Dag: 23 maart 2007

Van een ‘feestje onder vrienden’ tot hoofdpunt in het wereldnieuws.

Die ochtend in de krantenwinkel. Mevrouw Van Bellingen, Katrijn Vandevoorde, siert zowat alle voorpagina’s van de Belgische kranten. Innig zoenend met de bekendste schepen van het land op het huwelijk dat meer fotografen lokte dan dat van het prinsenpaar. Nog wat suf van het grote feest geeft ze haar nuchtere commentaar. ‘Ze hadden me op voorhand wel even kunnen waarschuwen. Ik wou er een feestje onder vrienden van maken en ineens moest ik het podium op. Echt wel schrikken. Onze kus duurde wat langer omdat al die fotografen het perfecte plaatje wilden schieten’, lacht ze.

Vijftien jaar samen, tien jaar getrouwd. Een huwelijk getrokken uit de Vlaamse klei. “Wouter is ne gewone van hier, maar met een kleurtje. Zo denken we er toch over in Sint-Niklaas.” Heel lang geleden moeten ze zelfs als ukjes nog samen gespeeld hebben – zo wil de familiesaga –, maar dat weten ze zelf niet meer. Later zaten ze samen op school en bij de scouts, op hun twintigste werd het menens. Zij vond zich nog te onbezonnen om te trouwen, hij kon niet
wachten. “Hij verkondigde meteen dat ik zijn vrouw zou worden. Wouter heeft nu eenmaal een klare kijk op het leven. En als hij iets wil, gaat hij ervoor”, mijmert Katrijn Vandevoorde. Tijdens het interview blijft ze herhalen dat ze liever in zijn schaduw staat. Wat te stil, wat te verlegen noemt ze zichzelf. De tegenpool van haar man. “Ik ben helemaal geen Wouter. We verschillen totaal, qua huidskleur en karakter. Wit en zwart. Twee mensen die elkaar perfect aanvullen.”

Hoe is het om samen te leven met de mediahype van het moment?
“Tot de massatrouw bleef ik bewust op de achtergrond. Ik ben een rustige, voor onze kinderen Casper en Zita moet het
ook een beetje doenbaar blijven.”

Toch stond u zoenend op het podium van ‘Sint-Niklaas gaat vreemd’.
Net zoals Wouter wist ik niet echt hoe ‘de dag van het grote jawoord’ in elkaar zat. Samen met een paar vrienden wou ik er een leuk feest van maken, tot ze me uit het publiek plukten. Zonder medeweten van Wouter had ik me ingeschreven voor de symbolische trouwgelofte. En daar hoorde nu eenmaal een kus bij. Die duurde wat langer omdat al de fotografen het perfecte plaatje wilden schieten.” (lacht)

Uw man noemde de massatrouw ‘een ongelooflijke gok’. Was u bang dat het hele gebeuren niet zou aanslaan?
“Toen ik aankwam op de Grote Markt zag ik maar een paar witte trouwjurken her en der verspreid op dat reusachtige plein. Wel een mooi gezicht, maar ik vreesde dat de avond zou eindigen met meer pers dan
volk. Uiteindelijk is het ruimschoots in orde gekomen.”

Hoe staat u tegenover de oorspronkelijke weigering van de drie koppels?
“Er zijn veel ergere dingen dan die paar weigeringen. Wij zijn nuchtere mensen. Eigenlijk was het hele voorval te banaal voor woorden. Het gedrag van die koppels heeft zoveel weerklank gekregen omdat het zo’n zuiver, manifest geval van racisme is. Je kunt er gewoon niet naast kijken. Sluimerende onverdraagzaamheid valt niet op.”

Begrijpt u dat de media hem zo doodknuffelen?
“Nee. (zwijgt even) Omdat het zo’n lieve jongen is, zeker? (lacht) De aandacht in het begin overdonderde me totaal. Al kan ik het nu al wat beter plaatsen. Wouter weet echt waarvoor hij staat. Zijn nuchterheid charmeert veel mensen, al is ze voor mij vanzelfsprekend. Wat moet je anders doen? Ons leven draait gewoon door. Hier bij ons thuis, op het stadhuis. Hij blijft vader, echtgenoot, schepen.”

Zijn jullie als koppel vaak geconfronteerd met racisme?
“Mijn vader kon er niet mee lachen toen ik met Wouter thuiskwam, nu nog niet trouwens. Dat maakt je voelsprieten extra
gevoelig voor racisme. (stil) Alleen mijn papa reageert zo, ik heb fantastische tantes en nonkels. Het is te moeilijk om dat hele verhaal in een paar zinnen te gieten, dus wil ik er niet meer over zeggen.
“De kinderen zijn nog te klein om problemen te hebben met hun huidskleur. Mulatjes vindt iedereen schattig, hé. Soms
valt er wel eens een opmerking, maar kinderen zijn nu eenmaal hard voor elkaar.”

Klopt het beeld van ‘de altijd lachende zwarte schepen’?
“Hij is gewoon zo. Toch vindt niet iedereen hem een gemakkelijk man. Als Wouter iets wil, dan gaat hij er volledig voor. Hij is altijd een paar stappen voor op de rest, de anderen kunnen niet altijd volgen. En als hij iets in zijn hoofd heeft, dan moet het snel gaan.
“Wouter is een vanzelfsprekende leider, al van bij de jeugdbeweging. Vaak geloofden de andere scouts niet dat hij zijn rare plannen zou kunnen uitvoeren, maar hij kon ze altijd meetrekken. Toch kan hij werk en privé heel goed scheiden. Hij kan hard en lang discussiëren, maar daarna pakt hij een pint met zijn tegenstanders.”

Ali Sahli, zijn trouwe bondgenoot, noemt hem een ‘oer-Vlaming met een kleurtje’.
“Hij is nog meer Sint-Niklazenaar dan Vlaming. Toen we op kot zaten in Gent wilde hij elk weekend naar huis. Als de
trein Sint-Niklaas naderde, riep hij altijd: ‘We zijn er!’ Als het aan mij had gelegen, waren we een paar jaar langer in Gent blijven plakken. Maar ik zou hem nooit hebben kunnen overhalen. In Sint-Niklaas bevindt zich alles wat hij is en wat hem gemaakt heeft. De scouts, de jeugddienst, het jeugdhuis, zijn familie. Deze stad is echt zijn thuis. Voor de Sint-Niklazenaars is hij ook ne gewone van hier. Maar dan met een kleurtje. Zoals iedereen is wie hij is, is hij Wouter. Niemand staat hier nog stil bij zijn zwarte huid.”

Snapte u zijn switch van de jeugddienst naar de politiek?
“Op een dag kwam hij thuis en kondigde aan dat we eens serieus moesten babbelen. Ik schrok me rot, maar hij vertelde dat hij definitief gekozen had voor de politiek. Wat me totaal niet verbaasde. Als het erin zit, moet het eruit. De politiek zit Wouter gewoon in het bloed. Vroeger noemden onze vrienden hem al ‘Wouter, de politieker’.
“Bij de gemeenteraadsverkiezingen hield ik wel mijn hart vast. Ofwel ben je voor ofwel ben je tegen Wouter. Dus ging hij heel veel of heel weinig stemmen halen. Gelukkig is het de eerste optie geworden. Jammer genoeg had Ali net tien stemmen te weinig om in de gemeenteraad te geraken. Echt zonde.”

Zou hij zich thuis voelen in de Kamer of de Senaat?
“De echte politiek laat ik aan hem over. Wouter is de politicus, ik niet. Hij zal nog minder thuis zijn, al zien we hem nu al nauwelijks. Het hele gedoe zorgt ervoor dat hij nog maar een paar uurtjes per nacht slaapt. Maar hij moet ermee doen wat hij wil.”

Deelt u zijn bewondering voor de Vlaamse Beweging en grootoom Amedee Verbruggen?
“Ik kan me er wel in terugvinden, al ben ik er minder bewust mee bezig. Bij mij thuis werd er nooit over politiek gepraat. Ik kom uit een doorsneegezin. Heel rustig, ver weg van de politiek. Niks extravagants. Ik ben zo’n beetje de uitzondering (lacht).”
TP, De Morgen

Ik hoop dat het nu wat rustiger wordt

De kus die de Sint-Niklase schepen Wouter Van Bellingen zijn vrouw woensdagavond gaf, was wereldnieuws. Katrijn Vandevoorde, alias mevrouw Wouter Van Bellingen, beleeft hectische tijden. “Ja, ik hoop dat het nu wat rustiger wordt. Maar ik ben wel heel erg fier op de manier waarop Wouter dit heeft aangepakt.”

Hebt u als blanke vrouw met een zwarte man vroeger ook vervelende opmerkingen moeten slikken?

Niet meteen. Meestal gebeurt het onrechtstreeks: gefluister over ons, dat soort dingen.

U hebt twee kinderen van 5 en 3: wat vinden zij van de commotie rond hun papa, de zwarte schepen?

Ik heb hun wel uitgelegd wat er aan de hand is, maar ze zijn nog te jong om de draagwijdte echt te begrijpen. Ik zet niet speciaal de tv aan om te zeggen: “Kijk, kijk, daar is papa!” Maar ze zien hem natuurlijk wel. Op Ketnet bijvoorbeeld.

Het massahuwelijk was één grote golf van positieve energie. Intussen duiken op het internet ook steeds meer kritische reacties op: bestaan die koppels wel echt of gaat het om opgezet spel.

Wouter ziet al die dingen ook wel op internet. Hij blijft er nuchter bij en heeft daar geen last van.

Bent u nooit bang dat ze hem ooit wél eens echt zullen kwetsen? Politiek kan heel hard zijn.

Ik denk wel dat hij daar voldoende op voorbereid is.

Het gaat allemaal wel héél snel: in oktober verkozen in de gemeenteraad, nu schepen en binnenkort wellicht parlementslid. Zal hij cumuleren of kiezen?

Weet u, wij liggen daar nu nog niet van wakker. We laten de dingen op ons afkomen en maken er dan het beste van. Een echt plan voor onze toekomst hebben we niet.

Luistert hij naar u? Als u bijvoorbeeld vraagt om wat meer thuis te zijn?

Hij luistert wel naar mij, ja. (lacht) We babbelen wel heel veel, maar ik ben niet echt met politiek bezig. En dat hij veel weg is voor allerhande vergaderingen? Ik heb hem nooit anders gekend. Al was het de voorbije dagen uiteraard wel wat extreem.

Mist u hem in het huishouden?

(lacht) Niet echt. Zijn inbreng spitst zich vooral toe op de kinderen.

Bent u nooit nieuwsgierig geweest naar de mensen die uw man afwezen?

Nee, het doet er niet toe wie ze zijn. Wat telt, is dat zo’n gedrag nog bestaat. Al hoop ik dat die mensen intussen zijn geschrokken en van gedachten veranderd zijn…

KODE,GVA

Zwarte schepen na de massatrouw en 170 interviews.

Het was nooit gezien: een zwarte schepen uit het piepkleine België die samen met zowat 700 koppeltjes vanuit het nog kleinere Sint-Niklaas de hele wereld een lesje gaf in naastenliefde. De beelden en reacties van het massahuwelijk dat schepen Wouter Van Bellingen (Spirit) eergisteravond voltrok, gingen van Washington over Londen, Doha en Tokio tot Canberra. «Nooit gedacht dat dit zo’n impact zou hebben», zegt Van Bellingen een dag later. «Liefde en verdraagzaamheid hebben gezegevierd.»

Mijnheer Van Bellingen, u bent een moe maar gelukkig man?

«Zeker. Rond vier uur ben ik gisterochtend in een soort van feestroes thuisgekomen. Het was een zalige en deugddoende belevenis. Dat ik samen met in totaal een 5.000-tal sympathisanten een duidelijk signaal door de hele wereld heb kunnen sturen, geeft mij een enorme voldoening. Je moet echt compleet gek zijn om niét tevreden te zijn met dit resultaat. Ik wil iedereen die woensdag in regen en wind zijn steun kwam betuigen nog eens van harte bedanken.»

Voelde u zich niet wat ongemakkelijk bij het toespreken van zo’n massa ?

«Ik herinner me nog de dag dat ik zelf trouwde. De hele ochtend waren mijn vrienden en familie druk in de weer. Terwijl zij gestresseerd rondliepen, zat ik rustig in de zetel de krant te lezen. Ik ben dus van nature geen zenuwachtige persoon. Maar het deed me wel iets, woensdag op dat podium. Het wás indrukwekkend, maar het gevoel van ‘we zijn onder vrienden’ heeft alle twijfels weggenomen.»

Vond u het niet vreemd dat zoveel buitenlandse media op de actie zijn afgekomen?

«Eerst wel, maar achteraf bekeken niet echt. Het is nu duidelijk dat iedereen in de wereld wel eens met racisme te maken krijgt en dat heel veel mensen daar de buik van vol hebben. Ik denk dat het massahuwelijk een sterk signaal is geweest, een teken dat het ook anders kan. Iedereen wilde tonen dat blank, zwart, geel, rood, blauw of groen gemakkelijk door één deur kunnen. Als we dat willen tenminste.»

Hoeveel interviews hebt u de voorbije maanden gegeven?

«Bijna niet te tellen. De afgelopen drie dagen een vijftigtal, de voorbij twee maanden zo’n 170, schat ik. In het Engels, Frans en het Nederlands. Live, per telefoon en e-mail, vanuit alle hoeken van het land, maar ook vanuit Peru, Thailand, de VS en zelfs Litouwen. Onwaarschijnlijk.»

Stopt het hier?

«De échte dagelijkse strijd tegen het racisme laat ik nu graag over aan organisaties zoals het Centrum voor Racismebestrijding. Ik wil geen symbool zijn. Ik ben meer dan dat. Ik ben een mens, een schepen. De burgers van Sint-Niklaas verwachten dat ik mij bezighoud met het werk waarvoor ze mij hebben verkozen. Dat ga ik dan ook doen.»

Nog meer trouwpartijen?

«Je mag gerust zijn. Sinds de dag dat bekendraakte dat drie koppels niet door mij wilden gehuwd worden, stromen de aanvragen binnen. Momenteel staat de teller al op 200, een kwart meer dan andere jaren.»

JFR,HLN

L’échevin noir et les mariés de Saint-Nicolas.

Cela restera un temps fort de la Journée internationale contre le racisme. Le 21 mars, sur la grand-place de Saint-Nicolas, en Flandre orientale, quelque 700 couples ont participé à la plus grande noce jamais orchestrée en Belgique, formulant ou renouvelant leur serment de mariage, devant Wouter Van Bellingen (Spirit), premier échevin d’origine africaine désigné en Flandre. Une cérémonie à haute valeur symbolique. En février dernier, Van Bellingen avait fait la Une des journaux : trois couples avaient refusé qu’il célèbre leur union, en raison de la couleur de sa peau. Ce mercredi, les néerlandophones ont voulu casser cette image d’une Flandre raciste.

Cette initiative pleine de bons sentiments ne parvient toutefois pas à dissiper un certain malaise : la xénophobie est en hausse. Un comble en cette Année européenne de l’égalité des chances pour tous. En 1997, une première Année européenne contre le racisme avait déjà été organisée. C’était un an après l’affaire Dutroux et la Marche blanche. A l’époque, tout le monde avait en mémoire la mort tragique de Loubna Benaïssa, assassinée à Bruxelles, à l’âge de 9 ans. On avait alors dit, peut-être un peu vite, que ce drame avait eu un effet rassembleur, qu’il avait favorisé l’intégration des musulmans dans la société belge. Comme la catastrophe minière du Bois du Cazier, à Marcinelle, en 1956, avait mieux fait accepter la communauté italienne immigrée en Belgique.

Las. Le 13 février dernier, l’Année européenne de l’égalité des chances a été lancée, à Bruxelles, dans l’indifférence quasi générale. Pour l’occasion, un Eurobaromètre sur les discriminations a pourtant été rendu public. Verdict ? Nos compatriotes se sentent davantage mal à l’aise avec les étrangers que l’Européen moyen. Trois Belges sur quatre considèrent comme un handicap le fait d’être d’une origine ethnique différente, contre seulement trois Européens sur cinq. Ne pas avoir la même religion que la majeure partie de la population pose également davantage problème aux Belges (50 %) qu’aux autres Européens (39 %). Le plus inquiétant ? Une franche majorité de nos concitoyens (67 %) affirment que les discriminations ethniques sont plus fréquentes aujourd’hui qu’il y a cinq ans, alors qu’une minorité seulement des Européens (49 %) le pensent. De même, les discriminations religieuses auraient aussi progressé en cinq ans, pour 58 % des Belges interrogés, contre 42 % à l’échelle européenne.

Et pour cause : selon le Centre pour l’égalité des chances et la lutte contre le racisme, des tabous tombent. Certains Belges éprouveraient de moins en moins de difficultés à s’avouer clairement racistes. Mais ils se feraient aussi plus régulièrement traiter de « sales Belges ».

A cause d’un nombre envahissant d’immigrants ? Voire. Au 1er juillet 2006, la Belgique comptait 911 258 personnes étrangères, soit 8,6 % de la population. Leur part a crû de 1960 jusqu’au début des années 1980. Depuis, elle a plutôt tendance à régresser ou à stagner, car beaucoup d’immigrés ont adopté la nationalité belge. Pendant longtemps, la Belgique francophone a pu se targuer d’accueillir proportionnellement beaucoup plus d’étrangers que la Flandre, sans avoir fait le lit d’un vote important d’extrême droite. Actuellement, Bruxelles dénombre 27,1 % d’étrangers, pour 9,1 % en Wallonie. Mais, désormais, c’est la Flandre prospère qui enregistre l’afflux le plus massif d’immigrés (une augmentation de 5,7 % l’an dernier, contre 1,4 % en Wallonie). Au total, la Flandre ne compte néanmoins que 5,3 % d’étrangers. Elle n’a donc pas encore comblé son retard. Mais peut-être cela ne tardera-t-il pas.

Car il ne faut pas se bercer d’illusions : une société refermée sur elle-même n’est plus concevable. Ni souhaitable. L’Europe s’élargit. Et doit faire face aux nouveaux défis de la diversité des cultures, des croyances et des modes de vie. C’est une question de dignité humaine. Mais des arguments socio-économiques incitent aussi à lutter contre les discriminations. Pourra-t-on persister à exclure autant de gens du marché du travail ? La population belge vieillit, la natalité décline et le nombre d’actifs se réduit. Pendant ce temps, le taux de chômage des diplômés universitaires de nationalité turque ou marocaine est supérieur de 30 % à la moyenne nationale. Quel gâchis !

DDK© 2007 Le Vif L’Express