Archief

Archive for the ‘Media’ Category

“Als ik minister van Onderwijs was, zou ik…”

“..eerst kijken naar wat wél werkt”

 

“Het probleem in Vlaanderen, ook in ons onderwijs? Dat we al 40 jaar aan het hervormen zijn en bijna elke hervorming uitdraait op een sisser. Met één idee ben je niet veel. We kijken te weinig naar de keten, van kleuterschool tot einde schoolcarrière. Waarom bestuderen we niet meer de praktijken die vandaag al goed lopen, om die duurzaam te ondersteunen en te implementeren in het onderwijsbeleid? Luisteren is alvast wat ik als eerste zou doen, mocht ik minister van Onderwijs zijn, naar de mensen die goed bezig zijn. Wat heeft er gewerkt in het verleden? Wat niet? Zo kunnen we een schoolomgeving creëren waarin alle ouders meer kunnen participeren, alle leerlingen op basis van hun competenties en talenten zich kunnen ontwikkelen, en waarin iedere leerkracht alle middelen krijgt om ondersteuning te kunnen bieden.”

Kleine veranderingen

“Met Integratiepact vzw werken we aan verschillende trajecten. Zoals bijvoorbeeld Transfair, dat werkt rond de overstap van lager naar secundair onderwijs, of PEP, een mentoringproject, en Maxipac, dat buitenlandse diploma’s sneller wil laten erkennen zodat er onder andere meer instroom kan komen in het lerarenkorps.

Kleine veranderingen, maar wel in een systemische benadering. Want een volledig onderwijsbeleid verander je niet in vijf jaar tijd. Anders kan u binnen vijf jaar opnieuw hetzelfde vragen.”

HLN, CELIEN MOORS

Advertenties
Categorieën:Integratiepact, Media

’Vroeger had je cafés waar uithing: migranten niet welkom. We zijn níét intoleranter geworden’

De Standaard/dS Weekblad: Antwerpen – 29 Jun. 2019

Pagina 16

Het integratiebeleid is failliet. Het is al tig keer gezegd en geschreven. ‘Klopt niets van’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van Integratiepact vzw. Hij heeft goede hoop. ‘We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. De middengroep is groter.’

Filip Rogiers, foto’s Kristof Vadino

IMG_2705Hij las in Knack een interview met de hoogbejaarde Paula D’Hondt, van 1989 tot 1993 Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Ze zei dat iedereen haar vergeten was. Dat niemand haar vele honderden pagina’s tellende rapporten echt gelezen had. Een paar dagen later kreeg ze post én bloemen van Wouter Van Bellingen. ‘Wij zijn u níét vergeten, mevrouw D’Hondt’, stond er op het kaartje.

Met ‘wij’ doelde hij op het Integratiepact dat hij sinds 2016 op vraag van de Vlaamse regering leidt. Dat pact is geen tekst, maar een vzw. ‘Een beweging’, noemt hij het zelf. Dit is geen semantiek, het is de kern van de zaak. ‘In stenen gebeitelde pacten? Dat is iets van de vorige eeuw. Integratie of inclusieve diversiteit, zoals ik het liever noem, is een permanent werk. Nooit af, nooit statisch.’

We spreken Van Bellingen in de marge van een ‘leermoment’ in Leuven. Eerder dan de directeur noem je hem beter de facilitator van een community met een wisselende samenstelling. Vele tientallen mensen van diverse organisaties, scholen, ngo’s en overheidsinstellingen praten, denken, studeren en werken onder zijn auspiciën al drie jaar aan proefprojecten, goede praktijken en nieuwe inzichten.

Van klacht tot kracht, dat is waar het volgens Van Bellingen met die bijna dagelijks geproblematiseerde diversiteit naartoe moet. Het is taai en traag en verdraagt slogans noch overhaasting, euforie noch defaitisme.

U werkte in stilte en in de diepte. En dan loopt het op oudejaarsavond in Molenbeek uit de hand. Of komt er weer een Zwarte Zondag.

(lacht) ‘Laat me raden, uw eerste vraag: zakt de moed u niet in de schoenen?’

Ja.

’Nee. We hebben hier van meet af aan afgesproken dat we ons niet zouden laten afleiden door steekvlammen of de waan van de dag. In Vlaanderen zijn we erg slecht in de lange termijn. Nederland en Angelsaksische landen zijn daar beter in. Als je een acuut probleem hebt, moet je dat hier en nu oplossen. Wil je een taart? Zoek een recept en ga aan de slag. Om op de maan te komen, heb je iets meer handling en procedures nodig. Maar écht complexe problemen – klimaatcrisis, armoede, diversiteit – vergen een erg lang volgehouden inspanning, een voortdurend proces. Diversiteit is complex. Aan oplossingen werk je met vallen en opstaan en niet op de bühne, maar erachter. Het is zoals met de opvoeding van een kind: je hebt er veel tijd en een heel dorp voor nodig. En elk kind is anders.’

26 mei 2019 is natuurlijk iets meer dan een waan van de dag?

(haalt de schouders op) ‘Schrok u echt van de forse winst voor Vlaams Belang? Ik niet. Ik ben voor het eerst gaan stemmen op 24 november 1991, ik heb alleen maar Zwarte Zondagen gekend en de zwartste was die van 2004. Is het een probleem? Uiteraard. Maar laten we vooral niet weer de fout maken om de spots alleen op die ene partij te richten. Dat gestaar in de lichtbak ontslaat de anderen ten onrechte van verantwoordelijkheid. Iedereen is verantwoordelijk. En het begint bij onszelf. Dat is ook de geest waarin wij werken bij en met het Integratiepact. Verwacht van ons geen kreten à la “het is de schuld van het onderwijs!” of van zus of zo. Wat kan ík doen en wat kunnen we samen doen? Er is geen alternatief. We hebben iedereen nodig.’

Velen krijgen niet het gevoel dat ze nodig zijn. Ook als ze hier geboren zijn. De verkiezingsuitslag, Twittertrollen, de voxpop? Alles schreeuwt hen toe dat ze een last zijn, niet welkom. Unia zag het aantal klachten in vijf jaar tijd verdubbelen.

’Omdat er meer gemeten wordt? Maar ik begrijp uw vraag. Ik ben getrouwd in 1997 en na een zoveelste Zwarte Zondag vroegen we ons ook af of we in deze grimmige omgeving wel kinderen wilden. In 2001 werd mijn zoon geboren en in 2004 mijn dochter. Na elke verkiezing krijg ik de vraag van mensen: moeten we hier blijven? De Koning Boudewijnstichting is in een onderzoek tot de conclusie gekomen dat van de Belgen met Afrikaanse roots de hoogst opgeleiden vaak de grootste armoede kennen. Ik ken jonge, hoogopgeleide mensen die zeggen: sorry, ik ben hier geboren, maar als ik hier niet aanvaard word, ben ik weg. Die kunnen overal ter wereld aan de slag. Die braindrain kunnen we ons niet permitteren.’

Alle algjes

Paula D’Hondt schreef het ook al, zegt hij, dat we iedereen nodig hebben. Dat, zoals Herman de Coninck het na 24 november 1991 schreef, álle algjes in de zee aan het werk moeten. ‘Er zat in haar rapport met een waslijst aan voorstellen ook een economisch luik. Als we de participatie van mensen met een migratieachtergrond aan de arbeidsmarkt met 3 procent hadden kunnen opkrikken, zou ons dat tegen 2010 elk jaar 2 procent extra bruto binnenlands product hebben opgeleverd. Meer werk voor iedereen, meer inkomsten voor de sociale zekerheid en de pensioenen, de zorg en het onderwijs, iedereen beter af.’

’Als de overheid niets onderneemt, waarschuwde mevrouw D’Hondt, zullen we verder achterop geraken ten opzichte van andere Europese landen. Wel, dat is gebeurd. In de jaren 90 verkochten we goud, overheidsgebouwen en wat al niet om de Maastrichtnormen te halen. We hadden beter maximaal geïnvesteerd in de werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Dan had onze begroting vandaag structureel een overschot zoals Nederland.’

Er volgt een diepe zucht. En dan, met klemtoon op elke lettergreep: ‘Mevrouw D’Hondt was visionair, hé. Maar niemand weet dat nog. Het gros van wat ze schreef, ben ik de afgelopen jaren trouwens in bi-bliotheken moeten gaan zoeken. Het staat niet op internet.’

Het wordt dan ook wel eens ‘het rapport dat niemand las’ genoemd.

’Dat is ook niet helemaal waar. In de loop van de jaren hebben partijen er hier en daar kersen uit gepikt, zoals het hun uitkwam. Maar het was een totaalpakket, een syste-mische aanpak. Mevrouw D’Hondt hamerde bijvoorbeeld ook al op het belang van inclusief onderwijs. Ettelijke hervormingen later zijn we daar nog altijd niet in geslaagd. Het drama is dat de enen te weinig of niets hebben gedaan met haar inzichten en dat de anderen ze erg gewiekst misbruikt hebben. (schamper) Soms leek het wel alsof geen enkele partij Paula D’Hondt beter begrepen had dan het Vlaams Belang.’

U zegt?

’D’Hondt had het onder meer over de plaats van de islam. Ze waarschuwde voor culturele problemen als we volgend op de officiële erkenning in 1974 de islam niet ook daadwerkelijk maatschappelijk zouden erkennen. Ze zei dat er nood was aan de vorming van een Europese islam, een islam die de waarden van Europa onderschreef. Daar zien we nu eindelijk een beetje een aanzet toe, maar dat is een kwarteeuw genegeerd. Praten over de plaats van de islam bleef een taboe. Samenlevingsproblemen? Dat was een kwestie van veiligheid, het had niets met religie of cultuur te maken. We miskeken ons daarop, omdat de kerk in eigen land op de terugweg was en de maatschappij aan het seculariseren. De ironie is trouwens dat het geld voor de veiligheidscontracten van de jaren 90 uit een potje van Justitie kwam dat was aangelegd met de lonen die niet meer naar de kerk moesten gaan vanwege het dalende aantal priesters.’

Welke garantie hebt u dat uw werk vandaag wél gezien zal worden? De politieke sterren staan niet bepaald gunstig. Houdt u uw hart niet vast als u leest dat de N-VA en Vlaams Belang in de Vlaamse formatiegesprekken elkaar tot op zekere hoogte hebben gevonden als het over inburgering gaat?

’U overschat de rol van de politiek. Toen ik aan deze job begon, heb ik lang gesproken met professor Luc Huyse. In onze complexe wereld zijn netwerken de motor van oplossingen. Het Integratiepact is een zogenaamde ruggengraatorganisatie, de overheid is een van vele partners. Een weliswaar belangrijke factor naast andere.’

IMG_2706Ze bepaalt de subsidies voor het middenveld.

’We hebben de afgelopen jaren ook nagedacht over alternatieve financiering en verdienmodellen. Maar dit is niet de kern van de zaak. Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Wist u dat de grootste investeerders op wereldniveau tegenwoordig bedrijven waarschuwen dat de geldkraan dicht gaat als ze geen actieplan rond diversiteit hebben? En waarom? Omdat bewezen is dat bedrijven met meer diversiteit betere beslissingen nemen. De enige bank in IJsland die níét omverviel, werd overigens geleid door vrouwen. Die belegden slimmer, meer verantwoord.’

’Diversiteit heeft eigenlijk niets met kleurtjes te maken, maar alles met verandering. Dat heeft tijd nodig. Zo ging dat ook met gendergelijkheid. Eerst kreeg je speldenprikken van hen die voor emancipatie streden. Na de oorlog kwam er vrouwenstemrecht. Ik ben in Sint-Niklaas schepen van Burgerlijke Stand geweest. Wist je dat vrouwen pas sinds 1976 geen onderdanigheid meer aan hun man moeten zweren? Vervolgens kwamen er wettelijke instrumenten, vrouwen kwamen in het parlement. Herinner u wat Nelly Maes, mijn politieke moeder, te horen kreeg van Louis Major (’Wijven moeten geen complimenten maken’, red.). En vandaag is er MeToo. Eindelijk! We vinden het maar normaal dat vrouwen gelijk worden behandeld en dat je bepaalde woorden niet meer gebruikt.’

’Elke complexe verandering in de samenleving doorloopt diezelfde curve: een drietrapsraket van innovatie en voorlopers, gevolgd door wetgeving en dan, finaal, gedragsverandering. Met inclusieve diversiteit zal het net zo gaan. Er zijn vandaag al goede praktijken en wetgevende initiatieven, hoe onvolkomen ook. Maar wat ook de kleur van de partij of regering wordt, de komende jaren zal de politiek mee met de samenleving en, niet het minst, de markt opschuiven.’

Het probleem kan té acuut worden, de remediëring voorbij.

’Je forceert het niet, er is altijd tijd nodig. Jean-Luc Dehaene gaf graag het voorbeeld van Amerika: de zwarte bevolking kon daar pas echt vooruitgang boeken toen er een middenklasse kwam die de motor kon zijn van die emancipatiegolf. En op dat punt zijn we nu stilaan ook bij ons in Vlaanderen en België aanbeland, 30 jaar na Paula D’Hondt.’

Dat het integratiebeleid gefaald is, zoals iedereen tegenwoordig zegt, doet er dus niet toe?

’Het klopt niet. Er is veel gebeurd, maar het effect is niet altijd even zichtbaar. Er zijn heel goede praktijken geweest, maar de overstap van praktijk naar beleid liet vaak te wensen over. Maar het integratiebeleid is geen mislukking.’

Nochtans krijgen we daar bijna dagelijks illustraties van. De voorbije week nog met de vaststelling dat je in sommige straten van Molenbeek als homo nog altijd maar beter niet met je vriend hand in hand loopt. En dat we dat tijd moeten geven, nog meer tijd.

’Men gooit alles op één hoopje. Als je kijkt vanwaar we komen in dit land, is het glas inzake diversiteit halfvol. Je had het net over het aantal klachten bij Unia? In de jaren 80 kon je nergens gaan klagen en vond je nog cafés waar op een bordje open en bloot stond dat migranten niet welkom waren. In de integratiesector werk ik elke dag met mensen die zeggen dat ze twintig jaar geleden op hun eentje aan de kar begonnen te trekken, nu hebben ze ettelijke medewerkers en vrijwilligers. De Vlaming is de afgelopen twintig jaar níét intoleranter geworden.’

Veel studies wijzen toch op het tegendeel? Zelfs in die mate dat ‘Knack’ vorig jaar opperde dat het racisme misschien wel in het DNA van de Vlaming zit.

(schudt het hoofd) ‘Ik zie andere onderzoeken. Die van de studiedienst van de Vlaamse regering of die van Equinet (European Network of Equality Bodies, een ngo die sociale gelijkheid promoot en nationale organisaties, zoals Unia, daarin ondersteunt, red.), die in heel de Europese Unie onderzocht hoe mensen tegenover diversiteit staan. Wat blijkt? De Belgen staan positief tegenover het mensenrechtenverhaal. De gemiddelde Vlaming is niet racistisch, hij heeft wel een dieperliggend probleem en dat is zijn gebrek aan veerkracht. Onze zenuwen staan vaker gespannen. Ook dat blijkt uit veel indicatoren, tot ons hoge medicijngebruik toe.’

’Misschien is het door de verzuiling dat we zo weinig schokbestendig zijn voor confrontatie met het nieuwe, het andere. Binnen je zuil kon je van de wieg tot het graf perfect functioneren zonder dat je het ooit aan de stok hoefde te krijgen met iemand met een andere visie of geaardheid. Die pacificatie, zoals dat heette, had voordelen, maar het heeft er wel toe geleid dat we slecht zijn in conflictmanagement. We kruipen in onze schulp en ontploffen, misschien door een op zich triviale trigger. Als er dan op zoveel fronten tegelijk druk op je samenleving komt – klimaat, migratie, technologische evolutie -, kookt het potje snel over. Dat leidt van onwetendheid en onbegrip over wantrouwen en vooroordelen tot radicalisering. Dat manifesteert zich vandaag op alle beleidsdomeinen.’

In een spraakmakend interview aan de vooravond van 24 november 1991 zei Paula D’Hondt dat we met een aansteker boven een gasbel speelden. Is het vandaag zoveel beter? Ik lees in een van uw teksten dat ook u beseft dat u werkt ‘midden in tijden van conflict’.

’Ja natuurlijk, er is de polarisering, er zijn de extreme frames – voor de een is de islam hét probleem, voor de ander is iedereen racist. En je merkt het in alles en over zowat elk thema, zoals recentelijk over de Mobi-score. Die uitvergrote tegenstellingen worden danig dominant dat het lijkt – ik zeg: lijkt – alsof er geen middengroep is en alsof die groep niet véél groter is dan de uitersten. Bruggenbouwers zijn in het verleden misschien te snel in die val getrapt. Ik ook. Als er polarisering is, focust een bruggenbouwer zich op die twee tegengestelde posities. Hij tracht het onverzoenbare te verzoenen. Juist daardoor zet je nog meer schijnwerpers op die uitersten, vaak al dan niet onbewust versterkt door pers en sociale media. Het is verloren energie. Ik doe het niet meer, ik concentreer mij op de middengroep. Wat wil die? Wat wil de Vlaming, de Belg, de Europeaan en wellicht iedere mens? Elke survey zal je hetzelfde zeggen: hij of zij wil een opleiding, een inkomen en een fatsoenlijke woonst.’

Het valt op: u ziet integratie veel breder dan de aloude dichotomie Vlaming-migrant?

’Dat is het helemaal. De zichtbare polarisering vertroebelt het beeld misschien, maar de waarheid is dat ook die dichotomie stilaan niet meer relevant is. De Belgische samenleving was tot het einde van de vorige eeuw heel erg ingedeeld in wij en zij: werkgever en werknemer, katholiek en vrijzinnig, autochtone Belg en migrant. Die eenduidigheid is er niet meer. En weet je wat? Dat marcheert. Eerder dit jaar bleek uit de Stadsmonitor dat Antwerpen meer inwoners met een migratieachtergrond dan autochtonen telt en dat is geen issue meer. Dat wordt door het gros van de mensen niet meer, en al zeker niet problematisch, gepercipieerd als een wij/zij-kwestie. We zijn allemaal wijtjes geworden. Het is daar, in die middengroep, dat je aan veerkracht kunt werken. Het is daar dat je meerwaarde kunt creëren, en dan niet enkel in de puur economische zin, maar ook ecologisch en maatschappelijk. Wist je trouwens dat geen enkele regio in Europa zoveel vrijwilligers telt als Vlaanderen? Liefst één miljoen.’

IMG_2707Klinkt mooi, dat ‘iedereen is nodig’ en ‘allemaal samen’, maar hoe krijgen we het soort medeburger dat pakweg dweept met Sharia4Belgium of Schild en Vrienden mee?

’Moet dat? Moet je daar je energie in steken? We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. Met de middengroep kun je aan de slag, voorbij de polarisering. Weet je, na elke Zwarte Zondag of andere grote gebeurtenis ga ik in Sint-Niklaas altijd naar hetzelfde café. Vroeger was het publiek er dieprood, nu al vele jaren donkerbruin. Maar ik ben er welkom. Ik heb er al eens uitgelegd dat onze welvaart na de oorlog mee gebouwd is over de rug van de kolonies. Het was niet alleen het Marshallplan, het was ook omdat we de grondstoffen uit Afrika onder de prijs hebben kunnen verkopen op de wereldmarkt. Dat mensen vandaag van ginder naar hier komen, is dus niet zo gek, het is een kwestie van solidariteit. Dat begrijpen redelijke mensen wel hoor, zelfs als ze eerst een half uur hebben gesakkerd op de vluchtelingen. Dat is het hele werk dat diversiteit heet, nogmaals, niet op de bühne maar erachter. Laten we met elkaar praten, elkaar in de ogen kijken en niet met meel in de mond spreken. Geen shaming and blaming, maar contact met kennis, empathie en inzicht. En actie, vooral actie!’

Zouden we baat hebben bij een oefening zoals de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie?

’Helemaal. Als je ergens het racisme tot op het bot voelt, is het wel daar. Er is gemoord en toch is er nadien gepraat. Ubuntu. Ik besta omdat jij bestaat, de bewaker en de gevangene, de vorige, de huidige en de volgende generaties. De wonde open, de etter eruit en dan genezen. Dan kun je verder, moet je samen verder. Ik ontmoette er twintig jaar geleden een bewaker. Toen die hoorde dat ik uit België kwam, kon hij dat amper geloven. Een zwarte in Europa? Dat kon niet, voor zijn generatie was het ondenkbaar dat iemand zoals hij ooit in Europa zou kunnen belanden en daar floreren. “Mijn kinderen misschien wel”, zei hij. “Mijn kleinkinderen zeker.” Dat is evolutie.’

www.integratiepact.be

Filip Rogiers

Copyright © 2019 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden

Tijd om eens een koffietje te gaan drinken.

Beste Nozizwe

Ik moet zeggen dat toen ik uw brief op twitter las. Ik eerst sprakeloos en dan diep ontroerd was. Je weet het niet, maar jouw kandidatuurkaartje voor de Vlaams jeugdraad staat nog steeds op mijn buro. Het was jouw moeder die bij mij langs kwam met de vraag om jou te steunen. Het deed me direct denken aan mijn eigen mama, die voor mijn eerste verkiezingscampagne in regen en wind voor mij flyerde. Ook al zei ik tegen haar dat ze dat niet moest doen. Maar je kent ze, onze moeders. We hebben het niet van vreemden.

Ook al hebben we elkaar nog nooit echt gesproken, sinds die dag voelde ik met jou verbonden. En volg ik jou op de voet. Jouw verkiezing binnen de Vlaamse Jeugdraad. En daarna als voorzitter. Ik was super fier, de eerste zwarte voorzitter van de jeugdraad. Mijn heldin.

Maar het mooiste moest nog komen. Dit jaar werd je als eerste Belgische, ‘Young European of the Year’. Een rolmodel voor jongeren in Europa. Meer dan verdiend! Ik ben overtuigd dat mensen later pas gaan beseffen wat een eer dit voor ons land was.

Weet je Nozizwe? Vandaag is het een feestdag. Bijna 70 jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens aan. Het zijn dagen als vandaag dat ik met respect terug kijk op de realisaties van het verleden. Maar het werk is nog niet af. Het werk zal nooit af zijn tot de dag dat iedereen het leven kan leven, zoals m/v/x het wil.

Ik wil je alvast meegeven dat ik je door dik en dun zal steunen. Want het publieke leven dat jij kiest, is niet makkelijk, maar is jouw weg. Een voorbeeld voor mezelf is Mathama Ghandi. Hij heeft zoveel bereikt met zijn geweldloos verzet en zijn kordate vriendelijkheid. Hij zag steeds het goede in de mens. En vooral, hij heeft nooit kwaad met kwaad vergeld.

Tenslotte wil ik je met jou een goeie raad delen, die mijn moeke me meegaf: ‘Maak nooit een compromis met jezelf. Het is een slappe houding. En het is jezelf een beetje beliegen. Sta steeds achter jouw ideeën ook al is dat soms moeilijk. Maar als je dat niet doet, verminder je jezelf en jouw zelfrespect in waarheid en liefde. Soms is dit gemakkelijk en soms heel moeilijk.’

Maar nog belangrijker is dat je weet dat je nooit alleen staat en diegene waar je het voor doet, het weten. Want op een dag krijg je dan een brief van iemand die jou heel erg bewondert.

Maar nu eerst volle gas gaan voor jouw diploma !

Met oprechte groeten,

Wouter Van Bellingen

PS

Het wordt nu echt wel eens tijd dat we eens een koffietje gaan drinken 😉

Categorieën:Integratiepact, Media, Mening, Pers

“Integratie is iets dat we met zijn allen en ons hele leven doen”

Elke zaterdag vraagt De Ochtend iemand om ons zijn of haar held van de week een brief te schrijven. Deze week schrijft Nozizwe Dube, studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad, een brief aan Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact.

Beste meneer Van Bellingen,

“Integratie is iets wat je heel jouw leven doet, Nozizwe”, zei mijn moeder tegen de veertienjarige ik. “En het werkt langs twee kanten. Aan de ene kant ben jij er, de nieuwkomer, die de nieuwe taal leert. Aan de andere kant de autochtonen, die ook met jou in dialoog willen gaan. Enkel zo werkt het”, voegde ze eraan toe.

Vandaag, acht jaar later, denk ik nog vaak aan integratie. Ik kan niet anders, de media en het publiek debat worden door deze en andere gerelateerde thema’s gedomineerd. A sign of the times.

Op 22 november 2017 publiceerde de Koninklijke Boudewijnstichting haar onderzoek over de institutionele discriminatie en het racisme waarmee medeburgers uit voormalige Belgische kolonies te maken krijgen. Het ging hier niet om mensen die racisme een relatief begrip maken dat gebruikt wordt voor hun persoonlijke mislukkingen. Het onderzoek toonde de structurele afwezigheid van kansen en de institutionele discriminatie van veel zwarte medeburgers in het onderwijs, de arbeids- en huisvestingsmarkt. Het onderzoek houdt ons als Belgische samenleving een spiegel voor.

Donderdag 7 december 2017 las ik met veel interesse uw interview over het integratiepact in De Standaard. U kondigde aan dat het integratiepact, waar u al een tijdje aan werkt, een systeemverandering wil waarmaken. U wilt vooral geen pact waar iedereen snel zijn handtekening onder zet en er vervolgens niet meer naar kijkt.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen.

Het is gemakkelijk om van de zijlijn te roepen en tieren dat de multiculturele samenleving mislukt is. Het is gemakkelijk om te denken dat integratie iets is wat nieuwkomers alleen moeten doen. Nee, integratie is iets dat we met zijn allen en voor ons hele leven doen. Onze maatschappij is toch voortdurend in verandering?

Het vraagt het grootste doorzettingsvermogen en passie om je in te zetten voor een duurzaam project dat de institutionele struikelblokken, die in de weg staan van gediscrimineerde medeburgers, wegwerkt. Het vergt veel geduld om voorbij de polarisering te durven kijken en in stilte voort te timmeren aan een project waar de hele samenleving mee vooruit gaat.

Tussen het rumoer van de doemdenkers en de afwezigheid van verontwaardiging uit politieke hoek over structurele discriminatie, deed het deugd om te zien dat er wel nog mensen zijn die actief op zoek gaan naar oplossingen.

Mijn bewondering voor uw werk is groot, meneer Van Bellingen.

Met vriendelijke groeten,

Nozizwe Dube

Nozizwe Dube (22 jaar) is studente Rechten aan de KULeuven en uittredend voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad. Ze schrijft dit brief in eigen naam.

https://radio1.be/integratie-iets-dat-we-met-zijn-allen-en-ons-hele-leven-doen

Categorieën:Integratiepact, Media, Pers

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

 ‘Allochtonen zullen nooit integreren op onze voorwaarden’, artikel Jelle Henneman.

De enorme kloof tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht in een voor iedereen hertimmerde samenleving, schrijft journalist Jelle Henneman.De Engelse th-klank in woorden als think en mother dreigt uit de taal te verdwijnen omdat de vele immigranten in Groot-Brittannië hem ook na generaties maar niet onder de knie krijgen. Linguïsten voorspelden recent dat tegen 2066 niemand de tongbreker, uitgesproken met een lichte tik van de tong tegen de bovenste tandenrij, nog zal gebruiken. Ook de autochtone Engelsen niet.

Mother en think worden dan gewoon muvver en fink . Het th-overblijfsel uit het Cockney-dialect en het zogenaamde received pronunciation zullen niets meer dan een anachronisme zijn. In dat artikel uit The Telegraph zit een boodschap, maar die heeft niets met het Engels te maken.
De les die de ten dode opgeschreven ‘th’ voor ons allemaal in petto heeft, is dat migranten samenlevingen veranderen. En niet alleen de taal, of andere onverdachte veranderingen als onze culinaire traditie of de sporthelden die we toejuichen. Samenlevingen die geconfronteerd worden met grote groepen migranten veranderen fundamenteel; in de waarden die ze voorstaan, en in het beeld dat ze van zichzelf hebben en uitdragen. Extreemrechts heeft gelijk. En dat is geen mening, laat staan een wens, wel een realiteit die onvermijdelijk opduikt uit de geschiedenis van landen en culturen die zo’n verandering al hebben doorgemaakt.
Het blijft een lacune in het Europese debat rond diversiteit dat de ervaringen van zulke landen niet worden meegenomen. We kijken naar diverse samenlevingen als de Verenigde Staten, Canada of zelfs het oude Romeinse Rijk alsof die altijd een etnische en religieuze mengelmoes waren. Terwijl zij allemaal op het punt hebben gestaan waar Europa zich nu zo druk over maakt. De grote migraties van de negentiende en begin twintigste eeuw veranderden de VS van een gemeenschap die zich definieerde als blank Angelsaksisch en protestants in een natie die verder ging onder de vlag van de Amerikaanse droom, waar iedereen alles kon bereiken.
Het diepconservatieve blanke Canada veranderde in de jaren zeventig in een land dat het multiculturalisme – in Europa stilaan synoniem met een naïeve ideologische dwaling – officieel inschreef als een deel van de nationale identiteit. Geloofde je er niet in, dan was je prompt geen echte Canadees meer. En het Romeinse keizerrijk dat na de eerste veroveringstochten vorm kreeg, stond voor een compleet ander wereldbeeld dan de etnisch gedefinieerde republiek.
Bechamelsaus
De bewijslast van de geschiedenis staat in schril contrast met wat wij vandaag van onze diversiteit verwachten. Nog steeds blijven politici en opiniemakers ervan uitgaan dat burgers met een migratieverleden of -achtergrond zich zullen integreren in het waardepakket dat de traditionele bevolking hun voorschotelt.
Afhankelijk van de politieke ideologie gaat die geëiste integratie verder of minder ver – van alles behalve ‘bloemkool met bechamelsaus’ (de woorden van de Antwerpse N-VA-diversiteitsschepen Fons Duchateau) tot de almaar herhaalde verlichtingswaarden rond religie, vrouwen en seksualiteit. Maar het is allemaal praat voor de vaak. Zo’n integratie op onze voorwaarden komt er niet. Eenvoudigweg omdat ze in al de keren dat ze in de geschiedenis al luidop geëist is door gastsamenlevingen (en dat is een constante), nooit is voorgekomen. Nooit.
Het is de hoogste tijd om dat schijngevecht te stoppen. De enorme kloof die in zowat heel Europa gaapt tussen autochtoon en allochtoon kan alleen worden gedicht als we allemaal mee het bad in worden getrokken van een voor iedereen hertimmerde samenleving. Waar er opnieuw zal moeten worden gesproken over de plaats van religie – en nee, het maakt niet uit dat we die strijd gestreden dachten te hebben. Waar seksualiteit weer bevochten zal worden, ook voor vrouwen en homo’s. En waar de definitie van wat het betekent om Belg of Europeaan te zijn niet langer alleen in de handen blijft van zij die al het langst tot die groepen behoren. Het is tijd dat onze leiders de moed opbrengen om die realiteit eerlijk te verkondigen, en ze als basis te nemen voor het diversiteitsbeleid.
Nieuwe ‘wij’

Dat ook het ‘wij’ zal veranderen, is een open deur intrappen. In de grote steden wordt het stilaan moeilijk om pratende jongeren blind in autochtoon en allochtoon op te delen. Maar het zal veel verder gaan. Dragen meisjes binnenkort allemaal een hoofddoek? Hoegenaamd niet. Maar is het ondenkbaar dat de jeugd het zelf niet meer gepast zal vinden om in een niemendalletje op een strand te verschijnen? Misschien wel.

Zullen komende generaties zich later schamen om onze koloniale geschiedenis, en de monumenten en Zwarte Pieten die daaraan herinneren eensgezind in de ban slaan? Perfect mogelijk. Wordt de aanklacht tegen onverdoofd slachten de aanzet voor een ethische benadering van de hele veeteelt? De eerste discussies gaan in die richting. Hoe het nieuwe ‘wij’ eruit zal zien, valt onmogelijk te voorspellen. Maar het zal niet zo comfortabel dicht liggen bij wat we gewend zijn als we nu denken.

aantal lezers: 45.460
Jelle Henneman, Knack online

Categorieën:Media, Mening, Pers

We zijn het Minderhedenforum en vertegenwoordigen dus minderheden.

Als we als Minderhedenforum al geen minderheden meer mogen verdedigen…’ Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum is wat ontgoocheld in minister Homans, maar hij bergt de vraag naar een neutralere Zwarte Piet op tot na 6 december.

Het eerste Pietenpact is nog maar net geschreven, of er is al sprake van een tweede Pietenpact dat de afspraak maakt om tot na 6 december niet meer over Sinterklaas en Zwarte Piet te spreken. Maar tot Sinterklaas is langsgeweest, wil Wouter Van Bellingen van het Minderforum er eigenlijk niet meer over spreken.
Wouter Van Bellingen: ‘’Ik ben vanmorgen vroeg rond vijf uur in mijn pen gekropen en haarfijn neergeschreven wat er te zeggen viel. We zijn tevreden over het eerste Pietenpact omdat de roetveeg een belangrijke stap is. Maar voor sommige mensen blijft Zwarte Piet nog kwetsend omdat onder meer door de pagekledij er nog steeds een verwijzing is naar de slavernij. Het huidige beeld van Zwarte Piet heeft daar zijn inspiratie gehaald. Voor ons moet het pact een blijvende dialoog zijn en daarom konden we het eerste Pietenpact nog niet ondertekenen.’

Jullie eerste reactie was eerder voorzichtig, maar werd snel geïnterpreteerd als een afwijzing.

‘Ik ben blij dat u het zegt. We hebben letterlijk gezegd dat we blij waren met een zo zeer gedragen pact. En vooral met de moed van de ondertekenaars. Maar we hebben ook gezegd dat we er nog vragen bij hadden en dat we daarover in dialoog wilden gaan met de opstellers.’
Was u verrast door de hevige reacties op het pact omdat het onze Vlaamse tradities zou aantasten?

‘Het toont aan dat onze maatschappij in transitie is, in beweging. En dan is het gewoon belangrijk om hierover met mekaar op een volwassen manier in dialoog te gaan om zo tot oplossingen te komen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Daarom willen we ook dat er over het Pietenpact kan gepraat worden.’

Maar niet nu.
‘Neen, absoluut niet. Ik onderschrijf helemaal de gedachte dat dit nu, in de aanloop naar 6 december, een bijzonder slecht moment is voor een groot pietendebat. Sinterklaas is een kinderfeest en dat moet zo blijven. Daarom is het vandaag de laatste keer dat ik erover spreek tot 6 december.’

Intussen is minister Homans boos. Ze verwijt u dat u niet spreekt voor uw achterban. Die achterban ligt namelijk niet wakker van Zwarte Piet.

‘Sorry. Ik ben niet uit op een polemiek met mevrouw Homans, want wij hebben een heel goede relatie eigenlijk. Maar ieder speelt zijn rol. Zij is minister, wij zijn een forum voor etnisch culturele minderheden, het middenveld. En wij zijn als onafhankelijke organisatie van plan die rol en verantwoordelijkheid steeds op te nemen.’

‘Want ook al zou het maar een minderheid zijn die problemen heeft met Zwarte Piet, dan willen wij ook die minderheid vertegenwoordigen. Als zelfs het forum voor etnisch-culturele minderheden al geen rekening meer zou houden met minderheden, waar zouden we dan staan?’

‘Ik ben erg blij dat velen geen probleem hebben met Zwarte Piet, maar dat betekent niet dat er anderen zijn die zich wel gekwetst voelen.’

Toch zou ik denken dat u belangrijkere zaken aan het hoofd hebt.

‘Precies! Neem de armoedecijfers erbij, de werkloosheid, leerachterstand, huisvesting… dan weet u dat minderheden grotere problemen hebben en dat wij dus met andere dingen bezig waren dan het Pietenpact. We waren ook niet bij de opstelling van het pact betrokken, precies omdat we wel iets belangrijkers aan het hoofd hebben.’

‘Ik wil daarmee de discussie niet minimaliseren, ik wil ze enkel in perspectief plaatsen en iedereen uitnodigen op onze Openforumdag van 10 december waar we met workshops en panelgesprekken die andere belangrijkere thema’s in dialoog willen bespreken.’

En hoe moet het dan met de Zwarte Piet zonder kroeshaar of dikke lippen?

‘U begrijpt nu vast dat de gesprekken over het Pietenpact met Deburen (organisatie achter het pact, red) ten vroegste pas na 10 december zullen plaatsvinden en dan zien we wel waar het compromis ligt.’

De Standaard, BART DOBBELAERE

Categorieën:Media, Minderhedenforum
%d bloggers liken dit: