Maand: september 2013

Voor eeuwig en een dag allochtoon.

Vorige week, in een restaurantje in Kennesaw, net iets buiten Atlanta, zei ik iets tegen mijn man over “bij ons thuis”. Hij keek verbaasd naar me. Ik heb vijftien jaar in België gewoond. Wanneer ik het in die vijftien jaar over thuis had, bedoelde ik Nigeria. Nu, nog geen vijf weken in de Verenigde Staten, betrap ik me erop dat ik spontaan België “thuis” noem. Wat volgde was een analyse van waarom ik nu precies België meer als thuis beschouw dan in de voorbije jaren.

Chika Unigwe. © Brecht Goris
Chika Unigwe. © Brecht Goris

Hier ben ik, op het eerste zicht, Afrikaans-Amerikaan. Als ik spreek vragen mensen waar mijn tongval vandaan komt. Het is interessant te merken dat de vraag meestal niet ‘Waar kom je vandaan?’ is, maar ‘Where’s the accent from?’.

Als mensen hier toch vragen waar we vandaan komen zeg ik niet ‘Ik kom uit Nigeria’ wanneer mijn man ‘België’ antwoordt. Het onderscheid is misschien minder belangrijk geworden voor mij. Of misschien is het gemakkelijker om mijn Belgische nationaliteit te aanvaarden als niemand vraagt waar ik oorspronkelijk vandaan kom.

Twee huizen verder hier in Marietta woont een Brits koppel. Ik had al van het vriendelijke “Britse koppel” gehoord van een buurvrouw voordat ik de mensen aan de schoolbushalte ontmoette. Ze had nooit iets toegevoegd aan de nationaliteit van die mensen. “Bij ons in België” zouden die twee mensen en hun kinderen geclassificeerd worden als “alllochtonen”, want ze zijn allebei van Indische origine, en ze hebben ook Indische namen.

Een allochtoon herken je direct

Want een “allochtoon” herken je direct: ze zien er niet “autochtoon” uit, behoren niet tot het “juiste” ras. “Allochtonen” blijven blijven eeuwig uitgesloten, want de term sluit mensen uit. Het betekent dat hoeveel je je ook integreert, hoe goed je werkt aan je Nederlands, je toch nooit wordt aanvaard als een “echte” Vlaamse, omdat die “echte” Vlaamse toch blank is. Jouw kinderen en de kinderen van je kinderen die in Vlaanderen geboren zijn, maar die er nog altijd niet “echt Vlaams” uitzien of geen “echte” Vlaamse namen hebben zullen voor eeuwig en een dag “allochtonen” blijven.

Als “autochtoon” de oorspronkelijke bevolking van een land aanduidt, dan is “allochtoon”, althans in zijn huidig gebruik, er niet het tegengestelde van. Daarom kunnen een in Mechelen geboren en getogen Mostafa met ouders uit Marokko of een Koen met een Afrikaanse moeder en een Vlaamse vader gezien worden als “allochtonen” terwijl een Prinses Claire met een Britse vader en een Vlaamse moeder aanvaard wordt als “autochtoon”. Een Elio Du Rupo, met twee Italiaanse ouders, wordt als autochtoon beschouwd, maar een Wouter Van Bellingen, met twee Vlaamse ouders, niet.

Het is ook de reden waarom we Gotye, die zichzelf beschrijft als een Australian singer/song-writer, als autochtoon beschouwen, maar niet een Rachida die in Antwerpen geboren en getogen is en die zich waarschijnlijk meer Belg voelt dan Gotye. All fingers are equal. But some are more equal than others. Als een land monocultureel wil blijven, gebruikt het termen als “allochtoon” om dat doel te bereiken.

Olie op het vuur van de vooroordelen

Allochtoon is een lelijk woord dat polariseert. Het is een woord dat zegt: ‘Jij bent hier niet thuis.’ Het is een woord dat de retoriek van “wij” en “zij” voedt in een land waarin het zeer moeilijk is je als niet-blanke welkom te voelen. Het voedt een klimaat in een land waarin het aanvaardbaar wordt om tegen een oude, zieke, vreemde patiënt te zeggen: ‘Je moet Vlaams leren, je bent in Vlaanderen’, wanneer je hoort dat hij geen Vlaams spreekt.

Het moedigt mensen aan om het die andere te verwijten dat hij of zij het moeilijk vindt om een job te vinden met een “vreemde” naam. Het dagelijkse gebruik van de term functioneert als olie op het vuur van de vooroordelen die de voedingsbodem zijn van racisme, discriminatie en xenofobie. Want als “zij” niet tot “ons” behoren, en “wij” zijn de norm, dan moet er wel iets mis zijn met “hen”.

Monoculturaliteit is niet meer haalbaar in een wereld die al lang geglobaliseerd is en dat verder zal blijven doen. Vroeg of laat zal Vlaanderen dat ook ontdekken. Ooit zullen we ook bij ons in Vlaanderen ontdekken dat Vlaams zijn groter is dat blank zijn. I have a dream.

Mo Columns,  Chika Unigwe

Stationsstraat wordt definitief verkeersvrij.

Het heeft lang geduurd vooraleer er duidelijkheid kwam, maar nu heeft het stadsbestuur de knoop doorgehakt. De Stationsstraat wordt vanaf zaterdag 21 december autovrij. Tot die datum zal dat al elke zaterdag en zondag het geval zijn.

Tien dagen vóór de opening van de nieuwe Stationsstraat is er een beslissing genomen over het verkeersstatuut van de winkelstraat. ‘Vanaf de officiële opening op 4, 5 en 6 oktober wordt de Stationsstraat elke zaterdag en zondag autovrij’, bevestigt schepen van Mobiliteit Carl Hanssens (N-VA). Vanaf zaterdag 21 december krijgt de straat het statuut van voetgangerszone. Vanaf dat ogenblik is de toegang enkel nog toegestaan voor vergunninghouders en wordt er in een tijdsframe voorzien waarin laden en lossen toegestaan is.’

‘Met de invoering van dit nieuw verkeersstatuut willen wij met het stadsbestuur een einde maken aan de onduidelijkheid en de vele speculaties die dat tot gevolg had’, zegt burgemeester Lieven Dehandschutter (N-VA). Tegelijk willen we de winkelbeleving in de straat verbeteren voor de klanten. De Handelaars en potentiële investeerders krijgen daardoor ook de kans om een correcte inschatting te maken te maken van de eventuele engagementen die zij aangaan in de stad.’

Zowel de burgemeester als de aanwezige schepenen Hanssens, Geerts (SP.A) en De Meester (Groen) geven toe dat ze de uiteindelijke beslissing zelf genomen hebben zonder overleg met de handelaars.

Woordbreuk

‘Wij hebben gekozen voor de resolute aanpak, want hoe meer gespreksgroepen, commissies en overlegorganen er zijn hoe meer verschillende meningen er op tafel komen en hoe meer onontwarbaar het probleem wordt’.

Ondertussen regent het reacties: Jos De Meyer (CD&V) spreekt van woordbreuk en verwijst naar afspraken van september 2010, waar bepaald werd dat slecht één derde van de straat autovrij zou worden en dat enkel op zaterdag.

Wouter Van Bellingen van SOS 2012, is dan weer verheugd en ziet dit de bekroning van een strijd die hij en zijn partij al vele jaren voert.

Jong VLD is radicaal tegen. SP.A en Groen zijn opgetogen.  Jong Groen is blij, en N-VA ziet de toekomst van de straat erg rooskleurig in.  En zo heeft iedereen zijn eigen kleine waarheid over de nieuwe Stationsstraat.’

PVL,  Nieuwsblad

Stationsstraat eind december verkeersvrij?

De Stationsstraat in Sint-Niklaas wordt vanaf eind december verkeersvrij. Dat bericht stuurde oppositieraadslid Wouter Van Bellingen gisteravond via Twitter de wereld in.

Stationsstraat waarschijnlijk vanaf eind dec. voetgangerszone. Eindelijk!! SOS 2012 is al vanaf 2009 vragende partij, luidde het gisteren in het Twitterbericht van Wouter Van Bellingen (SOS 2012).

De Sint-Niklase schepen van Mobiliteit, Economie en Centrummanagement Carl Hanssens (N-VA) wil het nieuws ontkennen noch bevestigen. ‘Wij hebben inderdaad vandaag(gisteren, nvdr.) een beslissing genomen, maar hebben met alle betrokkenen afgesproken op voorhand geen verklaringen af te leggen. Ik weet niet wat Wouter Van Bellingen zegt en hoe hij aan die informatie komt. Wij geven morgen(vandaag, nvdr.) een persconferentie waarbij we de plannen rond de verkeersafwikkeling in de Stationsstraat uitvoerig zullen toelichten. Ik wil nogmaals benadrukken dat we steeds gezegd hebben dat een beslissing genomen zou worden voor de officiële opening van de straat en wij houden dus woord.’

Wouter Van Bellingen was gisteravond niet bereikbaar voor commentaar.

De vernieuwde winkelstraat in het centrum van Sint-Niklaas wordt op 4, 5 en 6 oktober officieel geopend.

Nieuwsblad, pvl

Privatiseren is beleidsmatig paniekvoetbal en een vorm van barslecht bestuur.

Op 13 september vond er op vraag van de oppositie een bijkomende gemeenteraad plaats over de uitslag van de gemeentelijke volksraadpleging van 1 september 2013. En de beslissing van college van burgemeester en schepenen om de resultaten van een geldige volksraadpleging te negeren.

Interpellatie  gemeenteraad 13 september 2013.

De laatste dagen is er gegoocheld met cijfers van de opkomst van de volksraadpleging. De kern van de zaak is dat ongeveer 8.800 vonden dat de reinigingsdienst niet moest geprivatiseerd worden.          Dit toont aan dat het debat op zijn minst moet heropend worden. SOS 2012 is in principe niet tegen uitbesteding, maar die moet wel beoordeeld worden op 4 punten: nl. kostprijs, tijd, kwaliteit en doelstellingen en vooral eerst een kerntakendebat.

Tot vandaag is het kerntakevolksraadplegingndebat nog niet gevoerd in de gemeenteraad en daarom is het voor ons totaal onmogelijk om te beslissen ofdat de reinigingsdienst of een andere dienst moet uitbesteed worden ofwel naar de intercommunales, ofwel naar de  sociale economie ofwel naar de privé.  De manier waarop dit schepencollege omgaat met zijn personeel en bevolking getuigd van een onwaarschijnlijke arrogantie.

Dat jullie geen rekening houden met de mening van de gemeenteraad dat wisten we al, maar spuwen in het aangezicht van bijna 1000 mensen is een andere zaak.  Zo was ik afgelopen maandag samen met een aantal mensen van de administratie op een seminarie rond strategisch bezuinigen. En daar werd Sint-Niklaas aangehaald als slechte voorbeeld. .  Twee weken geleden zei ik nog in deze gemeenteraad dat de voorbereiding inclusief de datum van de volksraadpleging een gemiste kans was voor de lokale democratie. Vandaag kan ik alleen maar vaststellen dat de volksraadpleging een schande is voor Sint-Niklaas. En zo werd een hoogdag van de democratie, een nachtmerrie voor de burger.

Volgens het stadsbestuur is de privatisering van de reinigingsdienst een noodzakelijke besparingsmaatregel waarvoor geen alternatief bestaat. Dat er geen alternatief bestaat, is politieke nonsens. Mits wat politieke wil en moed is er altijd een alternatief te bedenken. Bijvoorbeeld besparen op feestelijkheden en kermissen, Een beetje vuurwerk minder, privé-organisatoren laten betalen voor de vuilnisophaling na activiteiten, een efficiënter parkeerbeleid…

En als je wil blijven vasthouden aan het idee dat er geen alternatief is, stap dan uit de politiek. Want de onmogelijkheid van een alternatief wijst op de overbodigheid van de politiek: als er geen beleidskeuzes meer dienen gemaakt te worden dan dient politiek tot niets.  En kunnen ambtenaren de stad runnen.

Er van uitgaande dat er dus altijd een alternatief is, dient de vraag gesteld te worden of privatisering een goede besparingsmaatregel is. Het antwoord hierop luidt: nee. Voor alle betrokkenen in kwestie – de burgers, de werknemers, de overheid en de democrativolksraadpleging5sche politiek in het algemeen – is in dit geval  privatisering geen goede maatregel:

Voor de burgers: privatisering leidt doorgaans tot slechtere dienstverlening naar de burger toe. Er is een vermindering van de kwaliteit van de dienstverlening en doorgaans wordt die dienstverlening ook op termijn duurder voor de burger. Dit vanwege het feit dat privatisering vaak leidt tot het vestigen van een reëel monopolie of oligopolie met de ‘vrije markt’ als ideologisch schaamlapje

Voor de werknemers: werknemers in geprivatiseerde diensten moeten zich doorgaans meer flexibel opstellen. Dit betekent: meer werkdruk, slechtere werkcondities en minder tewerkstelling. In ieder geval vervalt de rol van overheid als schepper van duurzame en sociale jobs wanneer publieke diensten geprivatiseerd worden. Met andere woorden: werknemers zijn slechter af.

Voor de overheid: privatisering kan op kortere termijn de balans in evenwicht brengen maar op langere termijn kost het doorgaans meer aan de overheid. De slechtere dienstverlening en de slechtere condities van werknemers (met bijhorende werkloosheid) dient immers opgevangen te worden door de overheid. Daarmee samenhangend: in belangrijke mate dient privatisering gezien te worden als de oorzaak van de crisis waarin we nu verzeild zijn geraakt. Het is nogal vreemd om dan de oorzaak als oplossing te zien. Ik hoef het verhaal over de riolen van Sint-Niklaas denk ik niet opnieuw te vertellen.

Voor de democratie: privatisering is een aanslag op de democratie. Wat publiek goed is, wordt verkwanseld aan een netwerk van privé-actoren waardoor de democratische controle en algemene transparantie van de dienstverlening er drastisch op achteruitgaat. De politiek verbergt zich achter de privé en de privé achter de politiek en de burger die voelt zich van iedere macht verstoken.

Deze zaken zijn niet uitgevonden. Lees de studies over wat de politiek van privatiseringen ons tot hiertoe heeft opgebracht. Privatisering werk niet! Zo eenvoudig is het! Het is beleidsmatig paniekvoetbal en om hoger vermelde redenen een vorm van barslecht bestuur.

