Maand: september 2014

Kuisen we snel de werkloosheidsstatistiekjes op, of zorgen we voor solide loopbanen?

Het nieuwe schooljaar is alweer flink op weg, ook voor mijn kinderen. Vol goede moed zijn ze er weer voor gegaan. Hun leraren ook. Die weten dat ze een belangrijke rol vervullen. Leraren kunnen kinderen ‘kraken of maken’, hoort men weleens zeggen. Gelooft een leraar in een leerling, dan gaat die leerling ook beter presteren. Dit ‘Pygmalion-effect’ was de belangrijke conclusie uit het beroemde Amerikaanse onderzoek van Rosenthal en Jacobson uit de jaren ’60. Ook Itinera zegt in haar recent onderwijsrapport dat goede leraren cruciaal zijn voor gelijke onderwijskansen en tegen sociale segregatie.

Het is dan ook goed nieuws dat de nieuwe minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) de werkomstandigheden voor leraren wil verbeteren. Leraren die zich goed voelen op school, hebben meer energie om positief om te gaan met hun leerlingen en om oog te hebben voor verschillende leerritmes en -stijlen van leerlingen.

‘Futiliteitscultuur’ ombouwen
Toch is er meer nodig. Leraren werken in een school en die school wordt geleid door een directie. We hopen dat minister Crevits dus ook oog zal hebben voor de cruciale rol van directies. Het zijn zij die in een schoolbeleid voortdurend hun aandacht moeten kunnen richten op gelijke onderwijskansen. In zijn doctoraatsonderzoek toont Orhan Agirdag bijvoorbeeld aan dat een directie een ‘futiliteitscultuur’, namelijk een cultuur van lage verwachtingen en een gevoel van nutteloosheid onder de leerlingen, daadwerkelijk kan ombuigen. De school moet dan volgens Agirdag resoluut kiezen voor een schoolvisie die uitgaat van het onderwijs als sociale hefboom. Het kan dus, als we er echt voor gaan.

Ook in het hoger onderwijs kunnen jongeren met een migratieachtergrond doorstromen. Opnieuw: als we daarvoor kiezen. Volgens Dirk Van Damme van de OESO is het alvast dringend. Met de opwaartse mobiliteit in het Vlaams onderwijs blijkt het namelijk verre van goed te zitten. Het Aanmoedigingsfonds voor diversiteit in het hoger onderwijs heeft nochtans een grote beweging op gang gebracht om ook jongeren met een migratieachtergrond meer kansen te geven in het hoger onderwijs. Die impuls hebben we duidelijk gevoeld.

Het Minderhedenforum is ook getuige van het feit dat studenten met een migratieachtergrond, al dan niet via hun studentenvereniging, wel degelijk jongeren uit hun gemeenschappen of eigen netwerken konden overtuigen om zelf de stap te zetten naar het hoger onderwijs. Het zou jammer zijn als de geplande besparingen deze nieuwe wind zouden gaan doen liggen.

Secundair onderwijs: eerste stap
De grote uitdaging ligt natuurlijk in het secundair onderwijs. Daar zit de kink in de kabel van de sociale mobiliteit. Een onderzoek van Simon Boone en Mieke Van Houtte toonde in 2007 al aan dat sociale afkomst bepalend is voor de studiekeuze aan het begin van het secundair onderwijs. Jongeren met een migratieachtergrond kiezen te weinig voorstudierichtingen die leiden naar het hoger onderwijs.

Daar moet dus de eerste verandering worden ingezet. Wij passen voor een onderwijssysteem dat op korte termijn denkt en deze jongeren vooral naar arbeidsmarktgerichte opleidingen doorverwijst. Dat brengt geen zoden aan de dijk. Je kuist er heel even werkloosheidsstatistiekjes mee op, maar voor een bestendige loopbaan is een stevig diploma hoger onderwijs nodig. De werkloosheid onder personen met een migratieachtergrond is in tien jaar verdubbeld, tot 27 procent. Met een cursusje VDAB bouw je geen carrière uit.

Return on investment
Laat ons als leerlingen, ouders, scholen en leraars, CLB’s en verenigingen samen goed nadenken over een goede studiekeuzebegeleiding. In die brainstorm zijn alle stemmen even belangrijk, laat ons niet te snel over het lot van jongeren oordelen. Minister Crevits stelt voor om al van in het vijfde middelbaar aan die voorbereiding op hogere studies te beginnen. Goed idee, laat ons universiteiten bezoeken, jong afgestudeerden op school over hun beroep en hun studies laten vertellen, ga in groep naar de kinder- of jongerenuniversiteit.

Een daguitstap om de juiste keuze voor je toekomst te maken? In besparingstermen: daar zit een goede return on investment in.

Dit opiniestuk verscheen op de Knack online.

“Bourgeois, toon nu ook daden” Opiniestuk uit Knack

Onder de vorige Vlaamse regering is de tewerkstellingsgraad van personen met een migratieachtergrond gedaald, tot 46,4 procent in 2013. Bij een doelstelling van 58 procent tegen 2020 is er dus nog niets bereikt. Bij alle andere kansengroepen nam de tewerkstelling toe. Toch tekent ook de nieuwe Vlaamse regering geen doelgericht beleid uit voor deze groep, zelfs al dringt de Europese Commissie daarop aan.

Minister-president Geert Bourgeois zette twee weken geleden de strijd tegen discriminatie boven aan de maatschappelijke agenda. Maar in zijn Septemberverklaring ontbreken alsnog de instrumenten om dit waar te maken. De Vlaamse regering is nog steeds kleurenblind in haar tewerkstellingsbeleid. Voor wie geboren werd buiten de EU lag in 2012 de werkloosheidsgraad maar liefst vijf keer hoger dan voor wie in België het levenslicht zag. Meer dan een kwart van de werkzoekenden heeft een migratieachtergrond. In geen enkele EU-lidstaat zijn minder mensen met een migratieachtergrond aan de slag dan bij ons. De nationaliteitskloof in de werkzaamheidsgraad bleef het afgelopen decennium ook constant en is zelfs drie keer hoger dan de gemiddelde nationaliteitskloof voor de hele EU. Dit alles kan alleen maar omdat ons tewerkstellingsbeleid faalt.

Doelgroepenbeleid
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de EU al jaren aan de alarmbel trekt. Vorig jaar stelde ze in haar landenrapport dat de situatie van migranten op de Belgische arbeidsmarkt specifieke maatregelen vereist. Het probleem is immers complex, hardnekkig en zal niet vanzelf verdwijnen. Enkel een doelgroepgerichte aanpak werkt hier echt, dat bewijst de stijgende werkzaamheidsgraad van 50-plussers. Dankzij aanwervingspremies, RSZ-kortingen, loopbaanbegeleiding, wetgeving, een expertisecentrum leeftijd en werk en verplichte cao’s voor oudere werknemers, neemt de leeftijdskloof al tien jaar af.
Op etnisch-culturele minderheden bestaat die aparte focus vandaag niet en dat zien we aan de resultaten. In 2008 kwamen de Vlaamse regering en de sociale partners overeen dat tegen 2020 minstens 58% van de niet-EU-burgers aan de slag moest zijn. Toch ging hun werkzaamheidsgraad er de afgelopen legislatuur nog op achteruit. Ze daalde in vijf jaar tijd van 47,2% in 2009 tot 46,4% in 2013.

Ieder zijn verantwoordelijkheid
We roepen alle actoren op de arbeidsmarkt (VDAB en SYNTRA, sectoren, bedrijven, werkgeversorganisaties, vakbonden, kansengroepenorganisaties en de overheid) op om samen met ons rond tafel te zitten en een groeipad met streefcijfers op te stellen. Iedereen moet kunnen worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid om mensen met migratieachtergrond aan het werk te krijgen. Na tien jaar stimulansbeleid is één zaak pijnlijk duidelijk geworden: vrijblijvendheid levert anno 2014 onvoldoende vooruitgang op.

Flitspalen
De krachtige veroordeling van discriminatie door minister-president Geert Bourgeois is een stap in de goede richting, maar er is meer nodig voor een stevig handhavingsbeleid. Tegen verstokte snelheidsduivels helpen alleen flitscamera’s en boetes. Ook in discriminatie is er nood aan een proactief en repressief handhavingsbeleid. De Vlaamse regering kan proactief optreden. Ze kan haar eigen inspectiedienst uitrusten met – proactieve – onderzoeksbevoegdheden zoals praktijktests en mysteryshopping of het gebruik van statistisch materiaal. En meer bepaald voor de uitzendsector en de sector van de dienstencheques, waarover Vlaanderen voortaan volledig bevoegd wordt. Vlaanderen moet de vergunning van discriminerende interimkantoren en dienstenchequebedrijven vanaf nu ook durven intrekken. Ook hardrijders verliezen wel eens hun rijbewijs.

Handicap
Europa wijst erop dat de hoge arbeidskosten in ons land zorgen voor “een aanwervingspolitiek die risico’s schuwt en daardoor nefast is voor (onder meer) personen met een migratieafkomst” en vindt de staatshervorming een opportuniteit om de meer dan 100 RSZ-kortingen en maatregelen efficiënter en doelgerichter te maken. Met de staatshervorming krijgt Vlaanderen ook 1 miljard extra om zelf een doelgroepenbeleid uit te bouwen, maar de Vlaamse regering schrikt ervoor terug om personen met een migratieachtergrond hierin te erkennen. “Ze hebben toch geen handicap”, klinkt de redenering. Ze hebben die wel. Hun ‘handicap’ schuilt in een vergroot risico op discriminatie en daardoor ook op werkloosheid, een onstabiele job en een bijzonder laag loon, in niet-erkende buitenlandse diploma’s en werkervaring, in overkwalificatie en gaten in het cv. Naast leeftijd en handicap moet daarom ook migratieachtergrond als risicofactor en criterium worden erkend. Een verhoogde tegemoetkoming of lagere instapdrempel voor tewerkstellingsmaatregelen zal werkgevers over de streep trekken om bepaalde vooroordelen te overwinnen.

Maatregelen missen doel
Een groot deel van onze achterban kampt natuurlijk niet alleen met discriminatie maar ook met een gebrek aan scholing en opleiding. Met het Vlinderakkoord krijgt Vlaanderen alle sleutels in handen voor het volledige opleidings- en vormingsbeleid. De Vlaamse Regering moet deze nu prioritair durven inzetten voor de groepen die er het meeste nood aan hebben.

De tewerkstellingsmaatregelen en opleidingsinstrumenten die overkomen van het federale niveau zijn niet aangepast aan de diverse noden van personen met een migratieachtergrond. Ze staan vaak enkel open voor wie een werkloosheidsuitkering of leefloon krijgt en sluiten dus bij voorbaat nieuwkomers en herintreders uit. Studeren met behoud van leefloon is dan weer enkel een recht voor wie jonger is dan 25. Net als het stelsel van leren en werken is het dus niet toegankelijk voor oudere nieuwkomers. Hooggeschoolde migranten zoals juristen of ingenieurs stromen onze arbeidsmarkt in via artikel 60-jobs, interim of dienstencheques en daar is nog te weinig oog voor opleiding en doorstroming naar een job in het normale economische circuit. Of ze werken onvoldoende uren om een beroep te kunnen doen op educatief verlof.

Onze economie en onze samenleving kunnen het zich niet langer permitteren om al dat talent links te laten liggen. Wil de Vlaamse regering haar groeiambities waarmaken, dan moet ze eindelijk werk maken van de tewerkstelling van etnisch-culturele minderheden en de strijd tegen discriminatie in het aangekondigde Banenplan. Een nieuwe mislukking kunnen we ons niet meer permitteren. Alle kansengroepen moeten aansluiting vinden aan ons welvaartsmodel. We zijn de slechtste leerling van Europa, er worden ons tips ingefluisterd, we mogen dus niet hardleers blijven. Integendeel, nu wordt het tijd voor daden.

Dit artikel verscheen op de deredactie.be.

‘Dat Geert Bourgeois, de CEO van Vlaanderen, lage tewerkstelling en discriminatie linkt, is grote stap vooruit’ Opiniestuk Knack

Vanavond kan u om 20u15 op Op12 (zie onder) zien hoe een gesluierde vrouw met kinderwagen aan haar lot wordt overgelaten als ze op het zebrapad haar zak appelsienen laat vallen. Overkomt een mooie, jonge blondine hetzelfde, dan kunnen fietser, voetganger en pompeuze chauffeur niet snel genoeg in de remmen gaan om de vruchten van de deerne weer in haar mandje te leggen en zich over haar baby te ontfermen. Dan heeft plots geen enkel leven haast.

Het is aangenaam verrassend en hoopgevend verlichtend dat onze nieuwe minister-president Geert Bourgeois (N-VA) deze eerste aflevering van ‘Testcase’ gerust mag overslaan, zijn geest hoeft niet gewassen. Bourgeois ging voluit de strijd aan met discriminatie van personen met een migratieachtergrond. Voor een publiek van ondernemers erkende hij die discriminatie expliciet als een belangrijke factor in de angstwekkend lage tewerkstellingsgraad van personen met een migratieachtergrond. Hen aan het werk krijgen, zet hij bovenaan de agenda. Het is eens wat anders dan een indexsprong en een loonmatiging.

Grote stap vooruit
Dat de CEO van Vlaanderen de lage tewerkstelling en de discriminatie expliciet met elkaar in verband brengt, betekent een grote stap vooruit. Discriminatie zorgt ervoor dat niet alleen personen met een migratieachtergrond, maar ook alleenstaanden, mensen met een beperking of oudere werknemers hun recht op werk wordt ontnomen. En dat is in Vlaanderen anno 2014 onaanvaardbaar.

De minister-president lanceert het debat aan de vooravond van 11 september. Het is nu al dertien jaar geleden dat twee vliegtuigen de Twin Towers doorboorden en toch weet iedereen nog waar hij toen was. De afschuwelijke gebeurtenissen leken uit een Amerikaanse B-film te komen, maar deze slechte show bleef helaas niet ver van ons bed. Deze aanslag en de ‘war on terror’ die volgde, hebben hun sporen nagelaten op de samenleving, ook in Vlaanderen. De ‘war on terror’ kon maar slagen als de ‘vijand’ voldoende werd gedemoniseerd. De oorlogscommunicatie deed zijn werk en in heel wat Westerse geesten werden moslims snel ‘verdacht’. En dat blijven ze vandaag nog steeds in hun zoektocht naar werk, een woning, een school.

Appelsienen in elk mandje
Het Minderhedenforum reikt graag naar de uitgestoken hand van de minister-president en wil samen met werkgevers en vakbonden echt werk maken van de strijd tegen discriminatie en een integratie- en banenpact mee uitwerken en uitvoeren. Zodat we straks allemaal appelsienen rapen en in eender welk mandje leggen, van eender welke vrouw, van eender welk type. Al zijn we dan gelukkig getrouwd. Moest ik erbij zeggen.

Verschenen op de Knack online.

Minderhedenforum steunt oproep Bourgeois aan Vlaamse ondernemers.

Brussel 10 september 2014 – “Minderhedenforum is verheugd met de dringende oproep van Vlaams minister-president Geert Bourgeois aan de werkgevers om meer werknemers met een migratieachtergrond aan te werven.”, zegt Wouter Van Bellingen, directeur van het Minderhedenforum. De minister-president gaf in zijn speech voor VOKA aan dat de werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond dramatisch is. Slechts 46% heeft een job, aldus de minister-president.  Daarmee behoren we tot één van de slechtste leerlingen van de Europese klas.

Eerder bleek al uit het regeerakkoord dat de Vlaamse regering zich bewust is van de bijkomende inspanningen die nodig zijn om de doelstellingen van het Pact 2020 te halen. Met dat pact ambieert Vlaanderen te behoren tot één van de Europese topregio’s. Daarvoor moet de werkzaamheidsgraad van personen met een migratieachtergrond tegen 2020 stijgen tot 64%.

In zijn toespraak legt de minister-president terecht de link tussen discriminatie en de lage werkzaamheidsgraad van mensen met een migratieachtergrond. Hij noemt discriminatie verwerpelijk en roept daarmee de ondernemers op om hun verantwoordelijkheid hierin op te nemen. Voor het Minderhedenforum moeten de competenties en talenten van mensen aangesproken worden en niet zozeer hun afkomst of huidskleur. Maar de verantwoordelijkheid voor discriminatie op de arbeidsmarkt ligt niet enkel bij werkgevers. Wouter Van Bellingen: “Ook de overheid speelt hierin een belangrijke rol. We lezen in het huidige regeerakkoord dat de Vlaamse Regering discriminatie op de arbeidsmarkt zal bestrijden. Een engagement dat ook in het vorige Regeerakkoord stond maar waar de vorige regering helaas geen beleid rond heeft gevoerd. Zo is er geen actieplan ter bestrijding van arbeidsgerelateerde discriminatie gekomen en is het aantal inspectiecontroles op het aanwervingsbeleid van werkgevers aanzienlijk gedaald.”

De nieuwe Vlaamse regering stelt in haar Regeerakkoord dat er een banen- en een integratiepact moet komen. “Wij zien dat als een opportuniteit om duurzame en specifieke maatregelen te nemen om de afstand tot de arbeidsmarkt voor mensen met een migratieachtergrond te verkleinen. Prioritair moet ingezet worden op 1) de proactieve aanpak van discriminatie, 2) de aanpak van ongekwalificeerde uitstroom en van jeugdwerkloosheid, en 3) het verbeteren van de positie van nieuwkomers op de arbeidsmarkt”, stelt Van Bellingen. Het Minderhedenforum reikt de Vlaamse Regering dan ook de hand om constructief mee na te denken bij de uitwerking en uitvoering van het banen- en integratiepact.