Dag: 3 oktober 2008

We hebben een huis gemaakt,nu moet het een thuis worden.

De Sint-Niklase schepen Wouter Van Bellingen (VlPro) brengt in zijn eerste boek, ‘Zeg maar Wouter’, zijn levensverhaal en hij doet zijn politieke standpunten uit de doeken. ‘Of ik in 2012 ga voor het burgemeesterschap? Waarom word ik nu al in die rol geduwd?’

‘Ben jij soms gelovig?, vroeg Luk Alloo me. Je weet toch hoeveel keer je het woord God hebt gebruikt in je boek? Tien, vijftien keer, dacht ik. Neen, meer dan vijftig keer, had Alloo becijferd’, begint Wouter Van Bellingen (36), zonder twijfel ’s lands bekendste schepen, het interview.

U stelt in uw boek voor geen godsdienstles meer te geven op de lagere school.
‘Godsdienst hoort niet in de scholen, wel in de privésfeer. Ik besef dat zo’n uitspraak hier en nu, begin eenentwintigste eeuw in Vlaanderen, nog altijd choqueert, en dat godsdienstloze scholen nog wel even een utopie zullen blijven. Dus ik stel een alternatief voor: een soort vergelijkende godsdienstwetenschap, opdat de kinderen uit al die religies zelf hun levensopvatting kunnen distilleren.’

U wil het Vlaamse volkslied, nu te veel gelinkt aan extreem-rechts, vervangen door een nieuwe hymne voor alle Vlamingen. U spreekt zich uit tegen een hoofddoekenverbod. U waarschuwt voor het ‘sluipend gif’ van het Vlaams Belang. Stof genoeg tot discuteren. Specifiek voor Sint-Niklaas wil u dorpswerkers aanstellen.
‘Het stadscentrum van Sint-Niklaas is vernieuwd, wat de Sint-Niklazenaar weer fier heeft gemaakt over zijn stad. Ook in de deelgemeenten mogen de inwoners niet klagen, want ook daar hebben we fors geïnvesteerd. Het huis is er, het moet nu ook een thuis worden. In Nieuwkerken hebben we al zo’n dorpswerker: iemand die vanuit het jeugdcentrum ’t Verschil ondersteuning geeft, niet alleen aan de jongeren maar ook aan de andere verenigingen. Bijna elke deelgemeente van Sint-Niklaas heeft nu al een jeugdcentrum. Mijn ambitie is dat die een voor een uitgroeien tot echte gemeenschapscentra voor sport, cultuur en verenigingsleven. De dorpswerker zou die gemeenschap dan vorm kunnen geven, de taken verdelen en beleidsmaatregelen van de gemeente omzetten in concrete acties.’

In uw boek staat u stil bij twee van uw voorbeelden: Martin Luther King en Barack Obama. Toevallig zwarten?
‘Ik had ook Mandela of Ghandi kunnen gebruiken. Misschien ben ik er gevoeliger voor om gekleurde mensen te kiezen. Maar ik kijk ook op naar mijn nonkel Amedee Verbruggen zaliger (‘de kasseilegger van de Vlaamse Beweging’, red.) Die is echt wel wit.’

Misschien wordt Obama de eerste zwarte president van Amerika. Is het in 2012 ‘Wouter Van Bellingen, de eerste zwarte burgemeester van België’?
‘Het is voorbarig om daarover uitspraken te doen.’

U schrijft: ‘Over de erfenis van Freddy Willockx zal alleszins zwaar gevochten worden, maar voor mij is het project Sint-Niklaas belangrijker.’ Beken toch kleur, en zeg dat u gaat meevechten, zeg dat u ook burgemeester wilt worden.
‘Er gaat een machtsvacuüm komen. Binnen het kartel staat Christel Geerts klaar, Mike Nachtegael wordt genoemd, ook Sofie Heyrman. En de CD&V wil ook de macht van Willockx overnemen. Of ik kandidaat-burgemeester ben? Ik word in die rol geduwd. Nu ook weer met mijn tweede plaats in de poll van Het Nieuwsblad over de machtigste Sint-Niklazenaren, na Willockx.’

De suggestie over uw kansen als burgemeester is toch terecht? Als politieke nieuwkomer deed u het bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen meteen goed en sinds het massahuwelijk bent u er alleen maar populairder op geworden.
‘Ik politieke nieuwkomer? Da’s een misverstand. Ik heb tien jaar op het stadhuis gewerkt als ambtenaar en in die rol schreef ik mee aan belangrijke beleidsplannen. Ik heb ook twee jaar in Brussel gewerkt op het Spirit-hoofdkwartier, waar ik de communicatie tussen de ministers, de Kamer en de lokale besturen verzorgde. En daarna ben ik in de gemeentepolitiek beland.’

‘Zeg maar Wouter’, uitgegeven bij Houtekiet, vanaf nu te koop tegen 16,50 euro.

Ik ben meer dan zwarte schepen.

Wouter Van Bellingen heeft in Sint-Niklaas zijn boek ‘Zeg maar Wouter’ voorgesteld. Hij wil vooral aantonen dat hij meer is dan alleen ‘die zwarte schepen’

In boekhandel ’t Oneindige Verhaal stelde schepen Wouter Van Bellingen zijn boek voor. Het verhaal van de zwarte schepen van Sint-Niklaas is genoegzaam bekend, zelfs tot ver buiten de landsgrenzen. Het massahuwelijk op de Grote Markt stond overal in de schijnwerpers. Waarom dan nog een boek? “In de media krijg je twee minuten of dertig lijnen om je verhaal te vertellen”, schetst Wouter Van Bellingen. “Toen een uitgever me voorstelde om een boek te schrijven, dacht ik ook eerst dat het onzinnig was. Maar eigenlijk kennen mensen mij niet, zeker niet door die snelle passages in de media. Ik ben voor vele mensen nog steeds ‘die zwarte schepen’, maar ik vind het goed dat dat beeld wordt vervolledigd, want ik ben meer dan dat. Ik was het beu om telkens weer te moeten reageren. Ik ben wel fier op dit boek. Ik spaar niemand, maar ik haal ook niemand onderuit. Ik blijf wie ik ben en kom uit voor mijn mening.”

Stef Van Bellingen, oudere broer van Wouter, vindt het wel een belangrijke boodschap. “Wouter is jong, maar tegelijk groot omdat hij zoveel aandacht krijgt. Door zijn mandaat heeft hij de aandacht op die verdoken tekenen van racisme naar de oppervlakte kunnen brengen. Hij heeft een belangrijke taak te vervullen. De toekomst ligt voor hem open.”

“Een gemoedelijk iemand”
“Ik heb Wouter leren kennen toen ik in het voorjaar voor het goede doel naar Mauritanië vertrok. Hij staat open voor alles, hij is een heel gemoedelijk persoon. Ik ben wel nieuwsgierig naar zijn boek. Ik denk dat ik het in één ruk zal uitlezen.” Mieke Praet

“Twee gevaren”
“In een boek kun je alle aspecten van jezelf aan bod laten komen”, zegt Vlaams minister voor cultuur Bert Anciaux. “Wouter is in dit boek voldoende chaotisch, creatief en kwetsbaar om helemaal Wouter te zijn. Ik raad hem aan om op te letten voor twee gevaren: jaloezie en zelfoverschatting. Maar de nuchterheid van zijn vrouw Katrijn zal hem helpen op zijn weg.”

JoVe, GVA