Maar bovenal kan men zich de vraag stellen waarom sociaal-democraten, socialisten en groenen een dergelijke privatiseringspolitiek door dik en dun willen verdedigenvolksraadpleging3. Er is immers niets sociaals en niets democratisch aan een politiek van privatisering en het negeren van een volksraadpleging. Het druist in tegen de fundamentele beginselen van de sociaal-democratie  en de groene beweging en betekent een complete afbreuk van wat de sociale democratie en de groene beweging doorheen de twintigste eeuw wist te realiseren. Het siert de vakbonden dan ook dat ze in dit dossier – dat als een symbooldossier moet beschouwd worden: het gaat om méér dan die reinigingsdienst – aan de alarmbel hebben getrokken. Het siert ook de burgers van Sint-Niklaas dat ze de moed hebben gehad om dit broodnodig debat te voeren en op de agenda te plaatsen. Maar het betekent een absolute schandvlek op het al reeds bevuilde blazoen van partijen als sp.a en groen die – God moge weten waarom – weigeren de kant van de vakbeweging en de progressieve burgers te kiezen. Zeker nu, middels het referendum, deze kans om aansluiting te vinden bij de natuurlijke bondgenoten, hen op een presenteerblaadje wordt aangeboden.

‘Waar is de schaamte van rechts?’ Interview Tom Lanoye.

 

Waar is de schaamte van rechtsNa de verinnerlijking van ‘Sprakeloos’ laat Tom Lanoye (55) de maatschappijcriticus in zichzelf weer aan het woord. Met een dolle literaire rit door dit tijdperk van globalisering en financiële excessen. ‘Misschien ben ik te laf om een ‘Max Havelaar’ te schrijven.’

 In Gelukkige slaven snijdt Lanoye de levensverhalen door elkaar van twee dubbelgangers die allebei Tony Hanssen heten. De ene Tony is een klaploper die zichzelf bij een Chinese tycoon binnengeslijmd heeft, de andere is een gesjeesde beurshandelaar, op de vlucht voor zijn verantwoordelijkheid in het bankroet van zijn bank. Met humor en panache maar ook met veel empathie zet Lanoye de twee Tony’s neer, en zo ook zijn kijk op een wereld en een economie die uit de haak zijn gedraaid.

Of het boek ook een soort schuldbekentenis is voor de decennia voor de bankencrisis waarin ook linkse intellectuelen weinig ingebracht hebben tegen het financieel-economische eenheidsdenken? Lanoye kaatst de vraag meteen terug. “Schuldig? Waarom moet ik me schuldig voelen? Voel jij je schuldig dan?”

Eerlijk gezegd wel. Als ik opnieuw kon beginnen, dan zou ik economie in plaats van talen en kunst studeren. Om in het hart van het debat te kunnen zitten.

Tom Lanoye:Wij zijn allemaal mee gestapt in die idee van Het einde van de geschiedenis van Fukuyama. Wat mij shockeert is dat er ook vandaag, met alles wat we weten over de aard van deze crisis, nog geen politieke conclusies getrokken worden. Een architect die een huis bouwt, is tien jaar aansprakelijk voor fouten in zijn constructies. Waarom geldt die aansprakelijkheid niet voor bankiers en bedrijfsleiders? Wanneer worden de grote molochbanken opgebroken zodat spaargeld niet meer besmet kan geraken door speculatie? Wie tempert de almacht van de kredietbeoordelaars?

“Wat de Nederlandse journalist Joris Luyendijk met zijn blogs vanuit de Londense City doet voor The Guardian, is een van de belangrijkste journalistieke projecten van het moment. Net omdat ik dankzij Luyendijk de excessen van het systeem heb leren kennen, heb ik geen zin om nu weer als eerste op mijn knieën te vallen en de wereld om vergiffenis te vragen omdat wij ‘het’ niet hebben zien aankomen. Dit is het verhaal van rechts: Lanoye verdient ook zijn boterham dus die moet zwijgen. Ik ben in een keurig middenstandsgezin opgevoed om een goede liberaal te worden. Hoe meer ik reis, hoe linkser én wanhopiger ik word.

 Waarom wanhopiger?

“Omdat het zo’n groot gevecht is. De Grieken moeten bloeden omdat zij voor de verkeerde politici hebben gekozen. Ja maar, wij wisten dat de Grieken foefelden met hun cijfers. Minister Reynders (MR) heeft het zelf gezegd:we wisten dat ze sjoemelden, maar we hebben het toegelaten omdat het belangrijk was dat de Grieken meekonden doen in de eurozone. En dat gefoefel is mee geregisseerd door Goldmann Sachs, de zakenbankwaar ECB-voorzitter Mario Draghi bij gewerkt heeft. Moet Goldmann Sachs boeten? Nee, alleen de stoute Grieken moeten de bonen vreten. Dit is de Gouden Eeuw all over again: een samensmelting van veroveringskapitalisme en calvinistisch moralisme.

“Je kunt links verwijten dat het niet alert genoeg gebleven is, maar de eerste aansprakelijkheid ligt bij degenen die ons de hemel op aarde beloofd hebben als zij maar vrijelijk hun gang zouden mogen gaan. Als er iets is wat de linkse kerk verenigt is het wel die neiging tot zelfkastijding. Het multiculturele drama? Onze schuld. Bankencrisis? Onze schuld. Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid van rechts voor het debacle van 2008? Schaamteloosheid behoort tot de kern van de rechtse ideologie. Joost Zwagerman schreef De schaamte voor links. Wie schrijft nu ‘De schaamte voor rechts’? In deze crisis zie je hoe de economische slang in haar eigen staart bijt. De hogepriesters van de austerity zetten een rem op het consumentisme dat nodig is om het kapitalisme draaiende te houden. Waarom zou ik me over zulk dom beleid schuldig moeten voelen?

“Wat hebben we geleerd uit de crisis van 2008? De een na de ander komt ons vertellen dat het zo nu eenmaal werkt. Meer nog, ze vertellen ons dat we harde maatregelen moeten nemen, dat we alle taboes moeten laten varen. Dan denk je: eindelijk,we krijgen een tobintaks op beursspeculatie, een miljonairstaks voor de grote vermogens, een plafond voor de toplonen en een volwassen gesprek over de wansmakelijk hoge lonen van voetballers. Mis poes,we moeten blijkbaar alleen praten over ‘de onhoudbaarheid van ons sociaal systeem’. Is dát de les die we uit de bankencrisis getrokken hebben? Tegen belastingparadijzen kunnen we niets ondernemen, maar wee de regering die durft haar sociale uitgaven te verhogen,want die krijgt Olli Rehn op zijn dak. Zeggen dat je niet aan het beurskapitalisme kan raken, maar wel aan de index: dát is ideologie.

In uw boek klinkt u minder radicaal dan in dit gesprek.

“Omdat ik een roman geschreven heb, geen politiek-filosofisch schotschrift tegen het kapitalisme. Hoewel, in een van de beste en belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis, Max Havelaar, heeft Multatuli wel de moed om de structuur van zijn verhaal op te blazen en zelf op scène te stappen voor een persoonlijke aanklacht tegen de uitwassen van het kolonialisme. Misschien ben ik te laf om een boek te schrijven als Max Havelaar of Wat is de wat? van Dave Eggers. Misschien ben ik te veel de theaterauteur die altijd de psychologie van zijn personages vooropstelt, ook als ze verdorven zijn. Theater gaat over de verscheurdheid tussen dilemma’s, over de inconsequenties van het leven. Ik vind het zelf ook heerlijk om een inconsequente mens te zijn. En dus schrijf ik een empathisch, uitgebalanceerd boek over een thema waar ik me geweldig kwaad over kan maken. (lacht)”

 

Er is nog niets veranderd. Dat is de kerngedachte van Gelukkige slaven.

“Begrijp dat niet als een pleidooi voor moedeloosheid of cynisme. Beweren dat er ‘nu eenmaal’ nooit iets kan of zal veranderen, is net het mechanisme dat het systeem in stand houdt.  Hier zijn levens vernield. Zoals Martin Luther King zei: ‘Capitalism for the poor, Socialism forthe Rich’. Een voedselproducent die besmet melkpoeder verdeelt, krijgt een proces aan zijn been. Waarom zou een bankier aan dat principe van aansprakelijkheid moeten ontsnappen?We hebben hier te maken met een nieuwe, onvatbare aristocratie. Die toplaag heeft ervoor gezorgd dat hun winkel zo gigantisch is dat hij niet meer failliet mag gaan,wat betekent dat ze een blanco cheque van de samenleving krijgen om om het even wat te riskeren: Too big to fail wordt too big to jail.”

Waarom laat u de naam Tony Hanssen terugkeren, 25 jaar na Alles moet weg?

“Het thema van Alles moet weg komt terug: de worsteling van individuen met hun afkomst, en dan was het leuk om die naam terug te laten keren. En ik laat hem in tweevoud terugkeren,om het voor mezelf en voor de lezer wat spannender te maken. De dubbelganger is een klassiek motief in de literatuur, maar een boek waarin de dubbelgangers elkaar tegenkomen en met elkaar in gesprek gaan had ik nog niet gelezen. De twee Tony’s zijn Tarantino-achtige figuren die in een Tarantino-achtig avontuur mee gesleurd worden. Het gaat over de top maar wel op een manier dat je denkt: dit zou zomaar kunnen. Maar de gekste gebeurtenissen zijn gewoon uit de realiteit gestolen.”

 Met de referenties aan uw romandebuut lijkt het of een cirkel wordt afgerond.  Komt dat niet wat vroeg in uw oeuvre?

“Ik wil geen museum worden, maar er valt nu eenmaal wel wat te vieren. Ik word 55, mijn romandebuut is 25 jaar oud, en ik ben ook 25 jaar samen met René. Dé hoofdreden om terug te grijpen naar Alles moet weg is evenwel de vaststelling dat er in al die tijd niets veranderd is. Wat ik 25 jaar geleden over Vlaanderen vertelde aan de hand van een kruimeldief en een geboren loser, blijkt nu op te gaan voor de rest van de wereld. In Alles moet weg kreeg je een beeld van een ontkerstend Vlaanderen,waar de nieuwe religie de zoektocht naar geld is geworden.  Toen al dacht Tony Hanssen rijk te worden door niet de producten zelf te verkopen maar alleen hun afbeelding. Nu blijkt dat je zelfs van huizen virtuele zeepbellen kunt maken die de hele economie kunnen laten ontploffen. Na de bankencrisis van 2008 zou je denken dat die fabel uit is, maar vandaag blijkt dat de topverdieners van toen nog altijd de topverdieners van vandaag zijn.”

Toch bejegent u de Tony Hanssens van Gelukkige slaven met empathie. Ook Tony-de-beurstrader.

“Laten we zeggen dat er toch een grotere deernis is voor de loser van de twee. Maar ook in de figuur van de beurshandelaar zit een tragiek.  Zijn drama is gelijk aan dat van die jonge stagiair die zich bij een bank in de Londense City letterlijk heeft doodgewerkt. Als je de columns van Joris Luyendijk leest, voel je die tragiek. Over die overleden stagiair schrijft de ervaringsdeskundige Pascal Paepen dan dat het uiteindelijk zijn eigen blinde ambitie was om zo hard te werken. Dat is toch maar een erg beperkt onderdeeltje van het verhaal. Wie heeft die jongeman zo veel dodelijke ambitie aangepraat? Luyendijk getuigt over dat bijna protofascistische systeem waarin het heel normaal gevonden wordt dat je drie dagen na elkaar twintig uur werkt, terend op trots.

“De twee Tony’s, ook de trader, moeten omgaan met het besef dat ze te klein zijn om vat te krijgen op de doldraaiende wereldeconomie. Als wij op onze tippen gaan staan zijn we net groot genoeg om te begrijpen dat er iets goed fout zit. Dit is zo complex en onvatbaar dat zelfs protesteren niet veel meer lijkt uit te maken. We zijn die crisis gaan accepteren als een soort noodlottige natuurramp: zo werkt het nu eenmaal, pas je er maar aan aan.”

En omdat we niks aan de globale economie kunnen doen, concentreren we ons op lokale GAS-boetes voor jongeren.

“Dat is het rad dat de conservatieven, van Mia Doornaert tot Liesbeth Homans, ons voor de ogen laten draaien. Verbied tatoeages en hiphop en de wereld wordt vanzelf weer een betere plek? Wel, als er een mensensoort goed gekleed naar het werk ging,waren het wel de bankiers in Wall Street en de City. Hier raken conservatisme en nationalisme elkaar. Crisis in de wereld? Neem afrit Vlaanderen. Het idee dat je de crisis kunt oplossen door een klein land in twee te splitsen is een fabeltje, maar wel een aantrekkelijk fabeltje. Wie zich geïntimideerd voelt door de globaliserende wereld, gelooft graag dat het alvast een goed begin is om op deeigen vierkante centimeter alles strak te regelen.  “In Europa zijn dezelfde krachten aan het werk. Er is een stroming die zegt dat wat we aan politiek bestuur aan Europa delegeren we verliezen aan nationale identiteit. De nationalisten zitten in een monsterverbond met degenen die geen sterk Europa willen als tegengewicht tegen almachtige multinationals. Ten gronde keren zij zich tegen het primaat van de politiek. Zij accepteren niet dat er een democratisch gelegitimeerd bestuur opstaat dat zijn voet zet naast grote financiële instellingen en megabedrijven.

In Gelukkige slaven speelt Europa expliciet een minimale figurantenrol. Daar schuilt een vernietigend oordeel in.

“Het niet kunnen los komen van de natiestaat, is de grote Europese ziekte. We slaan elkaar –voorlopig – al niet meer om de tien jaar de kop in, maar de eenmaking is nog lang niet volbracht. Over Europa wordt vandaag bijna uitsluitend gesproken in termen van bedreiging van ‘onze’ identiteit. Er is niets mis met een Vlaamse identiteit, maar die wordt niet groter of kleiner als België of Europa verdwijnen. Dit is het tijdperk van multi-etnische, multilinguïstische staten als China, India, Brazilië, Rusland, zelfs Zuid-Afrika. De meetlat van de Europese natiestaat reikt allang niet ver genoeg meer.  Europa moet een democratisch verkozen regering krijgen, een eigen leger en een gelegitimeerde president. ”

In het hart van het boek zit een lange, genuanceerde monoloog over Zuid-Afrika. Geeft hij de visie van de auteur weer?

 “Ik heb in die monoloog de nuance proberen te steken die ik ontbeer in de westerse blik op Zuid-Afrika. Een geval van corruptie in Afrika wordt meteen een symbool voor de uitzichtloosheid van het gehele continent. Waar staan wij dan met Sarkozy, Berlusconi of Rajoy ? Afrika blijft voor ons het continent van de aidswezen en de bloeddorstige dictators. De gedachte dat je dat hele continent moet bijeenvegen op een vuilblik en helemaal opnieuw moet beginnen, domineert nog altijd. Terwijl er echt wel een kentering is. De manier waarop bijvoorbeeld de gsm voor een emancipatie heeft gezorgd in Afrika is wonderlijk. Beltegoed is er een soort alternatieve munt geworden,waar andere goederen voor ingeruild kunnen worden. In Congo worden aan de lopende band kansen verknoeid maar weinigen weten dat er in Kinshasa ook een technische hogeschool staat waar de fine fleur van de studenten uit de hele Centraal-Afrikaanse regio naartoe stroomt om een waardevol diploma te halen. In Kinshasa!”

Het optimisme waarmee u over Afrika spreekt, steekt schril af tegen uw pessimisme over Europa.

“Er waait een cynismeloos enthousiasme door Afrika, het idee dat het eindelijk ook wat vooruitgaat. Dat staat in schril contrast met dat verstikkende deken dat over Europa ligt, die gedachte dat het allemaal geen fluit uitmaakt wat je ook doet. En dat is begonnen met de ineenstorting van het communistische collectivisme in Oost-Europa. Na de val van het communisme is het Angelsaksische neoliberalisme in een overwinningsroes geraakt en is het ongebreideld gaan woekeren. Reagan en Thatcher hebben dat op gang gebracht en vervolgens zijn ook socialisten als Blair, Schröder of Kok overstag gegaan. Het resultaat is nu dat elke vorm van collectivisme verdacht is gemaakt: tot en met de staat zelf. De Tea Party gaat daar extreem ver in, maar de Europese weerstand tegen overheidsinvesteringen in tijden van crisis komt uit diezelfde ideologie voort.”

Uw volgende project wordt de bewerking van Hamlet. De eerste keer sinds Ten oorlog dat u naar Shakespeare terugkeert.

“Ik ben al jaren zot van dat stuk. Toneel is ensceneringskunst: het gaat erom een repertoirestuk relevant te maken voor het hier en nu. Wij laten Hamlet vertolken door een jonge vrouw, Abke Haring. Er bestaat een lange traditie om Hamlet door een vrouw te laten spelen maar wij willen dat ze Hamlet als jongeman neerzet, niet als vrouw. Als je de grote drama’s van Shakespeare achter elkaar zet, dan krijg je een soort verschuiving van generaties. Het begint bij de verliefde pubers van Romeo & Juliet en het eindigt bij de seniele koning Lear. Hamlet zit daar tussen, hij is de jonge aanstormende student, de prins-politicus die moet kiezen tussen trouw aan zijn theoretische idealen en de noodzaak om te handelen. Blijf ik eeuwig proper of maak ik mijn handen vuil aan compromissen?”

Waarom moeten we nu plotseling denken aan de burgemeester van Antwerpen?

“Het is niet verboden om aan hem te denken maar het is ook niet per se de bedoeling. We gaan geen politiek cabaret opvoeren,we gaan Hamlet niet verplaatsen naar het Schoon Verdiep. Het dilemma waar de N-VA nu voorstaat is een klassiek dilemma uit de politieke geschiedenis. Hoe ga je van de droom naar de daad? Vergelijk het met Mephisto Forever, dat we vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 hebben opgevoerd. Dat ging ook niet over Antwerpen, of toch zeker niet over Antwerpen alleen. Dat is me intellectueel te armoedig.”

Ook dat thema is, met dank aan Siegfried Bracke (N-VA), nochtans razend actueel.

“De keuze tussen morele superioriteit in de marge of meedoen in het centrum van de macht is dan ook een kwestie waar de N-VA met veel angst mee omgaat. Is de Vlaamse onafhankelijkheid middel of doel? Kiezen ze voor deelname aan een rechtse regering met de MR maar zonder staatshervorming, of toch voor het confederalisme? Dat is de vage bubbel die ze nog negen maanden vol moeten zien te houden en die nu door Siegfried Bracke vakkundig tot ontploffing is gebracht. “De MR staat te juichen bij elk voorstel van de N-VA. Als je een illustratie van hedendaagse belgitude zoekt, kom je uit bij de Franstalige boekvoorstelling van Bart De Wever in de Cercle Lorraine. Daar, in de grote Franstalige salons van de macht, stapt De Wever letterlijk in de voetsporen van Charles Woeste.”

Een kort interview in La Libre Belgique heeft u op ramkoers gebracht met de N-VA. Alweer, zijn wij geneigd te zeggen.

“Ach, ze kunnen geen twee zinnen uitbrengen zonder de PS, Di Rupo of de Franstaligen in het geheel te demoniseren, en als je dan durft iets terug te zeggen, dan breekt de hel los. Het is een vorm van framing. Ik geef exact dezelfde kritiek als Marc Van Peel (CD&V), maar als ik het zeg, wordt dat ‘schelden’. Het is het idee dat Tom Lanoye tegen ‘ons’ is dat bevestigd moet worden.”

Zoekt u die contramine ook niet zelf met enige gretigheid op?

“Je kan me moeilijk aanwrijven dat ik in het verleden poeslief ben geweest voor mijn burgemeesters. Toen ik een eredoctoraat aan de Universiteit Antwerpen kreeg, heb ik het podium gebruikt om kritiek te geven op het hoofddoekenbeleid van Patrick Janssens. Vraag gerust Janssens eens of hij me zo lief vond voor hem. De N-VA moet dringend leren omgaan met kritiek. Ze kan niet verwachten dat de kritiekloze personencultus die ze intern aanhangt door heel Vlaanderen gedeeld wordt. ‘Bashing’ roepen bij elk woord van kritiek is ook maar een manier om niet op de grond van de zaak te moeten antwoorden.

“Ik herhaal met volle overtuiging dat Bart De Wever een democraat is, dat hij geen fascist, racist of homofoob is. Als het burgemeesterschap van Bart De Wever de prijs is die we moeten betalen voor het volhouden van het cordon sanitaire, dan betaal ik die prijs graag. Maar dat hij dan ook zijn eigen verantwoordelijkheid eens opneemt. Als je de specifieke term van ‘homoseksuele obediëntie’ gebruikt, sluit je je aan bij een internationale traditie van homohaat. De suggestie van een machtige, geheime loge van jeanetten is een vaak terugkerend motief in die kringen en De Wever weet dat.  Ook als je de populairste politicus van je generatie bent heb je rechten en plichten. Als het dragen van een regenboog-T-shirt of een oorring al niet meer zou passen binnen de verplichte neutraliteit van de ambtenaar, dan is er een probleem met die definitie van neutraliteit, niet met die oorring of dat shirt. Die hele neutraliteitsdiscussie is aan het ontsporen. In Antwerpen mogen homo’s trouwen, maar ze mogen niet herkenbaar achter een loket zitten.”

 Waarom denkt u dat u de N-VA zo irriteert?

“Omdat de waarheid kwetst. Zeker als ze komt van iemand die claimt mee een erfgenaam te zijn van de Vlaamse beweging. Ik behoor niet tot de groep artiesten die het woord ‘Vlaams’ niet kunnen uitspreken, zonder het als ‘Vlaemsch’ te laten klinken. Dat is juist wat hen zo irriteert: ik pas niet in dat frame. Ik gun hen het alleenrecht niet om te bepalen wie of wat tot de Vlaamse identiteit behoort. Ik beschouw mezelf als een literaire nakomeling van Hendrik Conscience en Cyriel Buysse. Ik ben het grondig oneens met wat hij zegt, maar Bart De Wever maakt mij gelukkig door zijn 11-julitoespraak te houden aan het graf van Hendrik Conscience. Een mooier eerbetoon aan het maatschappelijk engagement van de schrijver is nauwelijks denkbaar. Als je Conscience fêteert,waarom moet ik dan monddood gemaakt worden? Zijn schrijvers alleen interessant als ze dood zijn?”

 U bent niet de enige kunstenaar die het lastig heeft met de N-VA. Vanwaar die wederzijdse animositeit?

 “Bart De Wever is mijn vijand niet. Hij is mijn artistiek-politiek-maatschappelijke tegenstrever. Ik eis het recht op om met hem van mening te mogen verschillen. Moet ik me inhouden tegen iemand die het zelf over de sluitspier van CD&V heeft? Van de rechtse gedachtenpolitie zijn verwijzingen naar de jaren dertig verboden,maar zij mogen wel Louis Tobback met Stalin vergelijken of CD&V met het Vichyregime.

“De kloof tussen een grote groep Vlaamse kunstenaars en de N-VA-oproep, heeft meer te maken met het sociaal-economische programma van de partij dan met haar Vlaamsnationalisme.  Je kan niet Theodore Dalrymple als held hebben en rekenen op mijn applaus. Dalrymple is een charlatan, een conservatief circuspaard. Zijn ideologie van anekdotisch conservatisme is gebaseerd op ervarinkjes, zoals de vrouw in een sociale woonwijk die haar tuin niet zelf wilde onderhouden omdat de stadsdiensten dat wel zouden doen. Lees de interviews met Liesbeth Homans en je krijgt exact dezelfde verhaaltjes opgedist. Dalrymple denkt de crisis op te lossen door fiscale voordelen te geven aan getrouwde heterokoppels. Niet de speculatie met spaargeld maar de piercing zijn de grootste kwalen van deze tijd. Dat is geen ideologie, dat is beschavingscommentaar op het niveau van een Louis De Lentdecker. Conscience en Dalrymple tegelijk verdedigen, lukt alleen als je in een spagaat gaat staan waarvaneen normale mens scheurt van zijn heilig been tot aan zijn huig.”

 De Morgen, Bart Eeckhout