Archief

Archief voor de ‘Mening’ Categorie

Glokalisering: Visie op internationale samenwerking voor steden en gemeenten.

Uittreksel GR 24 juni 2011.

Buitenlandse activiteiten.

Spreker stelt vast dat uit het door hem gevraagde en door de stadsdiensten bezorgde overzicht van de internationale werkbezoeken van afgevaardigden van het stadsbestuur in de periode 2007-2011, voor een totale kostprijs van circa 50.000 EUR, blijkt dat ongeveer de helft daarvan werd uitgegeven aan werkbezoeken van één bepaalde schepen. Hij stelt zich vragen bij de return van de missies die door de betrokken schepen werden volbracht en vraagt zich af of dergelijke missies wel tot de taken van een stad behoren.

Schepen Wouter VAN BELLINGEN (SOS 2012) legt uit dat 20.000 EUR van het totaal bedrag van circa 50.000 EUR werd betaald met middelen van de Vlaamse en de federale overheid. Hij wijst op de toenemende internationalisering van de samenleving en op de belangrijke rol die de gemeenten daarin moeten vervullen. Ook de lokale overheden worden immers geconfronteerd met het effect van de internationalisering op het dagelijks leven. In dit verband kan ook worden gesproken van glokalisering, ingevolge de gelijktijdigheid van globalisering en versterking van het lokale niveau.

Bijna alle gemeenten in Vlaanderen onderhouden steeds meer sociale contacten, ook met buitenlandse gemeenten. De buitenlandmissies van het stadsbestuur kunnen worden onderverdeeld in 7 categorieën:

- Stedenband met Tambacounda (Senegal) – bestuurskrachtversterkende dimensie.

De missies naar Tambacounda zijn noodzakelijk om de 2 samenwerkingsdomeinen – afvalbeleid en burgerlijke stand – ter plaatse te evalueren en bij te sturen. Tijdens deze missies worden bovendien de ac-tieplannen per jaar opgemaakt en wordt de stand van zaken besproken. Beide samenwerkingsdomeinen worden ondersteund met Vlaamse en federale subsidiemiddelen. De subsidiërende instanties ver-eisen bij iedere missie de opmaak van referentietermen, een gedetailleerd programma en een degelijk missierapport na afloop. Deze documenten werden voor alle missies opgemaakt en zijn ter inzage.

- Gemeenschapsband met Al-Hoceima (Marokko) – sociale dimensie.

De meerderheid van de Marokkaanse gemeenschap in Sint-Niklaas is afkomstig uit de regio van Al-Hoceima. In 2004 werd Al-Hoceima getroffen door een zware aardbeving. Tal van Sint-Niklase organisaties hebben toen acties ondernomen om de inwoners van Al-Hoceima te helpen. Het stadsbestuur maakte een budget vrij voor noodhulp aan de getroffen personen. Gezien de band tussen beide steden is de idee ontstaan om verdere mogelijkheden tot samenwerking te onderzoeken. De bedoeling van de-ze samenwerking is dat verschillende groepen uit beide steden betrokken raken en dat dit beide steden ten goede komt. Deze samenwerking kan een ideale manier zijn om meer dialoog tussen de gemeenschappen te creëren in Sint-Niklaas én in Al-Hoceima. Momenteel wordt samengewerkt rond de thema‟s jeugd en onderwijs. Het stadsbestuur speelt in deze samenwerking de rol van regisseur, dat wil zeggen dat het als link fungeert tussen de partnerorganisaties in beide steden en de samenwerking tussen alle partners coördineert. Vanuit deze rol neemt het stadsbestuur deel aan werkbezoeken naar Al-Hoceima. Bij iedere missie worden referentietermen en een programma opgemaakt. Na de missies wordt een rapport opgemaakt dat ter inzage is.

- Samenwerking met Suqian (China) – economische dimensie.

In oktober 2008 had een eerste missie plaats naar de stad Suqian, die was bedoeld om te peilen naar de economische uitwisselingsmogelijkheden tussen het Waasland en Suqian, de mogelijkheden tot ver-zustering tussen de steden Suqian en Sint-Niklaas, de uitwisselingsmogelijkheden op het vlak van on-derwijs en onderzoek, en de mogelijkheden tot onderzoek rond het kweken van het Belgisch-witblauw-rund in China. Tijdens een tegenbezoek, bij de Vredefeesten in september 2009, van een delegatie uit Suqian werd voorgesteld de samenwerking te formaliseren. De Sint-Niklase gemeenteraad besliste in zitting van 25 september 2009 unaniem om een intentieverklaring te onderschrijven tot verdere samen-werking op diverse terreinen zoals economie, handel, onderwijs, wetenschap, technologie, enzovoort. Partners in de samenwerking zijn het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband van het Land van Waas (Interwaas), KaHo Sint-Lieven en Voka. Het stadsbestuur neemt de rol op van facilitator en brengt de actoren samen, zowel hier als daar.

- Jumelages met Abingdon (Engeland), Colmar (Frankrijk), Gorinchem (Nederland), Lucca (Italië), Schongau (Duitsland) en kandidaat-zusterstad Tábor (Tsjechië) – morele dimensie.

In 1962 ondertekende de stad Sint-Niklaas de eerste jumelagepacten, waarmee zij haar steentje wou bijdragen tot de Europese eenmaking. Ondertussen is de tijdsgeest flink veranderd maar er wordt niet-temin voortdurend geprobeerd de bestaande jumelages nieuw leven in te blazen. De officiële missies zijn bedoeld om te netwerken, gegevens uit te wisselen en de uitwisseling van ambtenaren, scholen en verenigingen te faciliteren. De voorbije jaren ligt de klemtoon steeds meer op thematische uitwisselingen. Zo was „kinderarmoede‟ het thema van de conferentie in december 2010 in Sint-Niklaas.

Dat ook Tábor een kandidaat-zusterstad is, heeft te maken met het appel vanuit Oost- en Centraal-Europa waaraan Sint-Niklaas heeft willen beantwoorden. Momenteel wordt onderzocht of het tot een officiële verzustering kan komen.

- Ballonverzusteringen met Château-d‟Oex (Zwitserland) en Bristol (Engeland) – stadspromotionele dimensie.

Protocollaire bezoeken worden gebracht in het kader van de contacten met steden waar, net als in Sint-Niklaas, een lange ballonvaarttraditie heerst. In januari 2001 heeft de gemeenteraad deze contac-ten geofficialiseerd in een ballonjumelagepact.

- Oorlogsherdenkingen in Londen, Breda en Warschau – morele dimensie.

Protocollaire verplichtingen waar het stadsbestuur moeilijk onderuit kan zijn de jaarlijkse herdenking in Londen op uitnodiging van de Britse bevrijders (Royal Queen‟s Regiment) en in Breda omdat een aantal inwoners uit Breda tijdens een bombardement op 17 mei 1940 in Sint-Niklaas zijn omgekomen. De een-malige herdenking in Warschau in 2009 betrof de 65ste verjaardag van de bevrijding van Sint-Niklaas door Poolse troepen onder leiding van generaal Stanislaw Maczek.

- Inhoudelijke conferenties over uiteenlopende beleidsdomeinen.

Met het oog op de vorming van de ambtenaren is het geregeld nuttig dat zij deelnemen aan buiten-landse conferenties of in het buitenland op prospectie gaan. Het gaat om uiteenlopende beleidsdomei-nen zoals sport, musea, welzijn, duurzaamheid, enzovoort.

De schepen besluit dat binnenkort een nieuw convenant ontwikkelingssamenwerking 2012-2013 met de Vlaamse Gemeenschap zal worden gesloten. Aan de raad zal ook een beleidsnota rond internationale samenwerking worden voorgelegd.

Onder vrienden: Zwart.

Freddy Willockx (sp.a), tot 2010 burgemeester van Sint-Niklaas, rekende eerder deze week in deze krant af met “showman” Wouter Van Bellingen. Twee maanden geleden beslisten sp.a en Groen in Sint-Niklaas om geen kartel meer te vormen met SOS 2012, de partij van de eerste zwarte schepen van het land. Willockx had het gehad met het ‘het vriendenclubje’ van Van Bellingen. Het verwijt te veel, vindt Van Bellingen. Het oorspronkelijke plan om Willockx van antwoord te dienen op het stadhuis zelf, werd bijgesteld, maar de oproep om niet langer met modder te gooien bleef overeind. Van Bellingen maakt er zelfs zijn campagneslogan van. “Ik laat mij niet zwart maken”, luidt die, boven een foto van zichzelf. “Het moet nu eens gedaan zijn om leugens over mij te verspreiden”, aldus Van Bellingen. “Het is weer tijd voor echte politiek en inhoud.”

De Morgen.

Jongeren en politiek: vraag en aanbod

De uitzending van Terzake vorige week over de jongerenafdelingen van politieke partijen heeft heel wat reacties losgeweekt, om te beginnen bij de politieke partijen zelf. De vaststelling dat er nog maar weinig jongeren zijn die zich willen engageren in een politieke partij, krijgt ook gemakkelijk weerklank omdat ze past bij een bepaald vooroordeel dat in elk al leeft. We horen graag dat jongeren niet meer geïnteresseerd zijn en niet meer bereid zijn zich in te zetten. In werkelijkheid ligt het verhaal net iets ingewikkeld en zoals steeds moeten we hierbij rekening houden met zowel de vraag (de jongeren die zich willen engageren) als met het aanbod (de organisaties waarbinnen ze zich kunnen engageren).

De cijfers die in de uitzendingen werden geciteerd zijn juist natuurlijk: het aantal jongeren dat nog de weg vindt naar een politieke partij ligt laag, en daalt nog zienderogen. De Belgische politieke partijen volgen daarmee een internationale trend. In zowat alle landen zien we dat het ledenaantal van politieke partijen daalt. Diegenen die nog lid zijn (en dat zijn dan inderdaad vooral wat oudere burgers), blijven nog wel trouw hun lidgeld betalen, maar de partijen hebben het steeds moeilijker om nog voldoende jongere leden aan te trekken.

Dat betekent dat politieke partijen steeds minder in staat zijn om nog echt te vertolken wat er in de samenleving gebeurt. In 1987 hadden alle Belgische politieke partijen samen nog 634.000 leden. Dat is een enorm groot aantal, en het betekende in de praktijk dat één op de tien kiezers lid was van een partij. Dat betekende ook dat iedereen wel iemand kende die partijlid was, en die leden functioneerden als een enorm groot reservoir van vrijwilligers. Tijdens verkiezingscampagnes konden partijen ook een beroep op die vrijwillige inzet. Dat is nu voor een flink stuk verleden tijd, en dat betekent dat politieke partijen hun verkiezingscampagnes nu volledig laten bepalen door professionele marketingbureaus.

Minder leden

Zo goed als alle politieke partijen verliezen dus leden, en er zijn niet zo veel uitzonderingen op die regel. Het ledenaantal van de N-VA stijgt natuurlijk spectaculair en die partij zit nu boven de 30.000 leden. Maar als je rekening houdt met de 1.250.000 kiezers van die partij is dat helemaal niet veel. Het betekent immers dat één kiezer op veertig effectief lid wil worden van de partij, en dat is ver beneden de verhouding van één op tien die de grote partijen een kwart eeuw geleden kenden. Ook de Volksunie had toen meer dan 50.000 leden, terwijl die partij veel kleiner was.

