Archief

Archive for the ‘Media’ Category

Geen pietendebat meer in aanloop van 6 december.

Vandaag roept De Morgen-journalist Bart Eeckhout op voor een tweede Pietenpact. Het Minderhedenforum is bereid dit tweede Pietenpact te onderschrijven om in aanloop van 6 december geen pietendebat te houden.
Eerste Pietenpact was nog niet rijp.

Voor alle duidelijkheid zijn we tevreden over het eerste pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke, volgende stap is in een proces van verandering, van maatschappelijke transitie. Maar voor sommige mensen blijft de huidige figuur nog kwetsend omdat o.a. door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. En het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. En voor ons moet het pact dus dynamisch zijn en niet statisch. Daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen. De commotie van het voorbije weekend bewijst dat het eerste Pietenpact nog niet rijp was. Daarom zijn we bereid om de dialoog aan te gaan met DeBuren initiatiefnemer van het eerste pietenpact en zijn mede-ondertekenaars.
Dialoog blijft noodzakelijk.

Daarom is het belangrijk de dialoog verder aan te gaan. Te blijven praten tot we een compromis vinden waar iedereen zich kan achter stellen. Waar iedereen zich kan in erkennen. Daarom geloof ik echt in die kracht van verandering. Waar eerst sinterklaas een figuur was zonder knecht, dan met een knecht, dan terug zonder knecht en nu met verschillende knechten Ook hier zien we een transitie naar meer gelijkwaardig tussen de positie van Sinterklaas en zijn knechten. Momenteel voorgesteld door een roetpiet en verschillende pieten. 
Slechte timing verziekt het debat.

We betreuren vooral ook de timing van de lancering van het eerste pact omdat deze discussie vandaag ook impact heeft op kinderen. Wat niet zou mogen. Want zo dreigen we één van de mooiste momenten van het jaar het Sinterklaasfeest te bezoedelen met een discussie tussen volwassenen. Sommigen beweren dat zulke maatschappelijke discussies enkel het populisme versterkt. Ik ben hiervan niet overtuigd. Het probleem ligt dat mensen zich te weinig erkend voelen. Net door op respectvolle manier in dialoog te treden voelen mensen zich erkend en gewaardeerd.
Lang leve het Sinterklaasfeest.

Iedereen die me kende als schepen weet dat ik persoonlijk niks heb tegen Sinterklaas. Integendeel als jeugdschepen bevoegd voor Sinterklaas heb ik er voor gezorgd dat Sinterklaas een hoogdag is voor alle kinderen in Sint-Niklaas en het Waasland met een huis van de Sint ,dag van de Sint die gisteren werd georganiseerd . Het klopt dat ik in als ‘sint’schepen een satirisch filmpje opnam over Zwarte Piet. Meer nog als 18-jarige speelde ik zelfs zwarte piet bij de scouts en als kind ontving ik zoals alle kinderen speelgoed. Maar vandaag is ook mijn inzicht geëvolueerd. Zoals journalisten, tv-makers, politici evolueren. Daarom wil ik de Stad Antwerpen en de organisatoren feliciteren met de intrede van de Sint. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten steden in Vlaanderen én Nederland.

Echte problemen aanpakken.
Uiteraard is de zwarte piet discussie vooral een probleem van beeldvorming en ondergeschikt aan andere grotere, structurele problemen in de samenleving zoals de hoge werkloosheidscijfers bij personen met een migratie-achtergrond, de hoge schooluitval bij jongeren met een migratie-achtergrond, discriminatie op de huur – arbeidsmarkt, gebrek aan een divers lerarenkorps en de gekleurde armoede. Daarom organiseren we met het Minderhedenforum volgende maand op 10 december in de deSingel dan ook onze Open Forumdag waar we in dialoog gaan bespreken hoe we deze uitdagingen samen kunnen aanpakken. En daarom gaan we ook in opdracht van de Vlaamse Regering werken maken van het integratiepact. Zodat alle kinderen kunnen leven in een Vlaanderen waar iedereen gelijkwaardig is en kansen krijgt, maar deze ook kan grijpen.

Daarom zijn wij dan ook bereid om met onmiddellijke ingang het Tweede pietenpact af te sluiten. En engageren we ons om in de aanloop van 6 december geen pietendebat meer te voeren. Zo is en blijft Sinterklaas, een echt kinderfeest. Hierin kan Vlaanderen de weg tonen aan Nederland.

Advertenties

Een genereus migratiebeleid werkt racisme tegen. Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens

Een positieve houding tegenover migranten creëert geen ‘white backlash’, maar het kan racisme wel flink terugdringen, zo blijkt uit onderzoek van Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens.
Een ‘desastreus’ migratiebeleid verklaart waarom racistische opvattingen welig tieren in Vlaanderen, zo stelt Theo Francken (DS 4 augsutus). Met ‘desastreus’ bedoelt Francken vooral een genereus beleid: een beleid dat te veel migranten België laat binnenkomen, en deze nieuwkomers te makkelijk toegang geeft tot stemrecht en de Belgische nationaliteit (hij heeft het dus niet enkel over het migratiebeleid, maar ook over het integratiebeleid). Op het eerste zicht strookt deze redenering met onze intuïtie. Wanneer beleid gul sociale en politieke rechten toekent aan nieuwkomers, lijkt het logisch dat de meerderheidsgroep zich bedreigd voelt en negatieve attitudes ontwikkelt. Meer mensen die met elkaar concurreren om schaarse goederen (zoals politieke macht en jobs), dat kan er alleen maar voor zorgen dat er negatieve opvattingen ontstaan over nieuwkomers, toch? Systematisch wetenschappelijk onderzoek toont nochtans exact het tegendeel aan.

In een studie die binnenkort gepubliceerd wordt in het vakblad International Journal of Comparative Sociology vergeleken we het integratiebeleid en antimigratie-attitudes in 27 Europese landen. Uit deze vergelijking blijkt dat burgers in landen met een genereus integratiebeleid er beduidend positievere houdingen tegenover immigranten op na houden. Staten die nieuwkomers vlot toegang verlenen tot sociale rechten, de arbeidsmarkt, nationaliteit en stemrecht (zoals bijvoorbeeld Zweden, Portugal en Finland) kennen een positief opinieklimaat ten aanzien van migranten. In landen die een restrictiever integratiebeleid voeren (zoals onder meer Hongarije, Oostenrijk en Malta) zijn intolerante attitudes beduidend wijder verspreid onder de bevolking.
Electorale afstraffing

Hoe valt deze samenhang tussen genereus integratiebeleid en positieve houdingen ten aanzien van migranten te verklaren? Het is te simplistisch te stellen dat een genereus integratiebeleid tolerante opvattingen bij de bevolking eenvoudigweg veroorzaakt. Samenhang is natuurlijk geen bewijs voor oorzakelijkheid. Het is daarentegen zinvoller te spreken over een cirkelvormige relatie, waarbij integratiebeleid en publieke opinie elkaar wederzijds beïnvloeden.

