Maand: november 2020

Wordt onze samenleving diverser?

Als ik naar de toekomst kijk met de vraag of onze samenleving en onze structuren diverser en vooral inclusief-diverser zullen worden, dan ben ik positief. Inclusieve diversiteit wordt de norm: in bedrijven, in het onderwijs, bij de overheden, overal. Simpelweg omdat we zullen moeten. Dat gaat verder dan huidskleur en afkomst; ook op gebied van gender, leeftijd, inkomen enzovoorts zal onze samenleving inclusiever worden.

We zijn al een tijdje in die richting aan het evolueren. Weliswaar aan een traag tempo, maar daar zou de crisis waar we ons nu in bevinden weleens verandering in kunnen brengen. Als je naar de geschiedenis kijkt zie je dat crisissen, alle rampspoed ten spijt, vaak nodig zijn om verandering in gang te brengen. Kijk naar WO II: het is na de oorlog dat mensenrechten zo hoog op de agenda zijn gekomen. In de tweede helft van de twintigste eeuw is er veel vooruitgang geboekt, ook wat de strijd tegen discriminatie betreft. Jammer genoeg hebben de aanslagen van 9/11 abrupt een einde gemaakt aan dat positieve proces. De wereld is collectief in een kramp geschoten. 

Dat geldt ook voor België en Vlaanderen. Op dit moment scoren wij op veel vlakken niet goed wat inclusieve diversiteit betreft: onderwijs, tewerkstelling, huisvesting … op al deze vlakken zie je een etnische kloof. Ook op vlak van armoede is er enorm veel werk aan de winkel. Eén ding is positief: het besef is er. En ook aan de wil om het beter te doen zal het niet liggen. Je ziet in Vlaanderen enorm veel mooie plaatselijke initiatieven en inzet, maar die positieve beweging vertaalt zich veel te weinig in het beleid. We willen open en tolerant zijn, alleen blijft die wil ergens steken op de Vlaamse klei. 

Die Vlaamse klei is eigenlijk een kloof, meer bepaald: de kloof tussen tussen enerzijds zaken vaststellen en erover nadenken – daar zijn we erg goed in – en anderzijds iets doen. Die discrepantie zit ingebakken in onze structuren, die vaak nog sporen dragen van de verzuiling – op ideologisch vlak bestaat de verzuiling nog amper, maar op economisch vlak werkt ze nog steeds door. We hebben nood aan meer synergiën tussen denken en doen, en tussen het veld en het beleid. Denk aan een intensere samenwerking tussen de VDAB en de economische beleidsmakers bijvoorbeeld, of tussen de onderwijskoepels en administratie.

We hebben het ons tot nu toe kunnen permitteren om wat vastgeroest in die structuren te blijven zitten, simpelweg omdat we welvarend zijn, maar we zullen hoe langer hoe meer gedwongen worden om te veranderen. De structuren van nu geven bieden immers niet langer de juiste oplossingen voor de problemen van vandaag, laat staan die van morgen. Het feit er in die structuren meer nood is aan inclusieve diversiteit, is een perfect voorbeeld.

Het is eigen aan de Vlaamse volksaard, die onder andere is gevormd door het katholisme, om te willen wachten tot verandering top-down wordt opgelegd. Maar vandaag is duidelijk dat echte verandering vooral vanuit de mensen zal komen – bottom-up dus. Zo kan en zal het bedrijfsleven een stuwende rol spelen op de weg naar inclusieve diversiteit. Waarom? Omdat het opbrengt. Bedrijfsleiders en zeker ook investeerders weten nu wat landbouwers al veel langer weten: een monocultuur is kwetsbaar.

Verschillende onderzoeken uit binnen- en buitenland tonen aan bedrijven met een inclusief en divers management, waar dus mensen van verschillende etniciteiten, geslachten, leeftijden enzovoorts mee het beleid bepalen, meer winst maken en beter bestand zijn tegen faillissementen. De enige IJslandse bank die niet failliet is gegaan na de bankencrisis, was er een die gerund werd door vrouwen. Uit het Mc Kinsey onderzoek “Diversity Wins” ( mei 2020) blijkt dat de bedrijven die tussen 2010 en nu gendergelijkheid vooropstelden, 25 procent meer winst maakten, voor bedrijven die diversiteit nastreven ligt dat cijfer zelfs op 36%. De grote Amerikaanse investeerders weigeren nog geld te geven aan banken die leningen geven aan bedrijven die niet mee zijn in dit diversiteitsverhaal. De nood aan inclusieve diversiteit is dus niet enkel moreel, maar ook economisch.

Maar ook van bovenuit zal de verandering worden opgelegd die naar meer diversiteit leidt. Een groot deel van de wetgeving in België en Vlaanderen is Europees; welnu, vanuit Europa komen er zéér hoopgevende signalen voor al wie diversiteit belangrijk vindt. In het voorjaar en de zomer van 2020 zijn over heel Europa ontelbaar veel mensen op straat gekomen om te laten horen dat ze achter de Black Lives Matter beweging staan – een beweging die symbool staat voor het verlangen naar een diverse, inclusieve samenleving. Die oproep is niet in dovemansoren gevallen, in de eerste plaats bij de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Men heeft een versnelling hoger geschakeld en nu is er een Europees actieplan tegen racisme, en een directieve zit in de pijplijn. 

Op dit moment is Duitsland voor zes maanden voorzitter van de Europese Unie, daarna volgt Portugal. Beide landen zijn progressief op het vlak van migratie en anti-discriminatie; ik ben zeer hoopvol dat in de komende maanden belangrijke stappen zullen worden gezet naar een inclusief-divers Europa. Dat zullen we ook in België voelen, en bovendien ben ik ook hoopvol wat onze huidige federale regering betreft. Eerste minister Alexander De Croo stelt zich empathisch op en heeft onder andere verklaard dat hij het onaanvaardbaar vindt dat zijn medewerker van kleur wel wordt gecontroleerd op de luchthaven, en hij niet, toen ze samen onderweg waren naar de VS. 

Het is belangrijk dat beleidsmakers, net als bedrijfsleiders, zich laten omringen door mensen met een andere huidskleur, een andere achtergrond, een ander geslacht, en ook door mensen met een beperking bijvoorbeeld. Niet alleen voor ‘de ander’, maar ook voor henzelf. Wie zich enkel met mensen zoals zichzelf omringt, mist een groot deel van wat in de samenleving leeft, en kan dus geen beleid op maat van iedereen voeren. Zo’n regeringen en zo’n bedrijven zullen daardoor minder succesvol zijn. 

Het staat vast dat elke grote onderneming in de toekomst gedwongen zal worden om een inclusief-divers beleid te voeren en dat in belangrijke machtsorganen diverse mensen – nogmaals, het gaat verder dan alleen kleur, ook gender, leeftijd enzovoorts – a seat a the table krijgt. En niet alleen een seat, maar vooral ook een stem: de tijd dat er af en toe iemand van een minderheid mocht komen aanschuiven als excuus, is voorbij. In die zin maakt het niet uit wie de leiders zijn in onze samenleving. Het maakt niet uit of wie aan het hoofd van de tafel nu wit is of zwart, man of vrouw, als hij of zij zich laat omringen door mensen van diverse achtergronden en ook écht naar hen luistert. 

Nog een reden waarom ik, zonder naïef te zijn, hoop en denk dat de toekomst er zo zal uitzien, zijn onze jongeren. De generatie van de toekomst is ondernemend en zelfsturend – iets waar Vlamingen over het algemeen minder goed op scoren – en zelfs een beetje radicaal. Dat is goed, want enkel zo zullen er dingen veranderen. Als mensen komen betogen voor Black Lives Matter terwijl ze besmet kunnen worden door het coronavirus, dan is dat moedig, dan betekent dit dat ze écht op tafel kloppen. Het is onze taak als oudere generatie om hen te ondersteunen en te begeleiden en om onze kennis, bijvoorbeeld van de geschiedenis, met hen te delen zodat ze dingen in een breder kader kunnen zien. Zo kun je tegen jongeren die vinden dat het allemaal zo traag vooruitgaat zeggen: dat is waar, maar kijk naar waar we vandaan komen.

De jongeren van vandaag groeien op in een moeilijke tijd, een periode van ongeziene crisis zelfs. Voor het eerst vallen verschillende uitdagingen samen: migratie, armoede, grenzen, polarisatie, digitalisering en dan natuurlijk COVID. Deze tijd is uniek in de geschiedenis van de mens, en dat biedt kansen. Dit is het moment waarop een generatie zal opstaan die veerkracht toont, die vanuit de wortels die onze grondrechten zijn, aan de slag kan om écht verandering te brengen, om structuren te veranderen, om niet enkel economisch succes te gaan belonen, maar ook wie ecologische en maatschappelijke meerwaarde creëert, kansen te bieden. De coronacrisis is een kans: de trein naar een betere, inclusief-diverse samenleving rijdt, is vertrokken, en we kunnen het ons niet langer veroorloven om deze te missen.

Wouter Van Bellingen

Ceulemans, H. “Waar gaan we naartoe? Uitgeverij Luster, 2020