Terwijl de N-VA groeit en ook jonge leden aantrekt, zien we aan de andere kant van het spectrum CD&V staan, een partij die te kampen heeft met een sterk verouderend ledenbestand. Hier zien we het levensgrote dilemma voor die partij. CD&V blijft als geen ander een sterke beleidspartij, die in staat is zeer gewaardeerde beleidsvoerders als Herman Van Rompuy, Steven Vanackere en Kris Peeters af te leveren. Maar tegelijk zien we dat vooral jongeren en hoogopgeleide stedelingen die partij helemaal niet meer als aantrekkelijk en mee met de tijd ervaren. In de twee grootste steden van Vlaanderen, Gent en Antwerpen, bestaat CD&V nauwelijks nog en speelt ze totaal geen rol bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Als de partij haar leidinggevende rol in de Belgische politiek in de toekomst wil bewaren, dan zal ze zich toch dringend moeten bezinnen over haar aantrekkelijkheid bij jongeren. Dat is meer dan zomaar een marketingoperatie: het is bijzonder moeilijk om het traditionele christen-democratische gedachtegoed te verzoenen met de waardeoriëntaties die nu eenmaal dominant zijn geworden in de westerse samenleving.

Engagement

Jongeren en politieke partijen vormen dus inderdaad een moeilijke combinatie. Maar het is verkeerd hieruit te besluiten dat jongeren de weg naar de politiek niet meer vinden. Het omgekeerde is waar: jongeren engageren zich juist volop voor allerlei initiatieven, alleen niet meer voor politieke partijen. De politieke partijen zijn dus helemaal atypisch en zij volgen niet de trend van andere verenigingen en vormen van engagement. Onze onderzoekseenheid heeft vorig jaar een grootschalig onderzoek gedaan bij 21-jarige jongeren, en daaruit blijkt dat zij behoorlijk actief zijn. Ongeveer dertig procent houdt bij zijn/haar aankoopgedrag rekening met politieke en ethische overwegingen, 40 procent geeft geld aan een goed doel of tekent een petitie en 10 procent heeft het afgelopen jaar deelgenomen aan een betoging of protestactie. Dat zijn heel normale cijfers, die perfect in lijn liggen met wat oudere bevolkingsgroepen doen. Jongeren zijn dus net zo sterk geëngageerd als de andere leeftijdsgroepen.

Het enige verschil is dus dat ze niet langer de weg vinden naar politieke partijen. Dat heeft niet enkel met ideologie te maken. Bij Groen kun je er nog van uit gaan die partij een ideologie heeft die jongeren aanspreekt, maar toch zie je dat ook die partij op ongeveer vijfduizend leden blijft steken.

Partijen veranderen

Er is dus wel degelijk een kortsluiting tussen jongeren en de politieke partijen. Vanuit de kant van de jongeren is er duidelijk een zekere aarzeling om zich nog echt te binden. Een partijlidmaatschap is inderdaad een tamelijk definitieve stap, en door lid te worden geef je aan dat je je toch voor langere tijd wilt verbinden aan één specifieke partij. Jongere leeftijdsgroepen willen zich duidelijk nog wel engageren, maar dan niet meer voor een dergelijke langere termijn. Maar omgekeerd moeten we ons ook afvragen of politieke partijen nog wel zo geïnteresseerd zijn in jongere leden. Politieke partijen zijn professionele campagne-machines geworden, die nu reeds volop allerlei strategische spelletjes spelen met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 en de federale en regionale verkiezingen van 2014. Jonge leden, die misschien over tien of twintig jaar zullen doorgroeien, zijn helemaal niet interessant als je enkel op korte termijn denkt.

Het feit dat jongeren helemaal niet meer de weg vinden naar politieke partijen is dus helemaal niet zo erg, en het heeft ook – en vooral – te maken met de manier waarop politieke partijen tegenwoordig functioneren. Als je bijvoorbeeld kijkt naar een initiatief als de G1000, dan viel het op dat veel jongeren daar meteen enthousiast over waren en ook bereid waren zich vrijwillig in te zetten. Maar een initiatief als de G1000 toont ook meteen de Achillespees aan van al dat nieuwe engagement: heeft het in de praktijk ook enig effect? De goede wil is er duidelijk wel, maar ook in de politiek spelen wetten en praktische bezwaren helaas een belangrijke rol. Een boodschap op een Facebook-pagina zetten blijkt in de praktijk onvoldoende om ook echt iets te veranderen.

Marc Hooghe

(De auteur doceert politieke wetenschappen aan de KU Leuven en de Universiteit van Mannheim)

De redactie.be

Categorieën:Media, Mening, Pers Tags:

Kritisch bekeken (vervolg): : “De achtergrondinformatie in een commentaarstuk geeft in de eerste plaats stof tot nadenken en/of wil discussies aanwakkeren.

Hoewel commentaarstukken bedoeld zijn als subjectieve en kritische noot bij de actualiteit, worden ze door sommigen blijkbaar gelezen als pamflet. Dat kan nooit de bedoeling zijn. De achtergrondinformatie in een commentaarstuk geeft in de eerste plaats stof tot nadenken en/of wil discussies aanwakkeren. Zo werd deze rubriek vorige week, over de breuk tussen het kartel van sp.a en Groen enerzijds en SOS 2012 van Wouter Van Bellingen anderzijds, door sommigen beschouwd als een oproep om voor SOS 2012 te stemmen. Een misvatting. Veeleer werd de communicatie rond die breuk aangeklaagd. Dat daar iets aan schort bleek ook uit de talrijke reacties op deze rubriek. Een jong boegbeeld laten afvoeren door een oude krokodil, kan bij jongeren uitgerekend het tegenovergestelde effect ressorteren.

Gelukkig brachten de vele reacties op het gewraakte opiniestuk ook nieuwe inzichten. Zo was de ambitie van Wouter Van Bellingen om zich niet zomaar neer te leggen bij het burgemeesterschap van Christel Geerts als hij meer stemmen zou halen, maar één van de vele wrevelpunten bij zowel sp.a als Groen. Het waren er zoveel geworden dat uiteindelijk Groen als eerste de stekker uit het kartel trok. Beide partijen beseffen dat het dumpen van stemmenkanon Van Bellingen electoraal pijn zal doen, maar zijn tegelijk opgelucht. Ze kunnen nu voluit gaan om elk op eigen manier het programma van het kartel inhoudelijk gestalte te geven.

PJC, De Streekkrant

Reactie van SOS 2012 over de breuk van het kartel.

Het progressieve kartel tussen SOS 2012, sp.a en Groen in Sint-Niklaas hield op woensdagmiddag 1 februari 2012 op te bestaan. Sindsdien worden termen als huwelijk en scheiding gretig gebruikt als metaforen om de politieke actualiteit van de afgelopen weken te vatten. Begrijpelijk: ze stippen als geen ander de kern van een sterke, hartelijke en gesmaakte samenwerking aan en geven onomwonden de gevoelens bij het brute einde van die samenwerking weer.

 Hoewel ze tot op zekere hoogte zeer bruikbaar zijn, mogen we onszelf toch niet verliezen in deze vergelijkingen. We zijn er immers van overtuigd dat enkele kantelmomenten niet te verklaren zijn door de logica van het huwelijk.  In oktober 2011 gingen alle partners na de voorstelling van de progressieve kopman en kopvrouwen een nieuwe verbintenis aan, daarna haalden de ambitie en de persoonlijke spanningen het van het politieke realisme van het progressieve kartel met drie.

 Het was een opeenstapeling van verschillende kleine incidenten die álle partners in januari 2012 tot bezinning over de samenwerking bracht. Binnen SOS 2012 was en is er eensgezindheid over het sluiten van de rangen van de progressieve stadslijst. De voltallige bestuursvergadering  bekrachtigde reeds op 28-01-2012 unaniem deze aanpak. De overtuiging dat drie sterke partners nodig zijn om een stevig en geloofwaardig progressief blok te vormen bleef, de verstandhouding met en tussen alle partners kan en moet/moest beter. Deze opstelling werd op 30-01-2012 schriftelijk aan de top van sp.a en Groen bezorgd, vergezeld van de boodschap dat SOS 2012 omzichtiger te werk had kunnen gaan. Ze was onze basis voor een intern,  open en eerlijk debat over vertrouwen en strategie, politiek leiderschap en loyaliteit.  Toch werd niet gewacht op bemiddeling of een genuanceerdere opstelling.

 De (r)evolutie werd immers versterkt door politieke berekeningen. Hoewel alle kandidaten van het progressief kartel baat hebben bij elke versterking van de progressieve stadslijst,werd  de nieuwsgierigheid op 26 januari 2012, na de voorstelling van enkele SOS 2012 kandidaten, vervangen door angst, gevolgd door paniek rekenen, verblind door persoonlijke ambitie.  De traditionele roep om meer zitjes onder de klassieke partijpolitieke vlag te planten weerklonk te luid om te beseffen dat het kiessysteem grote lijsten bevoordeeld. 

 Freddy Willockx speelde een bepalende rol in de bemiddelingspogingen.  Binnen zijn eigen partij lukte dat in eerste instantie ook: een meerderheid schaarde zich achter een verdere samenwerking met drie, onder voorwaarden. Tot er uit de bestuurskamer van Groen, eensgezind het blok werd opgelegd. Een koers die gretig werd gevolgd door menige kameraden van Willockx. Een aanfluiting van de i(partij)democratie en bovendien werd het lot van het progressieve kartel bezegeld in twee achterkamertjes, zonder daarbij de gigantische gevolgen voor de stad en de progressieve kiezer voor ogen te houden. 

Elke versnippering van de progressieve krachten vertaalt zich immers in een minder representatieve vertegenwoordiging in de gemeenteraad. Die versnippering staat ook in schril contrast met de slagkracht van een progressief project dat alle spelers op de brede linkerzijde zou herbergen. Maar bovenal, ze brengt een hele hoop kiezers die gewonnen zijn voor een warm, duurzaam en vooruitstrevend toekomstverhaal voor de stad  aan het twijfelen. Dat de scheiding onomkeerbaar zou zijn is dus vooral spijtig voor alle progressieven in Sint-Niklaas.

 Het is aan ons om daar geloofwaardig en vernieuwend op te antwoorden met een modern, progressief, stedelijk project dat duidelijke keuzes durft te maken voor Sint-Niklaas. Daarin moet plaats zijn voor àlle mensen die de lokale politieke  dynamiek als kompas willen hanteren voor een programma op maat van Sint-Niklaas. Onze lokale actie staat los van nationale partijpolitieke belangen.  We zijn ervan overtuigd dat onze stad veel mensen kent die een open stadsproject genegen zijn en werk willen maken van : 

-          een aantrekkelijke, warme en leefbare woonstad

-          een allesomvattende mobiliteitsvisie

-          een actieve stadspromotie en kordate leegstandbestrijding.

-          een aantrekkelijk en divers cultureel aanbod met een duidelijke  emanciperende

              en hoogstaande programmatie

-          een integraal samenlevingskader

-          een modern lokaal bestuur dat zich richt op zijn kerntaken

 Gebaseerd op dit principe en met deze krachtlijnen onder de arm, willen we de komende weken dit lokaal politiek project verder vormgeven. Daarbij houden we voorlopig, in tegenstelling tot berichten in de media,  alle mogelijkheden open. 

 Getekend,

 Steve Vonck, Mohamed Aattach, Jimmy De Block,  Wouter Van Bellingen , Wim Maes,  Sara Weemaes, Frederik Wittock,  Ali Salhi, Edwin Foubert