Dag: 17 maart 2012

Sint-Niklaas, schuld moet verder dalen: Grote belastinghervorming nodig.

Grote belastinghervorming nodig.

“De stadsfinanciën vragen de komende jaren verdere ingrepen. Het is echter nog niet te laat om structureel in te grijpen”, zegt schepen van jeugd Wouter Van Bellingen. ” De grootste uitdaging aan de inkomstenzijde. Er is een grondige belastinghervoming nodig. Maar dat alleen zal niet voldoende zijn. De aanpak van de leegstand, een verdere doorgedreven stadsvernieuwing, een duidelijke mobiliteitsvisie, het aantrekken van investeerders: daarmee duw je de stad naar een hoger niveau en zorg je ervoor dat mensen hier een job hebben en geld uitgeven. Het moment is rijp om ook de stadsadministratie te hervormen. Er kunnen bepaalde taken worden overgenomen door sociale economie, gemeentelijke bedrijven en vzw’s. En wij pleiten ook voor meer inspraak van wijk-, dorp- en stadsgemeenschappen. Door de stem van die groepen meer te laten klinken en hén mee te laten beslissen over wat prioritair moet worden aangepakt en waar op kan bespaard worden, treedt de stad meer op als regisseur dan als actor. Daarbij worden beleidskeuzes omgezet in wijk-, dorps-, en stadsbudgetten. Ook  dat is een manier om efficiënter te werken met een beperkte stadsadministratie.” JVS, HLN

Het komt goed. Misschien niet zoals je het wilt, maar toch.

Het busongeluk in Zwitserland heeft in Sint-Niklaas oude wonden opengereten. Bijna een kwarteeuw geleden vonden een leraar en twee leerlingen van het zesde leerjaar van de Broederschool op sneeuwklas de dood in een ravijn. ‘Meester Paul’ liet, net als ‘meester Frank’ uit Heverlee, een jong kind achter.

‘Ik vernam het nieuws over het busongeluk woensdag om zes uur ’s ochtends, via de radio. Drie woorden rukten zich uit al die zinnen los en klikten zich in mijn hoofd vast. Zwitserland. Doden. Sneeuwklas. Ik ging meteen op zoek naar een woord van mij dat erbij aansloot. Onwezenlijk, verbijsterend. Geen woord paste.’

Jessy hoorde precies dezelfde woorden als toen, in januari, in een andere eeuw. Volgend jaar is er de trieste verjaardag: 25 jaar. Over het oude verhaal vloeien nog steeds verse tranen.

Jessy: ‘Het is nooit weg. En niet alleen voor ons, zo blijkt. Jonas en ik kregen woensdag berichtjes als ‘we denken aan jullie’ of ‘veel moed’. We schrokken daarvan. We wilden ons verhaal écht niet aan dit vreselijke drama hangen. Maar, het gebeurde zomaar, buiten ons om.’

Jessy was zevenentwintig jaar, haar zoon Jonas was op 1 januari net vier geworden. Hij herinnert zich z’n vader nog helder.

Jonas: ‘Geen gesprekken, veeleer situaties, flitsen van zijn aanwezigheid, bewegingen vooral. De momenten dat we samen speelden. Over de dag van het ongeluk zelf blijft alles vaag.’

‘Ik herinner me wel hoe ik op een ochtend kort na het ongeluk op de gang stond boven. Aan één van de muren was een haakje bevestigd waaraan het fluitje van papa hing. Alle meesters en juffen die toezicht hielden op de speelplaats, hadden dat. Ik keek naar dat fluitje, het enige tastbare wat van hem achterbleef, en vroeg aan mijn moeder: “En wie zal me nu aankleden ’s morgens?, ‘

Jessy staat alles nog heel helder voor de geest, vooral dat moment op woensdagavond, halfelf, toen ‘broeder Herman’ voor de deur stond.

Jessy: ‘Ik zei: ‘Wat kom jij hier doen?, Zijn antwoord: ‘Er is een ongeval gebeurd in Zwitserland., “Heeft hij armen of benen gebroken?, vroeg ik. Hij schudde van nee. Ik zei: ‘Straks ga je me nog vertellen dat hij dood is?, Een betekenisvolle stilte. Ik zei: “Ge zijt zot.’ Eerste reactie. Ontkenning van de realiteit.’

‘Maar goed, daar zat ik, alleen thuis, kind in bed, in een periode dat “slachtofferbejegening, nog moest worden uitgevonden. Mijn zus en schoonbroer kwamen, de huisarts gaf me een kalmeringsspuit. Ik ben zo blij dat er vandaag slachtofferhulp bestaat, maar ik ben ook blij dat wij het redelijk goed konden verwerken zonder. Er was altijd plaats bij ons om te vertellen, te huilen, kwaad te zijn, alle emoties de vrije loop te laten.’

‘Als ik thuis huilde, verbloemde ik dat nooit tegenover Jonas. Ik zei: “Ik mis papa., En dan zei hij: “Ik ook., En dan huilden we samen verder. Dat voelde goed aan. Ik had op het werk heel goede collega’s met wie ik het vaak over Paul had. Ik blijf ze dankbaar omdat ze me toelieten te vertellen, de herinnering levend te houden.’

Op de school zelf ligt het blijkbaar iets moeilijker om er over te praten. De huidige directie wou liever niet meewerken aan dit artikel. Het ongeluk blijft een moeilijk gegeven. Elk jaar opnieuw, als de zesdes op sneeuwklas vertrekken, heerst er bezorgdheid.

Jonas: ‘Op de Broederschool blijft die tragedie een litteken, dat weten we van mensen die er werkten of stage liepen. Er wordt enorm op veiligheid gehamerd als ze op sneeuwklas vertrekken.’

In Disentis, Munster, Zwitserland, ging in 1988, op een middag in januari, het klasje van meester Paul op ‘florawandeling’. Eén jongetje week even van het pad af, meester Paul ging meteen achter hem aan, een ander jongetje van de klas volgde, want het ‘wou de meester helpen’. De drie gleden in een ravijn en stierven.

Jessy: ‘Ik ga nooit in detail op dit verhaal in, omdat ik niet wil dat de familie van de twee kinderen zich op wat voor manier ook belast zou weten. Het was een ongeluk, heel tragisch, maar een ongeluk.’

‘De kinderen zijn na die val met een monitrice teruggelopen naar het hotel. Het klasje is er gebleven, alleen de dodelijke slachtoffers werden gerepatrieerd.’

Rouwbegeleiders zeggen dat het het beste is om kinderen klaar en duidelijk het juiste verhaal te vertellen, samen vragen te stellen en naar mogelijke antwoorden te zoeken. Hoe deden jullie dat?

Jonas: ‘Op de VRT hoorde ik gisteren de vier pijlers noemen die belangrijk zijn voor rouwverwerking bij kinderen: luisteren, helder vertellen wat er gebeurd is, een warme omgeving zoeken om te verwerken én ruimte blijven maken voor de levende herinnering. Wij kenden die pijlers niet, maar we deden het precies zo. Vooral die levende herinnering is er nog steeds.’

Jessy: ‘Jonas heeft de uitleg over het ongeluk zelf via een heel goede kleuterjuf vernomen. Blijkbaar heeft zij dat heel goed gedaan.’

‘Ik heb Jonas niet meegenomen naar de begrafenis. Misschien was dat fout, maar ik ging op mijn gevoel af. Ik deed maar wat, zonder rouwkoffers, rouwboeken en rouwtherapeuten. Pas op, ik vind het geweldig dat die er nu zijn voor de mensen die aan dat verschrikkelijke proces moeten beginnen.’

De aandacht door de pers was er toen ook, maar niet zo massaal als nu. VTM zou pas een jaar later op de kabel komen, de dagbladen schreven schroomvol. Tussen de perslui stond een beginnende journalist wezenloos, onvoorbereid toe te kijken hoe in de Broederschool, in een zaaltje beneden, ineens twee kleine en een grote kist bijeen werden gezet. Het werd het eerste ‘rampenverslag’ door ondergetekende.

Jessy: ‘Ik herinner me jullie groepje perslui. De verslaggeving was heel decent. Het medeleven van de goegemeente was intens, maar misschien iets subtieler.’

‘De drie lichamen waren met de trein gerepatrieerd en in Brussel in drie lijkwagens gezet. Daarna ging het in stoet via de A12 naar Sint-Niklaas. In de school was een mooie rouwkapel gemaakt en wij werden uitgenodigd om onze dierbaren te begroeten. De stoffelijke resten zaten in een houten kist rond een zinken kist. In Zwitserland hadden ze in die zinken kist een gat gemaakt ter hoogte van het hoofd en er glas in gezet. Op die manier heb ik het gezicht van mijn man nog kunnen zien. En dat was eigenlijk heel mooi, ik ben zo blij met dat laatste beeld.’

‘Ik heb later nog veel contact gehad met de ouders van die kinderen, ik hielp de moeders troosten. Ikzelf vond steun in de gedachte: je lot op de wereld ligt vast.’

Jonas (knikt): ‘Ik geloof daar ook sterk in, dat dingen moeten gebeuren. Wat is, moest zo zijn. Dat geeft een soort rust.’

Sluit dat ook angst uit? Ooit zou de dag komen dat de zoon van meester Paul ook op sneeuwklas ging.

Jonas: ‘Jawel, en ik wou mee, heel graag.’

Jessy: ‘Ik mocht hem dat uiteraard niet afnemen. Ik mocht hem ook niet bang maken of suggereren dat op sneeuwklas gaan gevaar inhield. Ik was wel wat onzeker, wat begrijpelijk is. Ik heb Jonas op het hart gedrukt voorzichtig te zijn en aan een van de onderwijzers gevraagd heel goed op hem te passen. En toch…’

Jonas: ‘Op een avond was ik uit het raam van mijn kamer en over een muurtje geklommen, met het doel op de hogere verdieping het meisje te zien waar ik toen een boontje voor had. Net toen ik op die rand balanceerde, kwam die leraar binnen. Hij heeft me naar binnen gesleurd. Hij was razend. Hij moet gedacht hebben: net díé. De zoon van meester Paul.’

Meester Frank, meester Paul: wat doet het met jullie dat naast de massa kinderen ook een pak volwassenen deze week het leven lieten in die Zwitserse tunnel?

Jonas: ‘Ik heb het heel moeilijk met het verlies van de “meesters,. Meester Frank had een kind van drie. En die buschauffeur, Geert, heeft een dochtertje dat precies zo oud is als ik toen. Ik krijg het nu weer koud als ik eraan denk. (stokt) Ik voel me nogal betrokken bij die volwassenen, ja.’

De overlevende kinderen kwamen toen ook terug in een legere klas, zonder meester Paul vooraan.

Jessy: ‘De leerlingen hebben ontzettend moeilijk gedaan. De leerkracht die mijn man verving, kreeg het hard te verduren. De leerlingen werden haast agressief, ze richtten hun verdriet in de vorm van woede op de “vervanger,. Toen heb ik gevraagd of ik in de klas een half uur met de kinderen mocht praten. Het mocht niet. Tja. Zo ging dat toen.’

Jonas: ‘De kinderen hebben dat nog lang meegedragen. Ik loop in het café van mijn voetbalploeg af en toe Marc tegen het lijf, die ooit bij mijn vader zat. Altijd zegt hij: “Supermeester, uwe pa. En wat lijk je op hem., Blijkbaar is de fysieke gelijkenis frappant. Dat doet deugd, maar het is ook een rugzakje dat je meedraagt.’

En als je aan die vader terugdenkt, kan dat los van het fatale accident?

Jonas: ‘Mijn vader is een held voor mij, wegens de daad die hij stelde én om wie hij was, een geliefde meester. De moeders van zijn leerlingen waren enorm op hem gesteld, de kinderen uiteraard ook. Iedereen had het voor mijn papa.’

En toch spreek je van een rugzak. Is het een last?

Jonas: ‘Als twee druppels water op hem lijken is niet makkelijk. Misschien zijn er wel verwachtingen voor mij, denk ik dan. Ik was heel graag in het onderwijs gestapt, maar ik heb het nooit gedurfd wegens de mogelijke vergelijking.’

Jessy: ‘Dat imago van redder kan een last zijn. Het stond ook zo op z’n doodsprentje, Pauls “bereidwilligheid,, zijn “grote hart,, de “meester in de ware zin van het woord,. Ferm, hé.’

Jonas: ‘En op de voorkant stond een afbeelding van een vogel. Ik ben een keer bij een psycholoog geweest. Die liet mij een tekening maken over mijn gezin. Ik tekende mama, mijzelf en in de lucht een vogel. “papa is een vogel,, zei ik. De associatie.’

Jessy: ‘Weet je, ik vind dat we het ook zonder professionele hulp nog niet zo slecht hebben gedaan. We hebben alle emoties laten komen. Jonas zei op een dag: “Ik ben boos op mijn papa., We zijn dan voor een afbeelding van Paul gaan staan en hebben gezegd: “We zijn een beetje boos, papa, omdat je er niet meer bent., Meteen kwam er verdriet en huilden we weer samen. Dat kon en dat moest. Ik zeg altijd: het komt goed, misschien niet zoals je het zou willen, maar het komt wél goed.’

‘Alleen woensdag was het weer even heel moeilijk. Ik herinnerde me het moment waarop mijn hart koud werd, ijskoud, zo’n vijf minuten nadat me het nieuws over Paul was gezegd. Maar ik vond deze week ook steun, in de mooie woorden van premier Di Rupo, bijvoorbeeld, donderdagmiddag op Villa Politica: “Als je een partner, zus of broer verliest, verlies je een deel van jezelf. Als je je kind verliest, verlies je jezelf helemaal., Ik ben een stuk van mezelf kwijt, dat klopt, ik ben gehandicapt, ik mis iets wezenlijks, maar ik mag er niet aan denken wat ik zou doen als ik deze hier (wijst naar Jonas) zou moeten afstaan. Ik ben ook blij dat ik het niet weet.’

Heeft de manier van sterven effect op de verwerking? Dat uw man in zo’n ongeval omkwam, en niet door een hartfalen, bezwaarde dat het verwerkingsproces?

Jessy: ‘Wellicht. Je bent ontrukt. Ik denk vaak aan die laatste minuten met hem. We stonden allemaal aan de trein. Vlak voor de klas instapte, was Paul ineens heel ontroerd. Hij zei: “Schat, het is de laatste keer dat ik meega., Nu hoor ik dat een van de monitrices die in het busongeluk omkwam, ook gezegd had dat het haar laatste sneeuwklas zou zijn.’

Jonas: ‘Ik wil dit wel duidelijk stellen: het is niet omdat wij een paar gelijkenissen zien dat wij nu mee willen teren op het immense verdriet van de getroffen familieleden.’

Jessy: ‘Klopt, wij hebben geen karretje om aan deze tragedie te hangen. We hebben na veel nadenken beslist dit interview te doen, alleen om te getuigen over wat wij met onze rouw hebben gedaan. Toch voel je een soort van verbondenheid. Je kent het. Ooit stond ook jij bij zo’n sneeuwklas en zei je: “Tot volgende week, schat., En wat gebeurt er? Je krijgt die schat terug in een kist.’

Jonas: ‘Ik huil nog vaak om de vader die ik maar zo kort heb gekend. Ik heb een heel goede jeugd gehad, en toch mis ik iets. Aan de andere kant zou mijn leven zonder die gebeurtenis niet zijn zoals het nu is. Het is lotsbestemmend.’

ML, De Standaard.

Samenwerking met partnerstad Al Hoceima, Marokko nu officieel.

De gemeenteraad van de Sint-Niklase partnerstad Al-Hoceima in Marokko heeft op 28 februari de samenwerking met Sint- Niklaas officieel goedgekeurd. In de Wase hoofdstad werd de overeenkomst al in december van vorig jaar getekend. “De meerderheid van de Marokkaanse gemeenschap in Sint- Niklaas is afkomstig uit de regio van Al-Hoceima”, zegt schepen voor Internationale samenwerking Wouter Van Bellingen (SOS-2012). “Daarom werken we al sinds begin 2010 met deze stad samen. Er werden al wederzijdse werkbezoeken afgelegd en concrete samenwerkingsthema’s gedefinieerd en uitgewerkt. Er zijn ondertussen ook al verschillende scholenbanden gesmeed en nog dit jaar vindt er een culturele inleefreis plaats naar Al-Hoceima.”

BEFO, GVA

Latifah Benlamchich ruilt sp.a voor SOS-2012 Sint-Niklaas.

OCMW-raadslid Latifah Benlamchich (34) verlaat sp.a en kiest voor SOS-2012. Dat maakte de vrouw donderdag bekend. “Nadat het progressieve kartel was opgeblazen, moest ik zoals veel progressieven een keuze maken”, motiveerde Benlamchich haar beslissing. “Ik heb de afgelopen jaren in de OCMW-raad erg goed kunnen samenwerken met Ali Salhi (voorzitter SOS-2012, red.), en ook tijdens de verkiezingen van 2009 kon ik het binnen het kartel goed vinden met Wouter Van Bellingen.

Ik ben sp.a dankbaar voor de kansen die ik heb gekregen, maar de programmapunten die voor mij het belangrijkste zijn, vind ik het sterkst terug bij SOS-2012. Deze beweging geeft iedereen kansen ongeacht ras, geslacht of leeftijd. Hier doet men op democratische wijze aan politiek.”

Latifah Benlamchich nam in 2006 voor de eerste keer deel aan de verkiezingen.

Ze zetelt nu tot aan de gemeenteraadsverkiezingen in oktober als onafhankelijke in de OCMW-Raad.

SOS-2012 werd enkele weken geleden door sp.a en Groen uit het progressief kartel gezet. Volgens schepen Wouter Van Bellingen is de interesse voor SOS-2012 sindsdien alleen maar toegenomen. “Volgende week stellen we nog een hele ploeg nieuwe mensen voor”, belooft hij.