Dag: 17 juni 2011

In 2015 moet het elke dag, de dag van het Afrikaanse kind zijn. *

Gisteren 16 juni op “de dag van het Afrikaanse kind” waren we vroeg vertrokken in Bujumbura na een zeer grondige veiligheidsbriefing. Tijdens onze rondreis in de helft van Burundi hebben met onze delegatie Sonja, Viv en Sean van UNICEF-Solidariteitsstad verschillende projecten bezocht van o.a. re-integratie van kindsoldaten (Muhata), watervoorzieningen op het platteland (Rumonge) en bezoek aan een lagere school ( Rangi, Nyanza Lac), om s’ avonds te arriveren in Gitega waar ik door een stroompanne van het hele elektriciteitsnet mijn blog niet meer kon posten. Dit was een zoveelste bewijs dat net als in de buurlanden Congo en Rwanda ook hier de langdurige burgeroorlog Burundi 10 jaar lang jaar volledig heeft ontwricht en het vandaag nog altijd bijzonder kwetsbaar blijft. 300.000 mensen zijn gestorven in het geweld en duizenden anderen sloegen op de vlucht. En vandaag leeft 2/3 van de bevolking onder de armoedegrens. In dit land van 8,17 miljoen mensen, waarvan de helft kinderen zijn net deze kinderen in het bijzonder erg kwetsbaar door een absoluut gebrek aan toegang tot basisvoorzieningen zoals onderwijs. En toch heeft zich in dit land een klein wonder voltrokken door de afschaffing van de schoolkosten in 2005-2006. Van 59% inschrijvingen in 2004 is dit in 2010 gestegen tot wel 92,9%. Alleen in 2009 heeft UNICEF ermee voor gezorgd dat 750.000 kinderen konden beschikken over basismateriaal zoals schriften en schrijfgerief . Daarnaast heeft de campagne “onderwijs voor elk kind” ervoor gezorgd dat 31.240 kinderen die ervoor niet meer naar school konden opnieuw naar school kunnen gaan. Maar de uitdagingen zijn en blijven groot want om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren moeten er meer opgeleide leerkrachten, meer leer-& lesmateriaal komen en meer klaslokalen en betere schoolinfrastructuur gebouwd worden. Bovendien moeten ook de grote verschillen tussen de verschillende provincies weggewerkt worden. Maar daarentegen is het ongelofelijk hoe je met weinig geld toch een groot verschil kunt maken.
Zo kost het schoolgaan van één kind gedurende één jaar (alle kosten inbegrepen): 22,5 euro voor het lager onderwijs (staat), 22,3 euro voor de geïntegreerde ontwikkeling van het jonge kind (staat), 2 euro voor de geïntegreerde ontwikkeling van het jonge kind (UNICEF), 4,9 euro kleren/ uniform (ouders), 4,5 euro supplementaire schriften (ouders); Het verschaffen en verdelen van de “schoolkit”: 0,7 euro (door UNICEF via Tanzania), 1,4 euro (aankoop lokale markt); De schoolvoorbereiding van jonge kinderen om op de vereiste leeftijd naar school te gaan: 1,6 euro per jaar/kind en de bouw/renovatie van klaslokalen/scholen volgens de aanpak van de “Kindvriendelijke Scholen”: een hele lagere school met 6 klaslokalen, een administratief blok, aparte toiletten voor meisjes en jongens 109.401 euro en een klaslokaal 18.210 euro.

Reeds in 2000 beloofde de VN-lidstaten om alle kinderen in de wereld naar de basisschool te sturen. Momenteel lijkt in zwart Afrika de vervulling van de tweede van de acht “Millenniumdoelen 2015” een vrome wens te blijven ondanks het feit dat landen zoals Burundi vooruitgang boeken. Daarenboven heeft de EU heeft in zijn hulppakket (’08-’13) maar slechts 4 procent van in totaal 22 miljard uitgetrokken voor investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Want de hulp die de EU geeft aan de ACP-landen (AfrikaCaraïbenPacific) gaan vooral naar grote infrastructuurwerken. Bovendien beschouwt het IMF deze uitgaven als een kostenfactor i.p.v. een investering. Ik ben alvast zeer fier op de vele vrijwilligers, verenigingen en bedrijven die voor UNICEF-Solidariteitsstad Sint-Niklaas het goeie voorbeeld geven en na wat ik hier gezien heb, ben ik overtuigd dat elke eurocent goed besteed is. We kunnen alleen maar hopen dat velen dit voorbeeld volgen en we er samen voor zorgen dat elk kind ook in Afrika tegen 2015 de kans krijgt op onderwijs. En het zo elke dag het dag van het Afrikaanse kind wordt.

“De rijkdom van Afrika komt niet alleen uit de bodem, als olie, koper of katoen,
maar de ware rijkdom van Afrika zijn de jongeren. Ik vraag uw hulp, maar vooral uw respect.”

Marième Diop, 22 jaar.

*De dag van het Afrikaanse kind valt op 16 juni omdat op die dag in Soweto, een voorstad van Johannesburg, tientallen jonge Zuid-Afrikanen werden doodgeschoten die op straat kwamen voor een beter onderwijs en tegen de verplichting om Afrikaanse te leren op school. Sindsdien geldt de 16de juni als een dag voor mobilisatie om het lot van de kinderen in Afrika te verbeteren. En omdat toeval niet bestaat, mijn eerste werkbezoek naar een Afrikaans land was Zuid-Afrika met als opdracht de opleiding van jeugdwerkers.