpen redelijke mensen wel hoor, zelfs als ze eerst een half uur hebben gesakkerd op de vluchtelingen. Dat is het hele werk dat diversiteit heet, nogmaals, niet op de bühne maar erachter. Laten we met elkaar praten, elkaar in de ogen kijken en niet met meel in de mond spreken. Geen shaming and blaming, maar contact met kennis, empathie en inzicht. En actie, vooral actie!’

Zouden we baat hebben bij een oefening zoals de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie?

’Helemaal. Als je ergens het racisme tot op het bot voelt, is het wel daar. Er is gemoord en toch is er nadien gepraat. Ubuntu. Ik besta omdat jij bestaat, de bewaker en de gevangene, de vorige, de huidige en de volgende generaties. De wonde open, de etter eruit en dan genezen. Dan kun je verder, moet je samen verder. Ik ontmoette er twintig jaar geleden een bewaker. Toen die hoorde dat ik uit België kwam, kon hij dat amper geloven. Een zwarte in Europa? Dat kon niet, voor zijn generatie was het ondenkbaar dat iemand zoals hij ooit in Europa zou kunnen belanden en daar floreren. “Mijn kinderen misschien wel”, zei hij. “Mijn kleinkinderen zeker.” Dat is evolutie.’

www.integratiepact.be

Filip Rogiers

Copyright © 2019 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden

Advertenties

IMG_1858

IMG_1859 1Rondom volgt sedert altijd het leven in uw gemeente of stad. Op 14 oktober 2018 bepalen de gemeenteraadsverkiezingen dat leven in de komende  jaren. We helpen u om goed geïnformeerd in het stemhokje te komen en vragen een jaar lang belangrijke lokale spelers naar hun inzichten.

 

Wat vindt u de belangrijkste verwezenlijkingen van het huidige bestuur?

Door het afwerken van een aantal bestaande projecten en werven heeft het huidige bestuur vooral voor de continuïteit van het vorige beleid gezorgd. Daarnaast is er afgelopen jaren veel energie gestoken in interne stedelijke werking: de samenwerking Stad-OCMW, renovatie van stadsgebouwen… Maar de vraag is ofdat Sint-Niklaas en zijn bevolking dit momenteel echt nodig had.  Zo heeft bv de reorganisatie van de reinigingsdienst te weinig geleid tot een betere dienstverlening voor de mensen op vlak van (grof)vuilophaling en was hiervoor te weinig aandacht voor sociale correcties voor wie het in onze stad het moeilijk heeft.

Wat moeten de prioriteiten zijn van de volgende ploeg?

Ik ben zwaar geraakt en verontwaardigd door het recente fenomeen van ‘werkende’ armen en het groot aantal dagelijkse lege brooddozen van de schoolgaande jeugd in onze stad. Daarnaast ben ik bezorgd dat Sint-Niklaas in vergelijking met gelijkaardige centrumsteden op verschillende domeinen steeds lager scoort. Het was interessant om te weten wat Sint-Niklaas de afgelopen 800 jaar gedaan heeft. Maar ik wil vooral weten waar we binnen 50 jaar willen staan met onze stad.  De volgende ploeg moet daarom werk maken van een Sint-Niklaas waar iedereen een goed inkomen heeft, een succesvolle opleiding kan volgen en een betaalbare woning heeft. Dit met politici die vooral luisteren naar de behoeften van ál zijn inwoners en daarbij Sint-Niklaas en het Waasland een stem geven in Brussel en Antwerpen.

Wat vindt u zo mooi aan uw stad?

Het mooist vind ik de mensen van Sint-Niklaas. In het begin wat afwachtend, maar daarna heel warm en in hun armen sluitend. Nu ik vandaag in Brussel werk, mis ik vooral die. Het is dan ook jammer dat volgens de Vlaamse stadsmonitor de tevredenheid over onze stad, onze deelgemeenten en onze buurten de afgelopen 6 jaar is afgenomen. Het zou goed zijn dat de bevolking terug wat meer tevreden kan zijn en zich gewaardeerd voelt. Als stad moeten we meer dankbaar zijn en meer ondersteuning bieden aan de ondernemers, leerkrachten, artiesten, vrijwilligers…

Categorieën:Pers, Sint-Niklaas, SOS 2012

Beste Moeke,Hoe kan ik je ooit bedanken voor alles wat je voor mij deed en nog steeds elke dag doet voor iedereen die jou dierbaar is. Libelle, pagina 50

Ik kan je bedanken omdat je me steeds door dik en dun steunt. Maar ook dat je me leerde me geen ideeën te laten aanpraten waar ik niet achter sta. Je leerde me dat ik steeds mezelf moet blijven en moet uitvoeren waarover ik praat. Dat het eenvoudig is met iedereen te leren omgaan, zolang je maar in elke persoon de mens ziet. En dat als ik steeds onthoud dat iedereen dezelfde rechten en plichten heeft, niemand me die levenswaarden ooit kan afnemen. Ik kan je bedanken dat je me leerde dat ik veel kon leren door te lezen, te praten met en te luisteren naar elkaar. Dat ik niet mag vergeten dat mensen niets anders dan woorden en gebaren hebben om zich kenbaar te maken.

Je vertelde me dat velen voor mij reeds een moeilijke weg zijn gegaan. Maar dat het geweldloze verzet van Ghandi steeds uw grote voorbeeld in uw leven is. Dat hij zoveel heeft kunnen bereiken met geweldloos verzet, kordate vriendelijkheid en zonder kwaad met kwaad te vergelden. Je leerde me dat ik iedereen moet nemen zoals hij of zij is. Met al hun variaties en vooral door alleen het goede te zien. Dat ik nooit mag vergeten dat iedereen het recht heeft hier op deze aarde te leven en het beste voor zijn gezin te zoeken.

Moeke, ik wil je bedanken dat je me steeds herinnerde aan een tweede moeder die zorgde dat jij mijn moeke kon zijn. Ik probeer in de mensen, net zoals jij, ‘godschepsels’ te zien. En me te laten leiden door mijn lach en mijn verantwoordelijkheidszin. Je leerde me ook dat van mensen houden zoals ze zijn soms pijn doet, maar ook veel geluk geeft. En dat men alleen aan dat idee kan werken door onze eigen houding. Het idee dat jij mij, maar ook je kinderen en kleinkinderen, meegeeft in ons leven. 

Moeke, ik wil je bedanken dat je me waarschuwde dat het leven dat ik kies niet makkelijk is, maar dat er geen andere weg is. Maar ook dat ik nooit een compromis met mezelf mag maken, omdat dat een slappe houding is, een beetje jezelf beliegen. Dat ik steeds achter mijn ideeën moet staan ook al is dat soms moeilijk. Maar als ik dat niet doe ik mezelf en mijn zelfrespect in waarheid en liefde verminder. Soms gemakkelijk en soms heel moeilijk. 

Moeke, daarom wil ik graag ook één van jouw dromen nastreven. Ook al moet je daarvoor even de sociale kruidenier twee dagen in andere handen laten. Moeten jouw dierbaren twee dagen even voor zichzelf zorgen. En zal uw hondje, poes, kanarie… je even moeten missen. Weet je nog toen wanneer ik klein was we samen met paps op citytrip naar Parijs gingen. En toen je later zei dat het jouw droom was om naar Spanje te gaan. Ik vertelde toen dat het beter was om jouw droom niet uit te voeren omdat je dan geen droom meer had. Eigenlijk hadden we het toen financieel te moeilijk omdat paps zwaar ziek was. En daarom ben ik blij dat we nu toch uw droom kunnen waarmaken. Een citytrip naar Spanje. En laten we samen daar op paps zijn verjaardag een terrasje doen. En in de toekomst hiervan een jaarlijkse gewoonte van maken.

Moeke, bedankt voor alles.

Liefs,

Jouw dankbare zoon Wouter.

 

Libelle, p 50

Categorieën:Pers, Sint-Niklaas

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

Geen pietendebat meer in aanloop van 6 december.

Vandaag roept De Morgen-journalist Bart Eeckhout op voor een tweede Pietenpact. Het Minderhedenforum is bereid dit tweede Pietenpact te onderschrijven om in aanloop van 6 december geen pietendebat te houden.
Eerste Pietenpact was nog niet rijp.

Voor alle duidelijkheid zijn we tevreden over het eerste pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke, volgende stap is in een proces van verandering, van maatschappelijke transitie. Maar voor sommige mensen blijft de huidige figuur nog kwetsend omdat o.a. door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. En het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. En voor ons moet het pact dus dynamisch zijn en niet statisch. Daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen. De commotie van het voorbije weekend bewijst dat het eerste Pietenpact nog niet rijp was. Daarom zijn we bereid om de dialoog aan te gaan met DeBuren initiatiefnemer van het eerste pietenpact en zijn mede-ondertekenaars.
Dialoog blijft noodzakelijk.

Daarom is het belangrijk de dialoog verder aan te gaan. Te blijven praten tot we een compromis vinden waar iedereen zich kan achter stellen. Waar iedereen zich kan in erkennen. Daarom geloof ik echt in die kracht van verandering. Waar eerst sinterklaas een figuur was zonder knecht, dan met een knecht, dan terug zonder knecht en nu met verschillende knechten Ook hier zien we een transitie naar meer gelijkwaardig tussen de positie van Sinterklaas en zijn knechten. Momenteel voorgesteld door een roetpiet en verschillende pieten. 
Slechte timing verziekt het debat.

We betreuren vooral ook de timing van de lancering van het eerste pact omdat deze discussie vandaag ook impact heeft op kinderen. Wat niet zou mogen. Want zo dreigen we één van de mooiste momenten van het jaar het Sinterklaasfeest te bezoedelen met een discussie tussen volwassenen. Sommigen beweren dat zulke maatschappelijke discussies enkel het populisme versterkt. Ik ben hiervan niet overtuigd. Het probleem ligt dat mensen zich te weinig erkend voelen. Net door op respectvolle manier in dialoog te treden voelen mensen zich erkend en gewaardeerd.
Lang leve het Sinterklaasfeest.

Iedereen die me kende als schepen weet dat ik persoonlijk niks heb tegen Sinterklaas. Integendeel als jeugdschepen bevoegd voor Sinterklaas heb ik er voor gezorgd dat Sinterklaas een hoogdag is voor alle kinderen in Sint-Niklaas en het Waasland met een huis van de Sint ,dag van de Sint die gisteren werd georganiseerd . Het klopt dat ik in als ‘sint’schepen een satirisch filmpje opnam over Zwarte Piet. Meer nog als 18-jarige speelde ik zelfs zwarte piet bij de scouts en als kind ontving ik zoals alle kinderen speelgoed. Maar vandaag is ook mijn inzicht geëvolueerd. Zoals journalisten, tv-makers, politici evolueren. Daarom wil ik de Stad Antwerpen en de organisatoren feliciteren met de intrede van de Sint. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten steden in Vlaanderen én Nederland.

Echte problemen aanpakken.
Uiteraard is de zwarte piet discussie vooral een probleem van beeldvorming en ondergeschikt aan andere grotere, structurele problemen in de samenleving zoals de hoge werkloosheidscijfers bij personen met een migratie-achtergrond, de hoge schooluitval bij jongeren met een migratie-achtergrond, discriminatie op de huur – arbeidsmarkt, gebrek aan een divers lerarenkorps en de gekleurde armoede. Daarom organiseren we met het Minderhedenforum volgende maand op 10 december in de deSingel dan ook onze Open Forumdag waar we in dialoog gaan bespreken hoe we deze uitdagingen samen kunnen aanpakken. En daarom gaan we ook in opdracht van de Vlaamse Regering werken maken van het integratiepact. Zodat alle kinderen kunnen leven in een Vlaanderen waar iedereen gelijkwaardig is en kansen krijgt, maar deze ook kan grijpen.

Daarom zijn wij dan ook bereid om met onmiddellijke ingang het Tweede pietenpact af te sluiten. En engageren we ons om in de aanloop van 6 december geen pietendebat meer te voeren. Zo is en blijft Sinterklaas, een echt kinderfeest. Hierin kan Vlaanderen de weg tonen aan Nederland.

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

”Zwarte Piet hoeft niet volledig te verdwijnen”

Piet is altijd een beetje zwart omdat hij door de schoorsteen binnenkomt. En nu het verfpotje, waarmee hij zichzelf nog wat bijkleurt, verdwenen is, is hij iets lichter dan vroeger. Zo simpel beantwoordt scenarist Hugo Matthysen de Zwarte Pieten-discussie in de nieuwe Sinterklaasfilm ‘Ay Ramon!’. Is de kwestie nu opgelost? Het lijkt er in ieder geval op.

Hoe simpel die oplossing ook lijkt, regisseur Stijn Coninx zucht toch eens als we hem de kwestie voorleggen. “Twee jaar geleden is de discussie begonnen in Nederland, en sindsdien voelden we aan dat ook wij een antwoord zouden moeten hebben. Ik zal niet zeggen dat we ons moesten rechtvaardigen, maar er werd toch iets verwacht. Het heeft uiteindelijk véél energie, overleg en discussie gekost voor we via een gigantische omweg opnieuw uitkwamen bij ons vertrekpunt: Piet is zwart van het roet, meer niet. Maar ondertussen had Hugo alles uit de kast gehaald: nieuwe personages bedacht, verschillende scenario’s geschreven. Er was zelfs een versie waar Zwarte Piet nauwelijks nog aan te pas kwam. Na drie maanden, en de eerste lezing met de acteurs, zijn we dan toch teruggekeerd naar het uitgangspunt.”

Link met slavernij.

”Uiteindelijk”, zo beseft de regisseur, “kun je ook niet met drie man een traditie veranderen; daar zou je bijna een volksraadpleging over moeten houden. En dat is het terrein van de politiek. Maar je kunt ook niet tegen mensen die zich terecht gekwetst voelen, zeggen dat zij dan maar idioten zijn. Er valt wel degelijk iets voor te zeggen dat er een probleem is met de klassieke weergave van Zwarte Piet. En dus moet je die pijnpunten, die verwijzingen naar beelden van slavernij, aanpakken. Het is alleen zaak om dat te doen zonder het cultureel erfgoed op de schop te nemen.”

Stap in de goede richting.

Case closed, dus? Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum, is alvast een tevreden man. “Dit is zeker en vast een stap in de goede richting. Er is rekening gehouden met gevoelens van mensen. Dat vind ik maatschappelijk belangrijk, en dan niet alleen voor zwarten. Als mensen gekwetst worden, moet je daar volwassen mee omgaan. Het is belangrijk dat je als samenleving dat empathisch vermogen hebt, en zeker van kunstenaars mag je dat verwachten. Het verwondert mij dan ook niet dat ze tot deze goede oplossing konden komen. Het bewijs is geleverd: we kunnen wel degelijk evolueren naar een samenleving die diverser wordt en rekening houdt met ieders gevoeligheid.”

Beeld in evolutie.

”Ik vind het dan ook jammer dat in mijn eigen stad, Sint-Niklaas, het Sinterklaasgenootschap het toch nodig vindt om bij een klassiek pietenbeeld te blijven zweren. En in Nederland is er zelfs een nieuwe Sinterklaasfilm die uitpakt met zogenaamde echte pieten. Dat is polariseren om te polariseren, en dat hebben we niet nodig. Sowieso is het beeld van Zwarte Piet al jaren in evolutie, en dat zal nog verder moeten gaan. Uiteindelijk zal ook het beeld van door de schoorsteen komen betekenisloos worden voor kinderen, zodat andere randfiguren wel op de voorgrond zullen treden. Piet hoeft voor mij niet volledig te verdwijnen, maar ik vind het toch belangrijk dat alle verwijzingen naar slavernij zoals krullen of oorbellen nu eindelijk weg zijn. Niet slecht, toch, dat Vlaanderen dit volwassen heeft weten op te lossen? Chapeau! En laat ons nu eindelijk werk maken van belangrijkere zaken dan dit: tewerkstelling en onderwijs. Want dat zijn de echte uitdagingen.”

De Zondag, Matthieu Van Steenkiste.

%d bloggers liken dit: