Archief

Archive for the ‘Integratiepact’ Category

Wordt onze samenleving diverser?

Als ik naar de toekomst kijk met de vraag of onze samenleving en onze structuren diverser en vooral inclusief-diverser zullen worden, dan ben ik positief. Inclusieve diversiteit wordt de norm: in bedrijven, in het onderwijs, bij de overheden, overal. Simpelweg omdat we zullen moeten. Dat gaat verder dan huidskleur en afkomst; ook op gebied van gender, leeftijd, inkomen enzovoorts zal onze samenleving inclusiever worden.

We zijn al een tijdje in die richting aan het evolueren. Weliswaar aan een traag tempo, maar daar zou de crisis waar we ons nu in bevinden weleens verandering in kunnen brengen. Als je naar de geschiedenis kijkt zie je dat crisissen, alle rampspoed ten spijt, vaak nodig zijn om verandering in gang te brengen. Kijk naar WO II: het is na de oorlog dat mensenrechten zo hoog op de agenda zijn gekomen. In de tweede helft van de twintigste eeuw is er veel vooruitgang geboekt, ook wat de strijd tegen discriminatie betreft. Jammer genoeg hebben de aanslagen van 9/11 abrupt een einde gemaakt aan dat positieve proces. De wereld is collectief in een kramp geschoten. 

Dat geldt ook voor België en Vlaanderen. Op dit moment scoren wij op veel vlakken niet goed wat inclusieve diversiteit betreft: onderwijs, tewerkstelling, huisvesting … op al deze vlakken zie je een etnische kloof. Ook op vlak van armoede is er enorm veel werk aan de winkel. Eén ding is positief: het besef is er. En ook aan de wil om het beter te doen zal het niet liggen. Je ziet in Vlaanderen enorm veel mooie plaatselijke initiatieven en inzet, maar die positieve beweging vertaalt zich veel te weinig in het beleid. We willen open en tolerant zijn, alleen blijft die wil ergens steken op de Vlaamse klei. 

Die Vlaamse klei is eigenlijk een kloof, meer bepaald: de kloof tussen tussen enerzijds zaken vaststellen en erover nadenken – daar zijn we erg goed in – en anderzijds iets doen. Die discrepantie zit ingebakken in onze structuren, die vaak nog sporen dragen van de verzuiling – op ideologisch vlak bestaat de verzuiling nog amper, maar op economisch vlak werkt ze nog steeds door. We hebben nood aan meer synergiën tussen denken en doen, en tussen het veld en het beleid. Denk aan een intensere samenwerking tussen de VDAB en de economische beleidsmakers bijvoorbeeld, of tussen de onderwijskoepels en administratie.

We hebben het ons tot nu toe kunnen permitteren om wat vastgeroest in die structuren te blijven zitten, simpelweg omdat we welvarend zijn, maar we zullen hoe langer hoe meer gedwongen worden om te veranderen. De structuren van nu geven bieden immers niet langer de juiste oplossingen voor de problemen van vandaag, laat staan die van morgen. Het feit er in die structuren meer nood is aan inclusieve diversiteit, is een perfect voorbeeld.

Het is eigen aan de Vlaamse volksaard, die onder andere is gevormd door het katholisme, om te willen wachten tot verandering top-down wordt opgelegd. Maar vandaag is duidelijk dat echte verandering vooral vanuit de mensen zal komen – bottom-up dus. Zo kan en zal het bedrijfsleven een stuwende rol spelen op de weg naar inclusieve diversiteit. Waarom? Omdat het opbrengt. Bedrijfsleiders en zeker ook investeerders weten nu wat landbouwers al veel langer weten: een monocultuur is kwetsbaar.

Verschillende onderzoeken uit binnen- en buitenland tonen aan bedrijven met een inclusief en divers management, waar dus mensen van verschillende etniciteiten, geslachten, leeftijden enzovoorts mee het beleid bepalen, meer winst maken en beter bestand zijn tegen faillissementen. De enige IJslandse bank die niet failliet is gegaan na de bankencrisis, was er een die gerund werd door vrouwen. Uit het Mc Kinsey onderzoek “Diversity Wins” ( mei 2020) blijkt dat de bedrijven die tussen 2010 en nu gendergelijkheid vooropstelden, 25 procent meer winst maakten, voor bedrijven die diversiteit nastreven ligt dat cijfer zelfs op 36%. De grote Amerikaanse investeerders weigeren nog geld te geven aan banken die leningen geven aan bedrijven die niet mee zijn in dit diversiteitsverhaal. De nood aan inclusieve diversiteit is dus niet enkel moreel, maar ook economisch.

Maar ook van bovenuit zal de verandering worden opgelegd die naar meer diversiteit leidt. Een groot deel van de wetgeving in België en Vlaanderen is Europees; welnu, vanuit Europa komen er zéér hoopgevende signalen voor al wie diversiteit belangrijk vindt. In het voorjaar en de zomer van 2020 zijn over heel Europa ontelbaar veel mensen op straat gekomen om te laten horen dat ze achter de Black Lives Matter beweging staan – een beweging die symbool staat voor het verlangen naar een diverse, inclusieve samenleving. Die oproep is niet in dovemansoren gevallen, in de eerste plaats bij de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Men heeft een versnelling hoger geschakeld en nu is er een Europees actieplan tegen racisme, en een directieve zit in de pijplijn. 

Op dit moment is Duitsland voor zes maanden voorzitter van de Europese Unie, daarna volgt Portugal. Beide landen zijn progressief op het vlak van migratie en anti-discriminatie; ik ben zeer hoopvol dat in de komende maanden belangrijke stappen zullen worden gezet naar een inclusief-divers Europa. Dat zullen we ook in België voelen, en bovendien ben ik ook hoopvol wat onze huidige federale regering betreft. Eerste minister Alexander De Croo stelt zich empathisch op en heeft onder andere verklaard dat hij het onaanvaardbaar vindt dat zijn medewerker van kleur wel wordt gecontroleerd op de luchthaven, en hij niet, toen ze samen onderweg waren naar de VS. 

Het is belangrijk dat beleidsmakers, net als bedrijfsleiders, zich laten omringen door mensen met een andere huidskleur, een andere achtergrond, een ander geslacht, en ook door mensen met een beperking bijvoorbeeld. Niet alleen voor ‘de ander’, maar ook voor henzelf. Wie zich enkel met mensen zoals zichzelf omringt, mist een groot deel van wat in de samenleving leeft, en kan dus geen beleid op maat van iedereen voeren. Zo’n regeringen en zo’n bedrijven zullen daardoor minder succesvol zijn. 

Het staat vast dat elke grote onderneming in de toekomst gedwongen zal worden om een inclusief-divers beleid te voeren en dat in belangrijke machtsorganen diverse mensen – nogmaals, het gaat verder dan alleen kleur, ook gender, leeftijd enzovoorts – a seat a the table krijgt. En niet alleen een seat, maar vooral ook een stem: de tijd dat er af en toe iemand van een minderheid mocht komen aanschuiven als excuus, is voorbij. In die zin maakt het niet uit wie de leiders zijn in onze samenleving. Het maakt niet uit of wie aan het hoofd van de tafel nu wit is of zwart, man of vrouw, als hij of zij zich laat omringen door mensen van diverse achtergronden en ook écht naar hen luistert. 

Nog een reden waarom ik, zonder naïef te zijn, hoop en denk dat de toekomst er zo zal uitzien, zijn onze jongeren. De generatie van de toekomst is ondernemend en zelfsturend – iets waar Vlamingen over het algemeen minder goed op scoren – en zelfs een beetje radicaal. Dat is goed, want enkel zo zullen er dingen veranderen. Als mensen komen betogen voor Black Lives Matter terwijl ze besmet kunnen worden door het coronavirus, dan is dat moedig, dan betekent dit dat ze écht op tafel kloppen. Het is onze taak als oudere generatie om hen te ondersteunen en te begeleiden en om onze kennis, bijvoorbeeld van de geschiedenis, met hen te delen zodat ze dingen in een breder kader kunnen zien. Zo kun je tegen jongeren die vinden dat het allemaal zo traag vooruitgaat zeggen: dat is waar, maar kijk naar waar we vandaan komen.

De jongeren van vandaag groeien op in een moeilijke tijd, een periode van ongeziene crisis zelfs. Voor het eerst vallen verschillende uitdagingen samen: migratie, armoede, grenzen, polarisatie, digitalisering en dan natuurlijk COVID. Deze tijd is uniek in de geschiedenis van de mens, en dat biedt kansen. Dit is het moment waarop een generatie zal opstaan die veerkracht toont, die vanuit de wortels die onze grondrechten zijn, aan de slag kan om écht verandering te brengen, om structuren te veranderen, om niet enkel economisch succes te gaan belonen, maar ook wie ecologische en maatschappelijke meerwaarde creëert, kansen te bieden. De coronacrisis is een kans: de trein naar een betere, inclusief-diverse samenleving rijdt, is vertrokken, en we kunnen het ons niet langer veroorloven om deze te missen.

Wouter Van Bellingen

Ceulemans, H. “Waar gaan we naartoe? Uitgeverij Luster, 2019

Categorieën:Integratiepact

“Opvolger van de Leopold II-laan? Dat kan zeker een gekleurde vrouw worden”: Wouter Van Bellingen, in 2007 de eerste (en nog steeds enige) zwarte schepen in Vlaanderen.

undefined“Tien jaar geleden kreeg ik heel Vlaanderen over mij heen, toen ik voorstelde om de naam van de Leopold II-laan te veranderen. Ik werd uitgelachen, genegeerd, zelfs uitgedaagd. Maar kijk, nu is het dan toch zo ver.” Voor Wouter Van Bellingen, in 2007 de eerste zwarte schepen in Vlaanderen, mag het tijd kosten om de nodige stappen te zetten, maar hij ziet nu wel uitgelezen kansen om het ook in Sint-Niklaas anders aan te pakken. 

In januari 2007 legde Wouter Van Bellingen de eed af als eerste zwarte schepen in Vlaanderen. Daarmee zorgde hij voor een primeur, al kreeg hij geen navolging. “We zijn nu 2020. Als ik dertien jaar geleden de eerste was, zou je verwachten dat er na mij nog velen zouden zijn gevolgd. Maar dat is niet gebeurd. Ik was de eerste zwarte schepen en ik ben nog altijd de enige zwarte schepen tot nu toe in Vlaanderen.” Daarmee wil hij niet zeggen dat er niks is veranderd. Al gebeurt het wel telkens met kleine stapjes, zoals hij ook merkt als directeur van de vzw Integratiepact.

“Hoopvol door jongere generaties”

undefined“Ik ben heel blij dat alle fracties in de gemeenteraad er nu wél achter staan. In 2010 werd ik met mijn voorstel om die straatnaam te wijzigen bijna afgemaakt door sommige opiniemakers. Ik kreeg heel Vlaanderen over mij heen. Eerst lachten ze met mij, dan negeerden ze mij, dan bekampten ze mij, maar na een tijdje win je dan toch. Dat doet me plezier. In tien jaar tijd kan er dus wel wat veranderen. En dat komt vooral door de jongere generaties. Zij stemmen mij hoopvol. Jongeren groeien vandaag op in een andere, veel meer diverse wereld. Zij stellen zich vragen én ze hebben makkelijker toegang tot bronnen over alle mogelijke onderwerpen. En er wordt ook meer geluisterd, vind ik.” 

Impact van corona  

“Uiteraard heeft de dood van George Floyd in de Verenigde Staten de problematiek heel nadrukkelijk en op een schokkende manier blootgelegd. Maar er is nog veel meer dat speelt. En vergeet ook de impact van corona niet. Veel mechanismen zijn duidelijker geworden. Deze periode is een bewustwording over solidariteit en verbondenheid. Ons gedrag heeft in deze tijden immers impact op het welzijn van anderen. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Dat heeft corona heel duidelijk gemaakt.”

Gekleurde vrouw

undefinedEn een nieuwe naam dan, voor de Leopold II-laan? Van Bellingen was indertijd voorstander om er de Maurits Coppieterslaan van te maken, naar de Sint-Niklase politicus (1920-2005) die het boegbeeld werd van de progressieve vleugel binnen de toenmalige Volksunie. Nu denkt hij er anders over. “Maurits Coppieters zou in 2020 honderd jaar geworden zijn, dus dat lijkt een goeie aanleiding. Maar toch denk ik dat het in 2020 beter is om voor de naam van een gekleurde vrouw te kiezen. Dat zou Coppieters ongetwijfeld zelf ook een beter idee gevonden hebben. En even belangrijk is de manier waarop zo’n naam wordt gekozen. Het zou heel waardevol zijn om daarbij de Sint-Niklazenaren met Afrikaanse roots actief te betrekken, door met hen en nog andere gemeenschappen in dialoog te gaan. Geen participatie, maar een dialoog, omdat een dialoog uitgaat van gelijkwaardigheid. Het hoeft ook allemaal niet te snel te gebeuren. Láát het gebeuren, benut deze uitgelezen kans om te tonen dat ook in Sint-Niklaas ‘everybody’s lives matter’. Een symbolisch persoon een plaats geven in ons stedelijk erfgoed, dat betekent echt wel iets.”

Joris Vergauwen, HLN

“Als ik minister van Onderwijs was, zou ik…”

“..eerst kijken naar wat wél werkt”

 

“Het probleem in Vlaanderen, ook in ons onderwijs? Dat we al 40 jaar aan het hervormen zijn en bijna elke hervorming uitdraait op een sisser. Met één idee ben je niet veel. We kijken te weinig naar de keten, van kleuterschool tot einde schoolcarrière. Waarom bestuderen we niet meer de praktijken die vandaag al goed lopen, om die duurzaam te ondersteunen en te implementeren in het onderwijsbeleid? Luisteren is alvast wat ik als eerste zou doen, mocht ik minister van Onderwijs zijn, naar de mensen die goed bezig zijn. Wat heeft er gewerkt in het verleden? Wat niet? Zo kunnen we een schoolomgeving creëren waarin alle ouders meer kunnen participeren, alle leerlingen op basis van hun competenties en talenten zich kunnen ontwikkelen, en waarin iedere leerkracht alle middelen krijgt om ondersteuning te kunnen bieden.”

Kleine veranderingen

“Met Integratiepact vzw werken we aan verschillende trajecten. Zoals bijvoorbeeld Transfair, dat werkt rond de overstap van lager naar secundair onderwijs, of PEP, een mentoringproject, en Maxipac, dat buitenlandse diploma’s sneller wil laten erkennen zodat er onder andere meer instroom kan komen in het lerarenkorps.

Kleine veranderingen, maar wel in een systemische benadering. Want een volledig onderwijsbeleid verander je niet in vijf jaar tijd. Anders kan u binnen vijf jaar opnieuw hetzelfde vragen.”

HLN, CELIEN MOORS

Categorieën:Integratiepact, Media

’Vroeger had je cafés waar uithing: migranten niet welkom. We zijn níét intoleranter geworden’

De Standaard/dS Weekblad: Antwerpen – 29 Jun. 2019

Pagina 16

Het integratiebeleid is failliet. Het is al tig keer gezegd en geschreven. ‘Klopt niets van’, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van Integratiepact vzw. Hij heeft goede hoop. ‘We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. De middengroep is groter.’

Filip Rogiers, foto’s Kristof Vadino

IMG_2705Hij las in Knack een interview met de hoogbejaarde Paula D’Hondt, van 1989 tot 1993 Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Ze zei dat iedereen haar vergeten was. Dat niemand haar vele honderden pagina’s tellende rapporten echt gelezen had. Een paar dagen later kreeg ze post én bloemen van Wouter Van Bellingen. ‘Wij zijn u níét vergeten, mevrouw D’Hondt’, stond er op het kaartje.

Met ‘wij’ doelde hij op het Integratiepact dat hij sinds 2016 op vraag van de Vlaamse regering leidt. Dat pact is geen tekst, maar een vzw. ‘Een beweging’, noemt hij het zelf. Dit is geen semantiek, het is de kern van de zaak. ‘In stenen gebeitelde pacten? Dat is iets van de vorige eeuw. Integratie of inclusieve diversiteit, zoals ik het liever noem, is een permanent werk. Nooit af, nooit statisch.’

We spreken Van Bellingen in de marge van een ‘leermoment’ in Leuven. Eerder dan de directeur noem je hem beter de facilitator van een community met een wisselende samenstelling. Vele tientallen mensen van diverse organisaties, scholen, ngo’s en overheidsinstellingen praten, denken, studeren en werken onder zijn auspiciën al drie jaar aan proefprojecten, goede praktijken en nieuwe inzichten.

Van klacht tot kracht, dat is waar het volgens Van Bellingen met die bijna dagelijks geproblematiseerde diversiteit naartoe moet. Het is taai en traag en verdraagt slogans noch overhaasting, euforie noch defaitisme.

U werkte in stilte en in de diepte. En dan loopt het op oudejaarsavond in Molenbeek uit de hand. Of komt er weer een Zwarte Zondag.

(lacht) ‘Laat me raden, uw eerste vraag: zakt de moed u niet in de schoenen?’

Ja.

’Nee. We hebben hier van meet af aan afgesproken dat we ons niet zouden laten afleiden door steekvlammen of de waan van de dag. In Vlaanderen zijn we erg slecht in de lange termijn. Nederland en Angelsaksische landen zijn daar beter in. Als je een acuut probleem hebt, moet je dat hier en nu oplossen. Wil je een taart? Zoek een recept en ga aan de slag. Om op de maan te komen, heb je iets meer handling en procedures nodig. Maar écht complexe problemen – klimaatcrisis, armoede, diversiteit – vergen een erg lang volgehouden inspanning, een voortdurend proces. Diversiteit is complex. Aan oplossingen werk je met vallen en opstaan en niet op de bühne, maar erachter. Het is zoals met de opvoeding van een kind: je hebt er veel tijd en een heel dorp voor nodig. En elk kind is anders.’

26 mei 2019 is natuurlijk iets meer dan een waan van de dag?

(haalt de schouders op) ‘Schrok u echt van de forse winst voor Vlaams Belang? Ik niet. Ik ben voor het eerst gaan stemmen op 24 november 1991, ik heb alleen maar Zwarte Zondagen gekend en de zwartste was die van 2004. Is het een probleem? Uiteraard. Maar laten we vooral niet weer de fout maken om de spots alleen op die ene partij te richten. Dat gestaar in de lichtbak ontslaat de anderen ten onrechte van verantwoordelijkheid. Iedereen is verantwoordelijk. En het begint bij onszelf. Dat is ook de geest waarin wij werken bij en met het Integratiepact. Verwacht van ons geen kreten à la “het is de schuld van het onderwijs!” of van zus of zo. Wat kan ík doen en wat kunnen we samen doen? Er is geen alternatief. We hebben iedereen nodig.’

Velen krijgen niet het gevoel dat ze nodig zijn. Ook als ze hier geboren zijn. De verkiezingsuitslag, Twittertrollen, de voxpop? Alles schreeuwt hen toe dat ze een last zijn, niet welkom. Unia zag het aantal klachten in vijf jaar tijd verdubbelen.

’Omdat er meer gemeten wordt? Maar ik begrijp uw vraag. Ik ben getrouwd in 1997 en na een zoveelste Zwarte Zondag vroegen we ons ook af of we in deze grimmige omgeving wel kinderen wilden. In 2001 werd mijn zoon geboren en in 2004 mijn dochter. Na elke verkiezing krijg ik de vraag van mensen: moeten we hier blijven? De Koning Boudewijnstichting is in een onderzoek tot de conclusie gekomen dat van de Belgen met Afrikaanse roots de hoogst opgeleiden vaak de grootste armoede kennen. Ik ken jonge, hoogopgeleide mensen die zeggen: sorry, ik ben hier geboren, maar als ik hier niet aanvaard word, ben ik weg. Die kunnen overal ter wereld aan de slag. Die braindrain kunnen we ons niet permitteren.’

Alle algjes

Paula D’Hondt schreef het ook al, zegt hij, dat we iedereen nodig hebben. Dat, zoals Herman de Coninck het na 24 november 1991 schreef, álle algjes in de zee aan het werk moeten. ‘Er zat in haar rapport met een waslijst aan voorstellen ook een economisch luik. Als we de participatie van mensen met een migratieachtergrond aan de arbeidsmarkt met 3 procent hadden kunnen opkrikken, zou ons dat tegen 2010 elk jaar 2 procent extra bruto binnenlands product hebben opgeleverd. Meer werk voor iedereen, meer inkomsten voor de sociale zekerheid en de pensioenen, de zorg en het onderwijs, iedereen beter af.’

’Als de overheid niets onderneemt, waarschuwde mevrouw D’Hondt, zullen we verder achterop geraken ten opzichte van andere Europese landen. Wel, dat is gebeurd. In de jaren 90 verkochten we goud, overheidsgebouwen en wat al niet om de Maastrichtnormen te halen. We hadden beter maximaal geïnvesteerd in de werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Dan had onze begroting vandaag structureel een overschot zoals Nederland.’

Er volgt een diepe zucht. En dan, met klemtoon op elke lettergreep: ‘Mevrouw D’Hondt was visionair, hé. Maar niemand weet dat nog. Het gros van wat ze schreef, ben ik de afgelopen jaren trouwens in bi-bliotheken moeten gaan zoeken. Het staat niet op internet.’

Het wordt dan ook wel eens ‘het rapport dat niemand las’ genoemd.

’Dat is ook niet helemaal waar. In de loop van de jaren hebben partijen er hier en daar kersen uit gepikt, zoals het hun uitkwam. Maar het was een totaalpakket, een syste-mische aanpak. Mevrouw D’Hondt hamerde bijvoorbeeld ook al op het belang van inclusief onderwijs. Ettelijke hervormingen later zijn we daar nog altijd niet in geslaagd. Het drama is dat de enen te weinig of niets hebben gedaan met haar inzichten en dat de anderen ze erg gewiekst misbruikt hebben. (schamper) Soms leek het wel alsof geen enkele partij Paula D’Hondt beter begrepen had dan het Vlaams Belang.’

U zegt?

’D’Hondt had het onder meer over de plaats van de islam. Ze waarschuwde voor culturele problemen als we volgend op de officiële erkenning in 1974 de islam niet ook daadwerkelijk maatschappelijk zouden erkennen. Ze zei dat er nood was aan de vorming van een Europese islam, een islam die de waarden van Europa onderschreef. Daar zien we nu eindelijk een beetje een aanzet toe, maar dat is een kwarteeuw genegeerd. Praten over de plaats van de islam bleef een taboe. Samenlevingsproblemen? Dat was een kwestie van veiligheid, het had niets met religie of cultuur te maken. We miskeken ons daarop, omdat de kerk in eigen land op de terugweg was en de maatschappij aan het seculariseren. De ironie is trouwens dat het geld voor de veiligheidscontracten van de jaren 90 uit een potje van Justitie kwam dat was aangelegd met de lonen die niet meer naar de kerk moesten gaan vanwege het dalende aantal priesters.’

Welke garantie hebt u dat uw werk vandaag wél gezien zal worden? De politieke sterren staan niet bepaald gunstig. Houdt u uw hart niet vast als u leest dat de N-VA en Vlaams Belang in de Vlaamse formatiegesprekken elkaar tot op zekere hoogte hebben gevonden als het over inburgering gaat?

’U overschat de rol van de politiek. Toen ik aan deze job begon, heb ik lang gesproken met professor Luc Huyse. In onze complexe wereld zijn netwerken de motor van oplossingen. Het Integratiepact is een zogenaamde ruggengraatorganisatie, de overheid is een van vele partners. Een weliswaar belangrijke factor naast andere.’

IMG_2706Ze bepaalt de subsidies voor het middenveld.

’We hebben de afgelopen jaren ook nagedacht over alternatieve financiering en verdienmodellen. Maar dit is niet de kern van de zaak. Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Wist u dat de grootste investeerders op wereldniveau tegenwoordig bedrijven waarschuwen dat de geldkraan dicht gaat als ze geen actieplan rond diversiteit hebben? En waarom? Omdat bewezen is dat bedrijven met meer diversiteit betere beslissingen nemen. De enige bank in IJsland die níét omverviel, werd overigens geleid door vrouwen. Die belegden slimmer, meer verantwoord.’

’Diversiteit heeft eigenlijk niets met kleurtjes te maken, maar alles met verandering. Dat heeft tijd nodig. Zo ging dat ook met gendergelijkheid. Eerst kreeg je speldenprikken van hen die voor emancipatie streden. Na de oorlog kwam er vrouwenstemrecht. Ik ben in Sint-Niklaas schepen van Burgerlijke Stand geweest. Wist je dat vrouwen pas sinds 1976 geen onderdanigheid meer aan hun man moeten zweren? Vervolgens kwamen er wettelijke instrumenten, vrouwen kwamen in het parlement. Herinner u wat Nelly Maes, mijn politieke moeder, te horen kreeg van Louis Major (’Wijven moeten geen complimenten maken’, red.). En vandaag is er MeToo. Eindelijk! We vinden het maar normaal dat vrouwen gelijk worden behandeld en dat je bepaalde woorden niet meer gebruikt.’

’Elke complexe verandering in de samenleving doorloopt diezelfde curve: een drietrapsraket van innovatie en voorlopers, gevolgd door wetgeving en dan, finaal, gedragsverandering. Met inclusieve diversiteit zal het net zo gaan. Er zijn vandaag al goede praktijken en wetgevende initiatieven, hoe onvolkomen ook. Maar wat ook de kleur van de partij of regering wordt, de komende jaren zal de politiek mee met de samenleving en, niet het minst, de markt opschuiven.’

Het probleem kan té acuut worden, de remediëring voorbij.

’Je forceert het niet, er is altijd tijd nodig. Jean-Luc Dehaene gaf graag het voorbeeld van Amerika: de zwarte bevolking kon daar pas echt vooruitgang boeken toen er een middenklasse kwam die de motor kon zijn van die emancipatiegolf. En op dat punt zijn we nu stilaan ook bij ons in Vlaanderen en België aanbeland, 30 jaar na Paula D’Hondt.’

Dat het integratiebeleid gefaald is, zoals iedereen tegenwoordig zegt, doet er dus niet toe?

’Het klopt niet. Er is veel gebeurd, maar het effect is niet altijd even zichtbaar. Er zijn heel goede praktijken geweest, maar de overstap van praktijk naar beleid liet vaak te wensen over. Maar het integratiebeleid is geen mislukking.’

Nochtans krijgen we daar bijna dagelijks illustraties van. De voorbije week nog met de vaststelling dat je in sommige straten van Molenbeek als homo nog altijd maar beter niet met je vriend hand in hand loopt. En dat we dat tijd moeten geven, nog meer tijd.

’Men gooit alles op één hoopje. Als je kijkt vanwaar we komen in dit land, is het glas inzake diversiteit halfvol. Je had het net over het aantal klachten bij Unia? In de jaren 80 kon je nergens gaan klagen en vond je nog cafés waar op een bordje open en bloot stond dat migranten niet welkom waren. In de integratiesector werk ik elke dag met mensen die zeggen dat ze twintig jaar geleden op hun eentje aan de kar begonnen te trekken, nu hebben ze ettelijke medewerkers en vrijwilligers. De Vlaming is de afgelopen twintig jaar níét intoleranter geworden.’

Veel studies wijzen toch op het tegendeel? Zelfs in die mate dat ‘Knack’ vorig jaar opperde dat het racisme misschien wel in het DNA van de Vlaming zit.

(schudt het hoofd) ‘Ik zie andere onderzoeken. Die van de studiedienst van de Vlaamse regering of die van Equinet (European Network of Equality Bodies, een ngo die sociale gelijkheid promoot en nationale organisaties, zoals Unia, daarin ondersteunt, red.), die in heel de Europese Unie onderzocht hoe mensen tegenover diversiteit staan. Wat blijkt? De Belgen staan positief tegenover het mensenrechtenverhaal. De gemiddelde Vlaming is niet racistisch, hij heeft wel een dieperliggend probleem en dat is zijn gebrek aan veerkracht. Onze zenuwen staan vaker gespannen. Ook dat blijkt uit veel indicatoren, tot ons hoge medicijngebruik toe.’

’Misschien is het door de verzuiling dat we zo weinig schokbestendig zijn voor confrontatie met het nieuwe, het andere. Binnen je zuil kon je van de wieg tot het graf perfect functioneren zonder dat je het ooit aan de stok hoefde te krijgen met iemand met een andere visie of geaardheid. Die pacificatie, zoals dat heette, had voordelen, maar het heeft er wel toe geleid dat we slecht zijn in conflictmanagement. We kruipen in onze schulp en ontploffen, misschien door een op zich triviale trigger. Als er dan op zoveel fronten tegelijk druk op je samenleving komt – klimaat, migratie, technologische evolutie -, kookt het potje snel over. Dat leidt van onwetendheid en onbegrip over wantrouwen en vooroordelen tot radicalisering. Dat manifesteert zich vandaag op alle beleidsdomeinen.’

In een spraakmakend interview aan de vooravond van 24 november 1991 zei Paula D’Hondt dat we met een aansteker boven een gasbel speelden. Is het vandaag zoveel beter? Ik lees in een van uw teksten dat ook u beseft dat u werkt ‘midden in tijden van conflict’.

’Ja natuurlijk, er is de polarisering, er zijn de extreme frames – voor de een is de islam hét probleem, voor de ander is iedereen racist. En je merkt het in alles en over zowat elk thema, zoals recentelijk over de Mobi-score. Die uitvergrote tegenstellingen worden danig dominant dat het lijkt – ik zeg: lijkt – alsof er geen middengroep is en alsof die groep niet véél groter is dan de uitersten. Bruggenbouwers zijn in het verleden misschien te snel in die val getrapt. Ik ook. Als er polarisering is, focust een bruggenbouwer zich op die twee tegengestelde posities. Hij tracht het onverzoenbare te verzoenen. Juist daardoor zet je nog meer schijnwerpers op die uitersten, vaak al dan niet onbewust versterkt door pers en sociale media. Het is verloren energie. Ik doe het niet meer, ik concentreer mij op de middengroep. Wat wil die? Wat wil de Vlaming, de Belg, de Europeaan en wellicht iedere mens? Elke survey zal je hetzelfde zeggen: hij of zij wil een opleiding, een inkomen en een fatsoenlijke woonst.’

Het valt op: u ziet integratie veel breder dan de aloude dichotomie Vlaming-migrant?

’Dat is het helemaal. De zichtbare polarisering vertroebelt het beeld misschien, maar de waarheid is dat ook die dichotomie stilaan niet meer relevant is. De Belgische samenleving was tot het einde van de vorige eeuw heel erg ingedeeld in wij en zij: werkgever en werknemer, katholiek en vrijzinnig, autochtone Belg en migrant. Die eenduidigheid is er niet meer. En weet je wat? Dat marcheert. Eerder dit jaar bleek uit de Stadsmonitor dat Antwerpen meer inwoners met een migratieachtergrond dan autochtonen telt en dat is geen issue meer. Dat wordt door het gros van de mensen niet meer, en al zeker niet problematisch, gepercipieerd als een wij/zij-kwestie. We zijn allemaal wijtjes geworden. Het is daar, in die middengroep, dat je aan veerkracht kunt werken. Het is daar dat je meerwaarde kunt creëren, en dan niet enkel in de puur economische zin, maar ook ecologisch en maatschappelijk. Wist je trouwens dat geen enkele regio in Europa zoveel vrijwilligers telt als Vlaanderen? Liefst één miljoen.’

IMG_2707Klinkt mooi, dat ‘iedereen is nodig’ en ‘allemaal samen’, maar hoe krijgen we het soort medeburger dat pakweg dweept met Sharia4Belgium of Schild en Vrienden mee?

’Moet dat? Moet je daar je energie in steken? We moeten ons niet laten gijzelen door de uitersten. Met de middengroep kun je aan de slag, voorbij de polarisering. Weet je, na elke Zwarte Zondag of andere grote gebeurtenis ga ik in Sint-Niklaas altijd naar hetzelfde café. Vroeger was het publiek er dieprood, nu al vele jaren donkerbruin. Maar ik ben er welkom. Ik heb er al eens uitgelegd dat onze welvaart na de oorlog mee gebouwd is over de rug van de kolonies. Het was niet alleen het Marshallplan, het was ook omdat we de grondstoffen uit Afrika onder de prijs hebben kunnen verkopen op de wereldmarkt. Dat mensen vandaag van ginder naar hier komen, is dus niet zo gek, het is een kwestie van solidariteit. Dat begrijpen redelijke mensen wel hoor, zelfs als ze eerst een half uur hebben gesakkerd op de vluchtelingen. Dat is het hele werk dat diversiteit heet, nogmaals, niet op de bühne maar erachter. Laten we met elkaar praten, elkaar in de ogen kijken en niet met meel in de mond spreken. Geen shaming and blaming, maar contact met kennis, empathie en inzicht. En actie, vooral actie!’

Zouden we baat hebben bij een oefening zoals de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie?

’Helemaal. Als je ergens het racisme tot op het bot voelt, is het wel daar. Er is gemoord en toch is er nadien gepraat. Ubuntu. Ik besta omdat jij bestaat, de bewaker en de gevangene, de vorige, de huidige en de volgende generaties. De wonde open, de etter eruit en dan genezen. Dan kun je verder, moet je samen verder. Ik ontmoette er twintig jaar geleden een bewaker. Toen die hoorde dat ik uit België kwam, kon hij dat amper geloven. Een zwarte in Europa? Dat kon niet, voor zijn generatie was het ondenkbaar dat iemand zoals hij ooit in Europa zou kunnen belanden en daar floreren. “Mijn kinderen misschien wel”, zei hij. “Mijn kleinkinderen zeker.” Dat is evolutie.’

www.integratiepact.be

Filip Rogiers

Copyright © 2019 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden

Tijd om eens een koffietje te gaan drinken.

Beste Nozizwe

Ik moet zeggen dat toen ik uw brief op twitter las. Ik eerst sprakeloos en dan diep ontroerd was. Je weet het niet, maar jouw kandidatuurkaartje voor de Vlaams jeugdraad staat nog steeds op mijn buro. Het was jouw moeder die bij mij langs kwam met de vraag om jou te steunen. Het deed me direct denken aan mijn eigen mama, die voor mijn eerste verkiezingscampagne in regen en wind voor mij flyerde. Ook al zei ik tegen haar dat ze dat niet moest doen. Maar je kent ze, onze moeders. We hebben het niet van vreemden.

Ook al hebben we elkaar nog nooit echt gesproken, sinds die dag voelde ik met jou verbonden. En volg ik jou op de voet. Jouw verkiezing binnen de Vlaamse Jeugdraad. En daarna als voorzitter. Ik was super fier, de eerste zwarte voorzitter van de jeugdraad. Mijn heldin.

Maar het mooiste moest nog komen. Dit jaar werd je als eerste Belgische, ‘Young European of the Year’. Een rolmodel voor jongeren in Europa. Meer dan verdiend! Ik ben overtuigd dat mensen later pas gaan beseffen wat een eer dit voor ons land was.

Weet je Nozizwe? Vandaag is het een feestdag. Bijna 70 jaar geleden nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de rechten van de mens aan. Het zijn dagen als vandaag dat ik met respect terug kijk op de realisaties van het verleden. Maar het werk is nog niet af. Het werk zal nooit af zijn tot de dag dat iedereen het leven kan leven, zoals m/v/x het wil.

Ik wil je alvast meegeven dat ik je door dik en dun zal steunen. Want het publieke leven dat jij kiest, is niet makkelijk, maar is jouw weg. Een voorbeeld voor mezelf is Mathama Ghandi. Hij heeft zoveel bereikt met zijn geweldloos verzet en zijn kordate vriendelijkheid. Hij zag steeds het goede in de mens. En vooral, hij heeft nooit kwaad met kwaad vergeld.

Tenslotte wil ik je met jou een goeie raad delen, die mijn moeke me meegaf: ‘Maak nooit een compromis met jezelf. Het is een slappe houding. En het is jezelf een beetje beliegen. Sta steeds achter jouw ideeën ook al is dat soms moeilijk. Maar als je dat niet doet, verminder je jezelf en jouw zelfrespect in waarheid en liefde. Soms is dit gemakkelijk en soms heel moeilijk.’

Maar nog belangrijker is dat je weet dat je nooit alleen staat en diegene waar je het voor doet, het weten. Want op een dag krijg je dan een brief van iemand die jou heel erg bewondert.

Maar nu eerst volle gas gaan voor jouw diploma !

Met oprechte groeten,

Wouter Van Bellingen

PS

Het wordt nu echt wel eens tijd dat we eens een koffietje gaan drinken 😉

Categorieën:Integratiepact, Media, Mening, Pers
%d bloggers liken dit: