Archief

Archive for the ‘Massahuwelijk’ Category

“Vrouwen tweede generatie zijn sleutel naar integratie” 

SINT-NIKLAAS – “De sleutel voor een succesvolle integratie ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben momenteel twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veel gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen.” Dat zegt Wouter Van Bellingen, de directeur van het Integratiepact. 
Indien er een onderwerp is dat voor veel maatschappelijke discussie zorgt, dan in het wel migratie en integratie. Migratie is van alle tijden. Zo trokken veel Belgen eerst naar Canada en de Verenigde Staten en daarna naar Congo om er een beter leven op te bouwen. Omgekeerd kwamen veel Italianen, Spanjaarden en Oost-Europa naar hier om on onze mijnen te werken, daarna afgelost door Turken en Marokkanen. Nu is ook migratie geglobaliseerd met naast asielzoekers ook economische migratie en arbeidsmigratie binnen de Europese Unie. 

Tijd nodig

Wanneer grote groepen mensen naar hier komen, dan zorgt dat in een eerste fase voor integratieproblemen. Men moet met elkaar leren samenleven. Dat heeft zijn tijd nodig.

In welke mate dit waar is, blijkt uit de integratie van Zuid- en Oost-Europeanen in onze samenleving. De eerste generatie kwam naar hier om te werken, de tweede generatie trouwde binnen de eigen gemeenschap, de derde generatie trouwde buiten de eigen gemeenschap, de vierde generatie vormt samen met alle andere inwoners de nieuwe Vlaming.

Waarom wil dat dan zo moeilijk lukken met Turken en in mindere mate met Marokkanen? Wouter Van Bellingen, directeur van het Integratiepact, verrast met zijn antwoord.

Sterke vrouwen

Wouter Van Bellingen: “De sleutel ligt bij de tweede generatie en in het bijzonder bij de vrouwen. Onze maatschappij is gebaseerd op het tweeverdienersmodel. We hebben twee inkomens nodig om gemakkelijk te kunnen leven. Dat impliceert een goede opleiding om gemakkelijker een job te vinden. Wanneer ook de vrouwen van de tweede generatie een job hebben, dan zien we dat het gezin vertrokken is en de integratie veer gemakkelijker verloopt. In het tegengestelde geval komt de derde generatie in de problemen en dreigt zelfs armoede.”

Daarmee raakt Wouter Van Bellingen een gevoelig punt aan, ons onderwijs.

Wouter Van Bellingen: “We kunnen niet omheen de vaststelling dat in verhouding veel kinderen met migratie-achtergrond in het technisch en beroepsonderwijs zitten. Ze worden te vaak naar die richtingen geadviseerd, niet op basis van hun talenten maar op basis van hun herkomst. We zouden bij wijze van spreken opnieuw geestelijken moeten hebben die jongeren met talent onder de arm nemen en er voor zorgen dat ze goede studies doen. Zoals Itinera terecht opmerkt zorgt ons onderwijs eerder voor segregatie dan voor sociale mobiliteit.”

Wanneer het om onderwijs gaat, is er nog een ander probleem.

Wouter Van Bellingen: “Veel nieuwkomers hebben in hun thuisland een diploma gehaald. Maar die worden hier niet automatisch erkend. Dat gebeurt enkel na een individuele benadering. Waarom geen gelijkaardige institutionele aanpak ? Het gevolg is ingenieurs in kringloopwinkels en wiskundigen als poetshulp. Dat is een verspilling aan talent waar onze maatschappij nochtans grote nood aan heeft.”

Mystery calls

En goed diploma is in principe een opstap naar een goede job. Althans voor de Vlamingen, minder voor mensen met migratie-achtergrond. De cijfers zijn ronduit slecht. De werkzaamheidsgraad – te verstaan als mensen tussen 20 en 65 jaar die werken – onder de Vlamingen is 73,5 procent. Bij de niet-Belgen is dat nog maar 58,6 procent en bij de niet-Europeanen is dat slechts 44,4 procent (53 procent bij de mannen en 34 procent bij de vrouwen).

Men kan dus wel degelijk spreken van discriminatie op de arbeidsmarkt, want ook bij de hoogopgeleiden is er een enorm verschil. 87,6 procent van de hoogopgeleid Vlamingen heeft werk, bij de hoogopgeleiden van allochtone oorsprong is dat nog maar 69,3 procent. Mystery calls kunnen misschien helpen om het probleem op te lossen.

Wouter Van Bellingen: “Mystery calls kunnen helpen maar zijn op zich zijn niet de enige oplossing. Het moet gaan om een geheel van maatregelen. De overheid moet het voorbeeld geven en meer mensen van niet-Belgische origine aanwerven. Daarna kan ze gemakkelijker de werkgevers en vakbonden op haar verantwoordelijkheden aanspreken. En gezamenlijk controleren. Trouwens, discriminatie is op zich een strafbaar feit. We hebben allerlei inspectiediensten. Waarom geen discriminatie-inspectie. En wanneer er discriminatie is, moet men dat sanctioneren. Maar over het algemeen ben ik meer voor belonen dan voor straffen.”

Integratieparadox

Wouter Van Bellingen: “De hoge werkloosheid onder de mensen van allochtone oorsprong kost ons land jaarlijks tussen de 2 en 3 miljard euro. Dat is veel meer geld dan we kwijt zouden zijn aan een goede integratie. Hier moeten we absoluut iets aan doen. De babyboom van de jaren vijftig en zestig is nu onze opaboom. We hebben iedereen nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. Slagen we daar niet in, dan zullen we samen armer worden. We hebben de keuze.”

Mogelijke verklaringen voor de te lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen zoals een gebrekkige kennis van het Nederlands of niet altijd de juiste werkattitude veegt hij van de tafel.

Wouter Van Bellingen: “Men heeft het vaak over concentratiescholen waar kinderen van vreemde origine te weinig Nederlands onder elkaar zouden spreken. Ik vind dat geen probleem. Talloze studies hebben aangetoond dat taalgevoeligheid in feite determinerend is. En wat betreft die werkattitude, ook dit is niet juist. Wat we vaststellen, is dat we stuiten op de integratieparadox. Onze arbeidsmarkt is heel rigide. Netwerking in de zin van ons kent ons is heel belangrijk om een job te vinden. Wanneer men telkens een neen krijgt, valt men terug op de eigen gemeenschap, op het eigen netwerk. Het is mee een verklaring waarom bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap een relatief gesloten gemeenschap is met eigen scholen, organisaties, winkels, bedrijven en zelfs een eigen werkgeversorganisatie. Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat het een homogene gemeenschap is. Integendeel, ook hier vindt men jong en oud, hoog en laag opgeleid, gelovig en niet gelovig. En vooral ook een sterke middenklasse die vooruit wil in de samenleving .”

Hoofddoek

Het laatste brengt ons uiteraard bij de vraag in welke mate religie een rol speelt in het integratieproces. En of de hoofddoek als religieus symbool dat integratieproces niet extra bemoeilijkt heeft.

Wouter Van Bellingen: “Religie speelt een belangrijke rol in elke samenleving. We hebben te lang te weinig aandacht gehad voor godsdienst in het algemeen en de godsdienst van de nieuwkomers. We hebben veel geïnvesteerd in veiligheid. We hadden er beter aan gedaan van sneller hun godsdienst te erkennen en financieel te ondersteunen. Dan hadden we veel problemen kunnen voorkomen. Want wie betaalt heeft inspraak. De hoofddoek is een symbool geworden. Men zegt dat er meer hoofddoeken zijn. Nominaal is dat ongetwijfeld zo, gewoon omdat er veel meer moslims hier wonen. Maar in verhouding denk ik dat het er nu minder zijn. Het hoofddoekendebat, misbruikt door verschillende politieke partijen, heeft ons achteruitgezet. Het is niet fijn, maar we moeten schuld bekennen. In het rapport van Paula D’Hondt bracht de problemen mooi in kaart en gaf perfect aan wat we moesten doen om de integratieproblemen aan te pakken. Dat doen we nu ook, helaas met 30 jaar vertraging.”

Integratiepact

Wouter Van Bellingen spreekt tegen dat Vlamingen meer zouden discrimineren dan bijvoorbeeld Walen, Duitsers of Nederlanders. Wel kenmerkend voor Vlaanderen is dat het heel gemeenschapsvormend denkt.

Wouter Van Bellingen: “Vlaanderen is een welvaartsstaat, een verzorgingsstaat en een rechtsstaat. We toetsen dit aan de rechten van de mens. Dat is ons model. Maar migratie heeft onze gesloten, verzuilde gemeenschap doorbroken. We moeten nieuwkomers inpassen om te komen tot een samenleving in diversiteit. De aanslagen hebben dat proces versneld. Er is duidelijk een gevoel dat het nu moet gebeuren. De vele discussies in de kranten en via de sociale media bewijzen dat. Als is het wel jammer dat ze soms op een erg polariserende toon worden gevoerd.”

Een Integratiepact moet voor een extra versnelling zorgen.

Wouter Van Bellingen: “We zijn het land van de pacten. Denk maar aan het sociaal pact, het schoolpact, het cultuurpact. Zoals professor Luc Huyse terecht opmerkt, zijn er twee voorwaarden opdat een pact kan lukken: ethische noodwendigheid en economische noodwendigheid. Die twee voorwaarden zijn aanwezig. Dus.”

Een pact kan met zien als een contract waarin afspraken worden gemaakt waar iedereen zich vervolgens aan houdt om het samenleven en samenwerken te vergemakkelijken.

Wouter Van Bellingen: “Of we dat nu graag hebben of niet, migratie is een feit. Er zullen nog meer migratiegolven volgen en vanaf 2040 hebben we hier zelfs een nieuwe immigratiegolf nodig om onze welvaartsstaat overeind te houden. We zijn veroordeeld tot diversiteit. Dat leidt ons tot de vraag hoe we migratie het best kunnen managen. Het enig mogelijke antwoord is dat we consensus gericht werken en waarbij overheid, administratie en middenveld – de driehoek die het altijd al gedaan heeft – opnieuw het voortouw neemt.”

Uiteraard is hierbij ook een taak weggelegd voor Wouter Van Bellingen zelf. Daarom is hij nu directeur Integratiepact.

Wouter Van Bellingen: “Het Integratiepact is een proces. Mijn taak is het om samen met mijn team dit proces bottom up te begeleide waardoor nieuwe groepen een plaats krijgen in onze samenleving. Maar ook ‘oude Vlamingen’ zich comfortabel voelen om uiteindelijk te komen tot gemeenschappelijke doelstellingen en waarden. We moeten samen tot het besef komen dat we misschien wel verschillende takken zijn, maar wel allemaal op dezelfde stam zitten. Mijn kracht is om van iets negatiefs iets positief te maken. Hiervan was het massahuwelijk dit jaar 10 jaar geleden een mooi voorbeeld van.”

Eric Donckier, HBVL

We hebben niet alleen bommenwerpers maar ook mensenrechten nodig.



Het GROOT Onderhoud | Een grondig gesprek over leven en werk
 

”Een stomp in mijn maag”, zegt Wouter Van Bellingen (44). “Zo’n aanslag, nu weer in Nice, is elke keer opnieuw een stomp in mijn maag. Het maakt mij woest en verdrietig. Maar als de eerste hevige emoties bedaren, begin ik na te denken: hoe raken wij uit deze vicieuze cirkel? Want dat is het momenteel: na zo’n aanslag droppen wij nog meer bommen op Syrië en Irak, daarna plegen zij nog meer aanslagen, vervolgens droppen wij nog meer bommen – dat houdt niet op.” 

 Van Bellingen werd nu bijna tien jaar geleden wereldberoemd toen drie racistische koppels in Sint-Niklaas weigerden om zich door hem te laten trouwen. Het protest was enorm. Uit solidariteit met de eerste zwarte schepen van burgelijke stand in Vlaanderen, lieten honderden trouwers zich op 21 maart 2007 door hem tijdens een massahuwelijk in de echt verbinden. “Er was meer pers dan op het huwelijk van Filip en Mathilde”, lacht Van Bellingen. “Ik ben toen geïnterviewd door CNN, BBC, Al Jazeera – het heeft dagen geduurd voor de impact tot mij was doorgedrongen. Maar wie die drie koppels waren, dat ben ik nooit te weten gekomen.” 

Twee jaar geleden stapte Van Bellingen uit de politiek om directeur te worden van het Minderhedenforum, dat meer dan 1.800 zelforganisaties van etnisch-culturele minderheden in ons land overkoepelt. Ook in die hoedanigheid laat hij geregeld van zich horen. Zo was hij onlangs in een opiniestuk in deze krant vlijmscherp voor Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA), die onder meer verantwoordelijk is voor Inburgering en Gelijke kansen. “Mevrouw Homans had in een opiniestuk nog maar eens herhaald dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat je die maar moet grijpen”, zegt hij. “Zo maakt ze van discriminatie een individueel verhaal. Terwijl het een collectieve verantwoordelijkheid is.” 


Van Bellingen herinnerde de minister aan het Vlaamse regeerakkoord, waarin de vrome belofte staat geformuleerd dat deze regering werk zal maken van een integratiepact. En zie: afgelopen woensdag was het zover. In een gezamenlijk persbericht lieten Homans en Van Bellingen weten dat het Minderhedenforum de komende drie jaar zal instaan voor de uitvoering van dat integratiepact. 

Minister Homans werd niet alleen door u stevig aangepakt. De oppositie noemde haar ‘minister van Stilstand’, en haar ietwat beschonken optreden tijdens de Nacht van de Vlaamse televisiesterren lokte nog meer kritiek uit. 

”Dat vond ik niet kies. Ik probeer altijd de bal te spelen, nooit de vrouw. Ik heb kritiek geuit op haar beleid, niet op haar persoon. Dat anderen daar dan hun karretje aan hebben gehangen, om de minister persoonlijk te raken, is voor hun rekening.” 

Is Homans naar u toe gekomen met dit plan? 

”Haar kabinet heeft ons de vraag gesteld of wij hieraan wilden meewerken.”


Wat verandert er nu concreet? 

”Het belangrijkste is dat de Vlaamse overheid erkent dat racisme en discriminatie een probleem zijn. En dat ze wil zoeken naar een collectieve oplossing. Wij willen met het Minderhedenforum bruggenbouwers zijn, door de komende jaren samen te werken met onder meer werkgevers en onderwijskoepels. Dat is een historisch signaal. Dit gaat over mensenrechten. Wie geen job of geen woning vindt op basis van zijn afkomst of huidskleur, krijgt te weinig kansen. Dat is onaanvaardbaar.”


Homans zegt nochtans al jaren dat racisme relatief is. 

”Dat klopt. Het regeerakkoord staat haaks op wat ik soms hoor in de media. En dat is raar. Maar ik baseer mij op dat akkoord en op de beleidsbrieven. En ik verwacht nu dat de Vlaamse regering dat beleid zal uitvoeren. Dat betekent trouwens ook dat minister van Werk Philippe Muyters zijn doelgroepenbeleid zal moeten herzien.”


Wat moet Muyters precies herzien? 

”Vandaag worden mensen met een migratieachtergrond niet beschouwd als een aparte doelgroep wat betreft tewerkstelling. Er kunnen geen specifieke maatregelen voor hen worden genomen. Terwijl ieder onderzoek aantoont dat de achterstelling bij die groep het grootst is. Dat zeg ik niet, dat zegt de Europese Commissie. In een recent rapport staat dat het potentieel van mensen met een migratieachtergrond chronisch onderbenut wordt. Maar de VDAB kan dus niets doen, omdat onze achterban geen doelgroep is.”


Had het Minderhedenforum dan niet beter gezegd: laat die samenwerking maar zitten, voer gewoon een goed doelgroepenbeleid? 

”We doen het allebei. We willen het integratiepact helpen realiseren, en we blijven bij minister Muyters aandringen op meer actie. Maar de geesten zijn aan het rijpen. Mystery calls waren tot voor kort niet mogelijk, voortaan behoren ze tot de erkenningsvoorwaarden voor bedrijven die met dienstencheques willen werken. Een jaar geleden vond men zulke mystery calls, waarmee je anoniem kunt controleren of bedrijven al dan niet meewerken aan discriminatie, nog een heksenjacht. Vandaag worden ze ingevoerd.”


En de praktijktesten, komen die er ooit? 

”Mystery calls zijn ook praktijktesten. Maar op verdere acties wachten we nog. Kris Peeters, federaal minister van Werk, heeft beloofd om er werk van te maken. De discussie is volop bezig binnen de Nationale Arbeidsraad. Wij wachten.”

Heeft men u nu niet monddood gemaakt? U krijgt van Homans anderhalf miljoen euro voor de komende drie jaar, maakt nu deel uit van het systeem, en zult moeten uitkijken met kritiek. 

”Zo werkt dat bij mij niet. Het Minderhedenforum zit al vijftien jaar in het systeem. Wij werken sowieso met subsidies. Maar ik laat mij niet monddood maken. Dit is voor ons een hefboom, wij zullen meer dan ooit van ons laten horen. En dat de strijd tegen discriminatie wordt gesubsidieerd, lijkt mij ook logisch. U moet rekenen: de afgelopen dertig jaar is er een voortdurende discriminatiecampagne gevoerd met belastinggeld.”

Hoezo? 

”De campagnes van het Vlaams Blok en Vlaams Belang werden en worden betaald door de overheid. Alle folders zijn gedrukt met ons belastinggeld. Wat het Minderhedenforum vandaag krijgt, is maar een fractie van het bedrag dat die partij al heeft gekregen.”

Homans is ook minister van Wonen. Om een sociale woning te kunnen huren, moet je voortaan bewijzen dat je wat Nederlands spreekt. Wat vindt u daarvan? 

”Ik zet daar grote vraagtekens bij. Er bestaat zoiets als een grondrecht op huisvesting, en dat kun je niemand ontzeggen. De vorige Vlaamse regering legde al een bediscussieerbare inspanningsverbintenis op aan mensen die een sociale woning willen: ze moesten aantonen dat ze hun best doen om Nederlands te leren. Nu wordt dat dus een resultaatsverbintenis. Ik vraag me af of dat wel grondwettelijk is.”


Bent u niet bang dat u ook met dat integratiepact nergens zult raken? De N-VA staat niet bekend als een bondgenoot van minderheden. 

”Als je een kans krijgt, moet je ze grijpen. Ik wil hier voluit voor gaan. Als je van tevoren bang bent, doe je niets meer. Het grote probleem van vandaag is ook de grootste kans. Als we de helft van mensen met een migratieachtergrond aan het werk kunnen zetten, betekent dat 2 procent economische groei. Niets doen is geen optie. 50 procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens. Bij de Afrikaanse gemeenschap is dat zelfs meer. Dat zijn dezelfde cijfers als in de Gazastrook. Leg zelf de link maar.”


Hoe bedoelt u? 

”Wat gebeurt er in de Gazastrook? Wat doen jongeren daar, als ze zien dat ze geen toekomst hebben? Waarom blaast iemand zichzelf op?”


Omdat zijn geest vergiftigd is met rare religieuze ideeën? 

”Dat speelt ook mee, het is een combinatie van factoren. Maar radicalisering begint toch vaak bij schooluitval, bij uitsluiting. Ik kan mij voorstellen dat de aanslagen van 22 maart ook de Vlaamse regering nog eens goed hebben doen nadenken. Ik heb twee jaar geleden, bij mijn aantreden als directeur van het Minderhedenforum, al gezegd dat het beleid van de voorbije dertig jaar tot radicalisering heeft geleid.”


Ziet u een verband tussen de aanslagen vandaag en dat mislukte beleid van de voorbije dertig jaar? 

”Dat is een moeilijke vraag. Er is een verschil tussen aanleiding en oorzaak. De directe aanleiding voor deze aanslagen is de neergang van het kalifaat van IS. Maar de diepere oorzaak heeft ook te maken met uitsluiting, met een gebrek aan integratie. In elk geval mogen wij nooit toegeven op onze fundamentele grondrechten. We hebben niet alleen bommenwerpers nodig, maar ook mensenrechten. We mogen niet in de val van de terroristen trappen, en moeten vandaag meer dan ooit streven naar een inclusieve samenleving.”


Is de islam volgens u een probleem? 

”Kijk naar de voorbije ramadan: overal ter wereld zijn aanslagen gepleegd, ook en vooral in moslimlanden zelf. Dit is geen strijd tussen moslims en niet-moslims, dit is een strijd van terroristen tegen de rest.”


Waar ziet u een oplossing? 

”Ik las onlangs een studie over het verschil tussen het Palestijnse en het Noord-Ierse model. In het conflict tussen Israël en de Palestijnen raken we niet uit de wederzijdse escalatie. In Noord-Ierland is men erin geslaagd om de situatie te pacificeren.”


In Noord-Ierland werd onderhandeld. Met IS gaan we dat toch niet doen? 

”Het gaat niet alleen over onderhandelen, het gaat over de manier waarop je hier als samenleving mee omgaat. We mogen ons nooit laten leiden door de gruwel, we mogen de rechtsstaat niet ondermijnen, we moeten meer dan ooit zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt en zich kan thuisvoelen. Ik hoop trouwens ook dat we hier niet meemaken wat vandaag in Amerika gebeurt.”

Kunnen de spanningen tussen politie en mensen met een migratieachtergrond hier ook ooit uit de hand lopen, zoals in de Verenigde Staten? 

”Als we niet uitkijken wel. Wat is de voorbije decennia in de VS gebeurd? De community policing werd afgebouwd ten voordele van de interventies. Dat is hier ook volop aan het gebeuren: minder wijkwerking, meer interventie. Met als gevolg dat mensen elkaar niet meer kennen, en dat simpele conflicten kunnen escaleren. Ik hou mijn hart soms vast.”


Wat kunnen we doen? 

”Opnieuw wijkagenten de straat op sturen, in plaats van alleen interventieteams in patrouillewagens te laten rondrijden. ”Dan oogst je op den duur wat je zaait. Alleen law and order volstaat niet, dat bewijst de situatie in de Verenigde Staten. Dat wil zeggen dat een opkuisplan voor Molenbeek niet zal volstaan. We hebben ook een opbouwplan nodig. Het is misschien een rare vergelijking, maar na de invasie van Irak in 2003 was er ook geen opbouwplan. De Amerikanen zijn er als cowboys binnengevallen, zonder een visie op de toekomst. Daar moeten we uit leren.”


Is er ooit een echt integratiebeleid geweest in ons land? 

”Nee. Er was een soort tolerantie, meer niet. Ik spreek trouwens liever over samenleven dan over integratie. Er zijn veel mensen die met integratie eigenlijk assimilatie bedoelen. En dat moet niet het doel zijn. We moeten leren samenleven. Dat is tot dusver nog niet voldoende gelukt. Wat men ook moge beweren over de zogenaamde linkse kerk die daar altijd voor heeft geijverd. Die linkse kerk bestaat niet. Er staat hier en daar een links kapelletje, dat is alles.”


Heeft links gefaald? 

”De hele samenleving heeft gefaald. Maar links is niet moedig geweest. Links was misschien wel flinks, zoals Louis Tobback in de jaren negentig, maar ze hebben te weinig een eigen verhaal gehad dat mensen kon aanspreken. Ze hebben te veel het Vlaams Blok achterna gehold. Niet alleen de sp.a, ook de andere partijen. Ze hebben diversiteit niet goed uitgelegd, net zoals ze de Europese Unie niet goed hebben uitgelegd. Allemaal uit angst voor de kiezer. Met alle gevolgen van dien. De brexit is daar ook een gevolg van.”


Wat Liesbeth Homans nu doet, met u samenwerken en beloven om discriminatie echt aan te pakken, zou een linkse minister niet gedurfd hebben. 

”Dat is politieke logica. Politici moeten soms beleid voeren om ook het centrum mee te hebben. Zo komt progressieve wetgeving vaak tot stand onder rechts beleid en omgekeerd. Dat is raar, maar er bestaan veel voorbeelden van.”


’Nixon goes to China’: heet dat fenomeen zo niet? 

”Inderdaad. Rechts kan zich soms permitteren wat links niet kan. In de jaren zeventig kon de Republikeinse president Richard Nixon op bezoek in China. Kennedy zou daar nooit mee zijn weggekomen. (denkt na) Ik denk eerlijk gezegd ook wel dat mensen weten dat links gefaald heeft. De sp.a heeft jarenlang de Vlaamse minister van Werk geleverd. Toch heeft die partij nooit mystery calls ingevoerd. Terwijl uitgerekend die partij dat wel had moeten doen. Mensen hebben dat wel in de gaten: ze weten het als een partij haar eigen principes niet naleeft. Vandaag wordt een eerste voorzichtige stap wél gezet.”


Tot u directeur werd van het Minderhedenforum, zat u in de gemeenteraad met uw eigen partij SOS 2012. 

”Ja, sp.a en Groen wilden niet meer met ons, oud-Spiritisten, in kartel naar de verkiezingen. Met als gevolg wat ik had voorspeld: vandaag is de N-VA aan de macht in Sint-Niklaas.”


U had bij sommige sp.a’ers de reputatie vooral een showman te zijn. Ze namen het u bijvoorbeeld kwalijk dat u ooit liever meedeed aan Sterren op de dansvloer dan dat u naar de gemeenteraad kwam. 

”Ach, ik denk dat ik vooral te populair was. Ik heb altijd ruim 13.000 voorkeursstemmen behaald. Niet ik, maar zij waren arrogant. Als ze met mij in kartel waren gegaan, hadden we nog altijd de meerderheid gehad.”

In 2009 lag u al eens overhoop met de sp.a, toen Daniël Termont als lijsttrekker over u heen was gesprongen, en u een hertelling vroeg. 

”Ooit komt de waarheid daarover wel aan het licht. Ik stond als onafhankelijke kandidaat op de lijst. Om middernacht was ik verkozen en kon ik niet meer worden ingehaald. ‘s Morgens bleek ineens dat Termont toch meer stemmen had dan ik. Toen ik belde om een hertelling te vragen, ging dat nog. Twee uur later lukte het niet meer.”


Wat suggereert u daarmee? 

(grijnst) “Niets. Maar is het ooit niet gebeurd dat men in Gent een hoop kiesbrieven in de vuilnisbak heeft gevonden? Ik ben er gerust op dat iemand ooit zal vertellen wat er toen precies is gebeurd.”


Uw politieke roem hebt u te danken aan een racistisch incident. 

”Dat is zo, ja. Een enorme paradox, daar ben ik mij van bewust. Ik word daar nog elke dag op aangesproken, op dat massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas. Maar weet u wat mij verbaast? Onlangs was het precies tien jaar geleden dat Hans Van Themsche in Antwerpen zijn racistische moorden pleegde. Daar was weinig rond te doen. Ik heb niet het gevoel dat Vlaanderen ten volle heeft herdacht wat toen is gebeurd.”


Hoe hebt u dat toen beleefd? 

”Ik las het ‘s morgens pas in de krant, en begon meteen te wenen. Kunt u zich voorstellen wat het is om op basis van je huidskleur te worden vermoord? Mijn moeder ging in die tijd nog vaak met mijn kinderen naar Antwerpen. Sindsdien bijna nooit meer. De impact van die moorden op mensen met een migratieachtergrond wordt echt zwaar onderschat. Dat die tiende verjaardag zo rimpelloos is voorbijgegaan, is jammer.”

U nam dat jaar voor het eerst deel aan de gemeenteraadsverkiezingen en werd meteen schepen. Schrok u, toen mensen niet door u getrouwd wilden worden? 

”Helemaal niet. Ik had verwacht dat zoiets zou gebeuren.”

Waren het geen Turken of Marokkanen die weigerden? Dat gerucht is op een bepaald moment heel sterk geweest. 

”Voor zover ik weet niet, nee. Dat gerucht was verspreid door Vlaams Belang. En dan nog, wat als het wel zo was? Maakt dat enig verschil? Racisme is racisme. Ik vind de naïviteit van sommige mensen nogal raar. Blijkbaar kunnen velen niet vatten hoe reëel racisme is, wat het betekent. Racisme is nog veel rauwer dan u zich kunt voorstellen.”

Maakt u dat zelf nog mee? 

”Wat vraagt u nu? Racisme is een dagelijkse realiteit, en het zit in duizend kleine dingen. Mensen die weggaan als je naast hen gaat zitten op de tram. Dames die hun handtas een beetje beter vasthouden als ik passeer. Veiligheidsagenten die je niet vertrouwen als je ergens naar binnen gaat. Nu goed, ik wil daar niet over klagen, want ik zit in een positie dat ik daarboven kan staan. Maar wie niet bekend is en geen woning vindt, of geen job, die heeft daar wel grote problemen mee.”


U bent getrouwd met een blanke vrouw. Heeft dat problemen opgeleverd? Werd u daar weleens op aangesproken? 

”Natuurlijk. Wij zijn al 25 jaar samen. Ik kan niet in haar plaats spreken, maar ik kan u wel zeggen dat wij lang hebben getwijfeld of het wel een goed idee was om kinderen te hebben. Of het wel verantwoord was om kinderen groot te brengen in een samenleving waar Vlaams Belang op een bepaald moment een kwart van de stemmen haalde. Maar we hebben toch voor kinderen gekozen, omdat we geloven in een betere wereld.”


Uw politieke wortels liggen in de Vlaamse beweging, klopt dat? 

(knikt) “Nelly Maes, vroeger een van de kopstukken van de Volksunie, was mijn politieke moeder. Ik stond in 2006 voor het eerst op een lijst, en ben schepen geworden omdat binnen Spirit was afgesproken dat de kandidaat met de meeste stemmen dat zou worden. En ik had acht stemmen meer dan Nelly. Dat was een beetje raar, maar afspraak was afspraak: Nelly heeft dat zonder aarzeling volledig gesteund.”


Uw adoptiefamilie stamt ook uit de Vlaamse beweging. 

”Mijn grootoom was Amedee Verbruggen, een van de frontsoldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief hebben geschreven aan koning Albert I, om te klagen over de rechten van de Vlamingen aan het front. Bij mij is het politieke engagement ontwaakt toen de Vlaamse beweging zijn overlijden na 25 jaar herdacht. Ik stond naast een Vlaams Belanger en begreep niet hoe iemand lid kon zijn van zo’n partij en toch de erfenis van de Vlaamse beweging kon verdedigen. Wij zijn voor een open en tolerante samenleving, voor vrede en vrijheid. Niet voor onverdraagzaamheid en racisme.”


Leven uw adoptieouders nog? 

”Mijn vader is gestorven in 2005. Mijn moeder is alive and kicking. Ze is 78 en staat nog iedere dag in de bazaar van de plaatselijke vluchtelingenorganisatie, waar vluchtelingen en mensen uit de vierde wereld eten en kledij kunnen komen halen. Zij runt die winkel. Ik ben soms kwaad op haar, want zelfs als ze ziek is, werkt ze nog.”


Zaten uw ouders in de politiek? 
”Nee. Mijn vader was wel actief in de Vlaamse beweging, maar heeft nooit een politiek mandaat gehad.” 



Zaten er collaborateurs in de familie? 

”Van moederskant niet. Van vaderskant wel. Tja, in welke Vlaamse familie zaten geen collaborateurs? Mijn vader is als tiener een maand met zijn vader opgesloten, tijdens de repressie na de Tweede Wereldoorlog. Maar ik moet zeggen dat hij daar weinig over praatte. Typisch Vlaams, zeker?”

Uw broer was bij het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, de extreemrechtse jeugdbeweging waar ook historicus Bruno De Wever, broer van Bart, lid van was. 

”Inderdaad. En dat werd niet door iedereen geapprecieerd. Omdat hij ook gekleurd is. Dat heeft tot een tijdelijke splitsing van het VNJ geleid. Mijn vader werd regelmatig aangesproken op het feit dat hij gekleurde kinderen had geadopteerd. Dat konden de mannen van Voorpost en het Vlaams Blok niet verdragen. Ik ben zelf altijd bij de scouts geweest.”


In Knack hebt u ooit gezegd dat Vlamingen meer van dieren houden dan van migranten. Denkt u dat nog steeds? 

”Ik heb toen iemand geciteerd die dat vond. Kleine nuance, dus. Al moet ik toegeven dat de reacties die ik toen kreeg, die stelling wel bevestigden. ‘Van mijn hond krijg ik tenminste nog vriendschap, van die vreemdelingen niet’ – dat soort reacties las je toen. Ik vind trouwens dat media beter moeten uitkijken met het verspreiden van bagger.”


Doen media dat? 

”Op Facebook laten ze de reacties soms helemaal de vrije loop, ook De Morgen. Dat kan niet, vind ik. Je kunt niet gewoon berichten posten en dan de sluitspier gewoon laten openstaan. Media moeten zulke reacties beter modereren. Haatmisdrijven zijn strafbaar, hoor. Daar is geen excuus voor.”


Is het racisme in Vlaanderen erger dan elders? 

”Dat denk ik niet. Ik weet bijvoorbeeld niet of het probleem in Vlaanderen echt zoveel groter is dan bijvoorbeeld in Wallonië. Daar is discriminatie in sommige gevallen, bijvoorbeeld wat betreft huisvesting en hoofddoekenverbod, nog erger dan bij ons. En daar mag er niet eens over gepraat worden, omdat Franstalige politici denken dat zoiets bij hen niet mogelijk is. Zelfs praktijktesten zijn er taboe. Dan staat Vlaanderen toch al een stapje verder.”


Zou het? 

”Op bepaalde vlakken bengelen wij achteraan: de kloof in het onderwijs is bijna nergens groter dan bij ons. Maar we hebben ook een mooie traditie: het middenveld staat sterk. Een organisatie zoals het Minderhedenforum kent men in Wallonië niet. De Vlamingen hebben zichzelf via dat middenveld ontvoogd. Daarom vond ik het zo vreemd dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zo uithaalde naar de Berbers. Die hebben veel gemeen met de Vlamingen van vroeger: zij mogen in Marokko ook hun eigen taal niet spreken.”


Wat vond u ervan toen minister-president Geert Bourgeois vorige week zei dat Vlamingen spuwen op de Waalse stakingsdrift? 

”Ik zal mensen nooit pakken op één uitspraak. Het was niet verstandig van Bourgeois om dat te zeggen, maar ik weet dat hij niet zo is. De minister-president heeft het integratiepact in het regeerakkoord gezet. Hij is de vader van de inburgering. Ik heb ook Sven Gatz aangesproken in zijn functie als minister toen hij een foto van zichzelf als Zwarte Piet verspreidde. Dat was niet verstandig, maar ik weet dat Sven geen racist is.”


Maar u bent wel tegen de klassieke Zwarte Piet. 

”Zeker. Ik voelde al lang aan dat die traditie moest veranderen. In 2007, nog voor het debat in Nederland losbarstte, heb ik dat voor het eerst gezegd. En iedereen lachte mij vierkant uit. Maar ik ben heel tevreden dat Bart Peeters en Hugo Matthysen een aangepaste versie van Zwarte Piet hebben bedacht voor de VRT.”

Sinds kort ligt de Efteling onder vuur, onder meer omdat er een attractie staat met zogenaamde koppensnellers. Wat vindt u daarvan? 

”Ik begrijp dat mensen zich aan zulke attracties storen. Dat wijst erop dat wij nog niet klaar zijn met ons koloniale verleden. Dat ik in 2006 de eerste zwarte schepen was, zegt toch genoeg? Hoe lang is Congo al onafhankelijk? Bijna zestig jaar. België had al lang zwarte burgemeesters en ministers moeten hebben. Maar zwarte mensen mochten bijna nooit naar hier komen, behalve bij de Wereldtentoonstelling in 1958, om in hutjes te komen zitten.”


U hebt ooit de Leopold II-laan in Sint-Niklaas van naam willen veranderen. 

”Bij wijze van statement. Omdat ik vond dat wijlen Maurits Coppieters als belangrijk voorman van de Vlaamse beweging zo’n straatnaam meer verdiende. Maar het is wel zo dat het rassensysteem een Belgische uitvinding was, geen Duitse. Het zijn Leopold II en de Belgen geweest die de Rwandezen hebben ingedeeld in Hutu’s en Tutsi’s. In het buitenland is Leopold II een massamoordenaar. Hier zijn straten naar hem vernoemd.”


Wat weet u eigenlijk over uw eigen Afrikaanse roots? 

”Niet veel. Ik weet dat mijn natuurlijke moeder Rwandese was en dat ze bevallen is in Antwerpen. Ze heeft mij meteen na de bevalling afgestaan, misschien omdat ze niet als alleenstaande moeder terug naar het katholieke Rwanda durfde. Of omdat ze niet voor mij kon zorgen. Ik ken haar naam, maar meer weet ik niet. Ik heb wel een band met Afrika, ik ben er ook al een paar keer geweest, maar in Rwanda nog nooit.”

Omdat het te moeilijk is? 

”Ja. Ik heb Hotel Rwanda, de film over de genocide van 1994, ook nog altijd niet kunnen bekijken. Ik moet toegeven dat ik daar nog niet klaar voor ben. Rwanda heeft de voorbije decennia overigens drie genocides gekend: in 1972, in 1988 en in 1994. En waarom is alleen die laatste bekend geworden? Omdat er Belgen bij betrokken waren.”

En omdat de dodentol zo groot was, niet? 

”Misschien was de dodentol in 1972 en 1988 nog groter, wie zal het zeggen? Nu goed, ik zal pas iets met Rwanda doen als ik er klaar voor ben.”


Weet u of uw moeder nog leeft? 

”Nee.”


Houdt u er rekening mee dat ze is omgekomen tijdens de genocide? 

”Ja. Mijn adoptiemoeder vindt dat ik haar misschien eens moet gaan opzoeken. Misschien komt dat moment ooit nog wel.”


Wat houdt u tegen? 

”Ik vertrek niet als ik niet weet wat ik daar precies wil doen. Stel dat ik het dorp vind waar ze vandaan komt. Wat doe ik dan?”


Uw moeder zoeken. 

”En dan?”


Haar ontmoeten. 

”En dan?” 


Dan wordt het moeilijk. 

”Juist. Geef ik haar dan een knuffel en vlieg ik terug naar België? Kan ik dat: gewoon bye bye zeggen na zo’n confrontatie met de realiteit daar? Dat wil ik niet. Ik ga niet even de toerist uithangen om dan mijn mama te moeten achterlaten. Al kan ik mij voorstellen dat ook zij zich afvraagt hoe het met haar zoon gaat. (stil) Toen dat massahuwelijk werd uitgezonden, waren er ook Afrikaanse zenders. Soms denk ik weleens dat mijn mama die beelden gezien heeft. Dan heeft ze mij gezien, zonder te weten dat ik haar zoon ben.” 

JOËL DE CEULAER, De Morgen

16/07/2016

‘Vlamingen hebben meer empathie voor dieren dan voor migranten’ (interview uit Knack)

’Zeggen dat de N-VA een racistische partij is, zoals sommige Franstaligen doen, is zwaar overtrokken’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. ‘Maar de uitspraken van Theo Francken zijn door en door verwerpelijk.’ Een gesprek over Sinterklaas, blanke taxichauffeurs, en de economische meerwaarde van migranten. 

 ’Ik ben er zeker van dat racisme bij taxibedrijven al jarenlang bestaat’, zegt Wouter Van Bellingen. ‘Gelukkig wordt het vandaag als een probleem ervaren. Dus eigenlijk is het positief dat zulke verhalen nu naar buiten komen: dat Vlaamse en Brusselse taxibedrijven op verzoek een blanke chauffeur sturen, stond vrijdag zelfs op de voorpagina van de krant. Steeds meer mensen vinden het anno 2014 not done om nog langer op die manier met elkaar om te gaan.’

Sinds juli van dit jaar is Van Bellingen directeur van het zogenaamde Minderhedenforum, de koepelorganisatie en belangenbehartiger van zeventien federaties van etnisch-culturele minderheden in Vlaanderen. Wat racisme betreft, is hij een ervaringsdeskundige. ‘Ik ben er mijn hele leven mee geconfronteerd.’

Ironisch genoeg zette een racistisch incident hem in 2007 voor het eerst op de kaart, toen nog als politicus bij het links-liberale Spirit. Van Bellingen was in zijn thuisstad Sint-Niklaas nog maar een paar maanden schepen toen bekend raakte dat een aantal koppels niet door hem getrouwd wilde worden. Van Bellingen: ‘Ik wilde die zaak eigenlijk stil houden. Ik zei tegen mijn ambtenaren: “Er zijn drie opties. Of ze aanvaarden mij toch. Of ze verhuizen naar een andere gemeente. Of ze wachten zes jaar met trouwen.” Maar ineens was die weigering dus Groot Nieuws. Het leidde tot een golf van volkse sympathie voor Van Bellingen. Er werd zelfs een massatrouwpartij op de Grote Markt van Sint-Niklaas georganiseerd, met meer dan zeshonderd koppels die zich tegelijk lieten trouwen. Door Wouter Van Bellingen. 

 Klopt het dat bij die ‘weigeraars’ ook Turkse koppels zaten?

WOUTER VAN BELLINGEN: Nee. Dat is een taaie roddel die het Vlaams Belang in Antwerpen heeft verspreid. Met name Janice Laureyssen, een goede vriendin van Wim Verreycken die toen net van Antwerpen naar Sint-Niklaas was verhuisd, lag aan de basis van de verspreiding van die roddel. 

  U komt zelf ook uit een Vlaams nest. 
 VAN BELLINGEN: Mijn grootoom Amedee Verbruggen was een frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en een van de stamvaders van de Vlaamse Beweging. Ik heb altijd een bijzondere band met hem gehad. De bekende pijp waarmee hij steevast op foto’s staat afgebeeld, is in mijn bezit. Tegelijk hebben mijn ouders zich in Sint-Niklaas altijd voor migranten, vluchtelingen en asielzoekers ingezet. Tot op heden trouwens. Nog dagelijks gaat mijn moeder, zelfs als ze ziek is, vluchtelingen helpen. Ook dat heeft mij sterk beïnvloed: die verdraagzame, solidaire onderstroom van Vlaanderen die jammer genoeg te weinig in beeld komt. Ook ik was van kindsbeen af actief in het verenigingsleven. In het jeugdhuis, in de speelpleinwerking en bij de scouts, waar mijn totem ‘spitssnuitdolfijn’ was. (lacht) Dat is een sociaal dier, met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, dat zwakkere dieren beschermt. Dat is mij op het lijf geschreven. 
 Ging u als kind met uw ouders naar de IJzerbedevaart? 
 VAN BELLINGEN: Jazeker, maar op een gegeven moment is dat abrupt gestopt. De laatste keer was ik een jaar of negen. Die dag hadden andere deelnemers ineens kritiek op mijn vader omdat hij een zwart kind had meegenomen: ‘Dat kunt u niet maken.’ Als kleine jongen begreep ik natuurlijk niet wat er aan de hand was. Dat werd me pas veel later duidelijker, toen ik op de tachtigste editie van de IJzerbedevaart in mijn functie van schepen bloemen ging neerleggen aan de IJzertoren: de boodschap van ‘nooit meer oorlog’ heeft altijd veel betekenis voor mij gehad. Op de affiche van die tachtigste editie stond een grootvader met zijn kleindochter, een zwart kind. Die man, Pol Sturtewagen, kwam toen naar me toe en zei: ‘Wouter, ik was erbij toen jouw vader werd aangesproken op je huidskleur. Je hebt er geen idee van hoe blij en trots ik ben dat ik vandaag samen met mijn gekleurde kleindochter op deze affiche sta.’ 
 U hebt in uw latere leven ook heel wat ervaring opgedaan in het omgaan met radicale nationalisten. Toen u schepen was, kwam Gertrude Van Bellingen, ofwel tante Trudy, namens Vlaams Belang in de gemeenteraad.

VAN BELLINGEN: (lacht) Ze was de opvolger van de bekende VB’er Wim Verreycken, die uit de politiek was gestapt. Weet u, in mijn familie was het hele politieke spectrum vertegenwoordigd, van extreemlinks tot extreemrechts. Zoals veel Vlaamse families op dat moment hadden we op familiefeesten de gewoonte aangenomen om het vooral niet over politiek te hebben. Maar het was toch wel een vreemde situatie in de gemeenteraad. Ook voor mijn tante, trouwens. Ze is gelukkig snel met politiek gestopt. 

U hebt het in de gemeenteraad niet vaak aan de stok gehad met ‘tante Trudy’? 
 VAN BELLINGEN: Ze was gelukkig niet bepaald verbaal. (lacht) Kijk, iedereen heeft natuurlijk recht op een eigen mening. Maar de uitdaging van de toekomst is niet het benadrukken van de verschillen, maar juist het zoeken naar wat ons bindt. Neem het hoofddoekenverbod. Dat is niet meer van deze wereld. De hele discussie daaromtrent is een zinledig tijdverdrijf voor moraalfilosofen geworden. Wat is in hemelsnaam het probleem met levensbeschouwelijke tekens als keppeltjes, tulbanden of hoofddoekjes? Mensen willen aan het gemeenteloket gewoon correct geholpen worden. Ik vind het trouwens een groot probleem dat het hele verhaal van interculturaliteit verengd wordt tot een discussie over de islam.
Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten zegt dat de hoofddoek een manier kan zijn om moslimmeisjes te onderdrukken. Vandaar dat zij bijvoorbeeld begrip heeft voor het hoofddoekenverbod in het Gemeenschapsonderwijs. 
VAN BELLINGEN: Rutten lijkt me soms erg wereldvreemd. Een liberaal die voor een verbod pleit. Heeft ze eigenlijk wel moslima’s als vriendinnen? We leven in Vlaanderen nog te veel naast elkaar. 
Verandert er niets? 
 VAN BELLINGEN: Discriminatie en racisme zullen natuurlijk niet zomaar verdwijnen. Maar in contacten met bijvoorbeeld Voka, Unizo en beleidsmakers merk ik toch dat we op een keerpunt staan. Vlaams minister-president Geert Bourgeois heeft zelfs gezegd dat discriminatie op de arbeidsmarkt bestaat, en dat hij dat verwerpelijk vindt. Tien jaar geleden was zo’n uitspraak ondenkbaar. De economische crisis zorgt ervoor dat we het ons als samenleving niet meer kunnen veroorloven om grote groepen mensen aan de kant te laten staan. We hebben alle handen nodig om de verzorgingsstaat overeind te houden. 
Geert Bourgeois kan dat wel zeggen, maar zitten er in het beleid ook maatregelen om discriminatie op de arbeidsmarkt daadwerkelijk te bestrijden? 
 VAN BELLINGEN: We willen nu ook daden zien. De tijd van de vrijblijvendheid is echt voorbij. Als de overheid miljarden uitgeeft aan lastenverlagingen voor bedrijven, verwachten wij ook dat ze voorwaarden oplegt in verband met de werkgelegenheid voor kansengroepen. En als bedrijven daar niet aan willen, moeten ze die subsidies maar weigeren. Maar als we erin zouden slagen om de helft van die ‘nieuwe Belgen’ die om allerlei redenen niet kunnen werken toch aan het werk te zetten, zou dat de Belgische schatkist jaarlijks miljarden opleveren. 
Pleit u voor quota op de werkvloer? 
 VAN BELLINGEN: Quota of bindende streefcijfers – what’s in a name? We willen dwingende maatregelen voor alle kansengroepen, ook voor mensen met een handicap en voor alleenstaande moeders. En dus ook voor allochtonen. Als samenleving moet je op een gegeven moment zulke dwingende maatregelen durven op te leggen. Omdat het werkt. Denk aan de quota voor vrouwen in de politiek. De helft van onze achterban zit onder de armoedegrens, in Brussel ligt dat cijfer zelfs nog hoger. 
Is het dan zo gek dat iemand als Theo Francken bedenkingen heeft bij de economische meerwaarde van bepaalde groepen migranten? 
 VAN BELLINGEN: Kijk, om nu op grond hiervan te zeggen dat de N-VA een racistische partij is, zoals sommige Franstalige partijen doen, is zwaar overtrokken. Maar de uitspraken van Theo Francken zijn door en door verwerpelijk. Wie zegt dat onze mensen niet willen werken? Bedrijven en instellingen staan gewoon niet open voor allochtone werknemers. Dertig jaar lang heeft Vlaams Belang erop gehamerd dat sommige groepen te lui zijn om te werken. Die boodschap is in Vlaanderen als een stinkende walm blijven hangen. Terwijl we wel verpleegsters en ingenieurs in het buitenland gaan halen. 
Is het dat niet waar Theo Francken het over had? Bij onze migranten zitten blijkbaar weinig ingenieurs. 
VAN BELLINGEN: Ho maar. Er is op dit moment een echte braindrain aan de gang van hoogopgeleide nieuwe Vlamingen die hier geboren en getogen zijn, richting Marokko, Turkije, Groot-Brittannië. Het zijn net de beste krachten die emigreren, uit frustratie over de wijdverbreide discriminatie op de Vlaamse arbeidsmarkt. Ze hebben immers wel het juiste diploma, maar de foute voor- en achternaam. 
Is het probleem toch niet vooral dat veel allochtone jongeren hun school niet afmaken en niet over de juiste competenties beschikken om te slagen op de arbeidsmarkt? 
 VAN BELLINGEN: 30 procent van de jongens en 25 van de meisjes met een migratieachtergrond verlaten inderdaad de middelbare school zonder diploma. Dat betekent dat ons onderwijs dringend bij zichzelf te rade moet gaan. Werkgevers klagen steen en been over slecht opgeleide jongeren en over studierichtingen die nauwelijks aansluiten bij de arbeidsmarkt. Maar het onderwijs houdt zich Oost-Indisch doof voor die kritiek. Tegelijk worden buitensporig veel jongeren met een migratieachtergrond zonder gegronde reden naar het bso en het tso gestuurd. Er worden ook meer B- en C-attesten gegeven aan kinderen met een migratieachtergrond dan aan autochtone kinderen, zelfs als ze dezelfde punten hebben. Er gaat echt veel mis in ons onderwijs. Laten we het kind bij zijn naam noemen: als er in de hele maatschappij racisme en discriminatie voorkomt, dan ook in het onderwijs. Alleen verhinderen de structuren daar vaak dat die verhalen naar boven komen. Wat wordt er gezegd in de beslotenheid van de klassenraden? Denkt u echt dat er bij de CLB’s geen werk meer aan de winkel is? Er moet meer transparantie komen. En echte inspraak voor leerlingen en ouders. Evaluaties en deliberaties moeten ook stoelen op objectievere criteria. 
Moet het Interfederaal Gelijkekansencentrum op al die gebieden niet wat vaker zijn tanden laten zien?

VAN BELLINGEN: Het is toch vooral een taak van de bestaande inspecties en controles bij de verschillende overheidsdiensten van dit land. Weet u dat er vorig jaar in Vlaanderen één pv is opgemaakt in verband met discriminatie door de Inspectie Werk? Eén! 

Welke toekomst heeft het Gelijkekansencentrum nog? Met Matthias Storme heeft de N-VA zonet een bestuurder benoemd voor wie het Centrum eigenlijk op de schop mag. 
VAN BELLINGEN: Het Gelijkekansencentrum blijft nodig, meer dan ooit. 
Zelfs Dyab Abou Jahjah noemt het een schaamlapje, een handig excuus zodat we de problemen niet echt hoeven aan te pakken. 
VAN BELLINGEN: (schudt het hoofd) Ik ben het daar niet mee eens. We hebben een onafhankelijke, gezagvolle stem nodig die zich kan uitspreken over gevallen van discriminatie. Maar het zou wel een goede zaak zijn indien het Interfederaal Gelijkekansencentrum zich zou ontwikkelen tot een echt mensenrechteninstituut, zoals de Europese Unie en de Verenigde Naties dat van België verwachten. Het Centrum zou ook moeten kiezen voor een meer offensieve houding. Het werd ooit opgericht vanuit een defensieve reflex. Onze hele sector is in dat bedje ziek. Onze mensen worden altijd aangesproken op hun zwakheden: ‘u kent de taal niet’, ‘u hebt het juist diploma niet’. Op den duur werden ze zo sterk in een slachtofferrol geduwd dat men er zelf in is gaan geloven. We moeten dringend vertrekken vanuit onze sterktes. Wij zijn meertalig en hebben heel wat competenties in huis die onze samenleving broodnodig heeft. 
En u zou ook willen dat Jozef De Witte, directeur van het Gelijkekansencentrum, wat offensiever te werk ging?

VAN BELLINGEN: Precies. Maar onze verstandhouding is wel goed. Samen met het Kinderrechtencommissariaat en het Interfederaal Gelijkekansencentrum werken we nu aan een oplossing op lange termijn voor het probleem van de kinderen van de woonwagenbewoners. Het Gelijkekansencentrum heeft daarin het voortouw genomen.   

Het Gelijkekansencentrum oordeelde recent ook dat er bij Zwarte Piet geen sprake is van racisme. U, daarentegen, huldigt de stelling dat Zwarte Piet op termijn gedoemd is te verdwijnen.

VAN BELLINGEN: Het gaat om een traditie, maar ook tradities evolueren. Als je vandaag moet vaststellen dat een minderheid wordt gekwetst door de oude gewoonten van de meerderheid, waarom kunnen we die gewoonte dan niet veranderen?

Mensen mogen zich natuurlijk gekwetst voelen, maar zou het in een superdiverse samenleving toch niet beter zijn als iedereen niet zulke lange tenen had? 
VAN BELLINGEN: Dat is een typische opmerking van blanke middenklassers. Als het gaat over relaties tussen de gevoelens van de meerderheid en de gevoelens van de minderheid, lijkt tweerichtingsverkeer me toch de beste optie. In het debat over Zwarte Piet zou ik ervoor pleiten om elke vorm van populisme achterwege te laten en aan historici en onderzoekers aan onze universiteiten te vragen om een en ander in de juiste context te plaatsen. Zelf vind ik dat er veel belangrijker thema’s zijn om onder de aandacht te brengen.
Goed, maar de discussie leeft, in Nederland heel heftig zelfs. Hoe komt dat toch? 
VAN BELLINGEN: Het gaat natuurlijk niet alleen over Zwarte Piet, maar over de wil van de meerderheid aan de ene kant en de rechten van de minderheid aan de andere kant in een sterk veranderende maatschappij. Vroeger werd het publieke debat in de media uitsluitend gevoerd door hoogopgeleide blanke mannen. Nu komen ook andere meningen aan bod. Wat doen we daarmee? Negeren, of er juist rekening mee houden? 
Wat moeten we doen met een strip als Kuifje in Congo ? 
VAN BELLINGEN: Ik heb dat album ook gelezen als kind. Maar vandaag zeggen mijn kinderen: ‘Wat een ouderwets gedoe is dat?’ Die lezen Kuifje niet meer, die kijken naar YouTube. De échte vraag is: in welke mate heeft Vlaanderen het kolonialisme ooit verwerkt? 
Wat heeft lectuur van oude stripverhalen met neokolonialisme te maken? Neem Suske en Wiske en de tamtamkloppers, een klassieker van Willy Vandersteen. In dat album kan een Afrikaanse stam niet op tegen de apen, maar gelukkig is er hulp van de blanke helden. Moeten we dergelijke albums ook verbieden? 
 VAN BELLINGEN: Nogmaals, die oude stripverhalen behoren niet meer tot de leefwereld van de kinderen van vandaag. Ik zie de zin van verbieden dus niet in. Maar tegelijk stel ik me vragen bij de onwil om het debat daarover aan te gaan. Onlangs liet Radio 1 Didier Volckaert aan het woord, de maker van een documentaire over mensenzoos tijdens de wereldtentoonstelling van 1913 in Gent. Hij zei: ‘Ik vind het raar dat veel Vlamingen durven af te zien van oude gebruiken als het over dieren gaat, zoals het drinken van levende visjes in Geraardsbergen, of paardenrennen her en der. Als het gaat over dierenrechten, kan de Vlaming dus wel empathie opbrengen. Maar empathie voor gevoeligheden van mensen met een migratieachtergrond lukt niet.’ Vlamingen hebben kennelijk meer empathie voor dieren dan voor migranten. Laten we dat debat eens aangaan. Welke mechanismen zijn hier aan het werk? Ik denk soms dat Vlaanderen een psycholoog nodig heeft, om eindelijk eens in het reine te komen met zijn trauma’s: van de weigering om de wreedheden van het kolonialisme onder ogen te zien, via collaboratie en repressie, tot de moeizame omgang met migranten en nieuwkomers. 
 Zit het zo diep? 
 VAN BELLINGEN: Eigenlijk leiden zaken als Zwarte Piet me af van wat ik echt belangrijk vind: onderwijs en de arbeidsmarkt. Maar het is wel een symbooldossier. Het gaat over de vraag of we in dit land bereid zijn om tot een nieuwe consensus te komen. Kijk naar de Rode Duivels. Ik volg de Rode Duivels al sinds 1982. Ik was de buurjongen van Marc Baecke, en hij mocht met de Duivels mee naar het WK van 1982 in Spanje. 
 ’Baecke de back.’ De linksachter van SK Beveren. 
 VAN BELLINGEN: Inderdaad. Jean-Marie Pfaff stond in het doel en zijn Beverse ploegmaat Marc Baecke mocht mee. Dat was toen nog een bijna volledig klassiek-Belgische ploeg. Dat is langzaam geëvalueerd. In de jaren negentig was Josip Weber nog een eenzame migrant die snel werd genaturaliseerd om de hele ploeg beter te maken. Vandaag is het Belgische elftal de afspiegeling van de superdiverse samenleving die het land is geworden. Bondscoach Marc Wilmots handelt als een ceo die diversiteit als een meerwaarde beschouwt. We mogen daar best nog wat trotser op zijn. We zouden beter stoppen met zeuren over wat ons scheidt. Daarom erger ik me vaak aan al die discussies in kranten en tijdschriften. Men zoomt alleen in op de verschillen. 
In een column in De Morgen had Hans Vandeweghe kritiek op Afrikaanse voetballers. Daarop ontstond ophef…

VAN BELLINGEN: (onderbreekt) Terecht! 

Waarom, terecht? 
VAN BELLINGEN: Omdat hij altijd maar hetzelfde liedje zingt. Zijn aanval op Afrikanen was geen eenmalige uitschuiver. Sorry, maar ik begrijp dat niet van De Morgen. Vrije meningsuiting is oké, maar er zijn grenzen. 
De feiten op het WK hebben Vandeweghe wel gelijk gegeven over het Afrikaanse voetbal. 
 VAN BELLINGEN: Ik lees wat ik lees. Er was op z’n minst de suggestie dat Afrikanen geen professionele houding hebben in topsport, juist omdat het Afrikanen zijn. Hij legde een verband tussen de slechte voetbalresultaten en de ‘mindere’ Afrikaanse cultuur. Dat kan echt niet. De Duitse en vroeger de Franse nationale ploeg hebben bewezen dat voetballers van Afrikaanse afkomst op topniveau kunnen spelen en toernooien winnen. 
Ging het niet precies over Afrikanen in Afrikaanse nationale ploegen, en de gebrekkige en deels corrupte omkadering daarvan? 
 VAN BELLINGEN: Een groot deel van de lezers van de krant heeft dat dan toch anders begrepen, namelijk als een schoolvoorbeeld van hoe de media vooroordelen versterken in plaats van ze te bestrijden. Hoe komt het anders dat de KVS en zo veel andere culturele organisaties zich zo sterk tegen die krant hebben afgezet? Ook de ‘kut-Marokkaantjes’ uit die mail van Theo Francken zijn ooit in Vlaanderen geïntroduceerd in een stuk van Yves Desmet in De Morgen . Het doel heiligt toch niet altijd de middelen? Als je middelen in conflict komen met de waarden die je zegt te verdedigen, heb je een probleem. 
Wordt het debat niet vooral gevoerd door blanke middenklassers? Een racistisch incident komt blijkbaar vooral in de media als er blanken bij betrokken zijn. Toen VRT-journalist Peter Verlinden het woord ‘neger’ op zijn gevel aantrof, bijvoorbeeld… 
 VAN BELLINGEN: … of toen schrijfster Saskia De Coster een klacht indiende wegens racisme bij de NMBS. Zo is het: als de klasse van de BV’s iets aanbrengt, wordt het een item. 
Dat werkt natuurlijk in twee richtingen. Als Sien Eggers één vuile racistische opmerking maakt, nagelt de pers haar aan het kruis.

VAN BELLINGEN: Maar er werd ook snel gesust: ‘Zo is Sien eigenlijk niet.’ Ik wil niet blijven steken in individuele anekdotiek. Vandaar mijn pleidooi voor academisch onderzoek. We moeten af van debatten vanuit het buikgevoel. Vandaar mijn eis voor meer inspecties en meer controles: dan krijgen we meer concrete cijfers en kunnen we de échte omvang van de discriminatie op de woonmarkt eindelijk in kaart brengen. Of op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. 

Tot Yves Desmet het woord ‘kut-Marokkaantjes’ gebruikte, kreeg progressief Vlaanderen het verwijt dat het de negatieve gevolgen van migratie met de mantel der liefde probeerde toe te dekken. En dat dit koren op de molen was van Vlaams Belang.
VAN BELLINGEN: Mij gaat het om oplossingen. Wat heeft het gebruik van ‘kut-Marokkaan’ voor positiefs bijgebracht?
Denkt u niet dat er vandaag veel volwassener over multiculturaliteit wordt gesproken dan vijftien jaar geleden?

VAN BELLINGEN: Dat hebben we toch niet te danken aan beledigende stukken in kranten? Wel aan het feit dat er met name in mijn achterban mensen zijn opgestaan, academici, journalisten en opiniemakers, die het debat op een volwassen manier voeren. Ondanks de media. Want degenen die mee verantwoordelijk zijn voor de polarisatie in het migratiedebat, hebben zo juist verhinderd dat wij onze stem konden laten horen. 

Daar bent u wel mee bezig. Klopt het wat in de Wetstraat over de politicus Wouter Van Bellingen werd gezegd? Te populair, maar ook te ambitieus en te hoog in de bol? 
VAN BELLINGEN: Elk verhaal heeft een kern van waarheid. Maar vrouwen in de politiek worden soms ook hysterisch genoemd als ze gewoon boos zijn, en jongeren arrogant als ze een bedreiging vormen voor de gevestigde orde. Ik was populair als politicus en wie geen ambitie heeft, die begint nergens aan. Maar mijn ambitie hangt niet samen met een of ander politiek mandaat. Mijn ambitie is de samenleving. Ook hier vraag ik mij af: hoe kan ik impact hebben? Hoe kan het Minderhedenforum het verschil maken? Want als we er niet voor zorgen dat al die mensen met een migratieachtergrond een volwaardig onderdeel worden van deze samenleving, zoals de arbeiders in de negentiende eeuw en de vrouwen na de Tweede Wereldoorlog, hebben we een levensgroot probleem. Niet alleen mijn achterban, maar de samenleving als geheel.

 Knack, WALTER PAULI EN HAN RENARD

Wouter Van Bellingen verlaat raadzaal.

Gemeenteraadslid Wouter Van Bellingen volgt Naima Charkaoui vanaf 1 september op als directeur van het Minderhedenforum. Van Bellingen, oprichter van huidige oppositiepartij SOS-2012, neemt ontslag uit de Sint-Niklase gemeenteraad.

Vanaf 1 september vertolkt Wouter Van Bellingen vanop de eerste lijn de stem van de etnisch-culturele minderheden iGVA140613 Een verlies voor de oppositien België. Hij
volgt Naima Charkaoui op, die sinds 2001 voor het Minderhedenforum werkt.

“Toen de vacature verscheen, kreeg ik meteen suggesties vanuit verschillende hoeken. Zowel mensen uit de media als de sociale- en welzijnssector vroegen me waarom ik mijn kandidatuur niet indiende”, schetst Van Bellingen. “Uiteindelijk heb ik de stap gezet, tot mijn grote tevredenheid. Ik krijg nu de kans om een groeiend intercultureel middenveld te versterken, in de hoop het algemene draagvlak voor diversiteit – als hefboom voor een cultureel rijke en welvarende samenleving – te versterken.”

De nieuwe doorstart betekent evenwel ook het einde vanzijn carrière in de lokale politiek. Zijn mandaat als gemeenteraadslid wordt nu vroegtijdig stopgezet. “Ik ben de lokale politiek niet beu. Ik behoor dan wel tot de oppositie, toch ben ik niet teleurgesteld, noch zit ik erbij als een geslagen hond. Het is gewoon een kwestie van de juiste afweging te maken: waar kan ik de grootste impact hebben. Voor alle duidelijkheid, ik zal niet verdwijnen van het Sint-Niklase toneel. Ik blijf een inwoner van Sint-Niklaas, en een met een kritische stem.”

De komende twee maanden zijn een inloopperiode waarin hij huidig directeur Charkaoui volgt en zich inwerkt in de structuur van het Minderhedenforum. “Een luxepositie, zo’n inloopperiode. De politiek zal ik missen, maar ik ben ervan overtuigd dat ook mijn nieuwe job draait rond mensen samenbrengen.”

Massatrouw

 

Van Bellingen zette zich in 2007 op de nationale en internationale radar als eerste zwarte Vlaamse schepen. Nadat drie koppels weigerden door hem getrouwd te worden omwille van zijn huidskleur, organiseerde hij een massatrouw op de Grote Markt. In 2012 besloten kartelpartners sp.a en groen om niet langer een kartel te vormen. Beide partijen beschuldigden Van Bellingen ervan kandidaten te lanceren zonder overleg en te flirten met extreemlinks. SOS-2012 trok alleen naar de gemeenteraadsverkiezingen en belandde in de oppositie.

SOPY, GVA

Van Bellingen aan hoofd Minderhedenforum.

Wouter Van Bellingen, Vlaanderens eerste zwarte schepen, volgt Naima Charkaoui op als directeur van het Minderhedenforum. Hiervoor stapt hij uit de gemeenteraad van Sint-Niklaas.

“Heel wat mensen vroegen me om deze functie op te nemen”, zegt Van Bellingen. “Hoe dan ook wilde ik geëngageerd blijven. Aan de kant staan is niets voor mij. Ik wilde mijn verantwoordelijkheid nemen, want Vlaanderen moet diversiteit erkennen als hefboom voor een sterkere samenleving.” Van Bellingen wil minderheden zo veel mogelijk op het voorplan krijgen. “Ik wil meehelpen om een draagvlak te creëren voor onze thema’s.” Charkaoui, die haar functie op 31 augustus officieel neerlegt, wijst op het belangvan het Minderhedenforum om de stem van hun achterban bij het beleid te brengen, maar ook op de rol die de organisatie vervult in het versterken van de mensen die ze vertegenwoordigen. Ze heeft ook een boodschap voor de nieuwe regering die zal gevormd worden: die moet actie ondernemen en durven maatregelen nemen tegen racisme en discriminatie. “Er moet komaf gemaakt worden met de vrijblijvendheid van de afgelopen jaren. Er is een inhaalbeweging nodig op vlak van onderwijs en werk. Dat is ook nodig om de welvaart te verbeteren.” Hüseyin Aydinli, voorzitter van de raad van bestuur van het Minderhedenforum, omschrijft Van Bellingen als ‘de geknipte man om de organisatie verder te laten groeien’. Hij verwijst naar de armoedecijfers en de stijgende werkloosheid onder mensen met een migratieachtergrond en wijst op de rol van het Minderhedenforum als belangenverdediger.

Massahuwelijk

Van Bellingen zetelde eerst als schepen en sinds 2013 als gemeenteraadslid in Sint-Niklaas. Als ambtenaar van de burgerlijke stand kwam Van Bellingen begin 2007 in het nieuws toen bleek dat een drietal echtparen door zijn huidskleur niet door hem in de echt verbonden wilden worden. Als reactie hierop kwam een massahuwelijk op de Grote Markt van Sint Niklaas. “Of het nu iemand is op de markt van Leuven, of een professor aan de hogeschool: nog elke dag spreken mensen mij daarover aan.”

ADB, De Morgen

Wouter Van Bellingen over zijn adoptievader.

Wouter Van Bellingen met zijn adoptievader.

‘Je kan jezelf maar één keer verkopen’, zei zijn vader. En dus bleef politicus en sociaal ondernemer Wouter Van Bellingen vooral zichzelf. Ze delen geen bloedband, en toch is Van Bellingen ontegensprekelijk de zoon van zijn vader: principieel, dwars en zonder enig blad voor de mond.

Elke dag fietst hij met Casper (12) en Zita (10) in zijn kielzog naar school. ‘Net zoals ik met mijn vader deed’, glimlacht Wouter Van Bellingen. ‘Zelfs de route is bijna krak dezelfde. Ik geniet van onze dagelijkse tochtjes en gesprekken, zeker omdat ze zelfstandiger worden en hun eigen mening beginnen te ontwikkelen. Discussiëren is altijd een van mijn favoriete bezigheden geweest.’

En daarmee verraadt Van Bellingen wat hij nog steeds is: politicus in hart en nieren. Hij mag dan niet langer schepen zijn in Sint-Niklaas, engagement haal je niet zomaar uit het bloed. ‘Ik ben in de politiek gestapt omdat ik iets wezenlijks wilde veranderen’, zegt hij daarover. ‘En nu wil ik de bedrijfswereld meekrijgen door sociaal ondernemerschap te promoten. Let op mijn woorden: dat is de toekomst!’ Nu hij politiek minder actief is, is hij het die Zita en Kasper elke dag eten voorschotelt, en ervoor zorgt dat ze niet in zeven sloten tegelijk lopen. ‘Het doet deugd om een tijdje de verzorgende rol op mij te nemen, in alle luwte’, zegt hij.

Massahuwelijk op de Grote Markt van Sint-Niklaas

De laatste jaren zijn dan ook zwaar geweest. Van Bellingen haalde in 2007 voor het eerst de nationale pers toen uitlekte dat drie koppels weigerden om zich door een man met zwarte huidskleur in de echt te laten verbinden. Als reactie daarop hield hij op 21 maart 2007 een grote symbolische trouwpartij voor 626 koppels. Daarop werd de eerste zwarte schepen van Vlaanderen tegen wil en dank een tijd lang knuffelallochtoon en mediafiguur. ‘Ik heb me nooit de zwarte of de allochtoon gevoeld’, zegt hij daarover. ‘Dat ik en passant het beeld dat mensen van zwarte mensen hebben op een positieve manier beïnvloed, is mooi meegenomen. Maar de klemtoon ligt op mijn eigen ding doen.’ En daarmee is Van Bellingen ontegensprekelijk de zoon van zijn vader. Jef Van Bellingen mag dan misschien niet de natuurlijke vader van Wouter zijn, hij deelt met hem een groot aantal karaktertrekken. ‘Een nonkel van Katrijn, mijn vrouw stelde op mijn huwelijksfeest verbaasd vast dat iedereen van ons gezin op dezelfde manier lacht’, aldus Wouter. ‘En dat terwijl we geen bloedband delen. Dat vond ik een schoon compliment.’

Wouter is de jongste van vier, en werd in Antwerpen geboren met een Rwandese voor- en achternaam. ‘Ik heb die naam op mijn geboorteakte staan, maar ik heb hem nooit kunnen onthouden. Raar hé? Omdat het mijn naam niet is, denk ik. Het is niet wie ik ben. Ik ben meteen na mijn geboorte afgestaan, en mijn ouders zijn mij komen halen na een telefoontje of ze een zwartje wilden dat nog in de couveuse lag. Ze hadden al drie kinderen, Stef, Hilde en Veerle, die allemaal geadopteerd waren. Grappig genoeg is ons Veerle de vreemde eend in de bijt, zij was de enige die niet gekleurd was en veel mensen dachten dat zij het enige natuurlijke kind van mijn ouders was. We lachten er altijd mee aan tafel. ‘Veerle komt uit de bloemkool, Hilde uit de maïs, en ik uit de maniok’, zei ik dan.

Wouter Van Bellingen (tweede van rechts) met zijn broer Stef en zussen Hilde en Veerle, ook alle drie geadopteerd.

Wouter Van Bellingen (tweede van rechts) met zijn broer Stef en zussen Hilde en Veerle, ook alle drie geadopteerd.

Onbuigbare principes.

Het was een allegaartje, maar dat vonden wij maar normaal. Want we kregen in de weekends en in de vakanties ook nog eens een aantal pleegkinderen over de vloer, en ons huis zat toen ik klein was altijd vol met bezoekers. Kunstenaars zoals Ferre Grignard en Jan Decleir, maar ook advocaten, politici en verschoppelingen. Er werd luid gediscussieerd en er werden plannen gesmeed om bijvoorbeeld het klassensysteem in de katholieke kerk aan te klagen, of om de Vlaamse ontvoogdingsstrijd te steunen. Spannende tijden waren dat, de BOB heeft zelfs ons huis nog eens doorzocht omdat ze mijn ouders verdachten. Dat was ook een beetje de schuld van mijn vader. Die was enorm principieel, en dus moesten we respect hebben voor alle meningen, vond hij. Zelfs al kwam je daardoor in de problemen, hij vond dat je maar beter trouw bleef aan je principes, zodat je jezelf elke dag in de spiegel kon kijken. ‘Je kan jezelf maar één keer verkopen’, zei hij me altijd. Ik heb het vaak genoeg gezien in de politiek dat mensen hun waarden en principes verloochenen in functie van hun carrière. Maar ze vervreemden van zichzelf en de mensen om hen heen, en eindigen altijd eenzaam aan de top. Dat is me nooit overkomen, en dat heb ik in grote mate aan mijn vader te danken. Soms heb ik hem er ook wel voor vervloekt, want het wordt je niet altijd in dank afgenomen dat je je waarden verdedigt. Het maakt een onbuigbaar mens van je, een dwarsligger, en dat heeft me – net zoals hem, denk ik – soms wel parten gespeeld in mijn carrière.

Alles bespreekbaar

Maar ik heb gelukkig een olifantenhuid, en dat is dan weer iets wat ik thuis heb geleerd (lacht). Aan tafel ging het er altijd nogal verhit aan toe tijdens discussies, in die mate zelfs dat Katrijn echt gechoqueerd was toen ze voor het eerst bij ons thuis kwam eten. We moesten nooit een blad voor de mond nemen, alles was bespreekbaar. Net daarom kregen we ook op andere vlakken enorm veel vrijheid, want mijn ouders wisten wat ze aan ons hadden. Ik kon bijvoorbeeld uitgaan zo laat ik wilde, zolang ik maar een goeiedag ging zeggen aan mijn ouders als ik thuis kwam. Maar ik wist ook: dat moest ik niet zat doen. Aan vrijheid werd dus verantwoordelijkheid gekoppeld, en dat was zo van kleinsaf aan. Dat is iets wat ik enorm waardevol vind en ook bewust zo aan mijn kinderen doorgeef. Zo komt Casper ’s avonds op zijn eentje naar huis. Soms gaat hij eerst eens langs bij mama, en soms blijft hij daar  samen met zijn neef en nichtjes slapen. En dat vind ik geen probleem, zolang hij het op voorhand vraagt en me laat weten waar hij is. Mijn vrouw heeft het daar soms moeilijker mee, omdat ze anders is opgevoed. Maar ik ben ervan overtuigd dat hij op die manier leert om met vrijheid om te gaan, en om de juiste keuzes te maken. Want binnenkort komt hij als puber in een wereld waar je als ouder niks van af weet, en ik hoop dat hij tegen dan genoeg ervaring heeft om zich niet te laten verleiden tot stomme stoten.

Wouter Van Bellingen met zijn vrouw Katrijn en hun kinderen Casper en Zita.

Gekleurde wortels.

Ik heb lang getwijfeld of we wel aan kinderen moesten beginnen, omwille van mijn huidskleur. Ik weet nog goed hoe ik doorAntwerpen liep na Zwarte Zondag in 1991, en hoe ik mezelf voorstelde dat één op vier inwoners van de stad op het Vlaams Blok had gestemd. Dat heeft een diepe indruk nagelaten. Ik merkte ook hoe weinig er au fond veranderd was. Bij de scouts was ik, de eerste met een kleurke in de nationale vergadering, nog gestart met een project om meer diversiteit – zowel qua achtergrond als qua gezondheid – te introduceren. Maar de scouts waren na al die jaren nog steeds overwegend niet-gekleurd, waar kinderen zonder en met een fysieke beperking apart speelden. Ik heb er dan ook lang met mijn vrouw over gebabbeld, maar uiteindelijk hebben mijn ouders me overtuigd om er toch aan te beginnen. Mijn vader zei: ‘Je kan je kinderen instrumenten meegeven om hen te wapenen tegen de buitenwereld, zoals jij dat doet met humor.’ En hij had natuurlijk gelijk. Zij zijn daarin geslaagd bij ons, waarom zou ik dat niet kunnen? Maar voor hen was huidskleur nooit een issue, waardoor ik mezelf nooit als anders heb beschouwd. Het was de buitenwereld die het me langzaamaan duidelijk heeft gemaakt dat ik niet helemaal gelijk was aan anderen. Laatst ging ik bijvoorbeeld naar een creativity talk bij Vlerick, en daar zeiden ze ‘gelukkig hebben we Wouter Van Bellingen nog’. Ik was de enige gekleurde tussen tachtig aanwezigen. Misschien is dat mijn rol in deze wereld: de weg vrijmaken.

Het was nooit mijn bedoeling, maar het gebeurd toch. Dat merkte ik ook toen ik bij het Afrikaans platform werd uitgenodigd. Mensen kwamen me er zeggen dat ik een rolmodel ben voor hun kinderen. Soms klinkt dat vreemd, want ik voel me door en door vlaams. Langs de andere kant: ik ben nog nooit in Rwanda geweest. Misschien omdat ik bang ben dat het iets zou losmaken wat ik altijd heb genegeerd. Met mijn kinderen wil ik de reis over een paar jaar wel graag maken, als zij zich vragen beginnen te stellen bij hun wortels. Tot nog toe is daar weinig over gepraat, ook niet nu ik veel bij hen ben zoals de laatste jaren. Ze bewegen zich dan ook in een meer gekleurde wereld dan ik, zowel op school als tijdens hun hobby’s. En we zijn ook altijd open geweest over hun huidskleur, en welk effect dat op mensen kan hebben. Het is ook een grappig zicht als we allemaal op een rijtje staan: mijn vrouw is heel erg bleek, mijn dochter is lichter dan mijn zoon, en ik ben het donkerst. Het past perfect.’

Barbara Seynaeve, Psychologies Magazine, april 2014

Geschiedenis dicteert onze gevoelens.

Woorden en beelden die in onze ogen onschuldig of grappig lijken, verbergen vogeschiedenis dicteert onze gevoelensDestandaard140328Bor Afro-Amerikanen niet zelden  ‘historische littekens’.

 

‘Belgium Atones for Racist Obama Caricatures With Racist Giant Cookie’ (België probeert racistische karikaturen van Obama goed te maken met een gigantische racistische koek), kopte het tijdschrift New York op zijn website. De beelden uit De Morgen van de Obama’s als apen verspreidden zich als een lopend vuurtje via blogs en twitter. Zelfs actrice Mia Farrow tweette haar mening: de Belgen zouden die krant moeten opdoeken wegens racisme.

Veel Belgen reageerden vol ongeloof: waarom al die heisa? Het is allemaal wellicht onschuldig bedoeld. Zeker de speculaas. Een bakker gaat toch niet fier zijn kunstwerk op de ambassade afgeven met de stiekeme bedoeling de Amerikaanse president te beledigen. Neen, maar beelden en voorstellingen waar een blanke Europeaan geen graten in ziet, kunnen bij een Afro-Amerikaan een lang en pijnlijk verleden oproepen. Ooit werden die immers gebruikt om zwarten heel bewust te ontmenselijken.

‘Geschiedenis dicteert onze gevoelens’, zegt de zwarte schrijfster Ethel Morgan Smith aan de telefoon vanuit Morgantown, West-Virginia. Die culturele connotaties zijn voor een buitenstaander niet altijd herkenbaar. ‘Maar als we willen samenleven, moeten we elkaars perspectief leren begrijpen’, zegt ze, ‘ook al vergt dat een inspanning.’

Stereotiepe afbeeldingen van De Ander kleuren onbewust onze houding tegenover die Ander. InThe New York Times, die eergisteren een artikel wijdde aan de foto’s in De Morgen, sprak Shannon Pfohman van het in Brussel gevestigde European Network Against Racism over ‘de normalisering van haat’.

Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat mensen die er prat op gaan geen spatje racisme in zich te hebben, desondanks diep in hun onderbewustzijn racistische gedachten koesteren. De grote boosdoener is de brede culturele omgeving: de media, literatuur, film, spelletjes … die stereotiepen verspreiden. Dat geldt trouwens niet alleen voor etnische groepen, ook vrouwen, holebi’s en ouderen zijn er het slachtoffer van.

De Belgisch-Amerikaanse psycholoog Paul Verhaeghen waarschuwde bij het verschijnen van zijn studie in het British Journal of Social Psychology dat ‘er een goede reden is voor politieke correctheid. Stereotiepen worden best gemeden, anders gaan de mensen ze zich egeschiedenis dicteert onze gevoelensDestandaard140328igen maken.’

Watermeloen

Een zwarte afbeelden als aap of een banaan naar zijn hoofd gooien is weinig subtiel. Maar wat te denken van een getrukeerd beeld van de Obama’s die watermeloen eten? ‘Watermeloen enfried chicken zijn bij uitstek zuiderse gerechten en roepen pijnlijke stereotiepen van zwarte Amerikanen als luie nietsnutten op’, zegt Smith.

Het beeld refereert aan de klacht van de blanke slavenhouders dat als zij even niet opletten, hun zwarte landarbeiders lui in het veld lagen, zich te goed doend aan meloenen. Of aan hun dikke, weinig dynamische kokkin, die een kippenbout verorberde in plaats van te werken. ‘Tot op vandaag weigeren veel Afro-Amerikanen watermeloen of fried chicken te eten.’

Maar wat als het aanstootgevende beeld of gebruik wortelt in de volkscultuur van een andere groep? Zoals Zwarte Piet. Moet die groep haar tradities dan opgeven, ook al hebben die niet de minste kwade bedoelingen? ‘Maar moet erfgoed of traditie ons kwetsen?, vraagt Smith. ‘De gebruikers van die beelden en figuren zouden er goed aan doen eens in de huid van de afstammelingen van slaven te kruipen.’

‘Traditie is ook het argument van de eigenaar van de Washington Redskins om de naam van zijn voetbalploeg niet te veranderen. ‘Ik kan 81 jaar geschiedenis niet zomaar overboord gooien’, vindt Daniel Snyder. Voor hem is het een oude traditie en zijn de fans gehecht aan de naam. Met racisme heeft het niets te maken.

Voor American Natives is ‘Roodhuiden’ echter een zwaar beladen term. ‘Door het gebruik van indiaanse mascottes, namen en logo’s wordt onze cultuur geromantiseerd’, legde Mark Denning uit Milwaukee, die half Oneida en half Menominee is, onlangs uit in deze krant. ‘We worden niet gezien als echte mensen.’

Voor de leden van de First Nations zelf is het misbruik van hun symbolen nefast: het scheept hen op met een laag zelfbeeld. En aan niet-indianen geeft het de indruk, aldus de beroepsvereniging van Amerikaanse psychologen, dat het aanvaardbaar is om etnische minderheden minachtend te bejegenen.

Aanstootgevend voor Afro-Amerikanen vindt Smith ook de ‘slavenmarkten’ die vaak op studentenfeesten worden georganiseerd om geld in te zamelen voor een of ander doel.

Afbeeldingen van president Obama met een strop om zijn nek zijn al evenmin uitingen van gewone politieke onenigheid. Met een strop werden zwarten in het gesegregeerde Zuiden bij de minste – vermeende – misstap gelyncht.

Wat de kabouter is voor de Vlaamse voortuin, is de zwarte lawn ­jockey voor de Amerikaanse. De plaasteren zwarte man in de uitrusting van een paardenmenner heeft meestal erg uitgesproken trekken: krulhaar, uitpuilende ogen, dikke rode lippen, een platte neus… Dat op zich is al weinig kies. Ook hier zit bovendien een pijnlijke geschiedenis achter. Zwarten werd verboden paard te rijden, tenzij ze een zware belasting betaalden – waarvoor ze gewoonweg het geld niet hadden. Nochtans hadden de blanken met paarden van de zwarten leren omgaan met de dieren.

Hetzelfde verhaal met de black minstrel shows. Zwarte artiesten konden het zout op hun brood niet verdienen, maar blanke cabaretiers die hun gezichten zwart schilderden, overdreven met hun ogen rolden, wat mankten en in hun haar krabden als een oerdomme sukkel, werden tot lang in de jaren vijftig veelgevraagd en goed betaald.

Welfare Queen

Overduidelijk racistisch taalgebruik is niet langer ‘bon ton’ in de VS. Het woord nigger is gebannen. Subtielere boodschappen hebben de plaats van het N-woord ingenomen. Zo is het thema ‘ras’ sinds de jaren veertig van de vorige eeuw versmolten met andere politieke thema’s, die er voor buitenlanders op het eerste gezicht niets mee te maken hebben. Dat is op de eerste plaats welfare (bijstand), en nauw daarmee verbonden de rol van de overheid en herverdeling via belastingen.

Amerikanen kennen die code­taal, die sinds Richard Nixons ­Southern Strategy wordt gebruikt om het diepe ongenoegen van de blanke arbeidersklasse (over de veranderingen in hun land en in de wereld) aan te boren. Zoals Nixons adviseur John Ehrlichman het uitdrukte: ‘Zo moet de kiezer tegenover zichzelf niet toegeven dat hij aangetrokken wordt door een racistische boodschap’.

Daarom werd de suggestie van de Republikeinse presidentskandidaat Newt Gingrich dat ‘zeer arme kinderen’ uit de inner cities aan het werk zouden moeten worden gezet als klusjesman of poetsvrouw in hun school, om hen werkethiek bij te brengen, door veel Europeanen als een interessante suggestie beschouwd. Ook van zijn blanke Amerikaanse publiek kreeg Gingrich een staande ovatie.

Voor hen greep hij terug naar het symbool dat door president Ronald Reagan werd gebruikt: de Welfare Queen, die geen echtgenoot wil, omdat ze anders haar uitkering verliest. De zwarten wisten dat het over hen ging, ook al werden ze niet vernoemd: ‘zeer arme kinderen in de inner cities’, dat zijn statistisch gezien nu eenmaal overwegend niet-blanke kinderen. En waarom zouden hun kinderen zich zo moeten vernederen? De ‘subtiele’ verwijzing van Ging­rich was in Amerikaanse oren overduidelijk.

In 2008 doken posters op van Obama als The Joker. In Europa dachten velen aan een marketingstunt van een merk. In de VS wist iedereen meteen welke gevoelens daarmee bespeeld werden: het verwees naar Obama’s vreemdheid, naar voodoo en duistere krachten. Een jaar later verschenen affiches van president Obama met nazi-symbolen of uitgedost als Hitler. Al sinds de jaren dertig wordt de toekenning van gelijke rechten aan zwarten geassocieerd met de totalitaire staat en met socialisme. Hier werd niet zozeer naar zijn eigen huidskleur verwezen, dan wel naar het beleid dat men dacht dat hij zou voeren.

‘Historische littekens’, noemt Smith die ogenschijnlijk onschuldige woorden en beelden, waarachter diepe pijn en grove beledigingen schuilen.

De Standaard,  Evita Neefs

Categorieën:Massahuwelijk, Media, Mening Tags:
%d bloggers liken dit: