Dag: 4 september 2013

‘Waar is de schaamte van rechts?’ Interview Tom Lanoye.

 

Waar is de schaamte van rechtsNa de verinnerlijking van ‘Sprakeloos’ laat Tom Lanoye (55) de maatschappijcriticus in zichzelf weer aan het woord. Met een dolle literaire rit door dit tijdperk van globalisering en financiële excessen. ‘Misschien ben ik te laf om een ‘Max Havelaar’ te schrijven.’

 In Gelukkige slaven snijdt Lanoye de levensverhalen door elkaar van twee dubbelgangers die allebei Tony Hanssen heten. De ene Tony is een klaploper die zichzelf bij een Chinese tycoon binnengeslijmd heeft, de andere is een gesjeesde beurshandelaar, op de vlucht voor zijn verantwoordelijkheid in het bankroet van zijn bank. Met humor en panache maar ook met veel empathie zet Lanoye de twee Tony’s neer, en zo ook zijn kijk op een wereld en een economie die uit de haak zijn gedraaid.

Of het boek ook een soort schuldbekentenis is voor de decennia voor de bankencrisis waarin ook linkse intellectuelen weinig ingebracht hebben tegen het financieel-economische eenheidsdenken? Lanoye kaatst de vraag meteen terug. “Schuldig? Waarom moet ik me schuldig voelen? Voel jij je schuldig dan?”

Eerlijk gezegd wel. Als ik opnieuw kon beginnen, dan zou ik economie in plaats van talen en kunst studeren. Om in het hart van het debat te kunnen zitten.

Tom Lanoye:Wij zijn allemaal mee gestapt in die idee van Het einde van de geschiedenis van Fukuyama. Wat mij shockeert is dat er ook vandaag, met alles wat we weten over de aard van deze crisis, nog geen politieke conclusies getrokken worden. Een architect die een huis bouwt, is tien jaar aansprakelijk voor fouten in zijn constructies. Waarom geldt die aansprakelijkheid niet voor bankiers en bedrijfsleiders? Wanneer worden de grote molochbanken opgebroken zodat spaargeld niet meer besmet kan geraken door speculatie? Wie tempert de almacht van de kredietbeoordelaars?

“Wat de Nederlandse journalist Joris Luyendijk met zijn blogs vanuit de Londense City doet voor The Guardian, is een van de belangrijkste journalistieke projecten van het moment. Net omdat ik dankzij Luyendijk de excessen van het systeem heb leren kennen, heb ik geen zin om nu weer als eerste op mijn knieën te vallen en de wereld om vergiffenis te vragen omdat wij ‘het’ niet hebben zien aankomen. Dit is het verhaal van rechts: Lanoye verdient ook zijn boterham dus die moet zwijgen. Ik ben in een keurig middenstandsgezin opgevoed om een goede liberaal te worden. Hoe meer ik reis, hoe linkser én wanhopiger ik word.

 Waarom wanhopiger?

“Omdat het zo’n groot gevecht is. De Grieken moeten bloeden omdat zij voor de verkeerde politici hebben gekozen. Ja maar, wij wisten dat de Grieken foefelden met hun cijfers. Minister Reynders (MR) heeft het zelf gezegd:we wisten dat ze sjoemelden, maar we hebben het toegelaten omdat het belangrijk was dat de Grieken meekonden doen in de eurozone. En dat gefoefel is mee geregisseerd door Goldmann Sachs, de zakenbankwaar ECB-voorzitter Mario Draghi bij gewerkt heeft. Moet Goldmann Sachs boeten? Nee, alleen de stoute Grieken moeten de bonen vreten. Dit is de Gouden Eeuw all over again: een samensmelting van veroveringskapitalisme en calvinistisch moralisme.

“Je kunt links verwijten dat het niet alert genoeg gebleven is, maar de eerste aansprakelijkheid ligt bij degenen die ons de hemel op aarde beloofd hebben als zij maar vrijelijk hun gang zouden mogen gaan. Als er iets is wat de linkse kerk verenigt is het wel die neiging tot zelfkastijding. Het multiculturele drama? Onze schuld. Bankencrisis? Onze schuld. Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid van rechts voor het debacle van 2008? Schaamteloosheid behoort tot de kern van de rechtse ideologie. Joost Zwagerman schreef De schaamte voor links. Wie schrijft nu ‘De schaamte voor rechts’? In deze crisis zie je hoe de economische slang in haar eigen staart bijt. De hogepriesters van de austerity zetten een rem op het consumentisme dat nodig is om het kapitalisme draaiende te houden. Waarom zou ik me over zulk dom beleid schuldig moeten voelen?

“Wat hebben we geleerd uit de crisis van 2008? De een na de ander komt ons vertellen dat het zo nu eenmaal werkt. Meer nog, ze vertellen ons dat we harde maatregelen moeten nemen, dat we alle taboes moeten laten varen. Dan denk je: eindelijk,we krijgen een tobintaks op beursspeculatie, een miljonairstaks voor de grote vermogens, een plafond voor de toplonen en een volwassen gesprek over de wansmakelijk hoge lonen van voetballers. Mis poes,we moeten blijkbaar alleen praten over ‘de onhoudbaarheid van ons sociaal systeem’. Is dát de les die we uit de bankencrisis getrokken hebben? Tegen belastingparadijzen kunnen we niets ondernemen, maar wee de regering die durft haar sociale uitgaven te verhogen,want die krijgt Olli Rehn op zijn dak. Zeggen dat je niet aan het beurskapitalisme kan raken, maar wel aan de index: dát is ideologie.

In uw boek klinkt u minder radicaal dan in dit gesprek.

“Omdat ik een roman geschreven heb, geen politiek-filosofisch schotschrift tegen het kapitalisme. Hoewel, in een van de beste en belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, Max Havelaar, heeft Multatuli wel de moed om de structuur van zijn verhaal op te blazen en zelf op scène te stappen voor een persoonlijke aanklacht tegen de uitwassen van het kolonialisme. Misschien ben ik te laf om een boek te schrijven als Max Havelaar of Wat is de wat? van Dave Eggers. Misschien ben ik te veel de theaterauteur die altijd de psychologie van zijn personages vooropstelt, ook als ze verdorven zijn. Theater gaat over de verscheurdheid tussen dilemma’s, over de inconsequenties van het leven. Ik vind het zelf ook heerlijk om een inconsequente mens te zijn. En dus schrijf ik een empathisch, uitgebalanceerd boek over een thema waar ik me geweldig kwaad over kan maken. (lacht)”

 

Er is nog niets veranderd. Dat is de kerngedachte van Gelukkige slaven.

“Begrijp dat niet als een pleidooi voor moedeloosheid of cynisme. Beweren dat er ‘nu eenmaal’ nooit iets kan of zal veranderen, is net het mechanisme dat het systeem in stand houdt.  Hier zijn levens vernield. Zoals Martin Luther King zei: ‘Capitalism for the poor, Socialism forthe Rich’. Een voedselproducent die besmet melkpoeder verdeelt, krijgt een proces aan zijn been. Waarom zou een bankier aan dat principe van aansprakelijkheid moeten ontsnappen?We hebben hier te maken met een nieuwe, onvatbare aristocratie. Die toplaag heeft ervoor gezorgd dat hun winkel zo gigantisch is dat hij niet meer failliet mag gaan,wat betekent dat ze een blanco cheque van de samenleving krijgen om om het even wat te riskeren: Too big to fail wordt too big to jail.”

Waarom laat u de naam Tony Hanssen terugkeren, 25 jaar na Alles moet weg?

“Het thema van Alles moet weg komt terug: de worsteling van individuen met hun afkomst, en dan was het leuk om die naam terug te laten keren. En ik laat hem in tweevoud terugkeren,om het voor mezelf en voor de lezer wat spannender te maken. De dubbelganger is een klassiek motief in de literatuur, maar een boek waarin de dubbelgangers elkaar tegenkomen en met elkaar in gesprek gaan had ik nog niet gelezen. De twee Tony’s zijn Tarantino-achtige figuren die in een Tarantino-achtig avontuur mee gesleurd worden. Het gaat over de top maar wel op een manier dat je denkt: dit zou zomaar kunnen. Maar de gekste gebeurtenissen zijn gewoon uit de realiteit gestolen.”

 Met de referenties aan uw romandebuut lijkt het of een cirkel wordt afgerond.  Komt dat niet wat vroeg in uw oeuvre?

“Ik wil geen museum worden, maar er valt nu eenmaal wel wat te vieren. Ik word 55, mijn romandebuut is 25 jaar oud, en ik ben ook 25 jaar samen met René. Dé hoofdreden om terug te grijpen naar Alles moet weg is evenwel de vaststelling dat er in al die tijd niets veranderd is. Wat ik 25 jaar geleden over Vlaanderen vertelde aan de hand van een kruimeldief en een geboren loser, blijkt nu op te gaan voor de rest van de wereld. In Alles moet weg kreeg je een beeld van een ontkerstend Vlaanderen,waar de nieuwe religie de zoektocht naar geld is geworden.  Toen al dacht Tony Hanssen rijk te worden door niet de producten zelf te verkopen maar alleen hun afbeelding. Nu blijkt dat je zelfs van huizen virtuele zeepbellen kunt maken die de hele economie kunnen laten ontploffen. Na de bankencrisis van 2008 zou je denken dat die fabel uit is, maar vandaag blijkt dat de topverdieners van toen nog altijd de topverdieners van vandaag zijn.”

Toch bejegent u de Tony Hanssens van Gelukkige slaven met empathie. Ook Tony-de-beurstrader.

“Laten we zeggen dat er toch een grotere deernis is voor de loser van de twee. Maar ook in de figuur van de beurshandelaar zit een tragiek.  Zijn drama is gelijk aan dat van die jonge stagiair die zich bij een bank in de Londense City letterlijk heeft doodgewerkt. Als je de columns van Joris Luyendijk leest, voel je die tragiek. Over die overleden stagiair schrijft de ervaringsdeskundige Pascal Paepen dan dat het uiteindelijk zijn eigen blinde ambitie was om zo hard te werken. Dat is toch maar een erg beperkt onderdeeltje van het verhaal. Wie heeft die jongeman zo veel dodelijke ambitie aangepraat? Luyendijk getuigt over dat bijna protofascistische systeem waarin het heel normaal gevonden wordt dat je drie dagen na elkaar twintig uur werkt, terend op trots.

“De twee Tony’s, ook de trader, moeten omgaan met het besef dat ze te klein zijn om vat te krijgen op de doldraaiende wereldeconomie. Als wij op onze tippen gaan staan zijn we net groot genoeg om te begrijpen dat er iets goed fout zit. Dit is zo complex en onvatbaar dat zelfs protesteren niet veel meer lijkt uit te maken. We zijn die crisis gaan accepteren als een soort noodlottige natuurramp: zo werkt het nu eenmaal, pas je er maar aan aan.”

En omdat we niks aan de globale economie kunnen doen, concentreren we ons op lokale GAS-boetes voor jongeren.

“Dat is het rad dat de conservatieven, van Mia Doornaert tot Liesbeth Homans, ons voor de ogen laten draaien. Verbied tatoeages en hiphop en de wereld wordt vanzelf weer een betere plek? Wel, als er een mensensoort goed gekleed naar het werk ging,waren het wel de bankiers in Wall Street en de City. Hier raken conservatisme en nationalisme elkaar. Crisis in de wereld? Neem afrit Vlaanderen. Het idee dat je de crisis kunt oplossen door een klein land in twee te splitsen is een fabeltje, maar wel een aantrekkelijk fabeltje. Wie zich geïntimideerd voelt door de globaliserende wereld, gelooft graag dat het alvast een goed begin is om op deeigen vierkante centimeter alles strak te regelen.  “In Europa zijn dezelfde krachten aan het werk. Er is een stroming die zegt dat wat we aan politiek bestuur aan Europa delegeren we verliezen aan nationale identiteit. De nationalisten zitten in een monsterverbond met degenen die geen sterk Europa willen als tegengewicht tegen almachtige multinationals. Ten gronde keren zij zich tegen het primaat van de politiek. Zij accepteren niet dat er een democratisch gelegitimeerd bestuur opstaat dat zijn voet zet naast grote financiële instellingen en megabedrijven.

In Gelukkige slaven speelt Europa expliciet een minimale figurantenrol. Daar schuilt een vernietigend oordeel in.

“Het niet kunnen los komen van de natiestaat, is de grote Europese ziekte. We slaan elkaar –voorlopig – al niet meer om de tien jaar de kop in, maar de eenmaking is nog lang niet volbracht. Over Europa wordt vandaag bijna uitsluitend gesproken in termen van bedreiging van ‘onze’ identiteit. Er is niets mis met een Vlaamse identiteit, maar die wordt niet groter of kleiner als België of Europa verdwijnen. Dit is het tijdperk van multi-etnische, multilinguïstische staten als China, India, Brazilië, Rusland, zelfs Zuid-Afrika. De meetlat van de Europese natiestaat reikt allang niet ver genoeg meer.  Europa moet een democratisch verkozen regering krijgen, een eigen leger en een gelegitimeerde president. ”

In het hart van het boek zit een lange, genuanceerde monoloog over Zuid-Afrika. Geeft hij de visie van de auteur weer?

 “Ik heb in die monoloog de nuance proberen te steken die ik ontbeer in de westerse blik op Zuid-Afrika. Een geval van corruptie in Afrika wordt meteen een symbool voor de uitzichtloosheid van het gehele continent. Waar staan wij dan met Sarkozy, Berlusconi of Rajoy ? Afrika blijft voor ons het continent van de aidswezen en de bloeddorstige dictators. De gedachte dat je dat hele continent moet bijeenvegen op een vuilblik en helemaal opnieuw moet beginnen, domineert nog altijd. Terwijl er echt wel een kentering is. De manier waarop bijvoorbeeld de gsm voor een emancipatie heeft gezorgd in Afrika is wonderlijk. Beltegoed is er een soort alternatieve munt geworden,waar andere goederen voor ingeruild kunnen worden. In Congo worden aan de lopende band kansen verknoeid maar weinigen weten dat er in Kinshasa ook een technische hogeschool staat waar de fine fleur van de studenten uit de hele Centraal-Afrikaanse regio naartoe stroomt om een waardevol diploma te halen. In Kinshasa!”

Het optimisme waarmee u over Afrika spreekt, steekt schril af tegen uw pessimisme over Europa.

“Er waait een cynismeloos enthousiasme door Afrika, het idee dat het eindelijk ook wat vooruitgaat. Dat staat in schril contrast met dat verstikkende deken dat over Europa ligt, die gedachte dat het allemaal geen fluit uitmaakt wat je ook doet. En dat is begonnen met de ineenstorting van het communistische collectivisme in Oost-Europa. Na de val van het communisme is het Angelsaksische neoliberalisme in een overwinningsroes geraakt en is het ongebreideld gaan woekeren. Reagan en Thatcher hebben dat op gang gebracht en vervolgens zijn ook socialisten als Blair, Schröder of Kok overstag gegaan. Het resultaat is nu dat elke vorm van collectivisme verdacht is gemaakt: tot en met de staat zelf. De Tea Party gaat daar extreem ver in, maar de Europese weerstand tegen overheidsinvesteringen in tijden van crisis komt uit diezelfde ideologie voort.”

Uw volgende project wordt de bewerking van Hamlet. De eerste keer sinds Ten oorlog dat u naar Shakespeare terugkeert.

“Ik ben al jaren zot van dat stuk. Toneel is ensceneringskunst: het gaat erom een repertoirestuk relevant te maken voor het hier en nu. Wij laten Hamlet vertolken door een jonge vrouw, Abke Haring. Er bestaat een lange traditie om Hamlet door een vrouw te laten spelen maar wij willen dat ze Hamlet als jongeman neerzet, niet als vrouw. Als je de grote drama’s van Shakespeare achter elkaar zet, dan krijg je een soort verschuiving van generaties. Het begint bij de verliefde pubers van Romeo & Juliet en het eindigt bij de seniele koning Lear. Hamlet zit daar tussen, hij is de jonge aanstormende student, de prins-politicus die moet kiezen tussen trouw aan zijn theoretische idealen en de noodzaak om te handelen. Blijf ik eeuwig proper of maak ik mijn handen vuil aan compromissen?”

Waarom moeten we nu plotseling denken aan de burgemeester van Antwerpen?

“Het is niet verboden om aan hem te denken maar het is ook niet per se de bedoeling. We gaan geen politiek cabaret opvoeren,we gaan Hamlet niet verplaatsen naar het Schoon Verdiep. Het dilemma waar de N-VA nu voorstaat is een klassiek dilemma uit de politieke geschiedenis. Hoe ga je van de droom naar de daad? Vergelijk het met Mephisto Forever, dat we vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 hebben opgevoerd. Dat ging ook niet over Antwerpen, of toch zeker niet over Antwerpen alleen. Dat is me intellectueel te armoedig.”

Ook dat thema is, met dank aan Siegfried Bracke (N-VA), nochtans razend actueel.

“De keuze tussen morele superioriteit in de marge of meedoen in het centrum van de macht is dan ook een kwestie waar de N-VA met veel angst mee omgaat. Is de Vlaamse onafhankelijkheid middel of doel? Kiezen ze voor deelname aan een rechtse regering met de MR maar zonder staatshervorming, of toch voor het confederalisme? Dat is de vage bubbel die ze nog negen maanden vol moeten zien te houden en die nu door Siegfried Bracke vakkundig tot ontploffing is gebracht. “De MR staat te juichen bij elk voorstel van de N-VA. Als je een illustratie van hedendaagse belgitude zoekt, kom je uit bij de Franstalige boekvoorstelling van Bart De Wever in de Cercle Lorraine. Daar, in de grote Franstalige salons van de macht, stapt De Wever letterlijk in de voetsporen van Charles Woeste.”

Een kort interview in La Libre Belgique heeft u op ramkoers gebracht met de N-VA. Alweer, zijn wij geneigd te zeggen.

“Ach, ze kunnen geen twee zinnen uitbrengen zonder de PS, Di Rupo of de Franstaligen in het geheel te demoniseren, en als je dan durft iets terug te zeggen, dan breekt de hel los. Het is een vorm van framing. Ik geef exact dezelfde kritiek als Marc Van Peel (CD&V), maar als ik het zeg, wordt dat ‘schelden’. Het is het idee dat Tom Lanoye tegen ‘ons’ is dat bevestigd moet worden.”

Zoekt u die contramine ook niet zelf met enige gretigheid op?

“Je kan me moeilijk aanwrijven dat ik in het verleden poeslief ben geweest voor mijn burgemeesters. Toen ik een eredoctoraat aan de Universiteit Antwerpen kreeg, heb ik het podium gebruikt om kritiek te geven op het hoofddoekenbeleid van Patrick Janssens. Vraag gerust Janssens eens of hij me zo lief vond voor hem. De N-VA moet dringend leren omgaan met kritiek. Ze kan niet verwachten dat de kritiekloze personencultus die ze intern aanhangt door heel Vlaanderen gedeeld wordt. ‘Bashing’ roepen bij elk woord van kritiek is ook maar een manier om niet op de grond van de zaak te moeten antwoorden.

“Ik herhaal met volle overtuiging dat Bart De Wever een democraat is, dat hij geen fascist, racist of homofoob is. Als het burgemeesterschap van Bart De Wever de prijs is die we moeten betalen voor het volhouden van het cordon sanitaire, dan betaal ik die prijs graag. Maar dat hij dan ook zijn eigen verantwoordelijkheid eens opneemt. Als je de specifieke term van ‘homoseksuele obediëntie’ gebruikt, sluit je je aan bij een internationale traditie van homohaat. De suggestie van een machtige, geheime loge van jeanetten is een vaak terugkerend motief in die kringen en De Wever weet dat.  Ook als je de populairste politicus van je generatie bent heb je rechten en plichten. Als het dragen van een regenboog-T-shirt of een oorring al niet meer zou passen binnen de verplichte neutraliteit van de ambtenaar, dan is er een probleem met die definitie van neutraliteit, niet met die oorring of dat shirt. Die hele neutraliteitsdiscussie is aan het ontsporen. In Antwerpen mogen homo’s trouwen, maar ze mogen niet herkenbaar achter een loket zitten.”

 Waarom denkt u dat u de N-VA zo irriteert?

“Omdat de waarheid kwetst. Zeker als ze komt van iemand die claimt mee een erfgenaam te zijn van de Vlaamse beweging. Ik behoor niet tot de groep artiesten die het woord ‘Vlaams’ niet kunnen uitspreken, zonder het als ‘Vlaemsch’ te laten klinken. Dat is juist wat hen zo irriteert: ik pas niet in dat frame. Ik gun hen het alleenrecht niet om te bepalen wie of wat tot de Vlaamse identiteit behoort. Ik beschouw mezelf als een literaire nakomeling van Hendrik Conscience en Cyriel Buysse. Ik ben het grondig oneens met wat hij zegt, maar Bart De Wever maakt mij gelukkig door zijn 11-julitoespraak te houden aan het graf van Hendrik Conscience. Een mooier eerbetoon aan het maatschappelijk engagement van de schrijver is nauwelijks denkbaar. Als je Conscience fêteert,waarom moet ik dan monddood gemaakt worden? Zijn schrijvers alleen interessant als ze dood zijn?”

 U bent niet de enige kunstenaar die het lastig heeft met de N-VA. Vanwaar die wederzijdse animositeit?

 “Bart De Wever is mijn vijand niet. Hij is mijn artistiek-politiek-maatschappelijke tegenstrever. Ik eis het recht op om met hem van mening te mogen verschillen. Moet ik me inhouden tegen iemand die het zelf over de sluitspier van CD&V heeft? Van de rechtse gedachtenpolitie zijn verwijzingen naar de jaren dertig verboden,maar zij mogen wel Louis Tobback met Stalin vergelijken of CD&V met het Vichyregime.

“De kloof tussen een grote groep Vlaamse kunstenaars en de N-VA-oproep, heeft meer te maken met het sociaal-economische programma van de partij dan met haar Vlaamsnationalisme.  Je kan niet Theodore Dalrymple als held hebben en rekenen op mijn applaus. Dalrymple is een charlatan, een conservatief circuspaard. Zijn ideologie van anekdotisch conservatisme is gebaseerd op ervarinkjes, zoals de vrouw in een sociale woonwijk die haar tuin niet zelf wilde onderhouden omdat de stadsdiensten dat wel zouden doen. Lees de interviews met Liesbeth Homans en je krijgt exact dezelfde verhaaltjes opgedist. Dalrymple denkt de crisis op te lossen door fiscale voordelen te geven aan getrouwde heterokoppels. Niet de speculatie met spaargeld maar de piercing zijn de grootste kwalen van deze tijd. Dat is geen ideologie, dat is beschavingscommentaar op het niveau van een Louis De Lentdecker. Conscience en Dalrymple tegelijk verdedigen, lukt alleen als je in een spagaat gaat staan waarvaneen normale mens scheurt van zijn heilig been tot aan zijn huig.”

 De Morgen, Bart Eeckhout

Democratie bij het huisvuil?

Meer dan 10.000 inwoners van Sint-Niklaas lieten zondag hun stem horen tijdens de volksraadpleging over de privatisering van de huisvuilophaling in hun stad. In hun stem weerklonk een levende democratie, waarin actieve en geïnformeerde burgers van hun overheid een responsieve houding verwachten. Groot is dan ook de ontzetting nu het stadsbestuur koudweg heeft besloten om de uitslag van het referendum te negeren. Opvallend aan deze beslissing is de volmondige instemming van linkse partijen sp.a en Groen. De cynische wijze waarop de socialisten en groenen hun eigen principes te grabbel gooien doet tot ver buiten de stadsgrenzen vragen rijzen. De overwinnaars van het referendum hebben nochtans overschot van gelijk. Van de privatisering van openbare diensten valt weinig goeds te verwachten. Wat zijn de plechtige beloften over jobbehoud over enkele jaren nog waard? Het lot van de ‘mannen van de vuilkar’ is jammer genoeg illustratief voor de manier waarop ons politiek bestel met de verzuchtingen van een groeiend aantal mensen omgaat. De kleine spaarders, armen, werklozen, vluchtelingen zijn in de ogen van menig politicus niet meer dan het restproduct van onze welvaart-samenleving, die zij liefst overlaten aan gespecialiseerde (en steeds vaker geprivatiseerde) instanties. De hardvochtigheid van het Sint-Niklaase stadsbestuur spreekt boekdelen over de huidige stand van onze politiek. Van de rechtse coalitiepartner kan je een dergelijke houding nog begrijpen. Maar stilaan begin ik mij af te vragen of mijn partij het nog wel kan, een ondubbelzinnig progressief standpunt innemen wanneer het echt moet.

Dries Goedertier is gemeenteraadslid voor sp.a in het Oost-Vlaamse Zwalm
De Morgen.