Archief

Archive for oktober, 2016

10 geldvragen aan Wouter Van Bellingen

Wouter Van Bellingen (44) is directeur van het Minderhedenforum. ‘Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van een bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’

1 Hoe hebt u met geld leren omgaan?
’Mijn ouders waren gewone mensen die alles wat ze hadden, hebben geïnvesteerd in hun vier kinderen. Daardoor heb ik als kind al geleerd om rond te komen met een bescheiden inkomen. Als ik extra zakgeld wilde, moest ik daar soms voor werken in de vakantie. Of kluste ik bij in het weekend. Ook in het huishouden hielp ik: niet om geld te verdienen, maar om een bijdrage te leveren aan het gezin.’

2 Hoe springt u in uw relatie om met geldzaken?

’Ik ontferm me grotendeels over de gezinsfinanciën. Dat is historisch zo gegroeid. Ook beroepshalve ben ik het meest bezig met geld. Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het binnenhalen van subsidies voor allerhande projecten. Op privévlak besteed ik veel minder tijd aan mijn financiën. Dan heb ik echt geen zin om alles eindeloos uit te pluizen.’
3 Wat is uw beste financiële beslissing?
’Om snel een woning te kopen. Mijn vrouw en ik waren vijfentwintig toen we een bescheiden woning kochten. Het was eind jaren negentig: nog net op het juiste moment om later een mooie meerwaarde te realiseren op de verkoop. Zo was dat een hele mooie opstap naar onze volgende woning. De aankoop had wel voeten in de aarde. We hadden geen kapitaal, maar gelukkig wilden mijn ouders zich borg stellen.’
4 Maakt u zich zorgen om de lage spaarrente?
’Daarvoor heb ik niet genoeg geld op mijn spaarboekje. Er is een kleine reserve, maar ik verwacht niet dat dat veel opbrengt. Ze is er vooral om grotere gezinsprojecten te financieren. Zo hebben we intussen weer genoeg bijeen gespaard om momenteel de volgende fase van onze renovatie te financieren.’
5 Wat is uw grootste ergernis over geldzaken?
’Het is wraakroepend dat arbeid meer belast wordt dan grote vermogens. Je kan veertig jaar in een fabriek werken, vervolgens moeten rondkomen met een klein pensioentje en daardoor nog in de problemen komen omdat je nooit veel kapitaal hebt gehad. Dat is niet rechtvaardig.’
6 Bent u op financieel vlak ooit het slachtoffer geweest van discriminatie?
’Neen. Ik heb een Vlaamse voor- en achternaam, wat in mijn voordeel speelt. Intussen geniet ik een beetje bekendheid. Ook dat helpt. Op financieel vlak ben ik dus nooit gediscrimineerd geweest door mijn huidskleur. Dat was wél het geval op het vlak van inkomen. Het is nog steeds jammer dat iemand met meer financiële middelen aan de start, meer kansen krijgt. En dat mensen van bescheiden afkomst dubbel zo hard hun best moeten doen om even ver te geraken.’
7 Hoe leert u uw kinderen omgaan met geld?
’Mijn kinderen zijn intussen 12 en 15 jaar. Al heel jong heb ik hun geleerd wat het betekent om te sparen. Zo heeft mijn zoon zelf een jaar moeten sparen voor een nieuwe smartphone. Intussen kon hij wel mijn oude gsm gebruiken. En mijn dochter heeft twee jaar gespaard voor haar iPad. Ze moeten beseffen dat het geld niet zomaar direct op tafel ligt.’
8 Aan welke uitgaven hebt u een hekel?
’Aan verzekeringen. Die kosten heel veel geld en als je ze dan eens nodig hebt, blijkt altijd dat de franchise net te hoog is en dat je alles alsnog uit je eigen zak moet betalen. Nochtans nemen al die verzekeringen een serieuze hap uit het gezinsbudget. Daar kan ik me druk om maken.’
9 Koopt u vaak tweedehands?
’Ja hoor. Zo hebben we nog nooit een nieuwe televisie gekocht. Bij ons staat er nog geen flatscreen, maar wel een oude televisie met een beeldbuis. Ook veel meubels, zetels en tafels hebben we tweedehands gekocht. Ik zou niet weten wat daar mis mee is.’
10 Wat zou u doen als u de Lotto won?
’Om te beginnen zou ik ons huis en de tuin helemaal afwerken. En daarna zou ik met de kinderen een grote reis maken. In het verleden hebben we vooral gekampeerd en het zou fantastisch zijn om eens een wereldreis te maken. Daarnaast zou ik investeren in sociale projecten en zou ik een serviceflat kopen voor mijn mama.’
Meer interviews op www.netto.be/geldvragen

SVEN VONCK, De Tijd.

Advertenties
Categorieën:Minderhedenforum, Pers

‘Racisme wordt steeds erger’

In 1978 gooide een supporter een banaan naar Beerschot-speler Paul Beloy (59). Bijna 40 jaar later is het racisme op en rond onze voetbalvelden nog steeds pijnlijk aanwezig. Beloy schreef er met Vuile zwarte een boek over. ‘Noem het een wake-upcall.’ 
”Ik kan het onderwerp niet loslaten en ga dat ook nooit meer doen”, zegt hij. ‘Hij’, dat is Paul Beloy, de man van zovele levens. In Kinshasa geboren, maar in België getogen ex-voetballer van onder meer KV Mechelen, Beerschot en Lierse, huidig “vervolgcoach anderstalige nieuwkomers” in een secundaire school in Hoboken en vader van tv-gezicht Tatyana Beloy, Yannick ‘Dj Makasi’ Beloy en Sarah Beloy, trainingmanager bij Lancôme. ”Tijd of geen tijd”, zegt Paul, “ik word al strijdend ouder. Straks krijg ik grijs haar, maar dat mag me niet beletten. Ik wil vechten voor mijn kleinkinderen, opdat zij in een faire maatschappij opgroeien.”

De strijd tegen racisme en discriminatie is de rode draad in het leven van Beloy. Altijd geweest. Altijd gebleven. In 1978 was hij een van de weinige zwarte spelers in het Belgische voetbal. En Paul was goed, Paul was verdomd goed. Tot frustratie van de tegenstrever. Op bezoek bij Antwerp kreeg hij als speler van Beerschot een banaan naar zijn hoofd gegooid. Hij raapte die op, gooide ze buiten de krijtlijnen en speelde gewoon verder.

Nu, bijna veertig jaar later, heeft Beloy een boek geschreven, samen met journalist Frank Van Laeken, begin deze eeuw hoofdredacteur van de VRT-sportredactie. Vuile zwarte heet het, en het kadert de brede problematiek van racisme in de voetbalsport.

”Zo’n boek was noodzakelijk”, vervolgt Beloy. “Want in weerwil van wat mensen denken, wordt het probleem alsmaar erger. Samen met Frank heb ik een jaar lang alles bijgehouden wat over het onderwerp verscheen in de kranten. Eén simpel jaar. Wetende dat er zo veel gebeurt dat de kranten niet haalt, kon ik niet meer aan de zijlijn blijven staan.”
Twee mensen die opdoken in het jaaroverzicht van Beloy, schuiven mee aan tafel. Dat zijn Anthony Mbachu (26), een voetballer met Nigeriaanse roots die ooit bij de beloften van Standard Luik speelde. Nu heeft Anthony een job, is voetbal niet meer zo urgent als vroeger en speelt hij in derde provinciale, bij Kalmthout SK. En ook Cindy Van Sanden. De jonge mama is ex-afgevaardigde van een ploegje 12-jarigen op Linkeroever. Paul, Anthony en Cindy: drie stemmen, die staan voor drie generaties.
Een boek als aanklacht tegen de huidige situatie. Is er de voorbije decennia dan echt niks veranderd?
Paul Beloy: “Toch wel, maar helaas niet in positieve zin. Het voordeel van mijn leeftijd is de opgedane ervaring. Ik heb racisme zien evolueren in dit land; het heeft een metamorfose ondergaan. Toen ik in de jaren 60 in België arriveerde, was ik nog een schattig negerke. Mensen voelden aan mijn haar, wreven over mijn armen en dachten dat onze ouders in de bomen leefden. Ik was een curiosum, de enige zwarte op straat. De term ‘racisme’ was nog niet bekend. Mensen deden uitspraken die nu als 100 procent racistisch worden beschouwd, maar indertijd voor de blanken zo niet aanvoelden. ”Na een tijd was mijn haar niet meer interessant, kwamen er meer zwarte spelers in het Belgische voetbal en werd ik een vuile zwette. Nu, nog eens zoveel jaar later, woekert het probleem onderhuids verder. In plaats van ‘vuile zwarte’ krijg je nu op het werk te horen ‘dat het hier stopt’. Racisme wordt op een haast intellectuele manier bedreven. Daarom is het probleem zeer moeilijk te traceren en moeilijk aan te pakken. ”Dat is in het voetbal niet anders. Wat doe je als een zwarte speler niet toegelaten wordt tot een club? Wat is de reden die de club opgeeft voor die weigering? Of ouders die verhinderen dat hun zoon in een ploeg met zwarten speelt? Begin er maar aan. Als zwarte voel je zulke dingen de hele tijd, maar anderen zien het niet meer.”

Anthony Mbachu: “Dat klopt. En toch is het niet louter onderhuids. Ik krijg op een voetbalveld nog altijd heel wat te verduren, maar na al die jaren heb ik een schild ontwikkeld tegen scheldwoorden. Ik heb het noodgedwongen aanvaard. En dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Het mag niet dat die uitspraken van me afglijden. ”Vorig jaar brak mijn schild alsnog. Toen riep de afgevaardigde van de tegenpartij ‘bananenkop’ naar me. Vroeger kon ik me moeilijk bedwingen bij zulke incidenten en ging ik recht op de man af. De laatste jaren kon ik me gelukkig intomen. Maar toen niet. Ik kon ‘bananenkop’ niet zomaar laten passeren. ”Ach, er is uiteindelijk nog niet veel veranderd. Racisme is minder zichtbaar, maar daarom niet minder nadrukkelijk aanwezig.”

Cindy Van Sanden: “Vorig jaar, toen ik afgevaardigde was van de U13 van City Pirates Linkeroever, liep een vader het veld op en riep tegen een jongetje van onze ploeg: ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’, waarop trainers en supporters het veld op liepen en de wedstrijd werd afgefloten. Onze eigen spelers gingen onder luid boegeroep naar de kleedkamer. Probeer dat maar eens te kaderen als 12-jarige. Ik heb een brief geschreven na het voorval en die tekst op de Facebookpagina van onze coach geplaatst. Ik moest iéts doen, want 12-jarigen hebben geen stem in dit debat. Er is inderdaad veel onderhuids racisme, maar evengoed zijn er nog altijd zware incidenten, met openlijke scheldpartijen.”
De voetbalfan ziet het probleem niet. In een enquête van FAN, het voetbalmagazine van Het Nieuwsblad, bleek eind vorig jaar dat een op de vier fans oerwoudgeluiden op de tribune niet als racistisch beschouwt.
Beloy: “Dat cijfer is ongelofelijk. We mogen ons enerzijds nog ‘gelukkig’ prijzen dat racisme in het voetbal nog zo onversneden tot uiting komt. Daar is adrenaline in het spel, voelt men minder remmingen, flapt iemand er zomaar ‘bananenkop’ uit en zie je de ware aard van de mens. Helaas. Dergelijke voorvallen geven aan dat we nog een lange weg af te leggen hebben.”

Mbachu: “Het probleem is groter dan veel mensen denken. Als we met Kalmthout spelen tegen een ploeg die alleen maar uit blanken bestaat, dan moet ik focussen om niet op de provocaties in te gaan. Dan weet ik op voorhand dat het geen makkelijke match voor me wordt. In derde provinciale krijg ik echt wekelijks uitspraken à la ‘stomme neger’ te horen, of ‘ga terug naar uw land’. Dus ik schrik niet van dat cijfer.”

Beloy: “Wellicht heeft de huidige vluchtelingencrisis ook een effect op het oplaaiende racisme. Kijk naar de reacties op Facebook na de dood van die 15-jarige jongen uit Genk. Het is niet anders op een voetbalveld.”
Niet alleen een deel van de fans, ook de voetbaltop ziet het probleem niet. Net op het moment dat dit boek verschijnt, zegt de FIFA, de wereldvoetbalorganisatie, dat er geen racisme meer is, dat het probleem is opgelost. De FIFA heeft de werkgroep tegen discriminatie opgedoekt.
Beloy: “Dat is toch niet te geloven? Het toont de wereldvreemdheid van de FIFA en tegelijk ook de schrik voor een wereldmacht als Rusland, waar het volgende wereldkampioenschap plaatsvindt. Dus namen wij pen en papier en schreven dit boek. Noem het een wake-upcall.”
Van Sanden: “Er heerst een soort consensus dat racisme tegenwoordig is teruggedrongen, dat het probleem minder voorkomt, dat het relatief is. Het tegendeel is waar.”
Beloy: “En net dat is het grote probleem: de gelatenheid. Mensen die geen acht meer slaan op uitspraken als ‘vuile neger’, die dat als zonderling beschouwen. Ik link die gelatenheid aan het onderhuidse karakter. We zien het niet meer, dus het bestaat niet meer. Daarom moeten we het probleem echt blijven benoemen.”
’Racisme kun je alleen maar aanpakken door het te begrijpen’, zei Herman de Coninck. Begrijpen jullie waarom mensen zich racistisch uitlaten?
Van Sanden: “Het gaat om angst en onzekerheid. Angst voor het onbekende, onzekerheid over de toekomst.”
Beloy: “Zodra een blanke ploeg op achterstand staat tegen een zwarte ploeg, zoekt men vaak een reden om dat verlies, of dat falen, te verklaren. Dan is het makkelijk om de tegenstander aan te wijzen. Het is de schuld van de zwarten. Op maatschappelijk vlak gedijt racisme in de niet-aflatende strijd voor het behoud van de zogenaamde eigen waarden, eigen zekerheden. Het is in wezen niet anders dan de strijd op een voetbalveld. Dus zonder het goed te keuren, denk ik wel te begrijpen waarom mensen zo scherp reageren.”
Dan is het toch vreemd dat het voetbal de meeste problemen kent, en pakweg basketbal veel minder met racisme wordt geconfronteerd.
Mbachu: “Dat heeft te maken met het fysieke aspect van voetbal, denk ik. Met tackles, charges, spierkracht. Bij basketbal is er ook fysiek contact, maar toch minder dan bij voetbal.”
Beloy: “En die spierkracht is vaak ook de aanleiding. Afrikaanse jongeren zijn van jongs af gespierder dan hun Europese leeftijdsgenoten. Denk maar aan Romelu Lukaku, die stak als jongeling al het hele veld over. Als de pure fysieke duelkracht het verschil maakt in een jeugdwedstrijd, is de kans groter dat er reactie komt van de zijkant. Het begint met het in twijfel trekken van de geboortedatum en het eindigt bij ‘vuile neger’.
”Allicht speelt ook de macht van het getal mee in deze discussie. Er zijn veel meer jongeren die voetballen dan basketballen, dus is het ook logisch dat er meer gevallen voorkomen.”
Van Sanden: “Tot acht jaar geleden woonde ik in Brasschaat, waar ik mij niet echt thuis voelde, en trok met mijn drie kinderen naar Antwerpen. Dat was een verademing. Mijn kinderen worden er veel minder geconfronteerd met racisme. Op de voetbal- en basketbalpleintjes van Linkeroever is de sociale mix anders dan in Brasschaat en doet kleur er niet meer toe. ”Het ultieme voorbeeld is dat van mijn jongste zoon. Die vertelde thuis over zijn beste vriendje uit de kleuterklas. Ik kon op basis van de naam opmaken dat die jongen waarschijnlijk niet blank was. Wat uiteraard geen bal uitmaakte. Ik vroeg aan mijn zoon: ‘Wat is de huidskleur van jouw vriendje?’ Die kon er geen antwoord op geven. Mijn zoon wist helemaal niet wat ik bedoelde. Het woord huidskleur bestond gewoon niet. Dat is de ultieme droom: dat dat woord niet meer van tel is, dat het niet meer bestaat. ”Maar dan ging ik als afgevaardigde van de ploeg van mijn zoon, waarin voornamelijk jongens van Afrikaanse origine spelen, mee op verplaatsing. Ik wist niet wat ik hoorde. Speelt een ploegje uit de stad tegen een blanke ploeg op het platteland, dat merk je het verschil in mentaliteit. ”Maar goed, we moeten het probleem niet extreem uitvergroten. Het incident van vorig jaar – ‘Gij moet uw mond houden, vuile neger!’ – was exceptioneel. Zodra er bij de tegenpartij ook een gekleurde jongen speelt, gaat het er veel rustiger aan toe. Het merendeel van de mensen is niet racistisch. Maar de minderheid weegt wel door.”

Paul, je verwees daarnet al naar de voetbalbond. Zit de bond in een ivoren toren, zonder te weten wat er onder de kerktoren gebeurt?
Beloy: “De Belgische voetbalbond verstopt zich achter het succes van de Rode Duivels. De Belgische nationale ploeg lijkt de perfecte ‘integratieploeg’. De Duivels kennen kleur, het is een mengeling van blank en zwart, met spelers als Lukaku, Witsel en Kompany. Dan is het aannemelijk dat mensen racisme als ‘opgelost’ beschouwen. ”Maar je hoorde Anthony net vertellen over de bananenkop. Je ziet de kloof tussen de top van het voetbal en de werkelijkheid van derde provinciale, en je begrijpt waarom dit boek is geschreven. Het is de gewone man versus een groot, schijnbaar onoplosbaar probleem.”

Mbachu: “Dat bekende antiracismefilmpje van de UEFA, met onder anderen Messi, Ronaldo en Ibrahimovic, hoelang is dat al niet te zien? Veel is er niet veranderd. ”Maar we mogen ook niet alles afschuiven op de voetbalbonden. Je hebt ook een menselijke reactie nodig die niet gestuurd wordt van bovenaf. Na het bananenkopincident met Kalmthout kreeg ik veel steun van mijn coach en medespelers. Na het incident is ons team in de kleedkamer gebleven en de week nadien liepen zowel wij als de toenmalige tegenstrever het veld op in een T-shirt met daarop: ‘Nee tegen racisme’. Je hebt ook gewoon een maatschappelijk antwoord nodig.”

Is er niet meer directe actie nodig van de verschillende overheden? Je kunt eeuwig wachten op een maatschappelijk antwoord.
Beloy: “Het probleem ligt hier al verscholen in de vraag, met die ‘verschillende overheden’. Sport is in België een totaal versnipperde bevoegdheid. ”En los daarvan: als de scheidsrechter een incident niet rapporteert of meldt aan de voetbalbond, gebeurt er helemaal niks. Idem bij oerwoudgeluiden in de tribune. De voetbalbond kan geen supporters straffen, dat moeten de clubs doen. In theorie moet de steward die de geluiden opmerkt een formulier invullen en dat via de club bij de voetbalbond rapporteren. Maar dat gebeurt veel te weinig. Clubs vrezen dat ze op den duur niks anders doen dan formulieren invullen. Hetzelfde bij de jeugd. Daar staan trouwens geen stewards.”

Dus schuilt een deel van de oplossing in het responsabiliseren van de clubbesturen, trainers, afgevaardigden en scheidsrechters.
Beloy: “Dat klopt, maar responsabiliseren en sensibiliseren is een traag proces. Ik pleit vooral voor een meldpunt. Om de administratieve weg in te korten en de versnippering van de bevoegdheid tegen te gaan, kan een speciale commissie een oplossing bieden. Naar analogie met de huidige reviewcommissie van de voetbalbond, die zware overtredingen die tijdens de wedstrijd niet worden gefloten, alsnog kan bestraffen, kan een speciale commissie voor racisme via een meldpunt klachten snel en doeltreffend behandelen. Daaruit kan een financiële boete volgen, een maatschappelijke taak, of wat dan ook. Een meldpunt maakt het voor iedereen makkelijker en toegankelijker.”
Van Sanden: “En niet te vergeten: de ouders. Vaak zijn het de ouders die tijdens jeugdwedstrijden roepen en schelden. Het klinkt pedagogisch wat overtrokken, maar eigenlijk is er nood aan een vormingspakket voor ouders.”
Beloy: “En laat zo’n pakket nu net voorhanden zijn. Hans Van Crombrugge, hoofdlector pedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, heeft een pakket samengesteld dat veel verder reikt dan racisme alleen. Maar de voetbalbond neemt dat pakket voorlopig niet over.”
Hoe leer je de jongeren zelf omgaan met racisme?
Van Sanden: “Door aan het resultaat van een jeugdwedstrijd geen belang te hechten. Daar begint het al mee. Er ontstaat frustratie bij de verliezende partij, die een zondebok zoekt en die gemakkelijk vindt.”

Beloy: “Het is niet logisch dat soms nog het eindresultaat van een jeugdwedstrijd voor 9-jarigen in de krant staat. Daar gaat het niet om, wel om spelplezier. Het lijkt me beter om beide jeugdploegen eerst kennis te laten maken met elkaar. Gewoon een kort gesprekje vooraf. Wie de andere spelers zijn en hoe ze heten. Daarna kun je de twee ploegen met elkaar mixen. Het maakt dat een volledig blanke ploeg plots met zwarten samenspelen. Zoiets verhindert racisme, en laat jongeren ook toe om met elkaar samen te werken. Je kunt die ploegen zelfs vier keer na elkaar mixen. Dan krijg je telkens andere teams die tegen elkaar uitkomen. Vier keer vier tegen vier, of zoiets. Dat moet toch mogelijk zijn?”
Mbachu: “Het eindresultaat mag niet primeren. Waarom ook? Het draait bij jongeren niet per se om beter te zijn dan je tegenstrever. Sommige ouders gaan nu over de rooie als hun zoon dreigt te verliezen. Een resultaatloze match verdringt die frustratie. En bij een goede mix zul je altijd wel een keer bij de betere spelers worden ingedeeld.”
Hoe blijf je er de moed inhouden?
Mbachu: “Ach, wat kun je anders doen? Ik heb ermee leren leven, zonder het goed te keuren. Als je er dagelijks mee geconfronteerd wordt, hetzij op het werk, hetzij op een voetbalveld, zoek je manieren om ermee om te gaan. Manieren om je leven niet te laten vergallen door anderen. Tegelijk moeten we werken aan de toekomst. We mogen ons nooit neerleggen bij de heersende gelatenheid.”
Beloy: “En wat is het alternatief? Misschien is racisme iets wat we als maatschappij moeten uitzweten, erop rekenen dat het ooit wel zal verdwijnen. Maar dat weet ik nog zo niet. En daar kunnen wij, gekleurde Belgen, geen genoegen mee nemen. Het gebeurt iedere dag. ”Zoals gezegd: straks heb ik grijs haar, maar ik laat het probleem niet los. Ik denk aan de kinderen van nu en aan de kinderen van morgen.”

Paul Beloy en Frank Van Laeken, Vuile zwarte – Racisme in het Belgische voetbal, Houtekiet, 19,99 euro. Te koop vanaf 12 oktober.
MATTHIAS DECLERCQ, De Morgen

Categorieën:SOS 2012
%d bloggers liken dit: