Maand: maart 2015

Eindelijk is het niet langer alleen ‘hun eigen schuld’, opiniestuk De Morgen.

“Als wij een ander migratiebeleid hadden gevoerd en de problemen van racisme en discriminatie hadden aangepakt, dan was ik geen burgemeester geweest van een stad waaruit zeventig jongeren zijn vertrokken om een conflict te gaan uitvechten dat het hunne niet is. (…) Het departement Welzijn is totaal afwezig in de moslimgemeenschap. In de scholen gebeurt er helemaal niets.” 
Bij de voorstelling van het boek ‘#Radicalisme, #Extremisme, #Terrorisme’ van onderzoeker Bilal Benyaich klinkt het commentaar van Antwerps burgemeester Bart De Wever hard voor de politiek, maar zacht voor de moslimjongere. Hij haast zich niet langer om de oorzaken van radicalisering bij het geloof en de moslimgemeenschap alleen te leggen. Gisteren noemde hij eindelijk ook de sociale oorzaken van radicalisme: een falend integratie-, welzijn- en onderwijsbeleid en een gefaalde strijd tegen racisme en discriminatie. Niet langer treffen alleen het individu en zijn gemeenschap schuld, ook de maatschappij moet zich eindelijk verantwoorden. Op 21 maart 2015 brak er in Vlaanderen een nieuwe lente aan. Op de internationale dag tegen discriminatie en racisme en 8 jaar na het massahuwelijk in Sint-Niklaas.

Ik ben verheugd dat racisme en discriminatie niet gewoon meer ‘verwerpelijk’ is om het dan daarbij te laten, als in een goedkope condoleance op een begrafenis. Dat racisme niet langer relatief is, maar oorzakelijk. Oorzakelijk aan een ontwrichting van de samenleving, oorzakelijk aan het nefaste gevoel van een heleboel mensen dat zij niet aanvaard worden. Oorzakelijk aan het geweld dat een veel kleiner groepje uit die frustratie pleegt.  
De analyse van Bilal Benyaich is pijnlijk. Hij verft schaamrood op de wangen van de politiek. “Het zou makkelijk zijn geweest om die jongeren eruit te halen”, klinkt het hoopvol, maar vernietigend. Hij pleit voor een doortastend welzijn- en moskeebeleid en voor een onderwijs ‘dat niet alleen talenten, maar ook burgers aflevert’. 
Als directeur van het forum van ethnisch-culturele minderheden in Vlaanderen en Brussel sluit ik me daar volledig bij aan. Het beleid moet ál onze jongeren burgerwaarden meegeven. Het gaat daarin niet alleen over het vaak genoemde recht op vrijemeningsuiting. Het gaat ook over het wegvegen van blinde vlekken in kinderhoofden: dat een klasgenoot met een kleurtje ‘anders’ zou zijn bijvoorbeeld. We moeten gaan voor gekleurde personages in schoolboeken, gemengde klassen, gelijke onderwijskansen. 
Zoals Alicja Gescinska dit weekend  in DM, de Amerikaanse filosoof John Dewey citeerde ‘De democratie moet iedere generatie worden herboren en onderwijs is haar vroedvrouw”
“Elkaar niet kennen en niet verdragen heeft een maatschappelijke kost. We sturen dokters en psychiaters het veld in tegen verzuring, we betalen uitkeringen door uitsluiting op de arbeidsmarkt, we betalen ons blauw aan veiligheid. Ja, in Welzijn en Onderwijs moet het beter, maar ook in de departementen Gelijke Kansen, Armoede en Werk. Vlaanderen scoort het slechtst van Europa in de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond. Het wordt dus hoog tijd dat de werkzaamheidsgraad drastisch omhoog gaat zodat die extra inkomsten kunnen herverdeeld worden in welzijn en onderwijs voor alle jongeren. Om wortels uit te roeien, moeten we er samen aan trekken. 

Wouter Van Bellingen
Directeur Minderhedenforum

Kan het erger met discriminatie? Ja, maar het kan ook veel beter.

Alicja Gescinska is docent aan het Political Science Department van het Amerikaanse Amherst College. Ze emigreerde in 1988 naar België en werd in 2012 doctor in de wijsbegeerte aan de UGent.

Toen ik enkele jaren geleden naar Gent wilde verhuizen, kwam ik uit bij een appartement in een straat parallel met de Sleepstraat. “U hoeft zich geen zorgen te maken”, verzekerde de vastgoedmakelaar me. “Kijk maar eens naar de namen op de deurbellen. Allemaal Vlaamse namen. Geen Turken, Bulgaren, Russen of Polen in dit appartementsgebouw.” De man trok nogal bleek weg toen ik niet veel later mijn naam voor hem moest spellen. Eens goed in de verf zetten dat je geen ‘vreemdelingen’ als buren hebt. Dit beproefd verkooppraatje past naar alle waarschijnlijkheid in een ruimer kader van structurele discriminatie van vreemdelingen in hun zoektocht naar woonst en werk. Dat de stad Gent kordater wil optreden tegen allerhande vormen van discriminatie valt toe te juichen (DM 20/3). Daar gaat een belangrijke signaalfunctie van uit. Het is belangrijk om discriminatie in kaart te brengen, aangezien velen in een bubbel leven en menen dat het met die discriminatie toch niet zo erg is in ons vooruitstrevend, vrij en verlicht landje. Die bubbel mag wel eens worden doorprikt. 

Natuurlijk kan het erger, maar veel beter kan het ook. Soms zijn we zo verlicht door onze eigen goedheid dat we blind blijven voor onze gebreken. De Britse schrijver Adrian Hart is zo’n exponent van die verlichte blindheid. Volgens hem bestaan echt racisme en discriminatie amper in onze westerse samenlevingen. Nu ja, dan bezorgen praktijktesten en mystery shoppers ons toch even een reality check. We kunnen oeverloos palaveren of we iets racisme of discriminatie noemen. Was Reynders’ optreden als Noiraud racistisch? Is het racistisch als een opblaasbare banaan naar een zwarte voetballer wordt gegooid? Is het discriminatie van vrouwen als het Boekenweekgeschenk dertien jaar na elkaar door een man wordt geschreven of de State of the European Union al zeven jaar na elkaar door een man wordt verzorgd? Het antwoord op die vragen is niet zo eenduidig. Eerder dan ons blind te staren op terminologische discussies kunnen we pragmatisch wel erkennen dat voor bepaalde groepen in de samenleving het leven steeds tegen de wind in fietsen is, terwijl anderen steeds de wind in de rug hebben. Als je een beetje bezig bent met sociale rechtvaardigheid, dan laat je mensen niet weggeblazen worden omwille van de kleur van hun huid, hun geslacht of seksuele voorkeur of de opeenvolging van klanken waaruit hun achternaam is opgebouwd. 

Waar de signaalfunctie van het Gentse onderzoek en plan erg belangrijk is, denk ik dat de verwachtingen over de resultaten ervan moeten worden getemperd. Signaliseren is één ding, sanctioneren een ander. Ter discussie bij discriminatie staat steeds de vrijheid van de een tegenover de vrijheid van de ander. De vrijheid van de verkoper versus die van de koper. De vrijheid van de eigenaar tegenover die van de huurder. Er bestaat geen juridische vuistregel of ethisch meetinstrument om sluitend te bepalen wiens vrijheid belangrijker is. En dat maakt optreden tegen discriminatie en de afweging van botsende vrijheden steeds moeilijk. Tegelijk dreigt een loutere symbool- en signaalpolitiek niet meer te doen dan de vinger op de wonde leggen en ondertussen machteloos toekijken hoe die wonde niet gedicht raakt.

Ongetwijfeld hebben we in de strijd tegen discriminatie meer aan emanciperen dan aan sanctioneren. Een samenleving is zo open en goed als de harten en geesten van haar burgers. En die openheid en goedheid bewerkstellig je vooral met kennis en onderwijs. “De democratie moet iedere generatie worden herboren, en onderwijs is haar vroedvrouw”, zoals de Amerikaanse filosoof John Dewey ooit stelde.

DM, 21/03/2015