We moesten net iets langer nadenken over wie we zijn.

Voor broers Wouter en Stef Van Bellingen is racisme dagelijkse realiteit.
Politicus Wouter (34) en kunstcurator Stef (43) Van Bellingen hebben een Vlaams-nationalistische stamboom en een donkere huidskleur.”Racisme is een levenslange realiteit”, ondervinden ze.

Wie nog een originele ceremonie voor zijn huwelijk zoekt, moet op 21 maart op de Grote Markt van Sint-Niklaas zijn. Dan zal de schepen van Burgerlijke Stand, Wouter Van Bellingen (Spirit), het Grootste Symbolische Huwelijksfeest inleiden. Het is zijn antwoord op de drie paren die weigerden zich door hem te laten trouwen omdat de schepen een zwarte huidskleur heeft. Weldenkend Vlaanderen reageerde geschokt om zo’n primair racisme. Grote broer Stef, ook een adoptiekind met donkere huidskleur, was ook geschokt, maar allerminst verbaasd.

Wat dacht u toen u het nieuws hoorde?

Stef: “We wisten van tevoren dat dat zou gebeuren. Toen mijn broer schepen van Burgerlijke Stand werd, hebben we tegen elkaar gezegd dat daar ooit problemen van zouden komen. Racisme is voor ons een levenslange realiteit.”
“De media-aandacht vond ik eigenlijk veel verrassender. Positief daaraan is dat het racisme nu eens heel duidelijk getoond is. En ik bewonder Wouter omdat hij in de politiek is gestapt om dat te bestrijden. Maar ik ben pessimistischer dan mijn broer. De mensen waren heel verontwaardigd, omdat het om zo’n flagrant racisme ging. Maar in essentie zie ik weinig veranderen.” U had het er tevoren al over gehad dat dit zou gebeuren?

Wouter: “Ik had ook vrienden en collega’s gewaarschuwd dat mensen problemen konden hebben met een zwarte schepen. Maar ik dacht wel dat ik bezwaren zou kunnen wegwerken met een persoonlijk gesprek. Dat het zo zou escaleren, had ik niet verwacht.”

Stef: “Eerlijk gezegd ben ik niet zo gelukkig met die enorme media-aandacht, omdat het de situatie wat te simplistisch voorstelt. De echte problematiek dreigt niet door te dringen.”

En die is?

Stef: “Wij zijn geadopteerd. Onze cultuur is door en door Vlaams. Als wij het woord landschap’ uitspreken, zien we een landschap van hier. Toen Wouter als kind voor het eerst het woord huidskleur gebruikte, had hij het over een hele bleke kleur. Ik bedoel maar: wij delen alles van deze cultuur, en toch worden we ergens van uitgesloten.”

Wouter: “Wat mij opviel, is dat zoveel mensen verbaasd waren dat dit kon gebeuren. Hoe is zoiets mogelijk?’ vroeg onze burgemeester. Men beseft maar niet dat dat soort racisme voor ons dagelijkse realiteit is.”

Stef: “Er is het openlijke racisme, waar we van kinds af mee zijn geconfronteerd. Ik ben tien jaar ouder dan Wouter. Ik ben een mulat en was een van de eerste kleurlingen in Sint-Niklaas. Mij hebben ze nog de toegang geweigerd in cafés. Jongeren kwamen zeggen dat ze mijn jongste broer een pak slaag zouden geven.”

“Maar dat racisme is duidelijk. Veel moeilijker wordt het als de uitsluiting onzichtbare vormen aanneemt. Als ik in de trein zit en de hele wagon is bijna volzet, is de plaats naast mij de laatste die wordt ingevuld. Of nog banaler: mensen beginnen altijd in het Frans tegen mij. Amai, u spreekt goed Nederlands’, zeggen ze dan.”

Wouter leek luchtig te reageren, maar heeft het u toch niet diep gekwetst?

Wouter: “Nee. Toen de ambtenaar mij vertelde dat een stel geweigerd had zich door een zwarte schepen te laten trouwen, heb ik geantwoord dat dat hun probleem was. Hun alternatief was verhuizen, zes jaar wachten of niet trouwen. Maar het is een misvatting dat ik dit weglach. Dat ik sereen blijf, betekent niet dat ik hier niet zwaar aan til. Los daarvan heb ik wel de macht om te zeggen dat het hun probleem is. Dat is anders voor iemand die wegens zijn zwarte huidskleur voor een baan geweigerd wordt.”

Stef: “De humor is een overlevingsmechanisme.”

U bent kunstcurator.

Stef: “Ik werk als freelance kunstcurator. Ik ben verbonden aan enkele instituten en geef les aan Sint-Lucas in Gent. Vorig jaar richtte ik met enkele mensen in Sint-Niklaas de vzw Warp op om de hedendaagse kunst een plaats te geven.”

“We zijn met kunst opgevoed. Er kwamen veel kunstenaars bij ons aan huis, mensen als Jan Decleir, bijvoorbeeld. Ik heb archeologie gestudeerd, maar ik ben in de ban geraakt van de hedendaagse kunst. Misschien omdat ik een zekere verwantschap voelde. Net als ikzelf neemt hedendaagse kunst een aparte positie in binnen de samenleving. Onze aanwezigheid stelt de gevestigde orde in vraag.”

Ook politiek?

Stef: “Neen. Politiek is Wouters terrein. Al heeft Nelly Maes mij destijds ook gevraagd om in de politiek te stappen, toen nog bij de Volksunie.”

Wouter (lachend): “Ik was tweede keus.”

Stef: “Wouter is veel socialer en communicatiever dan ik. Ik zie hem nog als kind zitten kaarten met de buurjongens. Dat is iets wat ik absoluut niet kan.”

U bent tien jaar ouder dan Stef. Herinnert u zich de komst van Wouter?

Stef: “Heel precies. We zaten ’s avonds aan tafel aardappelen te eten. De telefoon ging, vader nam op – wat niet van zijn gewoonte was – en riep naar ons moeder: Simonneke, ze vragen hier van Caritas Catholica of we nog een kleintje willen. Het is een zwartje en het ligt nog in de couveuse.” Na enkele seconden zei mijn moeder ja. De volgende dag zijn we gaan kijken en tien dagen later woonde Wouter bij ons.”

“De situatie thuis was trouwens nog complexer dan dat. Onze ouders hebben vier kinderen van kleins af geadopteerd. Maar daarnaast hebben er ook verschillende pleegkinderen bij ons gewoond. We waren eens met het gezin in Parijs. Een zwarte student zag Wouter zitten en sprak ons aan. Hij vertelde hoe moeilijk hij het had. Op slag nodigden onze ouders hem uit om de weekends en de vakantie in Sint-Niklaas door te brengen. Dat was de sfeer thuis. Wij vonden dat compleet normaal. Het heeft lang geduurd voor we beseften dat de buitenwereld dat totaal abnormaal vond.”

Het is in 2007 nog moeilijk voor te stellen dat een Vlaams-nationalistisch gezin toen zo’n open kijk op de wereld had.

Stef: “Onze ouders behoorden tot de romantische strekking: ze waren Vlaming om in Europa en de wereld te staan. Ze waren heel sociaal geëngageerd en zeer cultureel geïnteresseerd. Ze streden voor de eigen taal als recht op cultuur. Iedereen kwam bij ons over de vloer: van extreem-links tot extreem-rechts. Van drugsverslaafden tot notabelen.”

Ook de extreem-rechtse nationalisten kwamen aan huis.

Stef: “Dat heb ik altijd een angstaanjagende club gevonden. Mijn ouders hebben me ooit naar het VNJ gestuurd. Dat was naïef van hen, hebben ze later beseft. Een kleurling in het VNJ kon nooit aanvaard worden. Het zijn pijnlijke herinneringen, die ik liever verdring. Die sfeer, het gevoel niet gewenst te zijn: ik heb als klein ventje werkelijk angst gehad van die rechtse extremisten.”

Wat betekent het voor u beiden om Vlaming te zijn?

Stef: “Dat mijn taal volledig is ingevuld door de cultuur van hier. Het Vlaams-nationalisme, daarentegen, heb ik alleen maar enger en extremer zien worden.”

Wouter: “Door onze achtergrond kunnen we des te meer zeggen dat we echte Vlamingen zijn. We hebben daar gestaan, aan de IJzertoren. In Spirit zijn er weinig die zo’n Vlaamse stamboom hebben als ik (Wouter en Stef zijn achterneven van Amedee Verbruggen, een van de grondleggers van de Vlaamse beweging in het Waasland, nvdr). Maar tegelijk heeft onze specifieke situatie ons bewustzijn aangescherpt.”

Stef: “Ons Vlaming-zijn is nooit vanzelfsprekend geweest. We hebben net iets langer en dieper moeten nadenken over wie we zijn.”

Lieven Sioen © Corelio

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s