Ik leef sober en voel me daar goed bij.

Miel Aerssens, 12 mei 1940.
Voorzitter van Davidsfonds, actief lid van Dorpsraad, Tinelcomité, Heemkundige Kring Den Dissel, medewerker info Sinaai, lid van Natuurpunt, Velt, vzw Durme, vzw Pannenweel en ook actief in de parochie en begeleider van begrafenissen. Deze lijst is niet limitatief.

Gazet van Antwerpen gaat elke dag op zoek naar een jarige bij jou in de buurt en zet op die manier een streekgenoot even in de kijker. Vandaag spreken we met Miel Aerssens uit Sinaai.

Op jeugdhuis Troelant na zijn er weinig verenigingen in Sinaai waar Miel Aerssens geen lid van is. Bovendien kennen generaties tot 18 jaar geleden hem als onderwijzer in de lagere school van het college in Sint-Niklaas. Aerssens woont in de Hondsneststraat, op een steenworp van het stiltegebied op de grens van Sinaai met Stekene.
Die omgeving heeft hem gemaakt tot wie hij is. We spreken met een groene jongen, iemand die het al was voor de term werd uitgevonden.

U bent het prototype van de Sinaainaar en toch gaf u les als onderwijzer in het college in Sint-Niklaas. Vanwaar die misstap?
(lacht). Toeval. Ik studeerde af in de Bisschoppelijke Normaalschool in Sint-Niklaas in juni. Ik oktober kwam in het college de plaats van de u wellicht niet onbekende Andr� Van Landeghem vrij toen die inspecteur werd. Na een maand in Beveren begon ik daarna in het college.

Gaf u als onderwijzer ook al een groene boodschap mee?
Ja. Onlangs schreef Wouter Van Bellingen in een column dat ik hierdoor zijn favoriete leraar was. Dat was een beetje te veel lof, vind ik. Misschien komt het ook omdat ik hem toen in zijn anders zijn heb verdedigd.

Was Wouter Van Bellingen een brave leerling?
Hij was toen al heel uitbundig. Het was een plezant kind. Hij sprong wel vaak van het ene naar het andere. Hij spreekt nog even onduidelijk als toen. Ik heb er toen nochtans veel pijlen op verschoten om dat te veranderen. Tevergeefs dus (lacht).

Nog bekende leerlingen gehad?
Walter Roggeman, de huidige directeur van het College. Hij sprong er als kind echt uit, heel intelligent.

De tijden zijn veranderd: zou u de job van onderwijzer anno 2008 nog zien zitten?
Heel zeker. Zo veel is er niet veranderd. Kinderen blijven kinderen. In mijn tijd had je ook al ouders die kwamen ….reclameren… als hun kinderen straf hadden gekregen. Het is eens voorgevallen dat een vader een leraar een mep op zijn gezicht verkocht omdat hij niet akkoord ging.

Wanneer we naar de tuin wandelen voor een foto, laat ik spontaan vallen: “Hé, hier is nog heel wat werk aan de winkel”. Fout. De welig tierende brandnetels en de boterbloemen staan daar met instemming van de eigenaar van de tuin. Gemaaid blijken ze zeer nuttig als compost maar er is meer. In dit soort onkruid huizen roofinsecten. Zoals de naam het laat vermoeden, maken die jacht op andere insecten die wanneer ze in te grote getallen voorkomen, nadelig zijn voor de fruitteelt.

Spuiten komt er hier niet aan te pas?
Neen. Ik heb nog liever geen opbrengst van mijn fruitbomen dan dat ik die met sproeistoffen moet bekomen. Ik heb daar vroeger met mijn vader nog discussie over gehad. Tijdens de jaren 50 keek men niet op een litertje min of meer. DDT en van die producten. Mijn pa lachte me uit: van jouw groenten, daar komt nooit wat van. Maar het lukte me wel. Mijn vader heeft het allemaal mooi opgegeten (lacht). Ik heb ook al discussies gehad met boeren. Ze snappen niet dat ik als boerenzoon zo redeneer.

Waar is het foutgelopen?
Het liep niet fout bij mij maar met de landbouw zelf. Heel vroeger waren landbouw en natuur in harmonie met elkaar. Het begon allemaal te veranderen tijdens de jaren vijftig, met het massaal introduceren van chemicaliën. Neem nu appels. Ik durf er alleen maar uit mijn eigen tuin te eten. Die uit de winkels zitten vol vergif.

U lijkt me iemand die geen vlieg kwaad zou doen. Ook geen spin die aan het plafond van de woonkamer naar beneden komt?
Neen. Waarom? Die diertjes zijn nuttig. Ze verdwijnen toch weer vanzelf. Spinnewebben verwijder ik wel. En muggen, daar moet ik niets van hebben. Die mep ik wel degelijk dood.

U woont hier heel rustig.
Het stiltegebied ligt hier niet ver. Dat valt wel mee. Al stel ik vast dat hier tijdens de spitsuren steeds meer verkeer passeert. Sluipverkeer, maar ik zou niet weten waar ze vandaan komen en waar ze heen rijden. Zelfs ’s nachts. Chauffeurs die alcoholcontroles vermijden? Dan hoor ik ook vaak vrachtwagens voorbijrijden. Misschien met verdachte ladingen? Ik zou het niet weten. Eigenlijk woon ik hier zonevreemd. Dit is agrarisch waardevol gebied.

Geen schuldgevoelens?
(lacht). Neen. Dit is mijn stek. Ik ben hiernaast geboren.

Is het nooit moeilijk om consequent groen te blijven?
Ja. Neem mijn auto. Ik weet dat hij verschrikkelijk vervuilt want hij is oud. Maar ik leg amper 5.000 km per jaar af. Een nieuwe kopen valt duur uit. Ik heb soms wel een auto nodig. Ik neem consequent de fiets, ook als het koud is. Maar als het regent, dat kan ik niet goed hebben. Ik ben niet fanatiek. Ik leef sober en voel me daar goed bij. Ik ga wel eens uit eten en drink dan wel een glas wijn of bier maar een fuifbeest, dat ben ik nooit geweest…

KODE, GVA

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s