Maand: november 2014

Zo werd Zwarte Piet een zwarte slaaf. Artikel uit De Morgen.

Zwart was de knecht van Sinterklaas in de middeleeuwen al. Pas in de 19de eeuw werd hij een negerslaaf. ‘Zwarte Piet werd de verpersoonlijking van de blik van de blanke op de zwarte: eerst de boeman, later een dommig persoon.’

SinterklaasZP1

Zoveel we weten over Sinterklaas, zo weinig over zijn knecht. Elk kind weet dat Sint-Nicolaas van Myra in Spanje woont, met de stoomboot komt en appeltjes van oranje brengt. Waar hij dat leger zwarte hulpjes vandaan haalt, is een mysterie. Dat hij een roe heeft en een grote zak om stoute kinderen in te stoppen. Dat hij kroeshaar heeft, grote rode lippen en een exotisch pagepak.
Van de middeleeuwen tot de tweede helft van de 19de eeuw had de helper van de Sint in Vlaanderen geen vaste gedaante. Hij heette Nicodemus of Pieter. Hij droeg een zotskap of een lange pij, een kostuumjas en soms een lange zwarte baard. Meestal was zijn gezicht zwartgemaakt. “Er was nog geen raciale component”, zegt Bambi Ceuppens, antropologe die in Tervuren onderzoek doet naar representatie van Afrikanen. “Het zwart maken diende alleen om onherkenbaar te zijn, of als verwijzing naar de duivel.”
In 1850 verschijnt het Hollandse boekje De Sint en zijn knecht, de knecht heeft een zwarte huidskleur en een pagekostuum. Dat was typisch voor de zwarte (’Moorse’) huisslaaf die populair was in welgestelde kringen. Het boekje verschijnt net na de afschaffing van de slavenhandel in Nederland. “Zwarte Piet werd de verpersoonlijking van de blik van de blanke op de zwarte. Tijdens de koloniale periode de boeman, later een dommig persoon. De boodschap: zwarte mannen zijn ofwel gewelddadig en een bedreiging voor het koloniale bestel. Ofwel zijn het grote kinderen die men in het Europa van na de dekolonisatie niet au sérieux moest nemen. De zwarte kleur werd raciaal.”
Na de afschaffing van de slavernij ontstond in de Anglicaanse wereld het gebruik van ‘black face’, blanken die zich in theater en later in films als zwarten verkleedden. De rollen waren agressief of dom maar altijd minderwaardig. Daarom is de gevoeligheid in landen als de VS of Groot-Brittannië voor black pete zo groot. “Zij herkennen in hem deze racistische traditie.”
Ze diept een onderzoek op uit 2011, uitgevoerd door het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, nu Gelijkekansencentrum. De gemiddelde Belg vindt personen van Afrikaanse origine “vrolijk, speels, met meer aandacht voor plezier dan voor werk. Ze leven in gemeenschappen en veroorzaken zo meer overlast.” Betrouwbaar en eerlijk zijn ze volgens de Belg ook, naast “luier, minderwaardig en minder beschaafd.” Hetzelfde centrum heeft Zwarte Piet vorig jaar “niet racistisch” genoemd. Is er wel een verband? Stereotiepen zijn juridisch gezien niet racistisch, zegt Ceuppens. “Aanzetten tot haat is dat wel. Ik zeg niet dat deze vooroordelen zonder Zwarte Piet minder sterk zouden zijn. Maar je ziet hoe ze doorwerken. Volgens de letter van de wet is Zwarte Piet niet racistisch. Hij is wel de verpersoonlijking van die ondergeschikte positie. Tot op de dag van vandaag.”
Het is weinig bekend, maar een aantal van de eerste Afrikaanse slaven zetten via de Portugese handel voet aan wal in Antwerpen. Op een gegeven moment had de stad van Bart De Wever de hoogste concentratie Afrikanen van Europa, veelal slaven en dienstknechten. Na de val van Antwerpen verschoof de handel naar Nederland. Wij delen in de pijnlijke geschiedenis, Zwarte Piet is geen puur importproduct. De invasie van grote ketens à la Blokker en Hema in de jaren negentig met karrenvrachten sint-en-pietenspul heeft het beeld wel versterkt. Daarom speelt de discussie in Franstalig België veel minder: op Wallonië en een stukje Noord-Frankrijk na, vieren ze in Frankrijk Père Noël. Père Fouettard, het Franstalige hulpje van de Sint, is pas recent Zwarte Piet geworden.
SinterklaasZP2In de collectie van het Gentse Huis van Alijn is duidelijk te zien hoe het hulpje van de Sint tot de jaren tachtig verschillende gedaanten aanneemt. Vanaf de jaren negentig zien we alleen nog de ‘Afrikaanse’ Piet. Als de openbare omroep in 1993 begint met de uitzending van Dag Sinterklaas wordt dat stereotiepe beeld in het netvlies van elk kind gebrand. Tien jaar later zien we de intrede van de Sint voor het eerst live op tv. Niet alleen zien alle Pieten er hetzelfde uit, ze zijn opeens met heel veel.
Anders dan in Nederland, waar volwassen volop pakjesavond vieren, is Sinterklaas in onze contreien een kinderfeest. Daarom is de Nederlandse discussie zo heftig, daarom moet het debat ook hier gevoerd worden, zegt Ceuppens. “Ik weet dat de bedoelingen goed en niet racistisch zijn. Maar je kan niet volhouden dat de Sint de vriend van alle kinderen is, en tegelijk vaststellen dat gekleurde kinderen op school worden uitgescholden voor Zwarte Piet.”

DM, SOFIE VANLOMMEL

Discriminatie: na woorden ook daden. Opiniestuk De Morgen

Vorige week ontstond er heel wat commotie over de stelling die ik in Knack (29/10) poneerde dat Vlamingen kennelijk meer gevoelig zijn voor dieren dan voor mensen met een migratieachtergrond. Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt. Door zowel de positieve als de negatieve reacties heen liep één rode draad: bijna niemand ontkende de stelling. In een lange reeks negatieve reacties op nieuwssites en Facebookpagina’s werden mensen met een migratieachtergrond ontmenselijkt. Ironisch genoeg bewijst dat mijn stelling.
Het jammere was dat velen dachten dat ik mensen verdeelde in twee kampen: ‘de Vlamingen’ en ‘mensen met een migratieachtergrond’. Dat is een misvatting: als ik over ‘de Vlaming’ spreek, bedoel ik precies iedere inwoner van Vlaanderen, ongeacht zijn afkomst. Of blijft iedereen met een migratieachtergrond altijd een ‘vreemdeling’?
Wie het Knack-interview gelezen heeft, weet dat ik het betreur dat er steeds gefocust wordt op wat ons scheidt in plaats van wat ons bindt. Want we zullen samen onze welvaartsstaat overeind moeten houden. De verkleuring kan immers de vergrijzing oplossen. Zo kan het miljarden opbrengen als we de werkzaamheid van mensen met migratieachtergrond verdubbelen. Wat houdt ons nog tegen?
De periode dat we dachten dat discriminatie met de tijd vanzelf zou weggaan, ligt achter ons. We evolueren naar een samenleving waarin iedereen zijn mensenrechten kan opeisen. Dat kader draagt bij tot het beoordelen van het probleem en het kiezen van de juiste oplossing. Want enkel maatregelen die de discriminatie actief bestrijden, verwezenlijken ook die mensenrechten.
Een eerste stap is de openlijke afkeuring van discriminatie. Daarom ben ik blij dat minister-president Geert Bourgeois recentelijk zei dat discriminatie van ‘vreemdelingen’ moreel verwerpelijk is. En dat Vlaams minister van Gelijke Kansen, Liesbeth Homans (DM 31/10) duidelijk verklaarde dat racisme en discriminatie misdrijven zijn en slachtoffers hiervan gesensibiliseerd moeten worden om stappen te ondernemen. Maar aan die woorden moeten ook daden gekoppeld worden.
Want discriminatie wordt niet door iedereen als verwerpelijk – en een misdrijf – beschouwd. Anderen, zoals Mathias Storme (DS 31/10) en Patrick Loobuyck (DM 28/10), vinden dat discriminerende handelingen zelfs een fundamentele vrijheid zijn. De overheid moet daarom een antidiscriminatiebeleid voeren gericht op het sensibiliseren en het informeren van slachtoffers, het sanctioneren van daders en de invoering van noodzakelijke positieve acties om de gevolgen van discriminatie weg te werken of te compenseren.
De beeldvorming in de media beïnvloedt onbewust hoe we naar de ander kijken. Ze is vaak subtiel en daarom minstens even gevaarlijk. We hebben niet in de gaten dat we slechte lucht inademen. Misschien moet de media CO-melders installeren.
Het is tijd voor een maatschappelijk debat over discriminatie en racisme, waarvoor in de eerste plaats de politiek verantwoordelijkheid draagt. Verbieden van discriminatie alleen brengt geen zoden aan de dijk. Wat nodig is, is een nationaal en geïntegreerd antidiscriminatiebeleid. Meer nog, al meer dan twaalf jaar blijft ons land in gebreke om een actieplan racisme op te maken. Het voorziene integratiepact van de Vlaamse regering kan een eerste belangrijke stap zijn als dat kan evolueren naar een verbindingscontract voor de hele samenleving. Geachte premier Michel, een nationale conferentie hierover dringt zich meer dan ooit op.

Wouter Van Bellingen

Directeur Minderhedenforum

De Morgen.

Eerbetoon aan Wim Schamp: O captain! My Captain!

O Captain! My Captain! our fearful trip is done;
The ship has weather’d every rack, the prize we sought is won;
The port is near, the bells I hear, the people all exulting,
While follow eyes the steady keel, the vessel grim and daring:

But O heart! heart! heart!
O the bleeding drops of red,
Where on the deck my Captain lies,
Fallen cold and dead.

O Captain! My Captain! rise up and hear the bells;
Rise up—for you the flag is flung—for you the bugle trills;
For you bouquets and ribbon’d wreaths—for you the shores a-crowding;
For you they call, the swaying mass, their eager faces turning;

Here captain! dear father!
This arm beneath your head;
It is some dream that on the deck,
You’ve fallen cold and dead.

My Captain does not answer, his lips are pale and still;
My father does not feel my arm, he has no pulse nor will;
The ship is anchor’d safe and sound, its voyage closed and done;
From fearful trip, the victor ship, comes in with object won;

Exult, O shores, and ring, O bells!
But I, with mournful tread,
Walk the deck my captain lies,
Fallen cold and dead.

Walt Whitman.

Van een ongemakkelijke waarheid naar een verbonden samenleving ( de uitgebreide versie)

Vorige week ontstond er heel wat commotie over de stelling die ik in De Knack (29/10) poneerde dat Vlamingen kennelijk meer gevoelig zijn voor dieren dan voor mensen met een migratieachtergrond. Blijkbaar heb ik een “gevoelige snaar” geraakt, een “inconvenient truth” luidop gezegd. Doorheen zowel de positieve als de negatieve liep één rode draad: bijna niemand ontkende deze stelling. In een lange reeks negatieve reacties op de nieuwssites en facebookpagina’s werden mensen met een migratieachtergrond ontmenselijkt. Een aantal van deze reacties: “Een dier geef je liefde en krijg je liefde van, een migrant geef je geld en  je krijgt een stamp in je kont of erger” ., “Die ‘neger ’ of ‘zwarte piet’ moet ‘zijn bakkes houden’”. En dit zijn nog enkel de meest “kuise” reacties. Ironisch genoeg bewijzen deze reacties mijn stelling.

Het jammere was vooral dat velen dachten dat het ging over een wij & zij-verhaal, dat ik mensen verdeelde over twee kampen, zijnde ‘de Vlamingen’ en ‘mensen met een migratieachtergrond’. Dat is een misvatting: als ik over ‘de Vlaming’ spreek, bedoel ik precies iedere inwoner van Vlaanderen, ongeacht zijn afkomst. Wij zitten allemaal in dezelfde schuit. Of blijft iedereen met een migratie-achtergrond altijd een “vreemdeling”? Een oude en negatief beladen term die misschien toch nog actueel is omdat hiermee eerlijk wordt geduid hoe de samenleving “mensen met een migratieachtergrond”na meer dan 50-jaar migratie nog steeds percipieert.

Wie het volledige Knack-interview gelezen heeft, weet dat ik het betreur dat er steeds gefocust wordt op wat ons scheidt in plaats van wat ons bindt. Want we zullen samen onze welvaartstaat moeten overeind houden. De verkleuring kan immers de vergrijzing oplossen. Zo kan het onze schatkist miljarden opbrengen als we de werkzaamheid van mensen met migratieachtergrond  verdubbelen. Vandaag staan we op een keerpunt. Ik merk het in mijn gesprekken met werkgeverfederaties, vakbonden en mediaconcerns dat er een besef is,een sense of urgency om discriminatie actief te bestrijden. Wat houdt ons nog tegen?

De periode dat we dachten dat discriminatie met de tijd van zelf zou weggaan, ligt gelukkig achter ons. Discriminatie staat dan ook nog altijd de werkelijke toegang tot mensenrechten in de weg, niet enkel voor mensen met een migratieachtergrond, maar ook voor mensen met een beperking, mensen met een laag inkomen, alleenstaanden en zelfs kinderen en jongeren. Al evolueren we geleidelijk naar een samenleving waarin iedereen zijn mensenrechten kan opnemen: het recht op onderwijs, recht op werk, recht op wonen, recht op spelen…

Het  mensenrechtenkader draagt bij tot het beoordelen van het probleem en het kiezen van de juiste oplossing.  Want enkel maatregelen die de discriminatie actief bestrijden, verwezenlijken ook deze mensenrechten.

Een eerste, grote stap is de openlijke afkeuring van discriminatie. Daarom ben ik blij dat minister-president Bourgeois recent op een meeting van werkgevers zei dat discriminatie van “vreemdelingen” moreel verwerpelijk is.

Ik ben ook verheugd te lezen in De Morgen (31/10) dat Vlaams minister van gelijke kansen, mevrouw Homans, duidelijk verklaarde dat racisme en discriminatie misdrijven zijn. En dat slachtoffers hiervan gesensibiliseerd moeten worden om stappen te ondernemen. Maar zowel aan de woorden van Bourgeois en Homans moeten ook daden gekoppeld worden. Want helaas wordt discriminatie niet door iedereen als moreel verwerpelijk beschouwd en evenmin als een misdrijf beschouwd. Sommigen vinden zelfs dat racisme een relatief begrip is. Nog anderen, zoals Prof. Mathias Storme (DS 31/10) en Prof. Loobuyck (DM online 28/10), vinden dat het stellen van discriminerende handelingen zelfs een fundamentele vrijheid is. Ik vraag daarom aan onze excellenties om een antidiscriminatiebeleid te voeren gericht op sensibiliseren en informeren van slachtoffers , sanctioneren van daders en de invoering van noodzakelijke positieve acties om de gevolgen van discriminatie weg te werken of te compenseren. Als bijvoorbeeld een bekende voetbaljournalist, tevens columnist bij De Morgen, de trainer van “zwarte jongens” een “straathoekwerker” noemt, zonder zijn stelling hard te maken, zonder aan te tonen dat er een probleem met ‘die jongens’ zou zijn, dan schetst hij een ongegrond, stereotyp beeld. Die beeldvorming in de media beïnvloedt onbewust hoe we naar de ander kijken. Die beeldvorming is vaak subtiel en daarom minstens even gevaarlijk. We hebben niet in de gaten dat we slechte lucht inademen. Misschien moet de media CO-melders installeren.

Er moet tegelijk verder werk gemaakt worden van het aanpakken van de oorzaken van discriminatie en daarin moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen. De minder sterke sociale en economische machtspositie van mensen met een migratieachtergrond is een belangrijke factor die mede ten grondslag ligt aan discriminatie. Het feit dat bijna 50% van mensen met migratieachtergrond onder  de armoedegrens leeft, vertelt ons dat daar nog veel werk aan de winkel is. Versterking van die positie kan dan ook bijdragen aan de strijd tegen discriminatie.

Het is tijd  voor een groot maatschappelijk debat over discriminatie en racisme, waarvoor in de eerste plaats de politiek verantwoordelijkheid draagt. Verbieden van discriminatie alleen, heeft geen zoden aan de dijk gebracht. Wat nodig is, is een nationaal en geïntegreerd antidiscriminatiebeleid. Wat tot op heden ontbreekt. Meer nog, al meer dan 12 jaar blijft ons land in gebreke om een nationaal actieplan racisme op te maken. Een actieplan die België heeft toegezegd op de VN-racismeconferentie van 2002. Het voorziene integratiepact van de Vlaamse regering kan een eerste belangrijke stap zijn als dat kan evolueren naar een verbindingscontract voor de hele samenleving. Geachte Premier Michel een nationale conferentie hierover dringt zich meer dan ooit op.

Binnen de huidige context kan de aanpassing van een ‘onbedoeld’ of ‘onschuldig’ Sinterklaasgebeuren met zwarte pieten een rol van betekenis spelen. Door de bestaande machtsverhoudingen blijven verschillen in sociale en economische posities in stand. Het doorbreken van die situatie vereist een aanpak waarin alle mensenrechten – burgerrechten, politieke rechten en economische, sociale en culturele rechten – aan bod komen. Hierbij zijn participatie en dialoog randvoorwaarden voor onze samenleving waarin iedereen zijn fundamentele mensenrechten ook in de praktijk kan opnemen. Hopen op een discriminatievrije samenleving is dus niet genoeg, we moeten ons ervoor inzetten en duidelijk blijven maken dat discriminatie onaanvaardbaar is en blijft. Mijn inzet en onze inzet als etnisch-culture minderheden is er alvast. Wij reiken alvast de hand uit naar iedereen die met ons aan een warm en tolerant Vlaanderen wil werken.