Enerzijds oefent de publieke opinie invloed uit op de manoeuvreerruimte waarover beleidsmakers beschikken. Een intolerant electoraat zet bevoegde beleidsmakers onder druk om een streng en restrictief beleid te voeren naar nieuwkomers toe, zo niet loert de electorale afstraffing om de hoek. Maar anderzijds geeft het gevoerde beleid ook vorm aan de publieke opinie. Een restrictief integratiebeleid geeft het signaal dat migranten slechts tweederangsburgers zijn. Wanneer (een deel van) het grote publiek deze signalen oppikt, kan dit tot intolerante houdingen en zelfs racistische opvattingen leiden. Een genereus beleid van gelijke rechten geeft daarentegen een normatieve boodschap mee dat migranten als volwaardige burgers beschouwd moeten worden. Dergelijke ‘policy feedback’-effecten worden maar al te vaak uit het oog verloren in het maatschappelijke debat.
De negatieve spiraal ombuigen
Vandaag dreigt het samenspel tussen beleid en publieke opinie overduidelijk in een vicieuze cirkel te verzanden. Opgejaagd door de publieke opinie luiden beleidsmakers de trom van strenge en restrictieve maatregelen. Hiermee geven ze – al dan niet bewust – aan de bevolking het signaal dat nieuwkomers niet welkom zijn, wat dan weer intolerante houdingen in de hand werkt. Meer dan ooit is het nodig om deze negatieve spiraal om te buigen naar een zogenaamde virtuoze cirkel. Een genereus en inclusief integratiebeleid, dat duidelijk te kennen geeft dat nieuwkomers integraal deel uitmaken van onze samenleving, kan een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van antimigratie-attitudes en racistische opvattingen. En een meer tolerant opinieklimaat vergroot op zijn beurt dan weer het speelveld van beleidsmakers om een beleid van gelijke rechten te voeren.
Kortom, het integratiebeleid en de publieke opinie bewegen synchroon. Er is helemaal geen bewijs dat een open migratie- en integratiebeleid een zogenaamde ‘white backlash’ creëert en racisme in de hand werkt. Genereus beleid is geen desastreus beleid. Integendeel, een inclusief integratiebeleid kan een belangrijke hefboom zijn om te werken aan een samenleving waarin racistische opvattingen onaanvaardbaar zijn. Vandaar dat men in de strijd tegen racisme beter kan inzetten op een beleid en communicatie dat nieuwkomers gelijkwaardige burgers zijn zoals u en ik.
Bart Meuleman en Marie-Sophie Callens, 8/08/2016

Categorieën:Media, Pers

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

Lefever: ‘Discriminatie, dat is België’ Van Bellingen: ‘Daar leg ik mij niet bij neer’ Lefever: ‘En ik pas mij aan’

IMG_0912Racisme kennen ze allebei van dichtbij, maar als het over de aanpak ervan gaat, gaapt er een kloof tussen Wouter Van Bellingen en Lies Lefever. Afgelopen jaar botsten ze hard over Zwarte Piet, de discussie loopt hier verder. En breder. ‘Ik ben pro quota.’ ‘Maar man, dat levert niets op.’

Lies Lefever (34) en Wouter Van Bellingen (42); hun namen kunnen niet Vlaamser klinken. Hun roots liggen respectievelijk in de Kempen en in het Waasland. ‘Als wij dromen, dromen we van bolle akkers, niet van de savanne’, zegt Van Bellingen daarover. Toch is de meest voorkomende vraag die hij en Lefever krijgen: ‘Ja maar, vanwaar ben je écht?’

Van Bellingen: ‘Of ze vragen wat mijn échte naam is.’

Lefever: ‘Awel ja, wat is eigenlijk je oorspronkelijke naam?’

Van Bellingen: ‘Goh, ik heb inderdaad ook een Afrikaanse naam. Maar dat is een administratieve vergissing van de Burgerlijke Stand, ik moest eigenlijk alleen een Vlaamse naam hebben.’

Lefever: ‘Bij mij staat het op mijn pas. Liesbeth Lefever-Uwimana Redempta. Ik ben vroeger nog gaan vragen om dat laatste te schrappen, maar dat zou me 20.000 Belgische frank hebben gekost.’

Van Bellingen: ‘Nu kan dat voor 50 euro.’

Lefever: ‘Echt? Wow, dan ga ik dat laten weghalen. Ik vind het helemaal niet leuk om die op mijn pas te zien. Ik heb geen enkele emotionele band met die naam.’

Intussen is Van Bellingen druk aan het tokkelen op zijn smartphone. ‘Hoe heette ik ook alweer bij mijn geboorte? Ik heb het nog geweten, hoor.’
Lefever is verbaasd dat hij zijn eigen achternaam moet opzoeken. En dat hij een Fairphone heeft. ‘Ik heb liever een iPhone.’

Oei, een witte

Van Bellingen is haar soms wat ‘te politiek correct’. Zelf noemt hij het principieel. Dat moet ook wel, nu de ex-politicus – hij stond op de lijst bij Spirit en als onafhankelijke bij sp.a en richtte in Sint-Niklaas de partij SOS 2012 op – directeur is van het Minderhedenforum. Terwijl stand-upcomédienne/cabaretière Lefever nuchter en pragmatisch realisme voorstaat. Mocht ze een Gentse zijn, was haar motto allicht ‘nie neute, nie pleuje’. Maar ze is een ‘typisch Afrikaanse Kempendochter’, zegt ze zelf. Geboren in Rwanda en op haar twee maanden – ‘of zo, niemand weet wanneer ik geboren ben’ – naar België gebracht. Ze was een weggegooid kind.

Dit jaar trok ze voor de nieuwe, nog niet uitgezonden reeks vanHeylen en de herkomst voor het eerst terug naar haar geboorteland. Samen met Martin Heylen op zoek naar de twee mannen die haar uit de put hebben gehaald. Een put, noemt ze het altijd, gewoon een put. Eigenlijk was het een toilet voor cholerapatiënten waar ze als baby in is gegooid. Zo kreeg ze zuur in haar ogen, waardoor ze voor het leven slechtziend is.

Wou ze ter plaatse niet proberen ook haar biologische ouders na al die jaren te ontmoeten? ‘Nee, die wou ik niet zien.’ Omdat ze kwaad is om wat ze haar hebben aangedaan? ‘Nee, omdat ik me niet schuldig wil voelen tegenover hen. Ik woon nu in het rijke België, zij leven wellicht in trieste omstandigheden.’

Ook Van Bellingen heeft een Rwandese achtergrond. Hij is in Antwerpen geboren, als zoon van Rwandese ouders. Heel snel werd hij door een Vlaams gezin geadopteerd. Oervlaams. Met een Volksunie-activist als vader en met Amedee Verbruggen, frontsoldaat en voortrekker van de Vlaamse Beweging, als grootoom. Het mag niet verwonderen dat hij als kind menige IJzerbedevaart meemaakte. Tot de dag dat zijn vader er scheef bekeken werd omdat hij een zwart kind had meegenomen. Dat kon hij niet maken, luidde het. ‘Niet hier.’

Vandaag, 33 jaar later, worden hij en Lefever nog altijd aangesproken op hun huidskleur. Wat racisme en discriminatie betreft, was 2014 onmiskenbaar een zwart ( pun not intended) jaar. Geert Wilders schreeuwde om minder Marokkanen, het huis van journalist Peter Verlinden en zijn (zwarte) vrouw werd beklad met het woord ‘negers’, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken bleek in het verleden onfrisse uitspraken te hebben gedaan over (het gebrek aan) economische meerwaarde van Marokkaanse, Congolese en Algerijnse migranten, een selfie van het Nederlandse elftal werd onthaald op plat racisme, de krant De Morgen publiceerde een cartoon waarop Obama staat afgebeeld als aap, en intussen staat het land van de president in rep en roer nadat blanke agenten een ongewapende zwarte tiener hebben doodgeschoten en een zwarte man (die ze ervan verdachten illegaal sigaretten te verkopen) in een wurggreep gehouden tot hij stikte. Zo kunnen we nog even doorgaan.

Is de samenleving grimmiger geworden of zijn we nu gevoeliger voor racisme?

Van Bellingen: ‘Dat geloof je toch zelf niet, dat we gewoon gevoeliger zijn geworden? Veel zaken die men vroeger niet hardop durfde te zeggen, zijn nu maatschappelijk aanvaard en worden soms aangemoedigd. Racisme is hier en daar bon ton geworden. De vroegere uitspraken van Jambon en Francken zijn onaanvaardbaar. In andere landen zou dat tot ontslag leiden, hier kunnen ze gewoon aanblijven.’

Lefever: ‘Blanke agenten die negers doden, dat komt heel sterk in de media. Terwijl ik vermoed dat er ook veel blanke agenten zijn die blanken doodschieten. Dat passeert in stilte, maar ho ho als een zwarte het slachtoffer is. Ik mag dat wellicht niet luidop zeggen van jou, maar ik vind racisme een beetje overschat.’

Van Bellingen: ‘Is dat je buikgevoel dat spreekt, of baseer je je op feiten?’

IMG_0917Lefever: ‘Ik spreek uit eigen ervaring: ik heb nooit last gehad van racisme. Echt nooit. En ik vermoed dat mijn twee lichtbruine kinderen er ook geen last van hebben.’

Van Bellingen: ‘Dat kan ik niet geloven. Ik praat niet uit buikgevoel, dat is niet mijn taak. Als je cijfers en onderzoeken bekijkt, kun je alleen tot de conclusie komen dat racisme en discriminatie wel degelijk een groot probleem zijn. Het nieuwste Oeso-rapport bewijst dat personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen een zeer hoog risico lopen op werkloosheid en discriminatie op de werkvloer. Binnen Europa kampen we met een van de laagste tewerkstellingscijfers voor nieuwkomers uit niet EU-landen. Ons onderwijs is eveneens ziek; leerlingen met een migratieachtergrond worden veel sneller naar het TSO en BSO gestuurd, ook al halen ze dezelfde punten. In ons land zijn ontegensprekelijk mechanismen aan het werk die maken dat mensen met een andere achtergrond systematisch uit de boot vallen.’

Lefever: ‘Ik bedoel dat racisme nooit op mij heeft gewogen. Behalve die ene keer. Toen ik bij de scouts door de andere zesjarige kapoenen werd uitgemaakt voor lopende drol. Toen ben ik huilend thuisgekomen. Maar al snel heb ik een pantser rond mij opgebouwd: doe maar, het maakt mij niet uit.’

Hoe gaat u ermee om?

Van Bellingen: ‘Ik ben nooit wenend thuisgekomen. Op dat vlak ben ik altijd heel assertief geweest. Als ik een kind hoorde zeggen: “oei, een zwarte”, dan zei ik: “oei, een witte”. In de Bijbel spreken ze over iemand de andere wang toekeren, dit is een euh. variant daarop. Humor heeft me geholpen. Maar ik moet toegeven dat het met ouder worden verandert. Mijn vrouw wees me er onlangs op dat ik er minder makkelijk mee kan omgaan dan vroeger. Dat heeft te maken met de emmer die op een bepaald moment vol is. Iemand die een racistisch getint mopje maakt, vertelt dat mopje één keer. Maar wij horen die grap wel duizend keer. En wellicht word ik met de jaren principiëler.’

De negerkes van Beerse

Mevrouw Lefever, je hebt net je nieuwste showEn dus toen aangekondigd met de woorden: ‘Natuurlijk ben ik volwassener geworden. Negermopjes hoeven niet meer. U weet inmiddels dat ik een lid ben van het zwarte ras.’

Lefever: ‘Een zwarte die “neger” zegt voor een blank publiek, dat is om een of andere reden altijd scoren. Ik ben nu volledig afgestapt van die negermopjes, het is te gemakkelijk. Ik heb geen zin meer in zelfspot. Ik ben een waardige artiest, ik kan nu liedjes maken en ontroerend en grappig zijn zonder dat ik het woord neger uitspreek.’

U blijft wel consequent ‘neger’ zeggen, is dat om een beetje te provoceren?

Lefever: ‘Ai, nee. Sorry.’

Gek dat u u nu excuseert tegenover ons omdat u uzelf neger noemt.

Van Bellingen: ‘En dan moeten wij geloven dat je er geen complexen over hebt?’

Lefever: ‘Voor mij voelt dat woord heel natuurlijk aan. Ik ben niet voor eufemismen. Wij zijn negers, punt. Dat is toch waar hé?

(Van Bellingen zwijgt.)

Is dat waar, meneer Van Bellingen? Zou u uzelf ooit ‘neger’ noemen?

Van Bellingen: ‘Ik noem mezelf liever Afro-Europeaan. Want wat ben ik nu eigenlijk? Ik ben een Europeaan met Afrikaanse roots.’

Lefever: ‘Ik vind trouwens dat jij zwarter bent dan ik. Voel jij je echt zwart? Toen ik in Rwanda was, voelde ik me absoluut niet zwart. Ik betrapte me erop dat ik dacht: aaargh, al die zwarte mensen rondom mij. Erg hé.’

Van Bellingen: ‘Dat komt omdat mensen die geadopteerd zijn, zoals wij, brugfiguren zijn. In Afrika zijn we niet zwart, hier wel.’

Lefever: ‘Ai lap, daar gaan we, racisme tussen de zwarten onderling.’

Van Bellingen: ‘Of mensen neger mogen zeggen, hangt af van hun intentie. Als ze gewoon vreemdeling bedoelen, heb ik er geen moeite mee. Het is toch meestal wat de mensen denken, al snap ik dat sommigen dat kwetsend vinden.’

Lefever: ‘Maar ik voel me geen vreemdeling! Ik kom uit de Kempen, dat hoor je toch aan mijn accent. Toen ik pas naar Asse was verhuisd, hoorde ik er vaak: amai, u spreekt al goed Nederlands. In de Kempen heb ik dat nooit gehoord. Wij waren met drie geadopteerde kinderen in ons gezin. Wij waren gewoon de negerkes van Beerse, daar werd niet zo verwonderd of abnormaal over gedaan.’

Van Bellingen: ‘Jullie waren daar cultureel erfgoed.’(lacht)

Mevrouw Lefever, in een column schreef u: ‘Geloof me, voor mij zou het echt niet moeilijk zijn om iedere maand een klacht in te dienen wegens racisme. Maar ik zou toch aan alle mensen met een andere huidskleur willen vragen voorzichtig om te gaan met zulke klachten.’

(Van Bellingens wenkbrauwen schieten alle richtingen uit. Hij is kennelijk verontwaardigd, zelfs lichtjes gechoqueerd.)

Lefever: ‘Het woord racisme wordt veel te snel geroepen. Als ik elke keer dat ik vuile neger word genoemd.’

Van Bellingen: ‘De vraag is hoe je erop reageert. Zeg je: het is erg, maar ik kan er niets aan doen? Of zeg je: het is onaanvaardbaar, ik maak er melding van.’

Lefever: ‘De vorige keer toen drie mannen, het waren trouwens Marokkanen – raar hoe die vaak zo tegen negers zijn, mij in de metro uitscholden, heb ik naar een van hen gespuwd.’

Misschien ook niet echt constructief. Wat was hun reactie?

Lefever: ‘Dat weet ik niet. Ik was bang, ben meteen uitgestapt en keihard gaan lopen. Maar het was recht in zijn gezicht. Zo goed ben ik dan weer wel.’

Van Bellingen: ‘Voor jou is het anders; veel mensen kennen je, je kunt je verhaal in de media kwijt.’

Lefever: ‘Maar ik zou dat nooit doen. Heb jij mij al ooit in de media horen klagen over racisme?’

Van Bellingen: ‘Ik vind het jammer dat je dat zegt. In België dienen al zo weinig mensen een klacht in. Meld het toch.’

Lefever: ‘Maar Wouter, word eens realistisch. Wat denk je dat de flikken zullen doen als ik zeg dat iemand op de tram me een lopende drol noemde? Eens goed lachen.’

Van Bellingen: ‘Net daarom. Een klacht indienen kan de bewustwording aanwakkeren. Dat vergroot de kans dat het eindelijk eens serieus wordt aangepakt.’

Lefever: ‘We moeten het niet zo problematiseren. Rosse mensen worden ook gepest, net zoals mensen met een bochel. Iedereen wordt uitgelachen, maar als je zwart bent, is het zogezegd racisme.’

IMG_0910Van Bellingen:(komt haast niet meer bij van het lachen) ‘Dat is het dus ook.I rest my case.’

Lefever: ‘Maar wie een ander uitlacht omdat die roodharig is, zal nooit een boete krijgen. Is het dan fair om iemand die een zwarte uitlacht wel een boete te geven?’

Het gaat natuurlijk verder dan uitlachen en wat pesten. Wat met de discriminatie op de arbeids- en de huurmarkt?

Lefever: ‘Toen ik een huis wilde huren, zei ik altijd meteen aan de telefoon: ik ben wel zwart, is dat een probleem?.’

Van Bellingen: ‘Maar allee, dat is toch erg, dat je zo’n mechanisme ontwikkelt.’

Lefever: ‘Je zult het vast hypocriet vinden dat ik heel blij ben dat mijn kinderen Kobe en Wannes heten. Dat zal hun verdere leven vergemakkelijken.’

Van Bellingen: ‘Het mooiste dat we je schenken, is je naam, zei mijn vader altijd. Hij bedoelde een Vlaamse naam, besef ik nu. Ik ken mensen die hun Marokkaanse naam veranderd hebben om een job te kunnen krijgen. Dat is erg.’

Lefever: ‘Dat is België. Dat is de realiteit.’

Van Bellingen: ‘Daar leg ik mij niet bij neer.’

Lefever: ‘En ik pas mij aan. We moeten niet te veel het slachtoffer uithangen.’

Van Bellingen: ‘Maar dat is juist wat je doet. Je legt je neer bij de feiten, dan ben je een slachtoffer. Terwijl diversiteit net een troef is. Het is nu tijd om alle kansengroepen te laten bijdragen aan de samenleving. Verkleuring kan de vergrijzing oplossen.’

Lefever: ‘Wij zitten nu in een overgangsfase. De samenleving past zich wel aan de realiteit aan. Tegen pakweg 2050 is het heel normaal dat Chinezen en Marokkanen overal leven.’

Van Bellingen: ‘Dat is nu al zo, hé.’

Lefever: ‘Ja, maar helaas vinden velen dat kennelijk niet normaal.’

Kotsen op quota

Komt het vanzelf goed? Is er niet eerst een strijd nodig voor iets normaal wordt bevonden? Kijk naar Ferguson.

Van Bellingen: ‘Je hoeft het niet zo ver te zoeken. In de jaren 70 dacht men hier ook dat die integratie zichzelf wel zou oplossen.’

Lefever: ‘Awel Wouter, het is nu bezig hé. Een beetje geduld.’

Van Bellingen: ‘Maar de tweede en de derde generatie staan er slechter voor dan de eerste. Die zijn hier gekomen om te werken, zij hadden tenminste nog een job. En vanaf 2040 hebben we nieuwe migranten nodig om het probleem van de vergrijzing te tackelen. Dus als we nu nog niet kunnen omgaan met de vorige, wat staat ons dan te wachten?’

U pleit voor meer controles en inspecties. Met boetes neemt u de vooroordelen toch niet weg?

Van Bellingen: ‘Ik geloof wel in de wortel, maar er moet ook een stok zijn. Je kunt blijven positief stimuleren, maar als dat het zoveelste jaar op rij niet opbrengt. Een defensief beleid is eigenlijk een vrijgeleide voor discriminatie. Je moet een offensief beleid durven te voeren. Ik besef dat je daarmee niet de hearts en minds verovert, maar je kunt geen wetteloosheid tolereren. Er bestaan inspecties bij de verschillende overheidsdiensten, het wordt hoog tijd dat ze gebruikt worden. In Vlaanderen is vorig jaar welgeteld één pv opgemaakt voor discriminatie door de Inspectie Werk. Eén. Hoe is dat mogelijk?’

Nog een optie: quota invoeren.
Van Bellingen: ‘Zeker. Ik ben pro, als tijdelijke maatregel.’

Lefever: ‘Maar man, dat levert niets op. Kijk naar de politiek. Bijna alle partijen lokken allochtonen, maar als puntje bij paaltje komt, komen die – op Almaci na – niet aan de bak.’

Waaraan ligt dat?

Lefever: ‘Aan de partijen.’

Van Bellingen: ‘Aan een gebrek aan streefcijfers. Waarom lukt het voor vrouwen in de politiek wel? Omdat is opgelegd dat er bij de eerste twee plaatsen op de lijst een vrouw moet zitten en de lijst voor de helft uit vrouwen moet bestaan. Je moet quota als breekijzer gebruiken, om de arbeidsmarkt open te breken.’

U wilt bedrijven verplichten om bepaalde mensen aan te nemen?

Van Bellingen: ‘Als ze subsidies van de overheid krijgen wel, ja. Als je 2 procent loonlastenverlaging geeft aan bedrijven, wat toch veel geld is, mag je eisen dat ze in ruil een inspanning leveren. Organisaties en instellingen ook. De tijd van vrijblijvendheid moet gedaan zijn.’

Lefever: ‘Denk nu eens als mens, Wouter, en niet als politieker. Ik kots op quota. Ze zijn een belediging.’

U hebt een protestlied gemaakt over de quota op de VRT.

Lefever: ‘Ja, ik werkte daar toen met een diversiteitscontract. Toen ik mijn rubriek had inDe laatste show was de commentaar constant: die is er alleen maar door de quota. Ah ja, zwart, gehandicapt en vrouw; ik was drie kansengroepen in één. Ik moest me voortdurend verdedigen. Maar ik heb talent.’

Van Bellingen: ‘Je bent er door de quota wel geraakt, toch? Ik heb een probleem met mensen die er geraakt zijn dankzij quota en dan achteraf zeggen dat ze er tegen zijn. Geef dan je ontslag, zodat iemand anders er wel dankbaar gebruik van kan maken.’

Lefever: ‘Doordat de termen quota, zwart of gehandicapt erop kleven, worden mensen met een andere huidskleur of een beperking niet naar waarde geschat.’

Van Bellingen: ‘Jouw talent was misschien nooit ontdekt geweest zonder quota. Waar had je zonder dat speciale contract gestaan?’

Lefever: ‘Op dezelfde plaats als nu.’

Van Bellingen: ‘Maar nee, gij.’

Lefever: ‘Ik kon al gitaar spelen vóór de VRT met het diversiteitsplan op de proppen kwam.’

Van Bellingen: ‘Dat lijkt me iets te gemakkelijk. Ik hoor het nog van mensen; nu ik er ben geraakt, hoeven die quota niet meer. Een beetje egoïstisch, toch? Als je er zo over denkt, had je toen moeten weigeren.’

Lefever: ‘Ik was jong en naïef.’

Van Bellingen: ‘Nu ben je volwassen en moet je eigenlijk dankbaar zijn.’

Lefever: ‘Wouter, komaan, wij zouden toch niet in een maatschappij mogen leven waarin je meer kansen krijgt louter omdat je gehandicapt of zwart bent.’

Van Bellingen: ‘Het is een maatregel om iets recht te trekken dat eigenlijk niet rechtgetrokken zou moeten worden.’

Lefever: ‘De idee dat mijn kinderen, die lichtbruin zijn, meer kansen zullen krijgen om op de VRT te werken dan andere kinderen vind ik ronduit obsceen.’

Van Bellingen: ‘Dat zal ook niet gebeuren, want huidskleur is geen criterium om tot de doelgroep nieuwe Vlaming gerekend te worden. Ik kan er bijvoorbeeld niet van profiteren, want mijn ouders zijn ook Vlaams. Tiens, die van jou toch ook? Hoe ben jij er dan eigenlijk geraakt?’

Lefever: ‘Ah, ik ben gehandicapt, hé.’

Rondje blauwepieten

(Er valt een – uitzonderlijke – stilte.)

Lefever: ‘Zeg, hebben wij nu ruzie?’

Van Bellingen: ‘Maar nee, we hebben allebei een positieve boodschap. Het komt wel goed komt met racisme en discriminatie. Als we maar geen bullshit verkopen; diversiteit is een werkwoord.’

 

Mee eens, mevrouw Lefever?

Lefever: ‘Het komt zeker goed. Als we er maar niet overgevoelig over doen. Dat zwartepietengedoe bijvoorbeeld, dat was er zo superzwaar over.’

Van Bellingen: ‘Ik vind dat een heel terechte kwestie.’

Lefever:(verontwaardigd) ‘Allee, dat kan toch niet dat je dat erg vindt?’

Van Bellingen: ‘Het is een princiepskwestie. Hoe ga je in een veranderende samenleving om met een minderheid die ergens problemen mee ondervindt?’

Lefever: ‘Dan kan straks elke bejaarde met een baard zeggen dat hij de figuur van Sinterklaas stigmatiserend vindt. Komaan, het gaat hier om een kinderfeest. Maar dus, jij bent voor Blauwe Pieten?’

Van Bellingen: ‘Dat heb ik niet gezegd. In Brussel hebben ze het goed opgelost: de pieten hadden duidelijke roetvegen. Geen dikke lippen, geen kroeshaar. En geen enkel kind heeft daarom geweend.’

Lefever: ‘Wie maakt problemen van Zwarte Piet? Behalve jij, Wouter, zijn het allemaal blanke mensen.’

Van Bellingen: ‘Ja, omdat andere zwarte mensen bang zijn om zich erover uit te spreken. Het pijnlijke is dat er zelfs geen dialoog over mogelijk blijkt. Wie bezwaren heeft tegen Zwarte Piet, wordt aan de schandpaal genageld. Een samenleving mag een minderheid niet het zwijgen opleggen.’

Wat met de argumentatie van de Franse filosoof Alain Finkielkraut: als alles racistisch is, is niets het nog. Een waarschuwing voor al te veel politieke correctheid die het ‘echte’ racisme banaliseert.

Van Bellingen: ‘De heisa rond Zwarte Piet heeft wel een ruimer debat over discriminatie op gang gebracht. Er komen tientallen onderzoeken van de VN, de Oeso, de Raad van Europa, telkens met heel ontstellende cijfers, zwart op wit, daar rept men met geen woord over. En wanneer iemand een fictieve figuur in vraag stelt, staat het hele land op zijn kop.’

Staat u nog achter uw uitspraak inKnack: ‘Vlamingen hebben meer empathie voor dieren dan voor migranten’?

Lefever: ‘Dat was toch een boutade, hoop ik? Het is zo fout om migranten met dieren te vergelijken.’

Van Bellingen: ‘Het ging over veranderende tradities en voortschrijdend inzicht. Levende visjes drinken in Geraardsbergen of de paardenrennen op straat, die zijn snel verboden na protest. Maar Zwarte Piet, dat is onbespreekbaar. De reacties en bedreigingen die ik daarop gekregen heb, bewijzen dat ik gelijk heb. Het VRT-journaal van de dag na die uitspraak trouwens ook. Het begon met een item over Neroke, de hond uitF.C. De Kampioenen, die gestorven was. En geen woord over dat Oeso-rapport.’

IMG_0906Van Bellingen raakt weer helemaal op dreef. Hij is niet meer te stoppen, verdenkt de media en de politiek ervan op polarisatie belust te zijn. ‘Kijk naar de beleidsverklaringen, ik hoor “verbinden en vertrouwen geven”, maar in de beleidsbrief Werk en ook bij Integratie en Inburgering lees ik vooral eenzijdig aanpassen.’

Over Homans gesproken. Mevrouw Lefever, u lijkt haar stelling ‘racisme is relatief’ te volgen.

Lefever: ‘Ik zou het toch graag anders verwoorden. Ik ben het nooit eens met Homans, dat is nu voor mij een princiepskwestie. (lacht) We moeten niet te snel schermen met het woord racisme. Maar als het echt aan de hand is, is er niets relatief aan. Dan is het gewoon erg. Punt.’

Van Bellingen: ‘Eindelijk, ze werpt haar harnas af. Dat heeft dan twee uur en twee wijntjes geduurd.’

Tijd voor een wereldverbeterende boodschap. Noem drie maatregelen om racisme tegen te gaan die prioritair zouden moeten zijn.

Van Bellingen: ‘De hervorming van het onderwijs die op stapel staat, doorvoeren, met een brede eerste graad. Daarnaast streefcijfers gebruiken voor de tewerkstelling. En laatste punt: maak dat individuele meldingen niet individueel blijven. Maak er iets collectief van. Mijn eigen persoonlijke probleem is uitgemond in een massahuwelijk(In 2007 weigerden enkele koppels uit Sint-Niklaas zich te laten huwen door de toenmalige schepen Van Bellingen wegens zijn huidskleur. Uit sympathie lieten meer dan 600 koppels zich tegelijk door hem trouwen, red.). Dat was het begin van mijn hernieuwd maatschappelijk bewustzijn.’

Een pleidooi voor class actions tegen racisme?

Van Bellingen: ‘Ja, dat kan een taak zijn van ons Minderhedenforum. Een beetje wat Testaankoop voor de consumenten doet.’’

Lefever: ‘Nu is het aan mij. Eén:IMG_0916 minder focussen op quota. Twee: Niet zo stuurs blijven hameren op anderstaligen verplicht Nederlands laten leren. Een meertalige samenleving biedt een meerwaarde. En drie – en dat is mijn punt ten gronde – probeer eindelijk eens mensen met een andere huidskleur of andere culturele achtergrond als normaal te beschouwen.’

Van Bellingen valt in: ‘Je kunt niet alles afschuiven op het individu.’ Er volgt een enthousiaste woordenstroom. Lefever probeert te onderbreken: ‘Wouter, volgens mij is het interview gedaan.’ Hij repliceert: ‘dat kan mij niet schelen’ en gaat gezwind verder. Toch nog een vraag voor Lefever: is Van Bellingen te politiek correct? ‘Ja, maar vooral; hij praat te veel.’ Van Bellingen schrikt op. ‘Waaat?! Ik politiek correct? Kijk eens naar mijn carrière, daar is niets politiek correct aan.’

Lefever: ‘Wouter, ik zie u graag.’

Van Bellingen: ‘Ik u ook.’

Lefever: ‘Kom, we gaan een selfie maken.’

Filip Rogiers en Ann-Sofie Dekeyser, foto’s Fred Debrock
Bijlage “DS Weekblad”,
Copyright © 2015 Corelio. Alle rechten voorbehouden

 

 

 

 

 

 

Categorieën:Media, Minderhedenforum, Pers

Discriminatie: na woorden ook daden. Opiniestuk De Morgen

Vorige week ontstond er heel wat commotie over de stelling die ik in Knack (29/10) poneerde dat Vlamingen kennelijk meer gevoelig zijn voor dieren dan voor mensen met een migratieachtergrond. Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt. Door zowel de positieve als de negatieve reacties heen liep één rode draad: bijna niemand ontkende de stelling. In een lange reeks negatieve reacties op nieuwssites en Facebookpagina’s werden mensen met een migratieachtergrond ontmenselijkt. Ironisch genoeg bewijst dat mijn stelling.
Het jammere was dat velen dachten dat ik mensen verdeelde in twee kampen: ‘de Vlamingen’ en ‘mensen met een migratieachtergrond’. Dat is een misvatting: als ik over ‘de Vlaming’ spreek, bedoel ik precies iedere inwoner van Vlaanderen, ongeacht zijn afkomst. Of blijft iedereen met een migratieachtergrond altijd een ‘vreemdeling’?
Wie het Knack-interview gelezen heeft, weet dat ik het betreur dat er steeds gefocust wordt op wat ons scheidt in plaats van wat ons bindt. Want we zullen samen onze welvaartsstaat overeind moeten houden. De verkleuring kan immers de vergrijzing oplossen. Zo kan het miljarden opbrengen als we de werkzaamheid van mensen met migratieachtergrond verdubbelen. Wat houdt ons nog tegen?
De periode dat we dachten dat discriminatie met de tijd vanzelf zou weggaan, ligt achter ons. We evolueren naar een samenleving waarin iedereen zijn mensenrechten kan opeisen. Dat kader draagt bij tot het beoordelen van het probleem en het kiezen van de juiste oplossing. Want enkel maatregelen die de discriminatie actief bestrijden, verwezenlijken ook die mensenrechten.
Een eerste stap is de openlijke afkeuring van discriminatie. Daarom ben ik blij dat minister-president Geert Bourgeois recentelijk zei dat discriminatie van ‘vreemdelingen’ moreel verwerpelijk is. En dat Vlaams minister van Gelijke Kansen, Liesbeth Homans (DM 31/10) duidelijk verklaarde dat racisme en discriminatie misdrijven zijn en slachtoffers hiervan gesensibiliseerd moeten worden om stappen te ondernemen. Maar aan die woorden moeten ook daden gekoppeld worden.
Want discriminatie wordt niet door iedereen als verwerpelijk – en een misdrijf – beschouwd. Anderen, zoals Mathias Storme (DS 31/10) en Patrick Loobuyck (DM 28/10), vinden dat discriminerende handelingen zelfs een fundamentele vrijheid zijn. De overheid moet daarom een antidiscriminatiebeleid voeren gericht op het sensibiliseren en het informeren van slachtoffers, het sanctioneren van daders en de invoering van noodzakelijke positieve acties om de gevolgen van discriminatie weg te werken of te compenseren.
De beeldvorming in de media beïnvloedt onbewust hoe we naar de ander kijken. Ze is vaak subtiel en daarom minstens even gevaarlijk. We hebben niet in de gaten dat we slechte lucht inademen. Misschien moet de media CO-melders installeren.
Het is tijd voor een maatschappelijk debat over discriminatie en racisme, waarvoor in de eerste plaats de politiek verantwoordelijkheid draagt. Verbieden van discriminatie alleen brengt geen zoden aan de dijk. Wat nodig is, is een nationaal en geïntegreerd antidiscriminatiebeleid. Meer nog, al meer dan twaalf jaar blijft ons land in gebreke om een actieplan racisme op te maken. Het voorziene integratiepact van de Vlaamse regering kan een eerste belangrijke stap zijn als dat kan evolueren naar een verbindingscontract voor de hele samenleving. Geachte premier Michel, een nationale conferentie hierover dringt zich meer dan ooit op.

Wouter Van Bellingen

Directeur Minderhedenforum

De Morgen.

Eerbetoon aan Wim Schamp: O captain! My Captain!

O Captain! My Captain! our fearful trip is done;
The ship has weather’d every rack, the prize we sought is won;
The port is near, the bells I hear, the people all exulting,
While follow eyes the steady keel, the vessel grim and daring:

But O heart! heart! heart!
O the bleeding drops of red,
Where on the deck my Captain lies,
Fallen cold and dead.

O Captain! My Captain! rise up and hear the bells;
Rise up—for you the flag is flung—for you the bugle trills;
For you bouquets and ribbon’d wreaths—for you the shores a-crowding;
For you they call, the swaying mass, their eager faces turning;

Here captain! dear father!
This arm beneath your head;
It is some dream that on the deck,
You’ve fallen cold and dead.

My Captain does not answer, his lips are pale and still;
My father does not feel my arm, he has no pulse nor will;
The ship is anchor’d safe and sound, its voyage closed and done;
From fearful trip, the victor ship, comes in with object won;

Exult, O shores, and ring, O bells!
But I, with mournful tread,
Walk the deck my captain lies,
Fallen cold and dead.

Walt Whitman.

Categorieën:Media, Mening, SOS 2012 Tags:

Van een ongemakkelijke waarheid naar een verbonden samenleving ( de uitgebreide versie)

Vorige week ontstond er heel wat commotie over de stelling die ik in De Knack (29/10) poneerde dat Vlamingen kennelijk meer gevoelig zijn voor dieren dan voor mensen met een migratieachtergrond. Blijkbaar heb ik een “gevoelige snaar” geraakt, een “inconvenient truth” luidop gezegd. Doorheen zowel de positieve als de negatieve liep één rode draad: bijna niemand ontkende deze stelling. In een lange reeks negatieve reacties op de nieuwssites en facebookpagina’s werden mensen met een migratieachtergrond ontmenselijkt. Een aantal van deze reacties: “Een dier geef je liefde en krijg je liefde van, een migrant geef je geld en  je krijgt een stamp in je kont of erger” ., “Die ‘neger ’ of ‘zwarte piet’ moet ‘zijn bakkes houden’”. En dit zijn nog enkel de meest “kuise” reacties. Ironisch genoeg bewijzen deze reacties mijn stelling.

Het jammere was vooral dat velen dachten dat het ging over een wij & zij-verhaal, dat ik mensen verdeelde over twee kampen, zijnde ‘de Vlamingen’ en ‘mensen met een migratieachtergrond’. Dat is een misvatting: als ik over ‘de Vlaming’ spreek, bedoel ik precies iedere inwoner van Vlaanderen, ongeacht zijn afkomst. Wij zitten allemaal in dezelfde schuit. Of blijft iedereen met een migratie-achtergrond altijd een “vreemdeling”? Een oude en negatief beladen term die misschien toch nog actueel is omdat hiermee eerlijk wordt geduid hoe de samenleving “mensen met een migratieachtergrond”na meer dan 50-jaar migratie nog steeds percipieert.

Wie het volledige Knack-interview gelezen heeft, weet dat ik het betreur dat er steeds gefocust wordt op wat ons scheidt in plaats van wat ons bindt. Want we zullen samen onze welvaartstaat moeten overeind houden. De verkleuring kan immers de vergrijzing oplossen. Zo kan het onze schatkist miljarden opbrengen als we de werkzaamheid van mensen met migratieachtergrond  verdubbelen. Vandaag staan we op een keerpunt. Ik merk het in mijn gesprekken met werkgeverfederaties, vakbonden en mediaconcerns dat er een besef is,een sense of urgency om discriminatie actief te bestrijden. Wat houdt ons nog tegen?

De periode dat we dachten dat discriminatie met de tijd van zelf zou weggaan, ligt gelukkig achter ons. Discriminatie staat dan ook nog altijd de werkelijke toegang tot mensenrechten in de weg, niet enkel voor mensen met een migratieachtergrond, maar ook voor mensen met een beperking, mensen met een laag inkomen, alleenstaanden en zelfs kinderen en jongeren. Al evolueren we geleidelijk naar een samenleving waarin iedereen zijn mensenrechten kan opnemen: het recht op onderwijs, recht op werk, recht op wonen, recht op spelen…

Het  mensenrechtenkader draagt bij tot het beoordelen van het probleem en het kiezen van de juiste oplossing.  Want enkel maatregelen die de discriminatie actief bestrijden, verwezenlijken ook deze mensenrechten.

Een eerste, grote stap is de openlijke afkeuring van discriminatie. Daarom ben ik blij dat minister-president Bourgeois recent op een meeting van werkgevers zei dat discriminatie van “vreemdelingen” moreel verwerpelijk is.

Ik ben ook verheugd te lezen in De Morgen (31/10) dat Vlaams minister van gelijke kansen, mevrouw Homans, duidelijk verklaarde dat racisme en discriminatie misdrijven zijn. En dat slachtoffers hiervan gesensibiliseerd moeten worden om stappen te ondernemen. Maar zowel aan de woorden van Bourgeois en Homans moeten ook daden gekoppeld worden. Want helaas wordt discriminatie niet door iedereen als moreel verwerpelijk beschouwd en evenmin als een misdrijf beschouwd. Sommigen vinden zelfs dat racisme een relatief begrip is. Nog anderen, zoals Prof. Mathias Storme (DS 31/10) en Prof. Loobuyck (DM online 28/10), vinden dat het stellen van discriminerende handelingen zelfs een fundamentele vrijheid is. Ik vraag daarom aan onze excellenties om een antidiscriminatiebeleid te voeren gericht op sensibiliseren en informeren van slachtoffers , sanctioneren van daders en de invoering van noodzakelijke positieve acties om de gevolgen van discriminatie weg te werken of te compenseren. Als bijvoorbeeld een bekende voetbaljournalist, tevens columnist bij De Morgen, de trainer van “zwarte jongens” een “straathoekwerker” noemt, zonder zijn stelling hard te maken, zonder aan te tonen dat er een probleem met ‘die jongens’ zou zijn, dan schetst hij een ongegrond, stereotyp beeld. Die beeldvorming in de media beïnvloedt onbewust hoe we naar de ander kijken. Die beeldvorming is vaak subtiel en daarom minstens even gevaarlijk. We hebben niet in de gaten dat we slechte lucht inademen. Misschien moet de media CO-melders installeren.

Er moet tegelijk verder werk gemaakt worden van het aanpakken van de oorzaken van discriminatie en daarin moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. De minder sterke sociale en economische machtspositie van mensen met een migratieachtergrond is een belangrijke factor die mede ten grondslag ligt aan discriminatie. Het feit dat bijna 50% van mensen met migratieachtergrond onder  de armoedegrens leeft, vertelt ons dat daar nog veel werk aan de winkel is. Versterking van die positie kan dan ook bijdragen aan de strijd tegen discriminatie.

Het is tijd  voor een groot maatschappelijk debat over discriminatie en racisme, waarvoor in de eerste plaats de politiek verantwoordelijkheid draagt. Verbieden van discriminatie alleen, heeft geen zoden aan de dijk gebracht. Wat nodig is, is een nationaal en geïntegreerd antidiscriminatiebeleid. Wat tot op heden ontbreekt. Meer nog, al meer dan 12 jaar blijft ons land in gebreke om een nationaal actieplan racisme op te maken. Een actieplan die België heeft toegezegd op de VN-racismeconferentie van 2002. Het voorziene integratiepact van de Vlaamse regering kan een eerste belangrijke stap zijn als dat kan evolueren naar een verbindingscontract voor de hele samenleving. Geachte Premier Michel een nationale conferentie hierover dringt zich meer dan ooit op.

Binnen de huidige context kan de aanpassing van een ‘onbedoeld’ of ‘onschuldig’ Sinterklaasgebeuren met zwarte pieten een rol van betekenis spelen. Door de bestaande machtsverhoudingen blijven verschillen in sociale en economische posities in stand. Het doorbreken van die situatie vereist een aanpak waarin alle mensenrechten – burgerrechten, politieke rechten en economische, sociale en culturele rechten – aan bod komen. Hierbij zijn participatie en dialoog randvoorwaarden voor onze samenleving waarin iedereen zijn fundamentele mensenrechten ook in de praktijk kan opnemen. Hopen op een discriminatievrije samenleving is dus niet genoeg, we moeten ons ervoor inzetten en duidelijk blijven maken dat discriminatie onaanvaardbaar is en blijft. Mijn inzet en onze inzet als etnisch-culture minderheden is er alvast. Wij reiken alvast de hand uit naar iedereen die met ons aan een warm en tolerant Vlaanderen wil werken.

%d bloggers liken dit: