Archief

Archive for the ‘Media’ Category

Tijd om eens een koffietje te gaan drinken.

Beste Nozizwe

Ik moet zeggen dat toen ik uw brief op twitter las. Ik eerst sprakeloos en dan diep ontroerd was. Je weet het niet, maar jouw kandidatuurkaartje voor de Vlaams jeugdraad staat nog steeds op mijn buro. Het was jouw moeder die bij mij langs kwam met de vraag om jou te steunen. Het deed me direct denken aan mijn eigen mama, die voor mijn eerste verkiezingscampagne in regen en wind voor mij flyerde. Ook al zei ik tegen haar dat ze dat niet moest doen. Maar je kent ze, onze moeders. We hebben het niet van vreemden.

Ook al hebben we elkaar nog nooit echt gesproken, sinds die dag voelde ik met jou verbonden. En volg ik jou op de voet. Jouw verkiezing binnen de Vlaamse Jeugdraad. En daarna als voorzitter. Ik was super fier, de eerste zwarte voorzitter van de jeugdraad. Mijn heldin.

Maar het mooiste moest nog komen. Dit jaar werd je als eerste Belgische, ‘Young European of the Year’. Een rolmodel voor jongeren in Europa. Meer dan verdiend! Ik ben overtuigd dat mensen later pas gaan beseffen wat een eer dit voor ons land was.

Weet je Nozizwe? Vandaag is het een feestdag. Bijna 70 jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens aan. Het zijn dagen als vandaag dat ik met respect terug kijk op de realisaties van het verleden. Maar het werk is nog niet af. Het werk zal nooit af zijn tot de dag dat iedereen het leven kan leven, zoals m/v/x het wil.

Ik wil je alvast meegeven dat ik je door dik en dun zal steunen. Want het publieke leven dat jij kiest, is niet makkelijk, maar is jouw weg. Een voorbeeld voor mezelf is Mathama Ghandi. Hij heeft zoveel bereikt met zijn geweldloos verzet en zijn kordate vriendelijkheid. Hij zag steeds het goede in de mens. En vooral, hij heeft nooit kwaad met kwaad vergeld.

Tenslotte wil ik je met jou een goeie raad delen, die mijn moeke me meegaf: ‘Maak nooit een compromis met jezelf. Het is een slappe houding. En het is jezelf een beetje beliegen. Sta steeds achter jouw ideeën ook al is dat soms moeilijk. Maar als je dat niet doet, verminder je jezelf en jouw zelfrespect in waarheid en liefde. Soms is dit gemakkelijk en soms heel moeilijk.’

Maar nog belangrijker is dat je weet dat je nooit alleen staat en diegene waar je het voor doet, het weten. Want op een dag krijg je dan een brief van iemand die jou heel erg bewondert.

Maar nu eerst volle gas gaan voor jouw diploma !

Met oprechte groeten,

Wouter Van Bellingen

PS

Het wordt nu echt wel eens tijd dat we eens een koffietje gaan drinken 😉

Advertenties
Categorieën:Integratiepact, Media, Mening, Pers

“Integratie is iets dat we met zijn allen en ons hele leven doen”

Elke zaterdag vraagt De Ochtend iemand om ons zijn of haar held van de week een brief te schrijven. Deze week schrijft Nozizwe Dube, studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad, een brief aan Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact.

Beste meneer Van Bellingen,

“Integratie is iets wat je heel jouw leven doet, Nozizwe”, zei mijn moeder tegen de veertienjarige ik. “En het werkt langs twee kanten. Aan de ene kant ben jij er, de nieuwkomer, die de nieuwe taal leert. Aan de andere kant de autochtonen, die ook met jou in dialoog willen gaan. Enkel zo werkt het”, voegde ze eraan toe.

Vandaag, acht jaar later, denk ik nog vaak aan integratie. Ik kan niet anders, de media en het publiek debat worden door deze en andere gerelateerde thema’s gedomineerd. A sign of the times.

Op 22 november 2017 publiceerde de Koninklijke Boudewijnstichting haar onderzoek over de institutionele discriminatie en het racisme waarmee medeburgers uit voormalige Belgische kolonies te maken krijgen. Het ging hier niet om mensen die racisme een relatief begrip maken dat gebruikt wordt voor hun persoonlijke mislukkingen. Het onderzoek toonde de structurele afwezigheid van kansen en de institutionele discriminatie van veel zwarte medeburgers in het onderwijs, de arbeids- en huisvestingsmarkt. Het onderzoek houdt ons als Belgische samenleving een spiegel voor.

