Maand: april 2015

Hier moet streng tegen opgetreden worden.

Een voetballer die wegens zijn geloof de vrouwelijke scheids geen hand wil geven: is het racisme of seksisme, of geen van beide? ‘Geslacht, huidskleur of religie mogen nérgens een rol spelen’, zegt Wouter Van Bellingen van het Minderenhedenforum.

Volgens de fair-playregels in het voetbal schudden alle spelers de hand van de scheidsrechter voor de match begint. Dus stak Irmgard Van Meirvenne (20), een jonge vrouwelijke scheidsrechter uit het Waasland, voor de aftrap van de wedstrijd Hamme-Zogge tegen F.C. Daknam haar hand uit terwijl ze het schoeisel van de spelers controleerde. Een islamitische voetballer van F.C. Daknam draaide zich echter om en zei: ‘Vanwege mijn geloof kan en wil ik jou geen hand geven.’ ‘Ik schrok daar zodanig van dat ik op het moment zelf niet wist hoe ik moest reageren’, zegt Irmgard. ‘De scheidsrechter geen hand geven is in strijd met de regels van fair play. Mij negeren omdat ik een vrouw ben, is in strijd met de antidiscriminatiewet. Maar ik was te verbouwereerd om er iets van te zeggen.’

ONAANVAARDBAAR

’Wat daar gebeurd is, is onaanvaardbaar’, vindt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. ‘Geslacht, huidskleur of geaardheid mogen geen rol spelen. Niet in de maatschappij, niet in de sport en niet in het voetbal. Je kan zo’n daad gewoon niet goedpraten, ook niet met geloofsregels. Ik vind dat er streng opgetreden moet worden tegen die speler en dat het eerst en vooral aan zijn club is om te reageren.’

Bij F.C. Daknam denken ze daar anders over. ‘Ik trek me hier niks van aan’, zegt voorzitter Leo Van Kerckhove. ‘Ik kan niets veranderen aan het geloof van een speler.’

GEEN KLACHT

’Ik heb overwogen om een klacht in te dienen, maar dat zal ik toch niet doen’, besluit Irmgard. ‘De andere spelers hebben zich verontschuldigd. Ik heb die voetballer op het veld bezig gezien en ik denk niet dat hij een slechte kerel is. Ik respecteer zijn geloof. Ik blijf wel zitten met de vraag wat je in dergelijke omstandigheden wel of niet mag accepteren, maar die discussie moet nu binnen de voetbalbond gevoerd worden.’

Dag Allemaal, EH

’Er is gewoon geen plaats voor het woord zigeuner’

 

 Waar een opleiding Politie en Mensenrechten in het Holocaustmuseum allemaal niet goed voor is. Zo ontdekte het Interfederaal Gelijkekansencentrum dat agenten daders of verdachten als ‘zigeuner’ kunnen labelen. Ongehoord, klinkt het.

Van onze redacteur Yves Delepeleire

In de oude Dossinkazerne in Mechelen, waar nu het Holocaustmuseum huist, kunnen politieagenten de opleiding Holocaust, Politie en Mensenrechten volgen. Het is een idee van commissaris-generaal Catherine De Bolle. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum is ook partner. De bedoeling: uit de gruwel van het verleden lessen trekken voor het heden en de toekomst.

In de tentoonstelling worden de agenten (in opleiding) onder meer geconfronteerd met het gezicht van joden en zigeuners die door de nazi’s werden uitgemoord. Dat net op zo’n moment aan het licht komt dat zij in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) verdachten en daders als ‘zigeuner’ kunnen labelen, leidde dan ook binnen de eigen rangen tot commotie.

Journalist Erik Raspoet was getuige van die commotie, toen hij een reportage over de opleiding in het Holocaustmuseum maakte ( DS 11 april). Het was een agente die zelf het vuur aan de lont stak door zich luidop af te vragen of het normaal was dat zij een vakje ‘zigeuner’ kon aanvinken. ‘We hebben niet het recht om mensen op basis van hun etnische achtergrond te labelen’, zei ze. Twee Leuvense speurders vonden van wel, omdat het relevante informatie was voor de opsporing van rondtrekkende dadergroepen.

Robert Watzeels, die aan de Nationale Politieacademie lesgeeft, kon zijn oren niet geloven. ‘Dit kan absoluut niet. We mogen minderheden niet reduceren tot een crimineel fenomeen.’

Navraag bij de federale politie leert dat agenten in de ANG inderdaad een vakje ‘zigeuner’ kunnen aanvinken. Het gaat niet om een ‘verplicht veld’.

’Zigeuner’ is een van de vele parameters om de toestand, het beroep, de gewoontes, het uiterlijk en dergelijke van een dader of verdachte zo goed mogelijk te beschrijven.

’Door die precisering te gebruiken, oordeelt de verbalisant dat deze informatie kan helpen om bepaalde opsporingen of onderzoeken te vergemakkelijken’, zegt Kaatje Natens, woordvoerster van de federale politie. ‘Wij zien de definitie van zigeuner ook ruim. Daarmee is het niet de bedoeling om iemand op basis van zijn etnische afkomst te labelen, maar om iedereen die geen vast adres heeft en rondtrekt aan te duiden. Dat kunnen evengoed Roemenen als Ieren zijn.’

Ethnic profiling

Dan lijken toch niet alle agenten (zie de Leuvense speurders) zich van die definitie bewust te zijn. ‘Het is een dunne lijn’, erkent Natens. ‘Wij stellen ook vast dat niet iedereen deze parameter op dezelfde manier interpreteert. We zullen bekijken hoe we dit kunnen verduidelijken. De term schrappen is een mogelijkheid, maar zou al te makkelijk zijn. Daardoor zouden operationele doeleinden in gevaar kunnen komen.’ Lees: dan zouden sommige misdrijven moeilijker op te lossen zijn.

Voor Jozef De Witte van het Interfederaal Gelijkekansencentrum en Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum volstaat dat antwoord niet. ‘Er is geen plaats voor het woord zigeuner. Het is niet neutraal’, zegt De Witte. ‘Het heeft harde WO II-connotaties en bezit geen enkele wetenschappelijke grond’, zegt Van Bellingen.

Hoewel de politie bepaalde ‘gevoelige’ gegevens mag registreren, vrezen beiden dat etnische registratie kan leiden totethnic profiling, waarbij mensen er op basis van hun uiterlijk of gedrag worden uitgepikt. ‘Internationaal onderzoek heeft al genoeg aangetoond dat dit slecht politiewerk oplevert’, zegt De Witte.

Woonwagenbewoners

Van Bellingen: ‘Het cruciale probleem is dat de politie totaal verloren loopt als het gaat over woonwagenbewoners, dat ze hun achtergrond en geplogenheden te weinig kent. Een eenvoudig voorbeeld: Roma rijden vaak met grote auto’s en caravans rond. Dat stoot velen tegen de borst. Men denkt dan meteen dat ze gestolen zijn. Terwijl de verkoop van tweedehandswagens al decennia de broodwinning is voor Roma. Een dergelijk gebrek aan kennis versterkt alleen maar de criminaliserende blik op de groep.’

De Standaard, Yves Delepeleire

Politie onder vuur voor registratie ‘zigeuners’

 

  Agenten kunnen verdachten of daders in de nationale databank van de politie omschrijven als ‘zigeuner’. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum en het Minderhedenforum vragen dat de politie daarmee stopt.

BrusselAgenten van de federale of lokale politie kunnen in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) een vakje ‘zigeuner’ aanvinken als ze feiten van een aangifte invoeren en een daderprofiel opstellen. Volgens de persdienst van de federale politie is het niet de bedoeling om daarmee iemand op basis van zijn etnische afkomst te labelen, maar slaat ‘zigeuner’ op iedereen die geen vaste verblijfplaats heeft en rondtrekt. Bovendien kan het vakje, dat niet verplicht in te vullen is, niet alleen voor daders, maar ook voor slachtoffers worden aangevinkt. ‘Het woord zigeuner staat dus zeker niet synoniem voor rondtrekkende daderbende’, benadrukt Kaatje Natens, woordvoerster van de federale politie.

Toch lijken niet alle agenten dat zo begrepen te hebben. Dat bleek onlangs nog tijdens een opleiding in het Holocaustmuseum, waarbij een agente aangaf te weigeren om het bewuste vakje aan te vinken en zo iemand op basis van zijn etnische afkomst te labelen, terwijl andere speurders het relevante informatie vinden in de strijd tegen rondtrekkende daderbendes. Net zoals bij veelplegers of drugsverslaafden.

’We hoorden al dat sommige kantoren dit deden, maar tot onze grote verbazing blijkt het nu om een algemene praktijk te gaan’, zegt een verontwaardigde Wouter Van Bellingen van het Minderhedenforum. ‘Het woordzigeuner is al jaren in onbruik, heeft harde WO II-connotaties en bezit geen enkele wetenschappelijke grond. Hoewel etnische registratie bij de politie is toegestaan, vrezen we ook dat ditethnic profiling versterkt.’

Ook voor het Interfederaal Gelijkekansencentrum is er een probleem. ‘Het labelzigeuner is niet neutraal en kan niet’, zegt directeur Jozef De Witte. ‘Er bestaat ook zo veel verwarring over – de mensen in Landen vorig jaar waren geen zigeuners – dat de categorie problematisch is. Wat wil men er mee bereiken? Wat levert het aan goed politiewerk op? Zijn er nog zo van die categorieën? De politie moet haar databank in vraag durven te stellen’, aldus nog De Witte, die het vakje liever geschrapt ziet. ‘Ik wil nu geen steen gooien. Als de politie toont dat ze daar snel werk van maakt, is ze goed bezig.’

Bij de politie klinkt het dat het schrappen van het vakje een al te makkelijke oplossing zou zijn. 

De Standaard, Yves Delepeleire

Wouter Van Bellingen, DIRECTEUR VAN HET MINDERHEDENFORUM NA ZIJN GEZONDHEIDSPROBLEMEN

Wouter Van Bellingen (42) is sinds juli van vorig jaar directeur van het Minderhedenforum. De voorbije acht maanden kon hij daarmee al het een en ander in beweging zetten, maar het werk eiste ook zijn tol. Zo kreeg hij enige tijd geleden een dreigbrief in de bus en wordt hij geplaagd door gezondheidsproblemen. “Ik doe deze job met volle goesting, maar zal toch wat gas moeten terugnemen.”

  

`Je wordt niet meteen vrolijk van de problemen waarmee ik dagelijks geconfronteerd word’

Wouter Van Bellingen werd in 2007 even wereldberoemd in Vlaanderen toen hij als kersvers schepen van Sint-Niklaas geconfronteerd werd met een aantal koppels die niet door hem getrouwd wilden worden. Als tegenreactie lieten meer dan zeshonderd koppels zich tegelijk trouwen door de schepen met Rwandese roots. Of Van Bellingen acht jaar later nog steeds geconfronteerd wordt met racisme? “Natuurlijk, en ik maak me geen illusies. Dat zal morgen ook nog het geval zijn”, vertelt hij. “Het gevecht tegen racisme en discriminatie zal misschien wel eeuwig duren, maar dat wil niet zeggen dat we het moeten opgeven, integendeel.”

Dat gevecht voer je inmiddels al acht maanden als directeur van het Minderhedenforum. Hoe kijk je terug op die periode?

”Het waren erg intense maanden. Ik had me voorgenomen om me rustig in te werken, maar het was meteen vollenbak, ook omdat ik meteen een interne reorganisatie voor de kiezen kreeg. Ik denk echter dat we toch al het een en ander bereikt hebben. Zo hebben we al enkele belangrijke dossiers op de politieke agenda kunnen zetten. Ik denk aan het met luide muziek verjagen van woonwagenbewoners in Landen en de discriminatie in de dienstenchequesector. Die problemen bestaan natuurlijk al veel langer dan vandaag, maar het is goed dat ze in de openbaarheid komen. Vroeger werd dat allemaal doodgezwegen, maar anno 2015 is er toch een vrij grote consensus dat zulke zaken onaanvaardbaar zijn en dat is op zich al een belangrijke stap. Er zijn, gelukkig maar, steeds meer mensen die zulke praktijken niet meer slikken.”

Die praktijken niet aanvaarden is een ding, ze de wereld uit helpen is een ander…

”Daar knelt inderdaad het schoentje. Veel politici nemen vandaag de dag wel duidelijke standpunten in tegen discriminatie, maar de volgende stap blijft vooralsnog vaak uit. Er wordt weinig of geen actie ondernomen, hoewel alle cijfers aantonen dat actie meer dan ooit aan de orde is. Meer dan vijftig procent van onze achterban leeft onder de armoedegrens, de werkloosheid scheert ongezien hoge toppen en het aantal schoolverlaters zonder diploma blijft maar stijgen. Maar door mensen uit te sluiten, maak je de problemen alleen maar groter. Er moet werkgelegenheid komen voor iedereen, ook voor mensen met een migratie-achtergrond. Daar wordt de hele samenleving beter van: er moeten immers minder uitkeringen worden betaald, terwijl de inkomsten stijgen omdat er belastingen worden betaald. Discriminatie kost de samenleving immers veel geld. Kijk, ik ben oprecht blij wanneer ik minister-president Bourgeois hoor zeggen dat hij discriminatie op de arbeidsmarkt verwerpelijk vindt, maar nu is het tijd om er daadwerkelijk iets aan te doen. Daarom ben ik dan nog blijer dat minister Peeters eindelijk werk wil maken van mysterycalls. De tijd van de vrijblijvendheid is voorbij!”

STERFGEVALLEN EN DREIGBRIEF

Toen we afspraken voor dit interview, vertelde je me dat je worstelde met een dipje. Heb je de job onderschat?

”Dat niet, ik doe de job doodgraag, maar ik ga wel wat gas moeten terugnemen. Ik klop lange dagen en moet vaak op tien plaatsen tegelijk zijn. Je wordt ook niet meteen vrolijk van de problemen waarmee we hier dagelijks geconfronteerd worden, hé. Die harde cijfers blijven als het ware aan je ribben kleven als dat echte verhalen worden. Heel de sector kampt momenteel met een gebrek aan middelen. Bij de herstructurering die ik eerder aanhaalde, kon ik spijtig genoeg mensen hun contract niet meer verlengen.”

Zulke dingen vreten aan je…

”Ja, net als het feit dat er in november ook twee sterfgevallen waren, waaronder die van mijn goede vriend Wim Schamp (de bekende reclamemaker overleed aan pancreaskanker, red.), die ik me enorm heb aangetrokken. Als klap op de vuurpijl kreeg ik ook nog een dreigbrief in de bus. Die zaak ligt nu bij het parket van Brussel en ik kan daar niet veel over kwijt, maar dat het best beangstigend is, kan ik je wel vertellen. Dat heeft toch allemaal een impact gehad op mijn gezondheid.”

Kamp je met ernstige gezondheidsproblemen?

”Laten we zeggen dat ik een serieuze waarschuwing heb gekregen: op een dag ben ik onwel geworden op het perron van het station, toen ik op weg was naar mijn werk. Ik heb me meteen laten onderzoeken in het ziekenhuis. Voorlopig lijkt er niets ernstigs aan de hand te zijn, er zijn momenteel nog een aantal tests lopende, maar zowat iedereen vertelt me dat een en ander vooral met stress te maken heeft.”

Geen onlogische diagnose, lijkt me. Wat doe je daar nu mee?

”Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar ik probeer toch wat meer aan mijn gezondheid te denken: wat meer momenten van rust inbouwen, enkele weekends vrijhouden voor mezelf. Als je lichaam je zo’n signaal geeft, mag je dat niet negeren. Ik ben ondertussen ook 42 jaar, een leeftijd waarop je al wat meer risico loopt om iets ernstigs op te lopen. Het zal niet evident zijn, maar ik zal het wat kalmer aan moeten doen. Toen ik hier acht maanden geleden begon, had ik me voorgenomen om een tweede fiets te kopen, maar dat is bij een voornemen gebleven. Misschien moet ik daar eens echt werk van maken.”

Lijdt je gezinsleven ook onder dat hectische leven van je?

”Een beetje wel, natuurlijk, maar ik probeer er in de mate van het mogelijke zo veel mogelijk te zijn. Zo sta ik erop mijn kinderen elke dag zelf naar school te brengen. Dat is een prioriteit voor mij.”

OPTIMISTISCH

Heb je er de voorbije maanden aan gedacht om iets anders te gaan doen?

”Dat zeker niet. Ik doe mijn job graag en ik geloof ook dat we de goede kant opgaan. Er is een kentering in de geesten van de mensen en dat is van ontzettend groot belang. Ik ben en blijf ervan overtuigd dat de diversiteit een verrijking is voor de samenleving. En dat de verkleuring de vergrijzing kan oplossen. Alleen moeten we nu met z’n allen eens goed nadenken over de manier waarop we hiermee omgaan. Alles beschouwd, zie ik de toekomst positief in. Ik heb deze job aangenomen omdat ik ervan overtuigd ben dat ik een zekere impact kan hebben. Als ik die overtuiging niet had, had ik er niet aan moeten beginnen.”