Lefever: ‘Discriminatie, dat is België’ Van Bellingen: ‘Daar leg ik mij niet bij neer’ Lefever: ‘En ik pas mij aan’

IMG_0912Racisme kennen ze allebei van dichtbij, maar als het over de aanpak ervan gaat, gaapt er een kloof tussen Wouter Van Bellingen en Lies Lefever. Afgelopen jaar botsten ze hard over Zwarte Piet, de discussie loopt hier verder. En breder. ‘Ik ben pro quota.’ ‘Maar man, dat levert niets op.’

Lies Lefever (34) en Wouter Van Bellingen (42); hun namen kunnen niet Vlaamser klinken. Hun roots liggen respectievelijk in de Kempen en in het Waasland. ‘Als wij dromen, dromen we van bolle akkers, niet van de savanne’, zegt Van Bellingen daarover. Toch is de meest voorkomende vraag die hij en Lefever krijgen: ‘Ja maar, vanwaar ben je écht?’

Van Bellingen: ‘Of ze vragen wat mijn échte naam is.’

Lefever: ‘Awel ja, wat is eigenlijk je oorspronkelijke naam?’

Van Bellingen: ‘Goh, ik heb inderdaad ook een Afrikaanse naam. Maar dat is een administratieve vergissing van de Burgerlijke Stand, ik moest eigenlijk alleen een Vlaamse naam hebben.’

Lefever: ‘Bij mij staat het op mijn pas. Liesbeth Lefever-Uwimana Redempta. Ik ben vroeger nog gaan vragen om dat laatste te schrappen, maar dat zou me 20.000 Belgische frank hebben gekost.’

Van Bellingen: ‘Nu kan dat voor 50 euro.’

Lefever: ‘Echt? Wow, dan ga ik dat laten weghalen. Ik vind het helemaal niet leuk om die op mijn pas te zien. Ik heb geen enkele emotionele band met die naam.’

Intussen is Van Bellingen druk aan het tokkelen op zijn smartphone. ‘Hoe heette ik ook alweer bij mijn geboorte? Ik heb het nog geweten, hoor.’
Lefever is verbaasd dat hij zijn eigen achternaam moet opzoeken. En dat hij een Fairphone heeft. ‘Ik heb liever een iPhone.’

Oei, een witte

Van Bellingen is haar soms wat ‘te politiek correct’. Zelf noemt hij het principieel. Dat moet ook wel, nu de ex-politicus – hij stond op de lijst bij Spirit en als onafhankelijke bij sp.a en richtte in Sint-Niklaas de partij SOS 2012 op – directeur is van het Minderhedenforum. Terwijl stand-upcomédienne/cabaretière Lefever nuchter en pragmatisch realisme voorstaat. Mocht ze een Gentse zijn, was haar motto allicht ‘nie neute, nie pleuje’. Maar ze is een ‘typisch Afrikaanse Kempendochter’, zegt ze zelf. Geboren in Rwanda en op haar twee maanden – ‘of zo, niemand weet wanneer ik geboren ben’ – naar België gebracht. Ze was een weggegooid kind.

Dit jaar trok ze voor de nieuwe, nog niet uitgezonden reeks vanHeylen en de herkomst voor het eerst terug naar haar geboorteland. Samen met Martin Heylen op zoek naar de twee mannen die haar uit de put hebben gehaald. Een put, noemt ze het altijd, gewoon een put. Eigenlijk was het een toilet voor cholerapatiënten waar ze als baby in is gegooid. Zo kreeg ze zuur in haar ogen, waardoor ze voor het leven slechtziend is.

Wou ze ter plaatse niet proberen ook haar biologische ouders na al die jaren te ontmoeten? ‘Nee, die wou ik niet zien.’ Omdat ze kwaad is om wat ze haar hebben aangedaan? ‘Nee, omdat ik me niet schuldig wil voelen tegenover hen. Ik woon nu in het rijke België, zij leven wellicht in trieste omstandigheden.’

Ook Van Bellingen heeft een Rwandese achtergrond. Hij is in Antwerpen geboren, als zoon van Rwandese ouders. Heel snel werd hij door een Vlaams gezin geadopteerd. Oervlaams. Met een Volksunie-activist als vader en met Amedee Verbruggen, frontsoldaat en voortrekker van de Vlaamse Beweging, als grootoom. Het mag niet verwonderen dat hij als kind menige IJzerbedevaart meemaakte. Tot de dag dat zijn vader er scheef bekeken werd omdat hij een zwart kind had meegenomen. Dat kon hij niet maken, luidde het. ‘Niet hier.’

Vandaag, 33 jaar later, worden hij en Lefever nog altijd aangesproken op hun huidskleur. Wat racisme en discriminatie betreft, was 2014 onmiskenbaar een zwart ( pun not intended) jaar. Geert Wilders schreeuwde om minder Marokkanen, het huis van journalist Peter Verlinden en zijn (zwarte) vrouw werd beklad met het woord ‘negers’, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken bleek in het verleden onfrisse uitspraken te hebben gedaan over (het gebrek aan) economische meerwaarde van Marokkaanse, Congolese en Algerijnse migranten, een selfie van het Nederlandse elftal werd onthaald op plat racisme, de krant De Morgen publiceerde een cartoon waarop Obama staat afgebeeld als aap, en intussen staat het land van de president in rep en roer nadat blanke agenten een ongewapende zwarte tiener hebben doodgeschoten en een zwarte man (die ze ervan verdachten illegaal sigaretten te verkopen) in een wurggreep gehouden tot hij stikte. Zo kunnen we nog even doorgaan.

Is de samenleving grimmiger geworden of zijn we nu gevoeliger voor racisme?

Van Bellingen: ‘Dat geloof je toch zelf niet, dat we gewoon gevoeliger zijn geworden? Veel zaken die men vroeger niet hardop durfde te zeggen, zijn nu maatschappelijk aanvaard en worden soms aangemoedigd. Racisme is hier en daar bon ton geworden. De vroegere uitspraken van Jambon en Francken zijn onaanvaardbaar. In andere landen zou dat tot ontslag leiden, hier kunnen ze gewoon aanblijven.’

Lefever: ‘Blanke agenten die negers doden, dat komt heel sterk in de media. Terwijl ik vermoed dat er ook veel blanke agenten zijn die blanken doodschieten. Dat passeert in stilte, maar ho ho als een zwarte het slachtoffer is. Ik mag dat wellicht niet luidop zeggen van jou, maar ik vind racisme een beetje overschat.’

Van Bellingen: ‘Is dat je buikgevoel dat spreekt, of baseer je je op feiten?’

IMG_0917Lefever: ‘Ik spreek uit eigen ervaring: ik heb nooit last gehad van racisme. Echt nooit. En ik vermoed dat mijn twee lichtbruine kinderen er ook geen last van hebben.’

Van Bellingen: ‘Dat kan ik niet geloven. Ik praat niet uit buikgevoel, dat is niet mijn taak. Als je cijfers en onderzoeken bekijkt, kun je alleen tot de conclusie komen dat racisme en discriminatie wel degelijk een groot probleem zijn. Het nieuwste Oeso-rapport bewijst dat personen met een migratieachtergrond in Vlaanderen een zeer hoog risico lopen op werkloosheid en discriminatie op de werkvloer. Binnen Europa kampen we met een van de laagste tewerkstellingscijfers voor nieuwkomers uit niet EU-landen. Ons onderwijs is eveneens ziek; leerlingen met een migratieachtergrond worden veel sneller naar het TSO en BSO gestuurd, ook al halen ze dezelfde punten. In ons land zijn ontegensprekelijk mechanismen aan het werk die maken dat mensen met een andere achtergrond systematisch uit de boot vallen.’

Lefever: ‘Ik bedoel dat racisme nooit op mij heeft gewogen. Behalve die ene keer. Toen ik bij de scouts door de andere zesjarige kapoenen werd uitgemaakt voor lopende drol. Toen ben ik huilend thuisgekomen. Maar al snel heb ik een pantser rond mij opgebouwd: doe maar, het maakt mij niet uit.’

Hoe gaat u ermee om?

Van Bellingen: ‘Ik ben nooit wenend thuisgekomen. Op dat vlak ben ik altijd heel assertief geweest. Als ik een kind hoorde zeggen: “oei, een zwarte”, dan zei ik: “oei, een witte”. In de Bijbel spreken ze over iemand de andere wang toekeren, dit is een euh. variant daarop. Humor heeft me geholpen. Maar ik moet toegeven dat het met ouder worden verandert. Mijn vrouw wees me er onlangs op dat ik er minder makkelijk mee kan omgaan dan vroeger. Dat heeft te maken met de emmer die op een bepaald moment vol is. Iemand die een racistisch getint mopje maakt, vertelt dat mopje één keer. Maar wij horen die grap wel duizend keer. En wellicht word ik met de jaren principiëler.’

De negerkes van Beerse

Mevrouw Lefever, je hebt net je nieuwste showEn dus toen aangekondigd met de woorden: ‘Natuurlijk ben ik volwassener geworden. Negermopjes hoeven niet meer. U weet inmiddels dat ik een lid ben van het zwarte ras.’

Lefever: ‘Een zwarte die “neger” zegt voor een blank publiek, dat is om een of andere reden altijd scoren. Ik ben nu volledig afgestapt van die negermopjes, het is te gemakkelijk. Ik heb geen zin meer in zelfspot. Ik ben een waardige artiest, ik kan nu liedjes maken en ontroerend en grappig zijn zonder dat ik het woord neger uitspreek.’

U blijft wel consequent ‘neger’ zeggen, is dat om een beetje te provoceren?

Lefever: ‘Ai, nee. Sorry.’

Gek dat u u nu excuseert tegenover ons omdat u uzelf neger noemt.

Van Bellingen: ‘En dan moeten wij geloven dat je er geen complexen over hebt?’

Lefever: ‘Voor mij voelt dat woord heel natuurlijk aan. Ik ben niet voor eufemismen. Wij zijn negers, punt. Dat is toch waar hé?

(Van Bellingen zwijgt.)

Is dat waar, meneer Van Bellingen? Zou u uzelf ooit ‘neger’ noemen?

Van Bellingen: ‘Ik noem mezelf liever Afro-Europeaan. Want wat ben ik nu eigenlijk? Ik ben een Europeaan met Afrikaanse roots.’

Lefever: ‘Ik vind trouwens dat jij zwarter bent dan ik. Voel jij je echt zwart? Toen ik in Rwanda was, voelde ik me absoluut niet zwart. Ik betrapte me erop dat ik dacht: aaargh, al die zwarte mensen rondom mij. Erg hé.’

Van Bellingen: ‘Dat komt omdat mensen die geadopteerd zijn, zoals wij, brugfiguren zijn. In Afrika zijn we niet zwart, hier wel.’

Lefever: ‘Ai lap, daar gaan we, racisme tussen de zwarten onderling.’

Van Bellingen: ‘Of mensen neger mogen zeggen, hangt af van hun intentie. Als ze gewoon vreemdeling bedoelen, heb ik er geen moeite mee. Het is toch meestal wat de mensen denken, al snap ik dat sommigen dat kwetsend vinden.’

Lefever: ‘Maar ik voel me geen vreemdeling! Ik kom uit de Kempen, dat hoor je toch aan mijn accent. Toen ik pas naar Asse was verhuisd, hoorde ik er vaak: amai, u spreekt al goed Nederlands. In de Kempen heb ik dat nooit gehoord. Wij waren met drie geadopteerde kinderen in ons gezin. Wij waren gewoon de negerkes van Beerse, daar werd niet zo verwonderd of abnormaal over gedaan.’

Van Bellingen: ‘Jullie waren daar cultureel erfgoed.’(lacht)

Mevrouw Lefever, in een column schreef u: ‘Geloof me, voor mij zou het echt niet moeilijk zijn om iedere maand een klacht in te dienen wegens racisme. Maar ik zou toch aan alle mensen met een andere huidskleur willen vragen voorzichtig om te gaan met zulke klachten.’

(Van Bellingens wenkbrauwen schieten alle richtingen uit. Hij is kennelijk verontwaardigd, zelfs lichtjes gechoqueerd.)

Lefever: ‘Het woord racisme wordt veel te snel geroepen. Als ik elke keer dat ik vuile neger word genoemd.’

Van Bellingen: ‘De vraag is hoe je erop reageert. Zeg je: het is erg, maar ik kan er niets aan doen? Of zeg je: het is onaanvaardbaar, ik maak er melding van.’

Lefever: ‘De vorige keer toen drie mannen, het waren trouwens Marokkanen – raar hoe die vaak zo tegen negers zijn, mij in de metro uitscholden, heb ik naar een van hen gespuwd.’

Misschien ook niet echt constructief. Wat was hun reactie?

Lefever: ‘Dat weet ik niet. Ik was bang, ben meteen uitgestapt en keihard gaan lopen. Maar het was recht in zijn gezicht. Zo goed ben ik dan weer wel.’

Van Bellingen: ‘Voor jou is het anders; veel mensen kennen je, je kunt je verhaal in de media kwijt.’

Lefever: ‘Maar ik zou dat nooit doen. Heb jij mij al ooit in de media horen klagen over racisme?’

Van Bellingen: ‘Ik vind het jammer dat je dat zegt. In België dienen al zo weinig mensen een klacht in. Meld het toch.’

Lefever: ‘Maar Wouter, word eens realistisch. Wat denk je dat de flikken zullen doen als ik zeg dat iemand op de tram me een lopende drol noemde? Eens goed lachen.’

Van Bellingen: ‘Net daarom. Een klacht indienen kan de bewustwording aanwakkeren. Dat vergroot de kans dat het eindelijk eens serieus wordt aangepakt.’

Lefever: ‘We moeten het niet zo problematiseren. Rosse mensen worden ook gepest, net zoals mensen met een bochel. Iedereen wordt uitgelachen, maar als je zwart bent, is het zogezegd racisme.’

IMG_0910Van Bellingen:(komt haast niet meer bij van het lachen) ‘Dat is het dus ook.I rest my case.’

Lefever: ‘Maar wie een ander uitlacht omdat die roodharig is, zal nooit een boete krijgen. Is het dan fair om iemand die een zwarte uitlacht wel een boete te geven?’

Het gaat natuurlijk verder dan uitlachen en wat pesten. Wat met de discriminatie op de arbeids- en de huurmarkt?

Lefever: ‘Toen ik een huis wilde huren, zei ik altijd meteen aan de telefoon: ik ben wel zwart, is dat een probleem?.’

Van Bellingen: ‘Maar allee, dat is toch erg, dat je zo’n mechanisme ontwikkelt.’

Lefever: ‘Je zult het vast hypocriet vinden dat ik heel blij ben dat mijn kinderen Kobe en Wannes heten. Dat zal hun verdere leven vergemakkelijken.’

Van Bellingen: ‘Het mooiste dat we je schenken, is je naam, zei mijn vader altijd. Hij bedoelde een Vlaamse naam, besef ik nu. Ik ken mensen die hun Marokkaanse naam veranderd hebben om een job te kunnen krijgen. Dat is erg.’

Lefever: ‘Dat is België. Dat is de realiteit.’

Van Bellingen: ‘Daar leg ik mij niet bij neer.’

Lefever: ‘En ik pas mij aan. We moeten niet te veel het slachtoffer uithangen.’

Van Bellingen: ‘Maar dat is juist wat je doet. Je legt je neer bij de feiten, dan ben je een slachtoffer. Terwijl diversiteit net een troef is. Het is nu tijd om alle kansengroepen te laten bijdragen aan de samenleving. Verkleuring kan de vergrijzing oplossen.’

Lefever: ‘Wij zitten nu in een overgangsfase. De samenleving past zich wel aan de realiteit aan. Tegen pakweg 2050 is het heel normaal dat Chinezen en Marokkanen overal leven.’

Van Bellingen: ‘Dat is nu al zo, hé.’

Lefever: ‘Ja, maar helaas vinden velen dat kennelijk niet normaal.’

Kotsen op quota

Komt het vanzelf goed? Is er niet eerst een strijd nodig voor iets normaal wordt bevonden? Kijk naar Ferguson.

Van Bellingen: ‘Je hoeft het niet zo ver te zoeken. In de jaren 70 dacht men hier ook dat die integratie zichzelf wel zou oplossen.’

Lefever: ‘Awel Wouter, het is nu bezig hé. Een beetje geduld.’

Van Bellingen: ‘Maar de tweede en de derde generatie staan er slechter voor dan de eerste. Die zijn hier gekomen om te werken, zij hadden tenminste nog een job. En vanaf 2040 hebben we nieuwe migranten nodig om het probleem van de vergrijzing te tackelen. Dus als we nu nog niet kunnen omgaan met de vorige, wat staat ons dan te wachten?’

U pleit voor meer controles en inspecties. Met boetes neemt u de vooroordelen toch niet weg?

Van Bellingen: ‘Ik geloof wel in de wortel, maar er moet ook een stok zijn. Je kunt blijven positief stimuleren, maar als dat het zoveelste jaar op rij niet opbrengt. Een defensief beleid is eigenlijk een vrijgeleide voor discriminatie. Je moet een offensief beleid durven te voeren. Ik besef dat je daarmee niet de hearts en minds verovert, maar je kunt geen wetteloosheid tolereren. Er bestaan inspecties bij de verschillende overheidsdiensten, het wordt hoog tijd dat ze gebruikt worden. In Vlaanderen is vorig jaar welgeteld één pv opgemaakt voor discriminatie door de Inspectie Werk. Eén. Hoe is dat mogelijk?’

Nog een optie: quota invoeren.
Van Bellingen: ‘Zeker. Ik ben pro, als tijdelijke maatregel.’

Lefever: ‘Maar man, dat levert niets op. Kijk naar de politiek. Bijna alle partijen lokken allochtonen, maar als puntje bij paaltje komt, komen die – op Almaci na – niet aan de bak.’

Waaraan ligt dat?

Lefever: ‘Aan de partijen.’

Van Bellingen: ‘Aan een gebrek aan streefcijfers. Waarom lukt het voor vrouwen in de politiek wel? Omdat is opgelegd dat er bij de eerste twee plaatsen op de lijst een vrouw moet zitten en de lijst voor de helft uit vrouwen moet bestaan. Je moet quota als breekijzer gebruiken, om de arbeidsmarkt open te breken.’

U wilt bedrijven verplichten om bepaalde mensen aan te nemen?

Van Bellingen: ‘Als ze subsidies van de overheid krijgen wel, ja. Als je 2 procent loonlastenverlaging geeft aan bedrijven, wat toch veel geld is, mag je eisen dat ze in ruil een inspanning leveren. Organisaties en instellingen ook. De tijd van vrijblijvendheid moet gedaan zijn.’

Lefever: ‘Denk nu eens als mens, Wouter, en niet als politieker. Ik kots op quota. Ze zijn een belediging.’

U hebt een protestlied gemaakt over de quota op de VRT.

Lefever: ‘Ja, ik werkte daar toen met een diversiteitscontract. Toen ik mijn rubriek had inDe laatste show was de commentaar constant: die is er alleen maar door de quota. Ah ja, zwart, gehandicapt en vrouw; ik was drie kansengroepen in één. Ik moest me voortdurend verdedigen. Maar ik heb talent.’

Van Bellingen: ‘Je bent er door de quota wel geraakt, toch? Ik heb een probleem met mensen die er geraakt zijn dankzij quota en dan achteraf zeggen dat ze er tegen zijn. Geef dan je ontslag, zodat iemand anders er wel dankbaar gebruik van kan maken.’

Lefever: ‘Doordat de termen quota, zwart of gehandicapt erop kleven, worden mensen met een andere huidskleur of een beperking niet naar waarde geschat.’

Van Bellingen: ‘Jouw talent was misschien nooit ontdekt geweest zonder quota. Waar had je zonder dat speciale contract gestaan?’

Lefever: ‘Op dezelfde plaats als nu.’

Van Bellingen: ‘Maar nee, gij.’

Lefever: ‘Ik kon al gitaar spelen vóór de VRT met het diversiteitsplan op de proppen kwam.’

Van Bellingen: ‘Dat lijkt me iets te gemakkelijk. Ik hoor het nog van mensen; nu ik er ben geraakt, hoeven die quota niet meer. Een beetje egoïstisch, toch? Als je er zo over denkt, had je toen moeten weigeren.’

Lefever: ‘Ik was jong en naïef.’

Van Bellingen: ‘Nu ben je volwassen en moet je eigenlijk dankbaar zijn.’

Lefever: ‘Wouter, komaan, wij zouden toch niet in een maatschappij mogen leven waarin je meer kansen krijgt louter omdat je gehandicapt of zwart bent.’

Van Bellingen: ‘Het is een maatregel om iets recht te trekken dat eigenlijk niet rechtgetrokken zou moeten worden.’

Lefever: ‘De idee dat mijn kinderen, die lichtbruin zijn, meer kansen zullen krijgen om op de VRT te werken dan andere kinderen vind ik ronduit obsceen.’

Van Bellingen: ‘Dat zal ook niet gebeuren, want huidskleur is geen criterium om tot de doelgroep nieuwe Vlaming gerekend te worden. Ik kan er bijvoorbeeld niet van profiteren, want mijn ouders zijn ook Vlaams. Tiens, die van jou toch ook? Hoe ben jij er dan eigenlijk geraakt?’

Lefever: ‘Ah, ik ben gehandicapt, hé.’

Rondje blauwepieten

(Er valt een – uitzonderlijke – stilte.)

Lefever: ‘Zeg, hebben wij nu ruzie?’

Van Bellingen: ‘Maar nee, we hebben allebei een positieve boodschap. Het komt wel goed komt met racisme en discriminatie. Als we maar geen bullshit verkopen; diversiteit is een werkwoord.’

 

Mee eens, mevrouw Lefever?

Lefever: ‘Het komt zeker goed. Als we er maar niet overgevoelig over doen. Dat zwartepietengedoe bijvoorbeeld, dat was er zo superzwaar over.’

Van Bellingen: ‘Ik vind dat een heel terechte kwestie.’

Lefever:(verontwaardigd) ‘Allee, dat kan toch niet dat je dat erg vindt?’

Van Bellingen: ‘Het is een princiepskwestie. Hoe ga je in een veranderende samenleving om met een minderheid die ergens problemen mee ondervindt?’

Lefever: ‘Dan kan straks elke bejaarde met een baard zeggen dat hij de figuur van Sinterklaas stigmatiserend vindt. Komaan, het gaat hier om een kinderfeest. Maar dus, jij bent voor Blauwe Pieten?’

Van Bellingen: ‘Dat heb ik niet gezegd. In Brussel hebben ze het goed opgelost: de pieten hadden duidelijke roetvegen. Geen dikke lippen, geen kroeshaar. En geen enkel kind heeft daarom geweend.’

Lefever: ‘Wie maakt problemen van Zwarte Piet? Behalve jij, Wouter, zijn het allemaal blanke mensen.’

Van Bellingen: ‘Ja, omdat andere zwarte mensen bang zijn om zich erover uit te spreken. Het pijnlijke is dat er zelfs geen dialoog over mogelijk blijkt. Wie bezwaren heeft tegen Zwarte Piet, wordt aan de schandpaal genageld. Een samenleving mag een minderheid niet het zwijgen opleggen.’

Wat met de argumentatie van de Franse filosoof Alain Finkielkraut: als alles racistisch is, is niets het nog. Een waarschuwing voor al te veel politieke correctheid die het ‘echte’ racisme banaliseert.

Van Bellingen: ‘De heisa rond Zwarte Piet heeft wel een ruimer debat over discriminatie op gang gebracht. Er komen tientallen onderzoeken van de VN, de Oeso, de Raad van Europa, telkens met heel ontstellende cijfers, zwart op wit, daar rept men met geen woord over. En wanneer iemand een fictieve figuur in vraag stelt, staat het hele land op zijn kop.’

Staat u nog achter uw uitspraak inKnack: ‘Vlamingen hebben meer empathie voor dieren dan voor migranten’?

Lefever: ‘Dat was toch een boutade, hoop ik? Het is zo fout om migranten met dieren te vergelijken.’

Van Bellingen: ‘Het ging over veranderende tradities en voortschrijdend inzicht. Levende visjes drinken in Geraardsbergen of de paardenrennen op straat, die zijn snel verboden na protest. Maar Zwarte Piet, dat is onbespreekbaar. De reacties en bedreigingen die ik daarop gekregen heb, bewijzen dat ik gelijk heb. Het VRT-journaal van de dag na die uitspraak trouwens ook. Het begon met een item over Neroke, de hond uitF.C. De Kampioenen, die gestorven was. En geen woord over dat Oeso-rapport.’

IMG_0906Van Bellingen raakt weer helemaal op dreef. Hij is niet meer te stoppen, verdenkt de media en de politiek ervan op polarisatie belust te zijn. ‘Kijk naar de beleidsverklaringen, ik hoor “verbinden en vertrouwen geven”, maar in de beleidsbrief Werk en ook bij Integratie en Inburgering lees ik vooral eenzijdig aanpassen.’

Over Homans gesproken. Mevrouw Lefever, u lijkt haar stelling ‘racisme is relatief’ te volgen.

Lefever: ‘Ik zou het toch graag anders verwoorden. Ik ben het nooit eens met Homans, dat is nu voor mij een princiepskwestie. (lacht) We moeten niet te snel schermen met het woord racisme. Maar als het echt aan de hand is, is er niets relatief aan. Dan is het gewoon erg. Punt.’

Van Bellingen: ‘Eindelijk, ze werpt haar harnas af. Dat heeft dan twee uur en twee wijntjes geduurd.’

Tijd voor een wereldverbeterende boodschap. Noem drie maatregelen om racisme tegen te gaan die prioritair zouden moeten zijn.

Van Bellingen: ‘De hervorming van het onderwijs die op stapel staat, doorvoeren, met een brede eerste graad. Daarnaast streefcijfers gebruiken voor de tewerkstelling. En laatste punt: maak dat individuele meldingen niet individueel blijven. Maak er iets collectief van. Mijn eigen persoonlijke probleem is uitgemond in een massahuwelijk(In 2007 weigerden enkele koppels uit Sint-Niklaas zich te laten huwen door de toenmalige schepen Van Bellingen wegens zijn huidskleur. Uit sympathie lieten meer dan 600 koppels zich tegelijk door hem trouwen, red.). Dat was het begin van mijn hernieuwd maatschappelijk bewustzijn.’

Een pleidooi voor class actions tegen racisme?

Van Bellingen: ‘Ja, dat kan een taak zijn van ons Minderhedenforum. Een beetje wat Testaankoop voor de consumenten doet.’’

Lefever: ‘Nu is het aan mij. Eén:IMG_0916 minder focussen op quota. Twee: Niet zo stuurs blijven hameren op anderstaligen verplicht Nederlands laten leren. Een meertalige samenleving biedt een meerwaarde. En drie – en dat is mijn punt ten gronde – probeer eindelijk eens mensen met een andere huidskleur of andere culturele achtergrond als normaal te beschouwen.’

Van Bellingen valt in: ‘Je kunt niet alles afschuiven op het individu.’ Er volgt een enthousiaste woordenstroom. Lefever probeert te onderbreken: ‘Wouter, volgens mij is het interview gedaan.’ Hij repliceert: ‘dat kan mij niet schelen’ en gaat gezwind verder. Toch nog een vraag voor Lefever: is Van Bellingen te politiek correct? ‘Ja, maar vooral; hij praat te veel.’ Van Bellingen schrikt op. ‘Waaat?! Ik politiek correct? Kijk eens naar mijn carrière, daar is niets politiek correct aan.’

Lefever: ‘Wouter, ik zie u graag.’

Van Bellingen: ‘Ik u ook.’

Lefever: ‘Kom, we gaan een selfie maken.’

Filip Rogiers en Ann-Sofie Dekeyser, foto’s Fred Debrock
Bijlage “DS Weekblad”,
Copyright © 2015 Corelio. Alle rechten voorbehouden

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s