Donderdag 7 december 2017 las ik met veel interesse uw interview over het integratiepact in De Standaard. U kondigde aan dat het integratiepact, waar u al een tijdje aan werkt, een systeemverandering wil waarmaken. U wilt vooral geen pact waar iedereen snel zijn handtekening onder zet en er vervolgens niet meer naar kijkt.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen. Nee, integratie is iets dat we met zijn allen en voor ons hele leven doen. Onze maatschappij is toch voortdurend in verandering?

Het vraagt het grootste doorzettingsvermogen en passie om je in te zetten voor een duurzaam project dat de institutionele struikelblokken, die in de weg staan van gediscrimineerde medeburgers, wegwerkt. Het vergt veel geduld om voorbij de polarisering te durven kijken en in stilte voort te timmeren aan een project waar de hele samenleving mee vooruit gaat.

Tussen het rumoer van de doemdenkers en de afwezigheid van verontwaardiging uit politieke hoek over structurele discriminatie, deed het deugd om te zien dat er wel nog mensen zijn die actief op zoek gaan naar oplossingen.

Mijn bewondering voor uw werk is groot, meneer Van Bellingen.

Met vriendelijke groeten,

Nozizwe Dube

Nozizwe Dube (22 jaar) is studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad. Ze schrijft dit brief in eigen naam.

https://radio1.be/integratie-iets-dat-we-met-zijn-allen-en-ons-hele-leven-doen

Categorieën:Integratiepact, Media, Pers

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

 ‘Allochtonen zullen nooit integreren op onze voorwaarden’, artikel Jelle Henneman.

De enorme kloof tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht in een voor iedereen hertimmerde samenleving, schrijft journalist Jelle Henneman.De Engelse th-klank in woorden als think en mother dreigt uit de taal te verdwijnen omdat de vele immigranten in Groot-Brittannië hem ook na generaties maar niet onder de knie krijgen. Linguïsten voorspelden recent dat tegen 2066 niemand de tongbreker, uitgesproken met een lichte tik van de tong tegen de bovenste tandenrij, nog zal gebruiken. Ook de autochtone Engelsen niet.

Mother en think worden dan gewoon muvver en fink . Het th-overblijfsel uit het Cockney-dialect en het zogenaamde received pronunciation zullen niets meer dan een anachronisme zijn. In dat artikel uit The Telegraph zit een boodschap, maar die heeft niets met het Engels te maken.
De les die de ten dode opgeschreven ‘th’ voor ons allemaal in petto heeft, is dat migranten samenlevingen veranderen. En niet alleen de taal, of andere onverdachte veranderingen als onze culinaire traditie of de sporthelden die we toejuichen. Samenlevingen die geconfronteerd worden met grote groepen migranten veranderen fundamenteel; in de waarden die ze voorstaan, en in het beeld dat ze van zichzelf hebben en uitdragen. Extreemrechts heeft gelijk. En dat is geen mening, laat staan een wens, wel een realiteit die onvermijdelijk opduikt uit de geschiedenis van landen en culturen die zo’n verandering al hebben doorgemaakt.
Het blijft een lacune in het Europese debat rond diversiteit dat de ervaringen van zulke landen niet worden meegenomen. We kijken naar diverse samenlevingen als de Verenigde Staten, Canada of zelfs het oude Romeinse Rijk alsof die altijd een etnische en religieuze mengelmoes waren. Terwijl zij allemaal op het punt hebben gestaan waar Europa zich nu zo druk over maakt. De grote migraties van de negentiende en begin twintigste eeuw veranderden de VS van een gemeenschap die zich definieerde als blank Angelsaksisch en protestants in een natie die verder ging onder de vlag van de Amerikaanse droom, waar iedereen alles kon bereiken.
Het diepconservatieve blanke Canada veranderde in de jaren zeventig in een land dat het multiculturalisme – in Europa stilaan synoniem met een naïeve ideologische dwaling – officieel inschreef als een deel van de nationale identiteit. Geloofde je er niet in, dan was je prompt geen echte Canadees meer. En het Romeinse keizerrijk dat na de eerste veroveringstochten vorm kreeg, stond voor een compleet ander wereldbeeld dan de etnisch gedefinieerde republiek.
Bechamelsaus
De bewijslast van de geschiedenis staat in schril contrast met wat wij vandaag van onze diversiteit verwachten. Nog steeds blijven politici en opiniemakers ervan uitgaan dat burgers met een migratieverleden of -achtergrond zich zullen integreren in het waardepakket dat de traditionele bevolking hun voorschotelt.
Afhankelijk van de politieke ideologie gaat die geëiste integratie verder of minder ver – van alles behalve ‘bloemkool met bechamelsaus’ (de woorden van de Antwerpse N-VA-diversiteitsschepen Fons Duchateau) tot de almaar herhaalde verlichtingswaarden rond religie, vrouwen en seksualiteit. Maar het is allemaal praat voor de vaak. Zo’n integratie op onze voorwaarden komt er niet. Eenvoudigweg omdat ze in al de keren dat ze in de geschiedenis al luidop geëist is door gastsamenlevingen (en dat is een constante), nooit is voorgekomen. Nooit.
Het is de hoogste tijd om dat schijngevecht te stoppen. De enorme kloof die in zowat heel Europa gaapt tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht als we allemaal mee het bad in worden getrokken van een voor iedereen hertimmerde samenleving. Waar er opnieuw zal moeten worden gesproken over de plaats van religie – en nee, het maakt niet uit dat we die strijd gestreden dachten te hebben. Waar seksualiteit weer bevochten zal worden, ook voor vrouwen en homo’s. En waar de definitie van wat het betekent om Belg of Europeaan te zijn niet langer alleen in de handen blijft van zij die al het langst tot die groepen behoren. Het is tijd dat onze leiders de moed opbrengen om die realiteit eerlijk te verkondigen, en ze als basis te nemen voor het diversiteitsbeleid.
Nieuwe ‘wij’

Dat ook het ‘wij’ zal veranderen, is een open deur intrappen. In de grote steden wordt het stilaan moeilijk om pratende jongeren blind in autochtoon en allochtoon op te delen. Maar het zal veel verder gaan. Dragen meisjes binnenkort allemaal een hoofddoek? Hoegenaamd niet. Maar is het ondenkbaar dat de jeugd het zelf niet meer gepast zal vinden om in een niemendalletje op een strand te verschijnen? Misschien wel.

Zullen komende generaties zich later schamen om onze koloniale geschiedenis, en de monumenten en Zwarte Pieten die daaraan herinneren eensgezind in de ban slaan? Perfect mogelijk. Wordt de aanklacht tegen onverdoofd slachten de aanzet voor een ethische benadering van de hele veeteelt? De eerste discussies gaan in die richting. Hoe het nieuwe ‘wij’ eruit zal zien, valt onmogelijk te voorspellen. Maar het zal niet zo comfortabel dicht liggen bij wat we gewend zijn als we nu denken.

aantal lezers: 45.460
Jelle Henneman, Knack online

Categorieën:Media, Mening, Pers

We zijn het Minderhedenforum en vertegenwoordigen dus minderheden.

Als we als Minderhedenforum al geen minderheden meer mogen verdedigen…’ Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum is wat ontgoocheld in minister Homans, maar hij bergt de vraag naar een neutralere Zwarte Piet op tot na 6 december.

Het eerste Pietenpact is nog maar net geschreven, of er is al sprake van een tweede Pietenpact dat de afspraak maakt om tot na 6 december niet meer over Sinterklaas en Zwarte Piet te spreken. Maar tot Sinterklaas is langsgeweest, wil Wouter Van Bellingen van het Minderforum er eigenlijk niet meer over spreken.
Wouter Van Bellingen: ‘’Ik ben vanmorgen vroeg rond vijf uur in mijn pen gekropen en haarfijn neergeschreven wat er te zeggen viel. We zijn tevreden over het eerste Pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke stap is. Maar voor sommige mensen blijft Zwarte Piet nog kwetsend omdat onder meer door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. Het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. Voor ons moet het pact een blijvende dialoog zijn en daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen.’

Jullie eerste reactie was eerder voorzichtig, maar werd snel geïnterpreteerd als een afwijzing.

‘Ik ben blij dat u het zegt. We hebben letterlijk gezegd dat we blij waren met een zo zeer gedragen pact. En vooral met de moed van de ondertekenaars. Maar we hebben ook gezegd dat we er nog vragen bij hadden en dat we daarover in dialoog wilden gaan met de opstellers.’
Was u verrast door de hevige reacties op het pact omdat het onze Vlaamse tradities zou aantasten?

‘Het toont aan dat onze maatschappij in transitie is, in beweging. En dan is het gewoon belangrijk om hierover met mekaar op een volwassen manier in dialoog te gaan om zo tot oplossingen te komen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Daarom willen we ook dat er over het Pietenpact kan gepraat worden.’

Maar niet nu.
‘Neen, absoluut niet. Ik onderschrijf helemaal de gedachte dat dit nu, in de aanloop naar 6 december, een bijzonder slecht moment is voor een groot pietendebat. Sinterklaas is een kinderfeest en dat moet zo blijven. Daarom is het vandaag de laatste keer dat ik erover spreek tot 6 december.’

Intussen is minister Homans boos. Ze verwijt u dat u niet spreekt voor uw achterban. Die achterban ligt namelijk niet wakker van Zwarte Piet.

‘Sorry. Ik ben niet uit op een polemiek met mevrouw Homans, want wij hebben een heel goede relatie eigenlijk. Maar ieder speelt zijn rol. Zij is minister, wij zijn een forum voor etnisch culturele minderheden, het middenveld. En wij zijn als onafhankelijke organisatie van plan die rol en verantwoordelijkheid steeds op te nemen.’

‘Want ook al zou het maar een minderheid zijn die problemen heeft met Zwarte Piet, dan willen wij ook die minderheid vertegenwoordigen. Als zelfs het forum voor etnisch-culturele minderheden al geen rekening meer zou houden met minderheden, waar zouden we dan staan?’

‘Ik ben erg blij dat velen geen probleem hebben met Zwarte Piet, maar dat betekent niet dat er anderen zijn die zich wel gekwetst voelen.’

Toch zou ik denken dat u belangrijkere zaken aan het hoofd hebt.

‘Precies! Neem de armoedecijfers erbij, de werkloosheid, leerachterstand, huisvesting… dan weet u dat minderheden grotere problemen hebben en dat wij dus met andere dingen bezig waren dan het Pietenpact. We waren ook niet bij de opstelling van het pact betrokken, precies omdat we wel iets belangrijkers aan het hoofd hebben.’

‘Ik wil daarmee de discussie niet minimaliseren, ik wil ze enkel in perspectief plaatsen en iedereen uitnodigen op onze Openforumdag van 10 december waar we met workshops en panelgesprekken die andere belangrijkere thema’s in dialoog willen bespreken.’

En hoe moet het dan met de Zwarte Piet zonder kroeshaar of dikke lippen?

‘U begrijpt nu vast dat de gesprekken over het Pietenpact met Deburen (organisatie achter het pact, red) ten vroegste pas na 10 december zullen plaatsvinden en dan zien we wel waar het compromis ligt.’

De Standaard, BART DOBBELAERE

Categorieën:Media, Minderhedenforum

Stoor ik? Jo Van Damme belt met Wouter Van Bellingen (Opgelet is satire en geen echt interview)

We worden niet elke dag gebeld door Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum. Hij vindt dat Zwarte Piet geen kindervriend is, maar een negerslaaf. De roetpiet (zoals voorzien in het fameuze Pietenpact) is volgens hem geen bevredigend alternatief.
‘De roetpiet is een goede stap, maar geen eindpunt, meneer Van Damme. De hele figuur moet herbekeken worden, niet alleen de huidskleur, het kroeshaar en de rode lippen.’
‘U hebt problemen met de uitdossing van de roetpiet?’
‘Bijvoorbeeld. Die veelkleurige pagekledij, die pofbroek, het verwijst allemaal duidelijk naar de zwarte kinderslaven van vroeger.’
‘Eigenlijk moet de roetpiet gewoon een jeans en een wollen trui dragen, zoals iedereen?’
‘Of een deftig pak, eventueel iets casual chic. Waarom moet Piet er als een halve schooier uitzien?’
‘Tja, met die roetvegen.’
‘Voilà, nu wordt de indruk gewekt dat Piet het niet zo nauw neemt met de hygiëne. Een koloniale fabel. Waarom krijgt hij trouwens een beroep zonder veel toekomst? Over tien jaar zijn er misschien geen vuile schoorstenen meer. Niet uitgesloten met de nieuwe generatie condensatieketels.’
‘En wat met “Zijn knecht staat te lachen”?’
‘Uit betrouwbare bron: hij lacht níét. Of hoogstens zuur. Omdat hij geen knecht wil zijn. In zijn hart is hij zaakvoerder.’
‘U vindt het eveneens niet kunnen dat het altijd Sinterklaas is die op het paard zit? Piet wil ook af en toe eens in het zadel?’
‘En zijn mooie pak vuilmaken zeker? Nee, Piet komt gewoon met de auto. Of met de bakfiets, want Piet is best milieubewust.’
‘Wil Piet eigenlijk nog gezien worden in het gezelschap van een ouwe malle man in een jurk, op een schimmel?’
‘Eigenlijk niet. Maar we moeten ook aan de werkgelegenheid denken. Waar vindt Piet nog een deftige job zonder Sinterklaas?’
‘Bij Het Vlaams Minderhedenforum?’
‘Het zou wel plezierig zijn als we de discussie op een volwassen manier konden voeren, meneer Van Damme.’
‘Verwittig als het zover is, meneer Van Bellingen.’

Categorieën:Media, Minderhedenforum, Pers

Geen pietendebat meer in aanloop van 6 december.

Vandaag roept De Morgen-journalist Bart Eeckhout op voor een tweede Pietenpact. Het Minderhedenforum is bereid dit tweede Pietenpact te onderschrijven om in aanloop van 6 december geen pietendebat te houden.
Eerste Pietenpact was nog niet rijp.

Voor alle duidelijkheid zijn we tevreden over het eerste pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke, volgende stap is in een proces van verandering, van maatschappelijke transitie. Maar voor sommige mensen blijft de huidige figuur nog kwetsend omdat o.a. door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. En het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. En voor ons moet het pact dus dynamisch zijn en niet statisch. Daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen. De commotie van het voorbije weekend bewijst dat het eerste Pietenpact nog niet rijp was. Daarom zijn we bereid om de dialoog aan te gaan met DeBuren initiatiefnemer van het eerste pietenpact en zijn mede-ondertekenaars.
Dialoog blijft noodzakelijk.

Daarom is het belangrijk de dialoog verder aan te gaan. Te blijven praten tot we een compromis vinden waar iedereen zich kan achter stellen. Waar iedereen zich kan in erkennen. Daarom geloof ik echt in die kracht van verandering. Waar eerst sinterklaas een figuur was zonder knecht, dan met een knecht, dan terug zonder knecht en nu met verschillende knechten Ook hier zien we een transitie naar meer gelijkwaardig tussen de positie van Sinterklaas en zijn knechten. Momenteel voorgesteld door een roetpiet en verschillende pieten. 
Slechte timing verziekt het debat.

We betreuren vooral ook de timing van de lancering van het eerste pact omdat deze discussie vandaag ook impact heeft op kinderen. Wat niet zou mogen. Want zo dreigen we één van de mooiste momenten van het jaar het Sinterklaasfeest te bezoedelen met een discussie tussen volwassenen. Sommigen beweren dat zulke maatschappelijke discussies enkel het populisme versterkt. Ik ben hiervan niet overtuigd. Het probleem ligt dat mensen zich te weinig erkend voelen. Net door op respectvolle manier in dialoog te treden voelen mensen zich erkend en gewaardeerd.
Lang leve het Sinterklaasfeest.

Iedereen die me kende als schepen weet dat ik persoonlijk niks heb tegen Sinterklaas. Integendeel als jeugdschepen bevoegd voor Sinterklaas heb ik er voor gezorgd dat Sinterklaas een hoogdag is voor alle kinderen in Sint-Niklaas en het Waasland met een huis van de Sint ,dag van de Sint die gisteren werd georganiseerd . Het klopt dat ik in als ‘sint’schepen een satirisch filmpje opnam over Zwarte Piet. Meer nog als 18-jarige speelde ik zelfs zwarte piet bij de scouts en als kind ontving ik zoals alle kinderen speelgoed. Maar vandaag is ook mijn inzicht geëvolueerd. Zoals journalisten, tv-makers, politici evolueren. Daarom wil ik de Stad Antwerpen en de organisatoren feliciteren met de intrede van de Sint. Dit kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten steden in Vlaanderen én Nederland.

Echte problemen aanpakken.
Uiteraard is de zwarte piet discussie vooral een probleem van beeldvorming en ondergeschikt aan andere grotere, structurele problemen in de samenleving zoals de hoge werkloosheidscijfers bij personen met een migratie-achtergrond, de hoge schooluitval bij jongeren met een migratie-achtergrond, discriminatie op de huur – arbeidsmarkt, gebrek aan een divers lerarenkorps en de gekleurde armoede. Daarom organiseren we met het Minderhedenforum volgende maand op 10 december in de deSingel dan ook onze Open Forumdag waar we in dialoog gaan bespreken hoe we deze uitdagingen samen kunnen aanpakken. En daarom gaan we ook in opdracht van de Vlaamse Regering werken maken van het integratiepact. Zodat alle kinderen kunnen leven in een Vlaanderen waar iedereen gelijkwaardig is en kansen krijgt, maar deze ook kan grijpen.

Daarom zijn wij dan ook bereid om met onmiddellijke ingang het Tweede pietenpact af te sluiten. En engageren we ons om in de aanloop van 6 december geen pietendebat meer te voeren. Zo is en blijft Sinterklaas, een echt kinderfeest. Hierin kan Vlaanderen de weg tonen aan Nederland.

%d bloggers liken dit: